Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Schrijfster van familiedrama’s, lacht

door Daan Stoffelsen, 2 mei 2007

Ariëlla Kornmehl lacht. Als ze trots is op haar boek, als ze hard is voor zichzelf, spreekt over beginnersfouten, als ze het heeft over haar kinderen. Eigenlijk constant. En als ze lacht, dan lacht heel haar gezicht, vol, en haar krullen lachen mee. Als ze zich nog niet voor me in had genomen met haar boeken, dan had die lach het alleen wel gedaan. Ik zit tegenover haar in het Oud-Zuidse Wildschut. Het is niet altijd vanzelfsprekend geweest dat ze als schrijfster hier dit gesprek zou voeren. Die verhalen over auteurs die op de basisschool uitblonken met hun opstellen: zo’n verhaal heeft zij niet.

‘Ik was meer een wiskundemeisje. Wiskunde, biologie, geen talen. Ik heb Duits laten vallen, daar heb ik nu nog wekelijks spijt van.’
Toen Kornmehl vorige week op mijn vraag per e-mail reageerde of ik haar mocht interviewen, kwam ze net uit Duitsland terug van een van de vele voorleesavonden. Hamburg, Literaturfestival. ‘Op tien of twaalf plekken in de stad werden lezingen gehouden, vooral door Duitse auteurs. Ja, wat verwacht je dan, je boek is maar vertaald, zo’n groot boek is het niet… Maar in het beeldige oude theatertje dat ze voor mij hadden bedacht zaten nota bene tweehonderd mensen.
Het Duitse leespubliek vraagt meer van zijn schrijvers. Het is gemengder – meer jonge mensen, meer mannen –, het heeft altijd je boek al gelezen en komt met heel scherpe vragen. Je moet dan altijd eerst drie kwartier, een uur, voorlezen, en dan komen die vragen. Ik begon om half acht, we moesten om tien uur stoppen, maar de bezoekers waren nog niet klaar.’

Het wiskundemeisje is een schrijfster geworden, van Huize Goldwasser, de tragedie rond een meisje dat haar familie verliest, haar geliefde verliest en haar broer, haar laatste fort, en van De vlindermaand, over een vrouw die in Zuid-Afrika monomaan werkt en de vriendschap zoekt van haar maid. Ook dat loopt slecht af. En deze maand is er een herziene versie van Huize Goldwasser verschenen, die De familie Goldwasser heet.

Kornmehl was zelf in Zuid-Afrika. Ze studeerde filosofie, ze moest alleen nog afstuderen, toen haar man daar ging werken. Ze kon het geregeld krijgen dat ze haar scriptie in Johannesburg mocht schrijven, en na de verdediging van haar scriptie begon ze aan een roman.
‘Ik studeerde af bij Wouter Achterberg, op Aristoteles’ Ethica Nicomacheia, op zijn concept van vriendschap, bij welk politiek systeem dat het beste paste. Hij moest me op de vingers tikken: dit is geen roman, probeer wat meer afstand te nemen. En toen ik afstudeerde, en dolgraag doorwilde met Aristoteles, promoveren op de Ethica, toen stuurde hij me gewoon weg. “Ik zeg je nu gedag, en over een jaar kom je me je roman laten zien.”’

Afrika werkte. Terwijl haar echtgenoot het continent rondreisde, werkte Kornmehl in alle rust en stilte aan haar scriptie en aan Huize Goldwasser. Ik vertel haar dat ik Goldwasser een goed boek vond, maar een minder boek dan De vlindermaand.
‘Dan zijn we het eens. Het is een echt debuut, het is te ambitieus, niet volwassen genoeg. Ik heb geprobeerd dat eruit te krijgen bij het herschrijven, maar dat lukte niet. Ik denk dat dat onder andere aan het adressaat ligt. Dat het gericht is aan een ‘jij’, de geliefde van de protagoniste, geeft het misschien iets kinderlijks, iets briefachtigs. Maar het is een interessante vorm, en ik zou het graag nog een keer in een roman proberen, op een verder ontwikkelde manier.
Misschien is het ook het naïeve, het rebelse van de hoofdpersoon. Het is een studente, en ik herinner me van die tijd dat ik het gevoel had nog geen kern te hebben, iets om me aan vast te klampen. Dat maakte Goldwasser juist zo’n spannend experiment. Met die drie klappen – verstoting, dood en verlating –, wilde ik die studente helemaal uitkleden, haar ruggengraat testen. En wat blijkt? Ze blijft overeind! Dat verbaasde me nu zelf ook, ik dacht dat ze zou instorten. Maar ze behoudt iets – iets wankels, dat wel –, waardoor ze het redt, waardoor ze hoop houdt.’

Het klinkt neutraal als ze het daarna zegt, maar het is grimmig: ‘Bij De vlindermaand lukte het wel. Daar stort de hoofdpersoon wel in.’ Is Ariëlla Kornmehl wel zo’n lachebekje?

Toen Kornmehl en haar echtgenoot in 1999 naar Zuid-Afrika kwamen, moesten ze een huis vinden. Maar in elk huis dat ze bezochten woonde al een maid. Dat vonden ze niet nodig, dus toen ze uiteindelijk een huis hadden gehuurd , verzochten ze haar te vertrekken. Dat bleek complexer dan het leek. De vrouw zou dan weer op de townships aangewezen zijn, en liever leefde ze in dat huis zonder iets te verdienen dan daar ooit naar terug te moeten.
‘We realiseerden ons ook wel dat ik daar veel alleen zou zijn, en toen hebben we er maar mee ingestemd. Ik kreeg een buurvrouw in huis.
Niet, zoals Joni in De Vlindermaand meende dat mogelijk was, als een gelijke, als een vriendin. Dat kan niet, dat zag ik al meteen. Maar ik ben religieus opgevoed, en mij is meegegeven dat je anderen het respect moet betonen dat je zelf verlangt. Zo konden we samenleven, op gepaste afstand.’

