elders op recensieweb
Literaire kritiek online: selectie, interactiviteit en een springplank voor kwaliteit
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
'Burgerrecensenten' voegen zeker iets toe
opiniestuk
opiniestuk
Eén, nee twee boeken, acht recensies elders, heel veel Russen en meningen
opiniestuk
De kritiek moet de concurrentie, maar vooral zichzelf serieus gaan nemen
opiniestuk
Ondertussen in de kerkzaal... ('Wiens gezag?')
opiniestuk
Faint Praise en online recensies
opiniestuk
Mulisch’ vrouwen in 1975. De literaire kritiek destijds
opiniestuk
opiniestuk
Literair overleven met een behang van boeken
opiniestuk
Boekenbijlage Cicero verdwijnt...
opiniestuk
21 april: De ontdekking van de recensent
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
Recensieweb-avond 19 mei - ’t Korte verhaal. Hoe lang nog?
opiniestuk
opiniestuk
Een meesterwerk in drie bedrijven van literaire kritiek
opiniestuk
Ik geloof het niet: Het online democratisch appèl-congres
opiniestuk
De tien geboden van de kritiek en andere discussiepunten
opiniestuk
5 april: Recensieweb live over literaire kritiek online
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 1: De duiding gaat verloren
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 2: de variëteit aan oordelen is groter
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 3: de fulltime criticus en de hobbyist
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 4: met of zonder potlood lezen
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 5: de vragen voor vanavond
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid: literaire kritiek online
opiniestuk
auteur
auteur
auteur
auteur
auteur
Pijnlijk dat een schrijver zo over zijn lezers spreekt
door Daan Stoffelsen, 15 juni 2007
Wat voegt online literaire kritiek in hemelsnaam toe aan het literaire debat, vraagt Herman Stevens zich af [in een opinieartikel in NRC Handelsblad, 12 juni; deze reactie werd 15 juni geplaatst in diezelfde krant]. Hij schetst – in een analogie met burgerjournalistiek – een literair Bagdad dat bewoond wordt door ideale lezers (mensen die hun klassiekers kennen en een gewone baan hebben, en geen recensies schrijven), betaalde krantenrecensenten (onze correspondent aan het front) en vrijwillige burgerrecensenten (de onbezoldigde weblogger).
Die laatsten manifesteren zich op internet, en dat, zo betoogt Stevens, doen ze weinig succesvol: de toegevoegde waarde ontbreekt. Het is pijnlijk dat een schrijver zo over zijn lezers spreekt.
In de beperkte wereld die Stevens schetst zijn alleen maar lezers, en iedereen heeft de mogelijkheid zich te uiten over wat hij of zij leest.
Op voorleesavondjes in de provincie, in de krant en online. Samen dragen de lezers bij aan de meningsvorming over literatuur, nemen ze deel aan een grotere discussie. Mij lijkt elke bijdrage daaraan mooi meegenomen.
Juist online manifesteert die discussie zich sterk, want daar is ruimte te over voor die meningen. Ruimte voor volledigheid, voor de ambitie van Recensieweb om alle nieuwe Nederlandse romans, verhalenbundels en novellen te bespreken. Ruimte voor meer recensies, die gemiddeld langer zijn dan die in de kranten. Ruimte voor aandacht en nuance.
Ruimte voor ook de minder bekende boeken en auteurs. Ruimte voor Kluun, ja, en voor A.F.Th., maar ook voor Stevens, voor Boyer, voor Koubaa.
Online is er ook ruimte voor onafhankelijkheid, voor afwijkende meningen. Ruimte voor talent, voor ontwikkeling, voor een frisse kijk. Ruimte voor recensies die door de een te braaf, door de ander te kritisch worden gevonden, of, zoals door Stevens, allebei.
Wil Stevens lezers en schrijvers al die ruimte ontzeggen?
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



