Nescio
Nescio lezen in Amsterdam
recensie door Daan Stoffelsen van Nescio, De Uitvreter, Titaantjes, Dichtertje, 4 maart 2007
Er is niets controversieels aan het lezen van Nescio in Amsterdam, niet als Lolita in Teheran. J.H.F. Grönloh was Amsterdammer (‘Goddank’) en zijn romans De Uitvreter, Titaantjes en Dichtertje (1911, 1915, 1918) hebben iets onschuldigs. Ze stralen een weldadige weemoed uit, een melancholie die je projecteert op de tijd dat deze boeken spelen. Het is een soort oneindige studententijd, met net genoeg te eten (de twee ons boterhammenworst die Koekebakker in De Uitvreter voor morgen bewaarde, was ‘een rijkdom die ik sedert mijn verjaardag niet gekend had, en dat was maanden geleden’), nachtelijk rondzwerven door stad en land en ellenlange discussies over God en het socialisme. De sobere, spreektaal benaderende stijl, met archaïsmen en verkleinwoorden als in de boekjes die je op de basisschool las sterkt je in die indruk. Als Japi, de uitvreter, Koekebakkers worst ontdekt: ‘“Kerel,” zei i, “weet je dat je worst in huis hebt?” Of ik ’t wist.’ Lees verder >



