Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Van onderzoeker naar schrijver

door Eline van Straalen, 26 mei 2007

In januari van dit jaar publiceerde historicus en tekstschrijver Peter Bak zijn debuutroman Het Spoor van Mertens. Deze historische roman vertelt het aangrijpende verhaal van een klein West-Fries dorp. De hoofdpersoon, die opgroeit in het dorp, gaat geschiedenis studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Voor zijn doctoraalscriptie doet hij onderzoekt naar zijn dorp ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en tracht hij de samenhang tussen een serie noodlottige gebeurtenissen te ontrafelen.

Eline van Straalen besprak Het Spoor van Mertens voor Recensieweb en was onder de indruk van wat de roman met haar deed. Op een maandagochtend om half elf dronk zij een kop koffie met Peter Bak in het Bruin café van de Vrije Universiteit. Ze spraken over het totstandkomen van zijn eerste roman, de scheidingslijn tussen fictie en non-fictie, en over zijn volgende roman.

Als historicus schreef je al eerder Bewogen en bevlogen: Het Europees elan van prinses Beatrix (2005), Een soeverein leven: Biografie van W.F. de Gaay Fortman (2004), en Harde koppen, rechte lijnen (1993), een jubileumboek over de verzetsgeschiedenis van het dagblad Trouw. Nu kom je met een roman. Was het schrijven van een roman een wens die je al langer had?
Tijdens mijn studie geschiedenis aan de Vrije Universiteit heb ik ontdekt dat ik goed kan schrijven. Je doet mee aan werkcolleges en dan moet je een werkstuk schrijven en daar bleek ik talent voor te hebben. Nadat ik in ’89 was afgestudeerd, ben ik een paar maanden werkloos geweest. Toen ben ik al een beetje gaan schrijven aan een roman. Na een maand of vier kon ik aan de slag bij het Historisch Documentatiecentrum. Daarna ben ik van het ene in het andere gerold en toen kwam het er niet meer van. Ik ben naar Trouw gegaan, heb het jubileumboek geschreven, ben gepromoveerd en heb een biografie van W.F. de Gaay Fortman geschreven. Al die jaren heb ik wel materiaal verzameld voor mijn roman en doorlopend aantekeningen gemaakt, dat is allemaal in een ordner verdwenen. Tot 2005. Toen was ik bezig met een opdracht die niet goed liep. Ik had voortdurend moeilijkheden met de opdrachtgever en vergaderingen waren een bezoeking. Ik had iets nodig om me af te reageren. Ik schreef aan een project met weinig plezier dus ik had iets nodig om het te compenseren. Toen ben ik begonnen. En binnen een half jaar was Het Spoor van Mertens klaar.

Dat ging snel!
Maar er zat natuurlijk ook iets achter, het zat er al jaren en het moest eruit. Het ging ook heel associatief. Ik had geen schema, ik wist eigenlijk niet goed waar ik naartoe schreef, maar op de een of andere manier groeide er wat onder mijn vingers. Ik heb drie versies geschreven. De eerste versie is naar de uitgever gegaan om te laten ‘proeven’. En die versie heb ik ook aan familieleden laten lezen. Aan de hand van de op- en aanmerkingen en voorstellen voor correcties is de tweede versie ontstaan. Uiteindelijk heb ik nog een derde versie geschreven want ik was toch niet tevreden. Ik heb heel lang geaarzeld of ik wel zou doorzetten. Ik begon eigenlijk pas echt te aarzelen toen de uitgever, dat klinkt heel raar, zo enthousiast was over de eerste versie. Toen kwam publicatie ineens heel dichtbij en werd het opeens eng. Ik heb vorig jaar zomer lang overwogen om het terug te halen.

Wat vond je zo eng?
Ik wist niet zeker of het voldoende kwaliteit had. Ik las op dat moment, vlak nadat ik de eerste versie had afgemaakt, Joe Speedboot van Tommy Wieringa en dat vond ik veel en veel beter. Toen ben ik nog eens gaan nadenken en heb ik er over gepraat met vrienden en die zeiden: ‘Ja, maar Joe Speedboot is een heel ander boek!’ Toen ben ik de toch aan een tweede versie begonnen, en die vond ik meteen al beter. Maar pas na de derde versie dacht ik: ja, dit is het, nu mag het gepubliceerd worden.

