Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

De Belgen en hun breinen

door Bart Koubaa, 6 juni 2007

Toen ik het voorstel kreeg om deel te nemen aan het debat van vanavond [deze tekst werd 15 mei 2007 uitgesproken op een avond van de SLAA: ‘Zijn de Belgen beter?’] was ik meteen enthousiast en kwamen spontaan allerhande argumenten in me naar boven die klaar en duidelijk bewezen dat de Belgen inderdaad beter zijn dan de Nederlanders; tot ik besefte dat ik zelf een kwart Nederlands bloed door mijn aders heb stromen. Mijn grootvader, geboren in Ana Paulowna, is daarvan de oorzaak. Waarschijnlijk was het door zijn toedoen dat mijn ouders een caravan in Cadzand hadden en niet in Blankenberge, dat we cassis dronken in plaats van cola en we geen mayonaise maar frietsaus op onze weliswaar Vlaamse frieten kwakten. Ik maak me sterk dat ik de frikandel speciaal in België geïntroduceerd heb; ik zie nog het gezicht van de frietkotuitbater toen ik hem beschreef wat ik precies wilde.

Mijn grootvader was er ook de oorzaak van dat tijdens legendarische voetbalwedstrijden Nederland-België mijn vader een kalmeringspil diende te slikken en dat de televisie op die avonden niet op BRT maar op Nederland 2 stond. Toch was er één dag in de week dat mijn vader altijd de Nederlandse televisie verkoos: zondagavond, VPRO. Ik ben deels opgevoed met Koot en Bie, met Van Dis in de IJsbreker, met eigenzinnige film- en documentaireavonden en tot op heden met het werk van Wim Kayzer; zijn gasten waren mijn leermeesters. Hij is er rechtstreeks de oorzaak van dat ik vandaag meewerk met wiskundigen, cognitieve neurowetenschappers en filosofen aan de neurologische lokalisatie van het geweten en het creatieve centrum. Mijn argumenten voor vanavond zijn zonder twijfel door zijn televisiewerk gekleurd. Op de trein hierheen voegde ik eraan toe dat mijn argumenten ook bepaald worden door wat mij drijft, en door de nachten sinds de geboorte van mijn zoon, vandaag precies vijf weken geleden.

Zijn de Belgen beter?

Ik herinner me de eerste keer dat ik alleen met de trein naar Amsterdam ging. Ik was zestien en arriveerde in het Centraal Station waar ik werd overvallen door de bekende zenuwachtigheid die iedere treinreiziger overvalt als hij in een vreemd station aankomt. Ik volgde de massa naar buiten helemaal tot aan de Dam, waar ze uiteenviel en ik noodgedwongen een keuze diende te maken om mijn doel te bereiken: de vlooienmarkt, waar men voor een appel en een ei een lederen jack en een geel, groen of rood hemd met jarenzeventigkraag kon kopen. Ik hield een fietser tegen en vroeg waar de rommelmarkt was. Hij zei iets in de zin van: ‘Here you take a left, cross the bridges, continue, continue, straight ahead till you can’t go further, than you go right and you will see the market.’ Het Engels was met zo’n zwaar accent uitgesproken dat ik er nauwelijks iets van begreep; ik had trouwens ook geen Engels verwacht: ik was toch in Nederland? Gelukkig kon ik de spartelende hand volgen die zijn uitleg begeleidde en als een haring door de grachten kronkelde tot aan het Waterlooplein. En ook al keerde ik met een kanariegeel hemd terug naar Gent, ik kon uit het voorval alleen maar afleiden dat de Nederlanders anders zijn; afgaande op mijn bloed, ik dus ook een beetje.

Twintig jaar en drie romans later in café De Zwart, waar anders, had ik een discussie met een oudere man over literatuur en Nederland. Hij zei: ‘Maar een hele generatie is grootgebracht met Reve.’ ‘Het is er aan te zien,’ zei ik en de man werd kwaad. ‘Jullie hebben nog geeneens noemenswaardige allochtone schrijvers,’ wierp hij in het midden. Ik zei dat ik Paravion wel een mooi boek vond, maar ongenuanceerd, omdat het suggereert dat de Marokkaanse cultuur meer in Europa zit vastgeroest dan in Marokko, een halve waarheid. ‘De Belgen zijn beter,’ zei ik gekscherend, ‘het staat bij jullie in de krant, maar de Nederlanders winnen alle prijzen.’ Afgaande op mijn bloed acht ik het dus mogelijk ooit genomineerd te worden; winnen is een andere zaak.

