elders op recensieweb
Literaire kritiek online: selectie, interactiviteit en een springplank voor kwaliteit
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
'Burgerrecensenten' voegen zeker iets toe
opiniestuk
Pijnlijk dat een schrijver zo over zijn lezers spreekt
opiniestuk
opiniestuk
Eén, nee twee boeken, acht recensies elders, heel veel Russen en meningen
opiniestuk
De kritiek moet de concurrentie, maar vooral zichzelf serieus gaan nemen
opiniestuk
Ondertussen in de kerkzaal... ('Wiens gezag?')
opiniestuk
Faint Praise en online recensies
opiniestuk
Mulisch’ vrouwen in 1975. De literaire kritiek destijds
opiniestuk
opiniestuk
Literair overleven met een behang van boeken
opiniestuk
Boekenbijlage Cicero verdwijnt...
opiniestuk
21 april: De ontdekking van de recensent
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
Recensieweb-avond 19 mei - ’t Korte verhaal. Hoe lang nog?
opiniestuk
opiniestuk
Een meesterwerk in drie bedrijven van literaire kritiek
opiniestuk
Ik geloof het niet: Het online democratisch appčl-congres
opiniestuk
De tien geboden van de kritiek en andere discussiepunten
opiniestuk
5 april: Recensieweb live over literaire kritiek online
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 1: De duiding gaat verloren
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 2: de variëteit aan oordelen is groter
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 3: de fulltime criticus en de hobbyist
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 4: met of zonder potlood lezen
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 5: de vragen voor vanavond
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid: literaire kritiek online
opiniestuk
Mijn boek terug!
door Jona Lendering, 16 november 2006
Fictie is om van te genieten, niet om hoogdravende studies aan te wijden. Wie De Drie Musketiers leest kan zich laten meeslepen door het avontuur, kan zich afvragen hoe je een bepaalde passage met behoud van gevoelswaarde kunt vertalen, en kan met een medelezer bomen over de vraag waarom de roman in vredesnaam deze titel heeft gekregen. Daaraan kun je plezier beleven en dat is genoeg.
Deze simpele waarheid heeft in de literatuurwetenschap niet altijd vanzelf gesproken. De zoektocht naar de auteursintentie en dergelijk fraais heeft lang geduurd, misschien – ik weet het niet – omdat je nu eenmaal geen universitaire studierichting meer kunt oprichten als je hebt erkend dat de lezer de baas is, dat er evenveel interpretaties als lezers zijn, en dat er dus weinig intersubjectiefs valt te falsifiëren of corroboreren. Maar inmiddels is de soevereine heerschappij van de lezer een respectabel literatuurtheoretisch uitgangspunt. Zó respectabel zelfs, dat het aforisme dat de schrijver na publicatie zelfmoord zou moeten plegen om niet met zijn eigen interpretatie het leesplezier te bederven, inmiddels mag gelden als het op een na meest afgezaagde cliché uit de literatuurwetenschap – na, uiteraard, ‘il n’y a pas de hors-texte’, waarmee hetzelfde uitgangspunt wordt verwoord.
Het is verbazingwekkend dat literatuurtheoretici zich überhaupt ooit met zaken als auteursintentie hebben beziggehouden. Ruim twee eeuwen geleden realiseerde de theoloog Friedrich Schleiermacher (1768-1834) al dat de door Immanuel Kant (1724-1804) tot stand gebrachte filosofische omslag impliceerde dat de lezer bepaalt wat God in de Bijbel zegt; voor Schleiermacher een netelig relativisme, maar al eeuwen eerder als uitgangspunt genomen door de Joodse farizeeën. De Babylonische talmoed bevat een leuke anekdote (Baba Mezi’a 59B) waarin een stem uit de hemel de interpretatie van een schriftvers geeft, en de rabbi’s repliceren dat God zich erbuiten moet houden. Hij had de Wet gegeven op de Sinaď, en moest Zich niet nu niet meer bemoeien met de uitleg. Eens gegeven bleef gegeven. Veertien eeuwen na de totstandkoming van de talmoed heeft de literatuurwetenschap zich aangesloten bij het standpunt van de rabbi’s dat de lezer vóór de schrijver gaat. De auteur is dood. En dat werd tijd ook.
Maar ach, het uitgeversvak. Boeken zijn niet te verkopen door ze aan te kondigen als ‘een in simpel Nederlands geschreven roman, met een alwetende verteller en een gesloten einde, over de gevolgen van een moord in de bezettingstijd’. Wat wél werkt is het aanprijzen als ‘een roman van Mulisch’ of liever nog ‘de nieuwste Mulisch’.
En daar is de auteur weer.
Dus krijgen we foto’s van de schrijver op de achterflap – alsof de lezer het boek beter, spannender of onderhoudender zal vinden nu de auteur zich tussen hem en de tekst plaatst. Pletter toch op met je foto.
Dus krijgen de auteurs websites als almamathijsen.nl (‘mijn carričretip voor mensen met een mooi hoofd: word schrijver’) of heleenvanroyen.nl (‘ontvang als eerste GRATIS de nietsverhullende naaktfoto’s’) – alsof een boek beter wordt als de schrijfster er lekker uitziet. Erger nog is Jessica Durlacher, die op haar website jessicadurlacher.nl de geautoriseerde samenvatting van haar roman geeft. Mag ik alsjeblieft zelf uitmaken wat ik belangrijk vind?
Dus krijgen we krantenartikelen waarin critici geen roman bespreken, maar ingaan op de wijze waarop Michaël Zeeman zijn Wikipedia-pagina verfraaide en die van Joost Zwagerman saboteerde – alsof het lezer ook maar een zier kan schelen dat Zeeman nooit voor diefstal is veroordeeld of dat de lezer Zes sterren er slechter door zou vinden. Het is totaal irrelevant. So much for the quality of literary criticism.
Kortom, de auteur is al een eeuw of achttien dood, en juist nu de literatuurwetenschap de diagnose beaamt, doen commerciële belangen de zombie uit zijn graf opstaan. Daarmee perken ze de vrijheid van de lezer in. De dames en heren uitgevers worden bedankt.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



