Dirk van Weelden
elders op recensieweb
Verbeeldingskracht en verandering
recensie van Het Middel
Schrijversoptredens met vraagtekens
opiniestuk
Literair overleven met een behang van boeken
opiniestuk
Schrijven met een omweg
door Marleen Louter, 9 april 2008
AMSTERDAM – Er zijn niet veel vragen nodig om Dirk van Weelden (1957) tweeënhalf uur lang aan de praat te houden. Druk gebarend sleurt de auteur van onder meer Het Middel en Looptijd me in Café de Jaren mee in de wereld van zijn boeken. Hij is een schrijver die in de eerste plaats verhalenverteller wil zijn. ‘Ik ben altijd op zoek naar die ene vorm, die precies geschikt is voor het verhaal dat ik wil vertellen.’
Dirk van Weelden. Romanschrijver. Essayist. Groeide op in Alkmaar. ‘In zo’n wijk met keurig aangeplante bomen en alleen maar rechthoekigheid. Tegenwoordig doen ze tenminste nog hun best om die slootjes en fietspaden gezellig te laten kronkelen.’ Na het gymnasium liet hij Alkmaar dan ook ver achter zich. ‘Ik wilde filosofie studeren, zo ver mogelijk bij mijn ouders vandaan in een overzichtelijke stad. Dus dat werd Groningen. Bovendien had ik gehoord dat je in Amsterdam al na drie maanden vakken kon laten vallen. En ik wilde juist alles weten.’
In Groningen sloot hij vriendschap met studiegenoot Martin Bril, en na vier jaar studeerde hij cum laude af op een scriptie over Foucault. Van Weelden keerde terug naar Noord-Holland. In Amsterdam ging hij aan de slag om zijn doel te verwezenlijken: schrijver worden. ‘Mijn vrienden waren allemaal beeldend kunstenaar in Amsterdam dus ik zat helemaal in die scene. Speelde in bandjes, schreef over beeldende kunst. Iedereen dacht ik kunstcriticus zou worden, maar ondertussen zat ik in het Wilhelminagasthuis hele dagen op mijn schrijfmachientje te tikken. Net zolang tot wat ik schreef goed genoeg zou zijn.’ Achteraf een prachtige tijd. ‘Je bent klaar voor het leven, maar nog nergens aan gebonden. Dat is volgens mij de ultieme vrijheid.’
Het zou nog zeven jaar duren voor hij uiteindelijk in 1987 debuteerde, samen met Martin Bril. ‘We zaten allebei tegen ons debuut aan te hikken, en Martin zei: ‘Laten we het samen doen. Dat is niet zo eng, en twee weten meer dan één.’ Dus toen zijn we gewoon gaan zitten met een koffiezetapparaat, een cassetterecorder en twee schrijfmachines. Een half jaar later hadden we 500 bladzijden klaar, en De Bezige Bij vond het prachtig.’
Arbeidsvitaminen werd een groot succes, maar na nog twee romans met Bril koos Van Weelden zijn eigen weg. Het Middel, dat zich afspeelt in een ‘onwerkelijk groot Nederland’, is zijn laatste roman. Dit keer koos de auteur voor een oorspronkelijk 16e eeuws genre, namelijk dat van de utopische roman. Hij liet zich inspireren door het project ‘Nieuw Babylon’ van Cobra-kunstenaar Constant.
‘Hij wilde een wereld creëren waarin alle processen automatisch verlopen, zodat de mens zich alleen maar hoeft te wijden aan het uiten van zijn creativiteit. Dat intrigeert me mateloos. Niet als ideaalbeeld, maar als idee op zich. Wat ik er zo mooi aan vind, is dat het zo’n sympathieke gedachte is. Constant wilde niet in een keer een gelukkige wereld creëren, maar juist een wereld waarin mensen zichzelf gelukkig kunnen maken. Het is en blijft een utopie, en daarom per definitie onuitvoerbaar, maar tegelijkertijd zeggen dat soort ideeën ontzettend veel over de wereld waarin wij leven.’
