elders op recensieweb
Schaduwjury: Een keuze voor het individuele engagement
opiniestuk
Vrouwonvriendelijkheid en vakmanschap
opiniestuk
Libris en Gouden Uil 2009: drie schaduwjury's van start
opiniestuk
Schaduwjury: Tussen vroegwijs en gevestigd meesterschap
opiniestuk
auteur
auteur
auteur
auteur
auteur
Schaduwjury: De Gouden Uil volgens De Kritiek
door Karlijn de Winter, 28 maart 2007
De Gouden Uil is de meest vooraanstaande literaire prijs van Vlaanderen. Daarom is het des te opmerkelijker dat maar twee van de vijf genomineerde titels van de hand van Vlamingen zijn. En dat terwijl de Nederlandse kritiek – na in 2006, te beginnen bij Arjen Fortuin in NRC Handelsblad, en masse de jonge Vlaamse schrijvers te hebben bejubeld – juist een door veelbelovende Vlamingen gedomineerde shortlist verwachtte. Waar zijn Peter Terrin (De bijeneters) en Saskia de Coster (Eeuwige roem) gebleven, bijvoorbeeld? Dimitri Verhulsts De helaasheid der dingen en Tom Lanoye’s Het derde huwelijk zijn daarentegen wel vertegenwoordigd. En de Nederlandse afgevaardigden zijn Remco Campert (Het satijnen hart), Arnon Grunberg (Tirza) en Christiaan Weijts (Art. 285b).
Karlijn de Winter las De Telegraaf, NRC Handelsblad, de Volkskrant, Trouw, Het Financieele Dagblad, Elsevier, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer. Op de Vlaamse media konden we helaas geen beslag leggen, op een enkel artikel van De Tijd na. Op basis van het werk van onze collega’s spreekt ze hier haar verwachtingen uit voor zaterdagavond 31 maart, als de Gouden Uil Literatuurprijs 2007 wordt uitgereikt.
Van de door Nederlanders ‘doodgeknuffelde’ Belgen heeft De helaasheid der dingen volgens Trouw-recensent Rob Schouten ‘nog het meest weg van de oude streekroman en de Brusselmansiaanse pastiche daarop’. De roman over een verlepte jeugd in een Vlaams dorp waar uitzichtloos alcoholisme de boventoon voert is ook in De Volkskrant geplaatst in de reeds lang bestaande traditie van Erwin Mortier, Leo Pleysier en zelfs Hugo Claus. Net als Verhulst roepen zij een provinciaals Vlaanderen op dat afkeer, maar ook nostalgie bij de lezer opwekt. Kun je het daarmee meteen een geslaagd werk noemen? Jona Lendering (Recensieweb) is van mening dat Verhulst meer in zijn mars heeft: ‘De helaasheid der dingen zou een goed boek hebben kunnen zijn als Verhulst zich had kunnen uitleven in de zelfkritiek die bijvoorbeeld zijn korte verhaal “Die zak van een Sinterklaas” op slag tot een moderne klassieker maakte.’
Van heel ander Vlaams allooi is Tom Lanoyes Het derde huwelijk. Het is wereldser, en speelt zich af in het Vlaanderen van nu waarin multiculturalisme, grootstedenproblematiek en de rotsvaste positie van Het Vlaams Belang diep geworteld zijn. Het homoseksuele hoofdpersonage van Het derde huwelijk gaat een schijnhuwelijk aan met de Afrikaanse Tamara om haar België binnen te krijgen. Lanoyes lichte en afstandelijke schrijfstijl maakt deze zware thematiek losjes en dragelijk, is het algemene beeld dat de media schetsen. Bovendien dringt zich geen eenduidige, politiek correcte moraal op uit de roman, want Lanoye zet juist verschillende meningen tegenover elkaar zonder zelf partij te kiezen. Maar echte literatuur levert dit nog niet vanzelfsprekend op. Elsbeth Etty wijt dit in NRC Handelsblad aan het hoofdpersonage: ‘De man kan niet bestaan buiten de door films en video’s aan hem opgedrongen gemeenplaatsen en dus wordt zijn bestaan zélf een gemeenplaats waarvan de beschrijving alleen de flauwe klucht oplevert. (…) Omdat taalgebruik en denkvermogen van zo’n personage bijna per definitie beperkt zijn, gaat de roman onvermijdelijk ten onder aan armzalige krompraat.’
