Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Literaire kritiek online: selectie, interactiviteit en een springplank voor kwaliteit

door Willemijn Lindhout, 1 juni 2007

Op 24 mei organiseerde Recensieweb een discussie over literaire kritiek op internet. Onder leiding van Elsbeth Etty (hoogleraar literaire kritiek aan de VU, recensent NRC Handelsblad), gingen Daan Stoffelsen (eindredacteur Recensieweb), Merel Roze (auteur en weblogger), Martijn Boven (hoofdredacteur 8weekly) en Nadja Cohen (redacteur VPRO Boeken) met elkaar in debat over de waarde van literaire kritiek op internet. Het werd een mooie avond, waarin Nadja Cohen zich afvroeg wat nou een goede recensie was, Merel Roze en Nadja Cohen een hoofdelijke telling deden om te zien wie in de zaal recensies las (in de krant en online), Martijn Boven vaststelde dat de lezers van 8weekly helemaal niet op interactiviteit zaten te wachten, Merel Roze een Digg-systeem voor recensies voorstelde maar directe reacties op recensies afwees, Daan Stoffelsen uitlegde waarom hij toch in hemelsnaam Komt een vrouw bij de dokter een goed boek vond en in de clinch ging met een jurylid van de Gouden Doerian en Elsbeth Etty dit alles superieur in goede banen leidde met scherpe vragen en een snufje ironie op z’n tijd. Dat alles, met lichtbeelden (van besproken websites) en discussie over ‘abjecte meuk’.


Het panel: Elsbeth Etty, Daan Stoffelsen, Merel Roze, Martijn Boven en Nadja Cohen.

Dat er behoefte bestaat aan recensies op internet blijkt uit de bezoekersaantallen van 8weekly (100.000 bezoekers per maand) en Recensieweb (30.000 bezoekers per maand). 8weekly bespreekt naast literatuur ook een selectie van films, theater en muziek, terwijl Recensieweb uitsluitend Nederlandse fictie bespreekt en ernaar streeft om daarin volledig te zijn. Op de vraag of de sites elkaar als concurrenten zien, antwoorden beide hoofdredacteuren ontkennend: ‘Wij zien recensies als het begin van een discussie, en daarom plaatsen we ook links naar andere recensies bij onze besprekingen,’ aldus Daan Stoffelsen. Elsbeth Etty ziet de kritiek op internet ook niet als concurrentie voor de krant. ‘Ik zie het juist als een verrijking van het debat. In de krant heb je toch altijd te maken met beperkte ruimte, waardoor je als journalist altijd een selectie moet maken, terwijl je op internet alles kunt bespreken.’

Selectie
Die ruimte benut VPRO Boeken ook, maar niet voor recensies, legt Nadja Cohen uit, meer om de auteurs zelf aan het woord te laten. De site bevat dan ook veel interviews en voorleessessies. Als niet-criticus vraagt ze zich wel af wat een goede recensie maakt. ‘Een goede beschrijving van het boek en een beargumenteerd oordeel,’ legt Daan Stoffelsen kort uit. Elsbeth Etty vraagt door. Want hoe kom je dan aan de mensen om die goede recensies te schrijven? Martijn Boven legt uit dat 8weekly een proefrecensiesysteem hanteert, waarbij recensenten na drie goedgekeurde proefrecensies aan de slag kunnen. Maar ook dan biedt 8weekly begeleiding op zowel inhoudelijk als stilistisch niveau.
En dan maken de redacties ook nog keuzes in de distributie. Belezenheid speelt daarbij een rol. Stoffelsen: ‘We denken dat iemand die haar scriptie over Grunberg geschreven heeft, ook wel iets zinnigs over zijn nieuwe boek kan zeggen.’
Levert die begeleiding geen eenheidsworst op? Boven ontkent dat: ‘Er staan genoeg positieve recensies op onze site van boeken die ik persoonlijk niet waardeer.’ En soms werken de procedures juist omgekeerd. Stoffelsen: ‘Ik heb zelf de nieuwste A.F.Th. van der Heijden besproken, terwijl ik daar, op basis van mijn leeservaring met De Movo-tapes, absoluut geen zin in had.’ Niets nieuws onder de zon, zegt Etty. Bij NRC Handelsblad letten ze ook op expertise, maar even goed laten ze auteurs niet altijd door dezelfde recensent bespreken.
‘Dan zou je steeds maar één en dezelfde mening horen over bijvoorbeeld Cees Nooteboom. Subjectiviteit is inherent aan het werk van een recensent, juist daarom is het belangrijk om verschillende geluiden te horen.’

