elders op recensieweb
Literaire kritiek online: selectie, interactiviteit en een springplank voor kwaliteit
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
Pijnlijk dat een schrijver zo over zijn lezers spreekt
opiniestuk
opiniestuk
Eén, nee twee boeken, acht recensies elders, heel veel Russen en meningen
opiniestuk
De kritiek moet de concurrentie, maar vooral zichzelf serieus gaan nemen
opiniestuk
Ondertussen in de kerkzaal... ('Wiens gezag?')
opiniestuk
Faint Praise en online recensies
opiniestuk
Mulisch’ vrouwen in 1975. De literaire kritiek destijds
opiniestuk
opiniestuk
Literair overleven met een behang van boeken
opiniestuk
Boekenbijlage Cicero verdwijnt...
opiniestuk
21 april: De ontdekking van de recensent
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
Recensieweb-avond 19 mei - ’t Korte verhaal. Hoe lang nog?
opiniestuk
opiniestuk
auteur
'Burgerrecensenten' voegen zeker iets toe
door Marieke Withagen, 15 juni 2007
Schrijver Herman Stevens betoogde gisteren [in een opinieartikel in NRC Handelsblad, 12 juni; deze reactie werd 15 juni geplaatst in diezelfde krant] in deze krant dat goede literaire recensies per definitie niet op internet te vinden zijn. Die vrijwilligers die recensiesites als LiterairNederland en Recensieweb volschrijven zijn geen specialisten en hun mening voegt dan ook niets toe. Dat zij puur uit liefde voor de literatuur (en voor een gratis recensie-exemplaar) tijd besteden aan lezen en bespreken van boeken is volgens Stevens allerverdachtst. ‘Alleen een domkop schrijft voor niets,’ besloot hij zijn verbitterde ontboezeming bij monde van de Britse moraalridder Samuel Johnson. Nee, geef Stevens dan ‘de ideale lezer’! Die ‘kent zijn klassieken, houdt de literatuur bij en heeft nog een normale baan ook. Zo iemand gaat geen recensies schrijven’ (sic!).
Natuurlijk voegen de ‘burgerrecensenten’ wel iets toe! Zij hebben in korte tijd een aantal podia gecreëerd waar de liefde voor lezen en literatuur de hoofdrol speelt. De meerwaarde van deze podia is evident: het stimuleert (jonge) mensen tot lezen en tot nadenken over literatuur. Maar bovenal bieden de webrecensenten iets wat de professionele boekbesprekers niet kunnen bieden: een frisse blik. Zonder dat zij weten hoeveel Jan Siebelink als voorschot kreeg voor zijn nieuwe boek, zonder gedetailleerde kennis van het privé-leven van Thomese, bespreken zij puur de boeken die ze onder ogen krijgen. Zij lopen niet al jaren de literaire feestjes af en prikken niet wekelijks een vorkje met de één of andere leuke schrijfster. Het kan hun niets schelen dat Kluun overal wordt neergesabeld. Zij doen lekker waar ze zelf zin in hebben. Dát is hun meerwaarde.
Waarschijnlijk had Stevens liever niet gezien dat de recensies van zijn boeken zo gemakkelijk via Google waren op te vragen. Het is dan inderdaad wel heel snel duidelijk dat de lezers en besprekers van 8Weekly, LiterairNederland en Recensieweb niet echt op zijn boeken zitten te wachten. Al schrijvende naar de krant moet Stevens gedacht hebben, met zijn held Samuel Johnson: ‘The purpose of a writer is to be read, and the criticism which would destroy the power of pleasing must be blown aside.’ Een begrijpelijk streven voor een schrijver, ware het niet dat hij met dergelijk ‘recensenten-bashing’ weinig kan van slagen heeft.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