De compositie van de roman is vrij complex. De lezer neemt het verhaal in fragmenten tot zich en pas ver in het boek komt alles bij elkaar. Maakte de keus voor een ingewikkelde structuur het schrijven van de roman ook lastiger?
Ik wist dat het een complex boek werd toen ik aan het schrijven was. Het is misschien wel een wat overladen roman, maar het is het soort roman waar ik zelf erg van houd. Het zet je af en toe op het verkeerde been, je gaat af en toe een zijstraat in waarvan je denkt: waar gaat ‘ie nou naartoe? Maar het komt uiteindelijk toch allemaal op z’n pootjes terecht. Daar houd ik ontzettend van. Lezers die een rechttoe rechtaan verhaal willen lezen, kunnen dit boek beter niet lezen, die zullen zeggen dat het van de hak op de tak springt. Dat vind ik niet. Om het compositorisch zo te krijgen heeft me veel tijd en moeite gekost.

Er zitten enorm veel autobiografische elementen in Het Spoor van Mertens, maar toch is het een roman. Waar ligt voor jou de scheidingslijn tussen fictie en non-fictie? En hoe bewust was de keus je verhaal te vertellen in de romanvorm?
Ik heb wel eens gedacht: ik wil een non-fictie boek schrijven over de geschiedenis van Pancras in de twintigste eeuw, maar daar had ik niet genoeg materiaal voor. Ik kwam met teveel lacunes te zitten, en toen ben ik dus dat idee van een roman weer gaan oppakken. Fictie geeft je veel meer vrijheid. Ik kan af en toe een draai geven aan de werkelijkheid. En ik schrijf veel sneller, want ik ben minder gebonden aan bronnen. Met non-fictiewerk zit je maar te bladeren van klopt dit wel en klopt dat wel en dan moet je weer van alles nazoeken en dat is best vermoeiend. Nu kon ik gewoon doorschrijven. Mijn productie lag veel hoger dan wanneer ik non-fictie schrijf. En dat gaf best een kick.

Heb je de fictie-elementen er heel bewust tussen geplaatst of ging dat eigenlijk vanzelf?
Om een voorbeeld te noemen, de figuur van Kars Muilenboor die mij uit het water gehaald heeft en zich daarna heeft opgehangen, dat is fictie. Ik ben wel bijna verdronken toen ik twee en een half was, maar ik ben niet door hem uit de sloot gehaald en hij heeft zich ook niet opgehangen. Maar dat is gewoon een kwestie van techniek. Ik moest die man in het verhaal zien te krijgen en toen heb ik deze oplossing bedacht. Je zit op de rand van fictie en non-fictie. Je geeft mensen andere namen maar toch blijft het voor een deel non-fictie. Het intrigeert de lezer ook denk ik. Het maakt het spannend, er is wat te raden. Ik heb er geen spijt van dat ik het gedaan heb.

Het dorp is overduidelijk Pancras, jouw geboortedorp. Toch heb je er voor gekozen het dorp niet bij naam te noemen in de roman. Hoe bewust is die keus geweest?
Ik geef aan de historie een bepaalde draai. Als ik Pancras ‘Pancras’ had genoemd en de Bovenweg de ‘Bovenweg’ en niet de Hogeweg, dan had ik me aan de werkelijkheid moeten houden. Dat wilde ik niet, dus vandaar dat ik het verdraaid heb, want anders was de verwarring nog groter geweest. Het verdraaien van namen moet je doen als je fictie schrijft, want anders dan ben je niet ethisch bezig vind ik. Dan schuif je mensen dingen in de schoenen die niet werkelijk gebeurd zijn. Daar ben ik ook wel op aangesproken. Dat ik de namen heb verdraaid kunnen de meeste mensen wel begrijpen, maar dat ik ook de namen van wegen heb veranderd, begrijpen ze niet helemaal. Ik moest trouwens wel om de recensie van Elsbeth Etty in de NRC lachen. Die dacht dat ik het in Bovenkarspel had gesitueerd. Die dacht dat Broeckstede Stede Broec was. En Stede Broec is een gemeente onder Enkhuizen. Daar moest ik wel om lachen. Ze had even moeten googelen.