Interactiviteit
Opmerkelijk is dat geen van de drie sites gebruikmaakt van interactiviteit, hét kenmerk van discussie op internet. Etty verbaast zich: ‘Recensies op internet zijn toch juist het uitgangspunt voor een inhoudelijke literaire discussie?’ De panelleden morren wat dat interactiviteit veel negatieve kanten heeft.
Roze komt met een concreet voorbeeld. ‘Mijn boek is vreselijk afgekraakt op internet. Toen het boek net uit was, stelde iemand op allerlei sites dat mijn boek “vreselijk slecht” was. Dat is overal overgenomen. Later ontving ik een mail van die persoon met een aanvraag voor een leesexemplaar.Ik vroeg waarom. Hij zei: ik wil het nu wel eens lezen.’
‘Het gevaar van interactiviteit is dat mensen op de man spelen, ongemotiveerde scheldpartijen afsteken of juist zinledige opmerkingen maken. “Mooie recensie!” “Ik vond het boek kut,” dat zijn teksten die weinig bijdragen aan recensies,’ voegt Stoffelsen toe.
8weekly hield onlangs een lezersonderzoek waaruit bleek dat de bezoekers van 8weekly geen behoefte hebben aan interactiviteit. Boven concludeert voorzichtig: ‘Mensen hebben daar misschien het geduld niet voor.’
Roze beaamt dat: ‘Tijd voor lange, doorwrochte reacties hebben mensen niet. De reacties op mijn weblog bestaan meestal uit niet meer dan een paar zinnetjes die mensen plaatsen zonder daar lang over na te denken.’ Nee, Roze ziet de toekomst van interactiviteit bij literaire kritiek eerder in een systeem als dat van www.digg.com. Mensen kunnen aangeven hoe goed, leuk of nuttig een tekst, in dit geval een recensie, is, en zo een gids zijn voor andere lezers.
Zo zou het kunnen, want in feite zijn websites als 8weekly en Recensieweb nu gewoon een soort kranten, stelt Stoffelsen. Kranten ja, maar dan met minder geld. Cohen: ‘We zouden bij VPRO Boeken ook wel meer interactiviteit willen, maar je moet dan meer filteren, meer in discussie gaan, en daarvoor hebben we de mankracht gewoon niet.’

Geld
Etty is benieuwd hoe de redacties zichzelf kunnen bedruipen. Daan Stoffelsen vertelt dat Recensieweb de nieuwe site heeft kunnen bekostigen dankzij subsidies van het VSB fonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds. Structurele inkomsten zijn er echter niet. ‘Aanvankelijk dachten we geld te verdienen met de commissie die we ontvangen van bol.com voor ieder boek dat via onze site wordt verkocht. Zij betalen de eerste keer uit zodra je € 25 hebt verdiend.’ Hij laat een betekenisvolle stilte vallen. Het publiek begint te grinniken.
‘Maar als je mensen dan erop wijst dat je door die link Recensieweb steunt? Zou dat niet werken?’ Merel Roze vertelt dat ze haar aankopen wel eens drie dagen later doet, maar met zo’n boodschap sneller zou toehappen.
8weekly plaatst sinds kort Google Ads op haar site. Google Ads? Etty vraagt om uitleg. Roze: ‘Bij een roman over Spanje verschijnt dan een linkje om dat boek te kopen, maar ook een link naar een reisorganisatie. Je kunt je afvragen hoeveel mensen daarop zitten te wachten.’ Boven geeft toe dat het geen groot succes is. ‘Wij verdienen er pas aan als er wordt doorgeklikt, wat niet vaak gebeurt. Maar we kunnen ermee quitte draaien.’
Als sites als 8weekly en Recensieweb financieel op eigen benen willen kunnen staan, dan moeten ze eerder kijken naar een site als cinema.nl, betoogt Boven. ‘Gevestigde media als de Volkskrant of NRC Handelsblad, of de VPRO, zijn veiliger voor adverteerders.’ Stoffelsen: ‘En de autoriteit die ze hebben opgebouwd, hun reputatie van onafhankelijkheid, maakt advertenties acceptabeler voor de lezers.’ Boven vervolgt: ‘Cinema.nl werkt met nevenproducten, ze bieden daar DVD-boxen aan, en dat schijnt goed te werken. Het staat hun journalistieke missie niet in de weg. Ik denk dat dat de weg is die websites als de onze moeten gaan.’
Een ingeving van Roze: ‘En als je mensen nu vraagt om tien eurocent per recensie te betalen? Zouden ze dat doen?’
Beslist schudden de andere panelleden hun hoofden. Daar geloven ze niet in.