De vlindermaand werd weer in Nederland geschreven. Kornmehl ging daarna aan de slag met haar derde roman.
‘Ik wilde vooruit, niet meer terugkijken naar dat onvolwassen debuut. Maar er kwam weer vraag naar Huize Goldwasser, dat ooit bij een andere uitgeverij is uitgekomen en niet meer leverbaar was. Mijn uitgeefster wilde het graag opnieuw uitgeven, maar dan wel herschreven. Tegelijk kwam het idee van een luisterboek, en daarvoor moest ik ook met het boek aan de slag.
Ik heb misschien wel veertig pagina’s geschrapt, vooral veel filosofie. Ik merkte heel erg dat ik toen nog studeerde. Er staan twee pagina’s in waarin de hoofdpersoon, net na het verlies van haar geliefde, vastheid probeert te krijgen op haar leven door op z’n Wittgensteins alle handelingen in subparagrafen in te delen. Ze zijn integraal geschrapt.

‘Het bed. Ons bed 1.3.2.
1.3.1.1 open.
Hier liggen overhemden op kleur en hebben schoenen veters.
Je overhemden. 1.3.1.1.1.
1.3.1.1.1.1 blauw gestreept. 1.3.1.1.1.2 blauw geblokt.’

En dat nieuwe boek? Kornmehl lacht verontschuldigend. ‘Het wordt weer een gezinsdrama. Daar kom ik nooit vanaf. In De vlindermaand wist ik het enigszins op de achtergrond te houden, slechts als achterliggende oorzaak van de beschadiging van de hoofpersoon, maar nu komt het sterk naar voren.
Het speelt zich af in Oost-Europa. Ik was in St. Petersburg, dat is zo’n rijke, zo’n imposante stad. Ik wist: hier moet het gebeuren. Liefst ga ik er nog een paar maanden heen, het boek daar afmaken. Maar ja, met twee kinderen…’

In afwachting van haar Oostblok-gezinsdrama hebben we nog een verhaal van haar te goed. Als ik begin over haar bijdrage aan De verleiding, de bundel van de schrijversgroep ‘Writers on Heels’, reageert ze verrast. Dat is ook zo, de bundel moet nu net uit zijn. Ze voelt zich een beetje een buitenbeentje in dat gezelschap. ‘Ik kom uit een heel veilige gemeenschap, een getto-achtige gemeenschap, en heb altijd veel moeite gehad met dat groepsgevoel. Misschien kun je dat ook wel in mijn boeken lezen: mijn protagonisten staan er alleen voor, ze kiezen voor de buitenstaanderspositie. Dat is overigens iets dat je als joods meisje al vroeg leert, dat je anders bent dan de anderen. En als je dan gevraagd wordt mee te doen, aan ‘Schrijvers op elkaar’, aan avondjes drinken met andere schrijvers, enzovoort, dan zeg je al snel nee.
Maar Susan Smit overtuigde me. Nadat ze De vlindermaand zeer positief besproken had, zocht ze me op. Schrijvers moeten niet altijd zo negatief tegenover elkaar staan, zei ze, en die positiviteit sprak me wel aan. Het is een heel bont gezelschap, met een filosofe als Claire Polders ertussen, maar ook met thrillerschrijfsters. Die schrijven bestsellers, de boeken waar het publiek om vraagt, en zulke boeken lees ik nooit. Maar het is dan wel interessant om die vrouwen te spreken. Bovendien is het altijd leuk een kort verhaal te schrijven.’

Kornmehl lacht. Ze heeft wel schrijversvrienden. Marcel Möring begeleidde haar al bij haar eerste roman.
‘Dat is een gek verhaal. Ik moest met mijn uitgever naar een of ander literair feestje, en hij stelde me aan Marcel voor. Hij heeft me toen, in een gesprek van misschien niet meer dan drie minuten, zijn bijstand aangeboden, waar nodig. Daar heb ik hem aan gehouden. Hij zei wel dat ik erg jong was om te debuteren [Möring debuteerde zelf op zijn 33ste – DS] moest ik niet een jaartje wachten? We waren toen op pagina veertig, en tja, het was mijn eerste creatieve schrijven. Toen hebben we toch doorgezet, en uiteindelijk stond hij er helemaal achter.’
Möring zette de kruizen in haar manuscript, en nog steeds wil ze graag dat die kruizen in haar manuscripten worden gezet. ‘Ik wil steeds vooruit gaan, De vlindermaand is beter dan Goldwasser, en hopelijk wordt de roman waar ik nu aan werk weer sterker. Ik streef ernaar ontwikkeling te zien in mijn eigen werk, ik wil leren. Daarom probeer ik ook zoveel mogelijk te lezen.’

Ze leert, ze schrijft, ze twijfelt, ze lacht. De filosofiestudente antwoordde haar begeleider, jaren geleden in een discussie over religie, dat ze er nog niet over uit was, over religie. Je hoopt, met die begeleider, dat ze over dertig jaar nog steeds niet uit is over een heleboel dingen. Dat kan alleen maar iets moois opleveren.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.