Door de autobiografische elementen is er een grote rol weggelegd voor Pancras en de Pancrassers. Hoe is er gereageerd op je boek door mensen uit het dorp? Zijn er veel dorpsgenoten die het gelezen hebben?
Nou, het is heel goed verkocht, binnen zes weken waren er 130 weg uit de boekhandel in het dorp en dat is heel veel. Ik verkocht in Pancras zelfs beter dan Sonja Bakker. Ik ben ook echt een jongen van het dorp. Ik ben er geboren. Mijn moeder is echt een figuur van het dorp dus ik word als een rasechte Pancrasser beschouwd. En zo is dat boek ook gelezen. Mensen waren nieuwsgierig naar mij.
Het is dus door veel mensen gelezen en die worden op het verkeerde been gezet. Ze beginnen meteen te projecteren, zo van: dat is dit en die is die, en dat is niet de juiste manier om het te lezen. Dus ik kreeg wel reacties als ‘Ja maar dit is helemaal niet zo!’ Ik zei ‘Er staat “roman” op de kaft, hoor.’ Dit is niet zoals het geweest is. Het is best moeilijk om dat allemaal uit te leggen. Je wilt dat een lezer het boek neemt zoals het beschreven is.

In de roman wordt op en gegeven moment gezegd: ‘Ik ga hem leren dat geschiedenis geen vak is maar een levenswijze. Ik ga hem leren dat goede geschiedschrijving mensenkennis vergt – kennis van grote mensen, kennis van gewone mensen. De historicus moet verhalen vertellen; hij moet in gesprek gaan met de overledenen.’ Heb je zelf het gevoel dat Het Spoor van Mertens, misschien nog wel meer dan je historische non-fictie werken, ware geschiedschrijving is?
Eigenlijk wel ja. Vooral omdat er mensen van vlees en bloed uit naar voren komen. Daar draait voor mij de geschiedschrijving om. In mijn non-fictie werk schrijf ik ook altijd heel dicht tegen de personen aan,ik kan niks met structuren of met organisaties, daar kan ik me niet in inleven. Geschiedenis moet altijd om mensen gaan. En dat is ook een reden geweest voor dit boek, je kan in een roman veel meer van een mens duidelijk maken en zijn ziel boven water krijgen. Dat heb ik ook geprobeerd. En wat dat betreft is deze roman inderdaad misschien wel meer geschiedschrijving dan mijn non-fictiewerk. Als je dit bij een dissertatie zou doen, dan krijg je de kritiek van hoogleraren dat het niets verklaart, niets analyseert. Maar dat zal me een worst wezen. Het moet over mensen gaan.

Ben je een schrijver die altijd de lezer in het achterhoofd heeft tijdens het schrijven?
Zeker. Ik heb bij heel veel historici de indruk dat ze alleen maar voor zichzelf schrijven en de lezer totaal uit het oog verliezen. Historici schrijven ook te veel voor historici onderling. Ze bereiken de buitenwacht niet terwijl daar wel heel veel belangstelling voor geschiedenis bestaat, denk maar aan Geert Mak. Ik begin me daar wat van af te keren. Mijn roman is wat dat betreft ook misschien wel een wending in mijn carrière. Het kan anders en het kan voor een breder publiek. Mijn biografie van de Gaay Fortman is, vind ik, toegankelijk geschreven, maar er zijn er maar zeven- of achthonderd van verkocht. Het Spoor van Mertens heeft inmiddels een tweede druk. En dat vind ik toch wel een belangrijk verschil. Het zou misschien niet mogen uitmaken, maar dat doet het toch, want je schrijft niet voor jezelf en ook niet voor medehistorici. Je schrijft voor een publiek.

