Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Schaduwjury: Stilte en saaiheid in de juiste handen

door Annemijn Molenaar, Daan Stoffelsen, Eline van Straalen en Bert Zuidhof, 22 november 2006

Anna Enquist, Jessica Durlacher, Harmen Wind, Esther J. Ending en Lucette ter Borg. Auteurs die zijn gedebuteerd met een boek dat niet onopgemerkt is gebleven: zij wonnen allen de DebutantenPrijs. Afgelopen mei werden er opnieuw vijf auteurs geselecteerd, uit een poel van in totaal 71 debutanten. In november, twee weken na de uitreiking van de AKO Literatuurprijs, zal op basis van de reacties van het Nederlandse lezerspubliek de winnaar worden gekozen, die het verdient om in de toekomst mee te dingen naar die grotere prijs. Annemijn Molenaar, Daan Stoffelsen, Eline van Straalen en Bert Zuidhof vormden de schaduwjury. Zij geven hun oordeel, en vragen zich af of er genomineerden zijn die nu al meer dan in staat zijn om mee te dingen naar de AKO Literatuurprijs.

De nominaties voor de DebutantenPrijs 2006 zijn:

De verscheidenheid van de debuten resulteerde erin dat er lang niet altijd een consensus bestond binnen de schaduwjury. Over eenzelfde schrijfstijl stonden de meningen recht tegenover elkaar. Ook konden de beoordelingen behoorlijk van elkaar afwijken, omdat ieder jurylid op een andere manier las. De één lette meer op personages, terwijl de ander zich juist meer op stijl of plot had gericht.

Ondanks deze diversiteit zijn er echter thema’s die in elk afzonderlijk debuut voorkomen. Wat steeds centraal staat is de verhouding tussen de hoofdpersoon en buitenwereld en de communicatie met de andere personages. De grootste rol voor de buitenwereld is weggelegd in Excuses voor het ongemak, waarin Edo zich in hoge mate bewust is van zijn leefwereld, het Nederland anno 2006. Hij probeert zich tussen alle misstanden te manoeuvreren, maar slaagt hier als de anti-held die hij is niet in. Ook het contact met andere mensen blijkt achter de façade niet veel om het lijf te hebben. Deze elementen bij elkaar opgeteld resulteren in een anti-sociale soap, waarin ironie en ridiculisering de boventoon voeren. Maar echt vermakelijk wordt het niet, en noch Edo noch zijn verhaal komen op overtuigend wijze van de grond.

Ook in Zwartzuur zoeken de personages uit de verschillende verhalen naar contact, maar uiteindelijk worden ze daarin teleurgesteld. In de vakkundig geconstrueerde verhalen worden de personages knap neergezet en is er steeds een obstakel dat echt contact met anderen onmogelijk maakt. Bepaalde dingen blijven onbesproken, omdat ze een taboe vormen of omdat de moed om ze ter sprake te brengen er niet voor opgebracht kan worden. Timmerije observeert deze blokkades en voert ze op als onderdeel van de dagelijkse realiteit. Niet elk verhaal slaagt hier echter even goed in en waar sommige plots vragen om een langer verhaal, zijn andere plots te dun of gewoon oninteressant.

Het isolement van personages speelt in Grote acht en De Parbo-blues een nog grotere rol. In dit laatste boek is het Henry die niet in staat is om te communiceren, en daarmee is de weg naar geluk voor hem afgesneden. Als prototypisch voorbeeld van een man die uit zijn natuurlijke omgeving is vertrokken en in zijn nieuwe leefwereld niet in staat is om met de heimwee om te gaan, sluit hij zich op. Letterlijk, met de toiletpot als de troon waarop hij zijn wiet rookt en het contact met zijn gezin vermijdt. Ook in Grote acht fungeert het isolement als een bescherming tegen de buitenwereld, in dit geval de strikte, haast tirannieke vader. Het is een beklemmende afzondering waar de hoofdpersoon niet aan kan ontsnappen, niet als kind en niet als twintiger, zelfs niet nadat haar vader is overleden. Afzonderen is haar manier van overleven en tot echt contact met anderen komt ze dan ook niet, niet met haar ouders, niet met haar vriendinnetjes, niet met haar vriend, met niemand. Deze afstandelijkheid weet Tuinman met haar minimalistische, onopgesmukte schrijfstijl goed vorm te geven.

In Boven is het stil ontbreekt de communicatie ook grotendeels, echter met een groot verschil. In dit verhaal is communicatie niet meer nodig, omdat de onderlinge relatie tussen Helmer en zijn omgeving vanzelfsprekend is. Helmer hoeft niet met zijn vader te praten, want alles is al gezegd. Bakker slaagt erin om dit haarscherp neer te zetten zonder er ook maar een woord aan vuil te maken. En hij is in meer opzichten een meester in het spelen met afwezigheid. Veel gebeurtenissen zijn er namelijk niet. In tegenstelling tot Edo uit Excuses voor het ongemak leeft Helmer in een komkommertijd, die vele jaren duurt. Waar Hogenkamp heel veel vertelt, durft Bakker ronduit saai te zijn. De lezer krijgt slechts een karige context en moet tussen de regels uitzoeken hoe de verhaallijnen lopen. Er wordt niets duidelijk gemaakt, niets wordt direct benoemd. Het hoeden van schapen, het voeren van de ezels, het knotten van wilgen en het repareren van een hek: onbeduidend maar ontzettend betekenisvol.

Waar de schaduwjury met betrekking tot sommige debuten onderling verdeeld was, bestond er bij het kiezen van een winnaar meer dan volmondige overeenstemming. Boven is het stil is prachtig geschreven en zegt geen woord teveel. Bakker benoemt niets, maar zegt alles. De schaduwjury vindt het ook moeilijk te begrijpen waarom het boek niet verder dan de AKO-tiplijst heeft mogen komen.

Boven is het stil van Gerbrand Bakker verdient de DebutantenPrijs 2006.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.