De zaal.

Discussie
Na de pauze ontstaat een levendige discussie met de zaal. Zo vindt iemand dat Recensieweb meer een selectie zou moeten maken, nu te weinig een niche zoekt. Op de eerste rij: ‘Zou je niet meer met je sterrentoekenning moeten doen? Wat Recensieweb de beste boeken vindt, dat moet toch prominent zichtbaar zijn?’ Maar Stoffelsen waarschuwt voor de schijn van objectiviteit, het absolute dat sterren uitstralen tegenover de nuance die een tekst biedt. ‘Samen bieden ze een evenwichtig oordeel, dat je niet te veel uit elkaar moet halen.’ Elders in de zaal wordt er doorgegaan op de sterrentoekenning: ‘De mogelijkheid om sterren toe te kennen geeft Recensieweb vijf gradaties van kwaliteit; de meeste websites kennen nog een zesde gradatie toe: het bespreken niet waard.’ Stoffelsen vult aan: ‘Wij bieden je het materiaal om zelf vast te stellen of we dat terecht hebben gedaan. En is de volledigheid die Recensieweb nastreeft geen niche an sich?’
Nu het toch over de manier van lezen van recensies gaat, grijpen Cohen en Roze de kans om een al in de voorbereiding gestelde vraag nu eens aan het publiek te stellen. Wie leest er hier eigenlijk recensies? 95% van de handen gaat omhoog. ‘In de krant of online?’ Roze corrigeert de verwarring snel: ‘Eén hand voor wie ze in de krant leest, twee voor wie online.’ Een meerderheid leest ze in de krant.
Dit moment van omgekeerde interactiviteit wordt al snel gecorrigeerd met een scherpe vraag uit de zaal. Zijn 8weekly en Recensieweb niet bang hun recensenten kwijt te raken aan de traditionele media? Boven erkent dat recensenten vertrekken, maar ziet hier juist een kans weggelegd voor 8weekly: ‘Veel van onze recensenten zien 8weekly juist als springplank voor hun carričre en wij hebben daardoor nooit een gebrek aan recensenten. Sommigen werken inmiddels als freelancer, maar blijven nog steeds stukken bij ons aanbieden.’
Is dat uit idealisme? Of speelt het feit dat je op internet meer woorden kwijt kan? Dat het enthousiasme nog altijd het belangrijkste is, bewijst ten slotte een opmerking van Luuk van Huet, die schrijft voor Recensieweb. ‘Voor mij is het belangrijkste dat ik telkens verrast wordt. Je krijgt een boek opgestuurd, en dat blijkt dan abjecte meuk te zijn. Of iets geniaals. In beide gevallen is het een genot om daarover te schrijven. Daarom doen we het.’

De avond eindigt met meer Moi le voisin (zie ook Walter van den Berg daarover) en uitgebreid napraten. Tevreden gezichten bij panelleden en publiek: kan deze avond zonder opvolging blijven?

Lees er ook over bij De nieuwe reporter (en de eerste reactie online door literatuuro).

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.