Ondanks de lovende recensies werd Het Middel niet uitzonderlijk goed verkocht. Van Weelden vermoedt dat het boek zijn lezer nog niet helemaal gevonden heeft en een verklaring daarvoor heeft hij ook wel. ‘De lezer die ik bij het schrijven voor ogen houdt, is van een uitstervende soort. Het is een lezer die niet alleen let op wát er in een boek verteld wordt, maar die zich ook afvraagt waarom de schrijver het juist op die manier vertelt. Waarom de portier in het eerste hoofdstuk van Nooit meer slapen van W.F. Hermans in hemelsnaam blind is bijvoorbeeld, en geen gele pruik op heeft. Het bestaansrecht van literatuur, lijkt mij, maar tegenwoordig gaat het alleen nog maar om een spannend verhaal. Misschien is dat een gevolg van de voortschrijdende digitalisering. Alles is gecodeerd, alles heeft in feite een betekenis. Taal fungeert steeds meer als filter om betekenis te geven aan platte informatie. Gisteren was mijn zoontje op zoek naar ‘mooie plaatjes’ op het internet. Hij tikt een onzinwoord in, ‘ribibi’, en vervolgens komt er een hele pagina met afbeeldingen uitrollen. Dat verzin je toch niet.’
De boekhandel is een supermarkt geworden, vindt Van Weelden. ‘En als er één omgeving is waarin literatuur slecht gedijt, dan is het wel in een supermarkt. Het is net als met wijn; een echt lekkere fles haal je ook niet in de supermarkt. Literatuur is een luxeproduct. Ik word altijd razend als ik die stapels top tien-boeken zie liggen. Top tien, who cares! Waarom zouden we allemaal dezelfde top tien moeten hebben? Het is toch veel leuker als ik die van mij heb, en jij die van jou en dat we daar dan over kunnen praten?’ Toch is Van Weelden voorzichtig optimistisch over de toekomst van de literatuur, en dan met name die van de poëzie. ‘Ik voorzie dat er een generatie aankomt die op zoek gaat naar iets beters dan wat hun ouders hen hebben voorgeschoteld. Poëzie wordt onder jongeren weer steeds aantrekkelijker, en dat is ook geen wonder. Het is een ongelooflijk vrij genre, er is geen boekhandel die er bij wijze van spreken geld aan verdient en dat maakt het authentiek. Bovendien sluit de effectiviteit van poëzie helemaal aan bij de tijdgeest; in een klein stukje tekst kan ongelooflijk veel gezegd worden.’
Zelf schreef hij altijd proza. ‘Afgezien van een paar mappen moeilijke gedachten op papier. Nooit wat mee gedaan.’
In 1999 ontving Van Weelden de Frans Kellendonk-prijs, een onderscheiding voor de ‘intellectuele onafhankelijkheid’ van zijn oeuvre. Zowel in zijn essaybundels als in zijn romans komt die geheel eigen visie naar voren. ‘Ik probeer in mijn romans altijd een tussenvorm te vinden waarin essayistiek en verhaalvorm samengaan.’ Zo schreef hij met Oase een brievenboek aan een ongeboren baby en beschrijft hij in het deels autobiografische Looptijd het rouwproces na de dood van zijn beide ouders in de vorm van essays over hardlopen, de sport waar Van Weelden een fanatieke beoefenaar van is.
Ook in zijn binnenkort te verschijnen novelle De wereld van 609 experimenteert de auteur met een nieuwe vertelvorm. Dit keer voert hij een historische figuur op als verteller. “Mijn hoofdpersonage vertelt wat er zich in de loop der eeuwen heeft afgespeeld in een huis aan de Herengracht en tegelijkertijd wekt hij het tot leven. Zo is het eigenlijk een soort historische roman geworden. Ik heb me dan ook nog nooit zoveel ingelezen als voor dit boek, want werkelijk álles moet kloppen.’
Ook na tien romans en twee essaybundels blijft het beginnen aan een boek voor Van Weelden elke keer weer moeilijk. ‘Mijn vrienden zeggen wel eens: Jij bent eigenlijk helemaal niet geschikt als schrijver, want je gaat er vanuit dat alles wat er in je opkomt niet goed genoeg is om op papier te zetten. Ik hanteer inderdaad een nogal tegenstrijdige schrijfmethode. Als ik ga zitten verzinnen en alles opschrijf wat er in me opkomt, weet ik na een tijdje: OK, alles wat hier op papier staat ga ik niet gebruiken maar in deze ideeën ligt wel de oplossing van wat het wél zou kunnen zijn. Daar ga ik dan mee aan de slag. Ik schrijf dus eigenlijk met een omweg, zodat het niet al te dicht bij mezelf blijft. Want dat vind ik echt het moeilijkste van een schrijvend leven. Dat je de dingen waar je het meest van houdt, die je het allermooist vindt en waarvan je weet dat ze je gevormd hebben, vastlegt in een boek en dat je daar dan vervolgens niets anders meer van kunt maken. Ik wil juist dat het bij me blijft.’
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



