Lia Tilon
Leven met een handicap: Tilon weet eigenlijk ook niet hoe dat is
recensie door Karin Kamp van Lia Tilon, Nummer 3, 7 november 2005
Net als de meeste lezers ga ik bij het uitzoeken van een boek af op de tekst op de achterkant. Deze tekst wordt geschreven door een redacteur van de desbetreffende uitgeverij en is voornamelijk bedoeld om de lezer ertoe te verleiden om het boek te lezen (of beter nog: kopen). Natuurlijk moet je als lezer deze ‘reclame’ niet al te letterlijk nemen maar toch verwacht je wel dat de tekst in zekere mate weergeeft waar het boek over gaat. Volgens de achterflap van Nummer 3 verdiept schrijfster Lia Tilon zich in haar boek in het leven met een handicap: blindheid. Ik vermoed dat maar weinig blinden zich zullen herkennen in het verhaal van Tilon. Haar blinde is een lompe, onaangepaste beeldhouwer. Ze heeft hem zelfs nog een raar trekje meegegeven om hem nog excentrieker te maken (hij poert in zijn navel en ruikt dan aan zijn vinger). Deze beeldhouwer, Julius Gonçalvez, is na een auto-ongeluk op z’n vijftiende blind geworden. Bij datzelfde ongeluk overleed zijn vader Stanley. Zijn beste vriend Luuk, die er ook bij betrokken was, kwam er ongeschonden uit. Julius leeft sindsdien alleen in zijn geboortedorp met zijn vaste routines en gewoontes. Dan komt na twintig jaar Luuk terug en trekt bij Julius in. Korte tijd later treft Julius een meisje aan in zijn keuken, Teresa. Ook zij blijft. Julius’ routine wordt helemaal overhoop gehaald door deze ongenode gasten. Lees verder >