Zijn de Belgen beter of zijn de Nederlanders anders?

Laat me naar Wim Kayer terugkeren en mijn passie voor dat intrigerende orgaan: de hersenen.

Ik ga ervan uit dat wij onze hersenen zijn. En dat ieder boek een soort blauwdruk is van wat zich tijdens een bepaalde periode in de hersenen van een schrijver afspeelt. Als de Belgen beter zijn wil dat zeggen dat ze betere hersenen hebben.

Wij zijn niet alleen onze hersenen, wij zijn ook onze omgeving. Als de Belgen beter zijn, wil dat zeggen dat wat ze zien en horen bijvoorbeeld, beter is dan wat Nederlanders te zien en te horen krijgen.

We zijn onze hersenen, we zijn onze omgeving en we zijn onze geschiedenis. Als de Belgen beter zijn, wil dat zeggen dat de genen die ze van hun voorouders hebben meegekregen beter zijn dan die van de Nederlanders. Historisch gezien wil dat zeggen dat het katholicisme, het bijgeloof, vloeken en regen hun van sterkere bouwstenen hebben voorzien dan het protestantisme, tolerantie, verstedelijking en zakelijkheid. Artistiek wil dat zeggen dat het surrealisme, het stripverhaal en de Vlaamse klei meer overlevingskansen bieden dan het Hollandse water, windmolens en Rembrandt. Literair houdt dat in dat Louis Paul Boon en Claus een langere houdbaarheidsdatum hebben dan Reve en Hermans.

Ik heb het gevoel dat de Belgen minder ernstig zijn. Wij komen naar Amsterdam afgezakt om ons te amuseren, niet om te lijden. In wezen maken de Belgen geen onderscheid tussen een experimentele ideeënroman en een karakterroman; de Belgen zijn nieuwe modernisten, zotten die al lachend de waarheid vertellen, ze zijn chaotisch zoals hun huizen die zonder enige vorm van logica over het land verspreid staan en waaraan koterijen vastzitten waarin ze konijnen kweken. De Nederlandse omgeving is misschien meer beredeneerd, gestroomlijnder zoals hun literatuur. Ik ben geneigd te stellen dat Nederlandse schrijvers ernstiger met literatuur omgaan, en ik kan het weten want afgaande op mijn bloed ben ik er één.

Daarom ben ook ik een stuk ernstig en zeg ik u hier vanavond dat wij er ons meestal niet van bewust zijn, en gelukkig zou ik zeggen, dat alles wat we zien en horen een constructie van onze hersenen is. Dat houdt bijvoorbeeld in dat mijn tandarts duidelijk mijn vrouw in onze pasgeboren zoon Ramón Koubaa herkent, terwijl mijn oom zweert dat hij een kloon van mij is.

Nu kunnen we stellen dat hier in dit universum geen twee mensen met precies dezelfde hersenen rondlopen, we zouden kunnen zeggen dat de unieke patronen van iemands brein zijn unieke persoonlijkheid bepalen. Deze verschillen zorgen ervoor dat er mensen zijn die schrijven, en mensen die dat niet doen. Mensen die schrijven verschillen hoofdzakelijk in de manier waarop ze schrijven. Genetisch verschillen Belgische en Nederlandse schrijvers evenveel als ze met Rwandese of Japanse schrijvers verschillen, alleen hun omgeving en hun persoonlijk hersenstructuur maakt hen anders en niet beter. Een goede schrijver is volgens mij iemand die zonder compromissen een vertaling geeft van zijn of haar innerlijke en uiterlijke wereld in zijn of haar persoonlijke taal en sommige Belgen kunnen dat beter dan sommige Nederlanders en vice versa. Ik ga ervan uit dat Vlaams en Nederlands twee verschillende talen zijn; misschien zijn veel Vlaamse schrijvers beeldhouwers die muziek schilderen, terwijl heel wat Nederlandse schrijvers een aardappel een aardappel noemen. Als wij Vlamingen zo zat als een patat zijn dan zijn we poepeloerezat in tegenstelling tot jullie Nederlanders die dan stomdronken zijn, als wij zo zot als een achterdeur zijn, zijn jullie stapelgek. Met andere woorden: wij zitten in de patatten en jullie in de puree; want elke taal, of het nu Vlaams, Nederlands, Japans, Fins of Swahili is, deelt de wereld in categorieën op, maar blijft hoe je het draait of keert ontoereikend om de complexe dagelijkse realiteit weer te geven. Ieder woord is een net waarmee we een cultuur of een individu willen vangen, maar er zitten gaten in onze netten.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.