Tirza (Arnon Grunberg) is net als Het derde huwelijk onomstotelijk verbonden met de hedendaagse maatschappij, maar is over het algemeen lovender ontvangen. Over de hele lijn vinden recensenten de roman over een vaderliefde voor een dochter een prachtige weergave van de hedendaagse mens als controlefreak en van Grunbergs visie dat beschaving maar een dun laagje vernis blijkt. De compositie doet volgens de kritiek echter afbreuk aan Tirza. Hoewel Grunberg deze grondig heeft uitgedacht, pakt hij in praktijk te beklemmend uit. ‘Tirza zit zo hecht en hermetisch in elkaar, als een wiskundige formule die de kromming van het heelal verklaart. Dan kun je niet even tussendoor een geintje uithalen, een terzijde erin moffelen, iets ter verpozing, een luchtig moment, een plaspauze,’ aldus Anil Ramdas in NRC Handelsblad. Met hem lijken meer recensenten terug te verlangen naar de meer tomeloze, avontuurlijke Grunberg van (pak ‘m beet) De Joodse messias.
Wie naar zo’n oeverloze literatuur op zoek is, moet overigens al helemaal niet te rade gaan bij Het satijnen hart van Remco Campert. Dat wordt namelijk unaniem beschouwd als een uiterst serieus, rustig voortkabbelend relaas van een oude kunstenaar die terugblikt op zijn leven. Van de vijf nominaties zijn over deze roman de meningen het sterkst verdeeld. Een aantal critici prijzen Camperts stijl (‘beeldend en tactiel’ volgens Juliette van Wersch op Recensieweb, van ‘een prachtige eenvoud’ volgens Het Financieele dagblad) terwijl anderen Het satijnen hart als lusteloos, mat en vlak beoordelen, en clichés ontdekken en veroordelen.
Tussen de sociaal en politiek geëngageerde romans Tirza en Het derde huwelijk en de genomineerde titels die zich minder aantrekken van de tijdgeest van vandaag, De helaasheid der dingen en Het satijnen hart, gaapt een behoorlijke kloof. De jury zal een van beide zijden moeten kiezen. Of toch niet?
Ons resteert nog het debuut Art. 285b van Christiaan Weijts. De roman over een 24-jarige pianist die een chaotisch dubbelleven leidt is doorspekt met tijdloze thema’s (avontuur versus veiligheid, bijvoorbeeld) en gebruikt de geschiedenis van de klassieke muziek als leidmotief. Maar anderzijds karakteriseert de kritiek de roman als onmiskenbaar eenentwintigste-eeuws. Er is een variëteit aan post-9/11-gebeurtenissen verwerkt, en bovendien is het taalgebruik kenmerkend. Bert Zuidhof schrijft hierover op Recensieweb: ‘Sommige gesprekken zijn opgemaakt als een MSN-gesprek en het taalgebruik – vooral dat van Victoria – is doorspekt met 21e-eeuwse slang – veel Engels, véél accenten en mán wat fókking veel tussenwerpsels.’ Hoewel er uit een aantal recensies wel wat minpunten opklonken (zoals de wijsneuzerige ijdelheid die volgens Kees ‘t Hart in De Groene Amsterdammer uit de roman spreekt en de onderschatting van de lezer die soms opspeelt, volgens _Trouw_s Elma Drayer) beoordeelden de meeste critici Art. 285b op zijn minst betrekkelijk positief. Geerten Meijsing bekende in Vrij Nederland zelfs volledig van zijn stuk gebracht te zijn door de roman.
Het zou voor de Gouden Uil-jury wel een erg een gewaagde sprong zijn om alle gevestigde namen uit de nominatielijst opzij te schuiven en een jonge debutant de prijs te gunnen. Maar uit de recensies blijkt dat Art. 285b op vele aspecten vernieuwend is en de roman dwingt bij de kritiek over het algemeen bewondering af. Dit jong talent verdient de prijs, al is het wel ‘nen Hollander’.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