Jouw website heet BAK Schrijft! Betekent dat ook dat je jezelf in de eerste plaats als schrijver ziet, of toch meer als onderzoeker of historicus?
Schrijven is mijn lust en mijn leven. Ik ben in de loop van de jaren meer een schrijver geworden. Mijn eerste boek was dat jubileumboek over de verzetsgeschiedenis van Trouw en daar heb ik heel veel materiaal voor moeten verzamelen. Oude nummers van Trouw uit de oorlog. Ik vond het geweldig om door die oude nummers te bladeren en dan met je vingers aan papieren van uit de oorlog zitten, dat gaf een kick. Daar ben ik in de loop van de jaren wat van af geraakt. Ik begin soms wat tegen die bergen papier aan te hikken. Ik wil gewoon schrijven en niet steeds weer die archieven door. Ik ben dus begonnen als onderzoeker, maar in de loop van de jaren ben ik meer een schrijver geworden.

Zijn er schrijvers die een inspiratiebron voor je zijn?
Mulisch, en dan denk ik vooral aan Siegfried, waarin hij ook de werkelijkheid manipuleert door Hitler een zoon te geven die dan wordt vermoord, en al vragende de werkelijkheid achterhaalt. Dat zit ook duidelijk in Het Spoor van Mertens. Over het Water van Hans Maarten van den Brink vind ik een stilistisch meesterwerk. En Van der Heijden, vanwege zijn meeslepende schrijfstijl. Hij kan geweldig uitwaaieren en daar heb ik eigenlijk een hekel aan, maar hij weet je als lezer toch bij het boek te houden. Dat vind ik geweldig knap en daar heb ik grote bewondering voor. Als historicus, Loe de Jong, vanwege zijn verhalende stijl. Je niet verdiepen in structuren of wat dan ook, maar gewoon een verhaal schrijven. Ik heb laatst ook Het Satijnen Hart gelezen van Remco Campert, dat vond ik heel goed. Campert kan schrijven, is een stilist. Voor stilisten heb ik toch wel een zwak. Dan denk ik ’Ah, wat goed, dat had ik zelf moeten bedenken!’

Kunnen we nog een tweede roman verwachten?
Ja! Het gaat over de jaren dertig. Ik ben er nu mee bezig. Het is wel een raar stuk. (Bak begint te lachen.) Ik laat de Tweede Wereldoorlog niet doorgaan in Nederland. Want weet je wat het is met de dertiger jaren, er is veel over geschreven, maar altijd vanuit het perspectief van de oorlog die erop gevolgd is. De dertiger jaren staan in het slagschaduw van 10 mei 1940, en daar moest ik vanaf, vond ik. Dus daar heb ik wat op bedacht, geïnspireerd door The Plot Against America van Philip Roth. Roth laat in 1940 Roosenvelt als president verslagen worden door Charles Lindbergh, de vliegpionier.

Gaat het schrijven van deze tweede roman net zo voorspoedig als het schrijven van je debuut?
Het Spoor van Mertens spoot er uit, maar dat verhaal zat ook al jaren in mijn hoofd. Nu valt het me niet mee. Ik heb al wel zo’n vijftig A4-tjes klaar, eind deze maand wil ik wat naar de uitgever sturen en dan moeten ze maar eens kijken wat ze er van vinden, maar het gaat niet van een leien dakje. Af en toe vraag ik me wel eens af of ik wel op het goede spoor zit. Maar de uitdaging staat me wel aan. Ik wil ook geen schema maken nu, want dat gaat ten koste van mijn onbevangenheid. Dan ga ik toch weer zoals bij non-fictie ergens naartoe schrijven. Bij een biografie weet je wanneer iemand geboren is en wanneer ‘ie overleden is en daartussen speelt het verhaal zich af. Dat wil ik niet, want dan wordt het te verkrampt. Ik ben het sterkst als ik onbevangen ben. En dat probeer ik nu te blijven.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.