Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Tirza op weg naar een Grand Slam? (NS Publieksprijscorrespondentie)

door Daan Stoffelsen en Eveline Vink, 29 september 2007

Daan Stoffelsen is door een onafhankelijke computer gekozen als kernjurylid voor de NS Publieksprijs. Eindelijk een echte jury, dacht hij, eindelijk echt beslissen, maar nu hij thuis zit met de boeken, blijkt het wel eenzaam te zijn. Om daar een verandering in aan te brengen en om andere mensen aan te sporen ook te stemmen (een belangrijke nevenmissie die de kernjuryleden meekregen), gaat hij nu in gesprek met leden van de publieksjury. Hij spreekt met Eveline Vink over Arnon Grunbergs Tirza.

DS: Advertenties in de landelijke dagbladen riepen het al: Arnon Grunberg kan met Tirza vier literaire prijzen winnen, een Grand Slam. Je was lid van de schaduwjury voor de Librisprijs, die – in tegenstelling tot de echte jury – Grunberg passeerde. Waarom eigenlijk ook weer?

EV: Tirza is pretentieus, schreven we, en dat was de reden dat bij ons een ander boek won. Maar bij mijn collega-juryleden kwam de ondergang van Hofmeester zeker in aanmerking voor de prijs. Ik was minder enthousiast omdat ik het op sommige plekken zo weinig subtiel vond.

DS: Zoals?

EV: Als Hofmeester voor de vijfde keer naar zijn sushi gaat kijken, of opmerkt dat hij de gastheer is en ervoor zorgt dat iedereen het leuk heeft, denk ik: ‘Boodschap ontvangen! Doorgaan graag.’ De dingen die Grunberg tussen de regels vertelt, vindt hij zo belangrijk dat hij het niet kan verkroppen dat sommige lezers het zullen missen. Hij zet het dus maar wat duidelijker aan. (Ik voel me dan een schoolkind dat vijf pagina’s sommen moet doen om de staartdelingen te oefenen die ik de eerste keer al kon.) Precies het ontbreken hiervan vond ik in (ik begin er nog maar eens over) Boven is het stil zo mooi.
Zo’n bloederig einde is bovendien ook niet zo aan mij besteed, maar dat is natuurlijk smaak, en niet iets wat je zonder argumenten mee moet nemen in de beoordeling van een literair werk . Als het aan mij had gelegen was Tirza veertig kilometer verderop gaan wonen, precies geworden wat Hofmeester wilde, en had ze die reis bedacht en dat vriendje opgetrommeld alleen om van haar vader af te komen.

Ik mag je natuurlijk nog niet vragen of je op Tirza gaat stemmen, maar zo ja, wat zou de reden zijn? Wat verheft Tirza voor jou boven de gemiddelde roman?

DS: Ik begrijp je kritiek wel. Grunbergs kunstje is het ongerijmde te herhalen tot een punt waarop het hilarisch wordt of uiterst irritant, en idealiter allebei tegelijk. En soms zelfs schokkend. In Tirza zitten een verkrachting en een moord, en je vraagt je af waar dat in godsnaam voor nodig is.
Dat is denk ik, in godsnaam, nodig om aan te tonen dat het dagelijkse het gruwelijke niet uitsluit, dat iemand een sympathieke huisvader kan zijn én een gestoorde gek. Kijk, dat goede vaders en liefhebbers van klassieke muziek concentratiekampcommandanten kunnen zijn, dat weten we nu wel. Maar een redacteur buitenlandse fictie? Een bewoner van de Van Eeghenstraat?

Op het moment dat Grunberg je een ongemakkelijk gevoel weet te geven is hij geslaagd. Dat is de kwaliteit van zijn werk tot nu toe, zozeer dat ik het bij voorkeur ontweek: al die mislukte mannen maakten me vooral ongelukkig. Wat Tirza nu zijn beste werk en een terechte genomineerde maakt, is het feit dat Grunberg van Hofmeester een mens maakt. Een mens, wat eigenaardig, maar niet gestoord. In dat perspectief zijn zijn daden in Nederland des te gruwelijker en zijn omzwervingen in Afrika des te vertederender.
Grunberg toont aan dat we ons op hetzelfde moment kunnen ergeren, van hem kunnen gruwen en vertederd door hem kunnen raken. Ik vind dat Grunberg wel degelijk subtiel kan zijn, hij speelt in nuances met je ergernis. Heb je je wel met hem kunnen verenigen in het Afrikaanse gedeelte van het boek?

EV: Het deel dat zich in Namibië afspeelt kon me inderdaad meer bekoren. Misschien is het probleem dat ik de gruwelijke Jörgen niet zie, alleen de meelijwekkende man die zijn dagen in de aankomsthal op Schiphol slijt (prachtig vind ik dat! wat een vondst!), en de verstikkende vader die zich met ontstellende overgave vasthoudt aan het laatst overgebleven gezinslid buiten hemzelf, Tirza. De Hofmeester die in staat is tot verkrachting en moord heb ik niet gevonden, daarom stonden die gruweldaden me ook tegen. Niet helemaal geloofwaardig, overbodig.
Je noemt het feit dat Grunberg van Hofmeester een echt mens heeft gemaakt als hoofdreden voor de grootheid van de roman. Toegegeven, Hofmeester heeft zeer veel vorm, en dat maakt hem een mooi hoofdkarakter, maar mogen we dat niet van alle goede literatuur verlangen? Is het veeleisend te verwachten dat alle auteurs hun personages tot echte mensen maken?

DS: De verwachtingen die we hebben van literatuur worden niet altijd ingelost, sterker, meestal niet. En vaak is dat ook helemaal niet erg, valt er te genieten zonder full characters. Ik weet niet of Hofmeester dat uiteindelijk ook geworden is, ik denk dat hij, door Grunbergs herhalingen, toch nog wel iets karikaturaals houdt. (Hoe menselijk ik ook iemand vind die ik net als mijzelf niet met een kettingzaag zou vertrouwen.) Misschien is hij niet veel meer dan een verzameling grappen, grappen die je kunt waarderen en waar je je aan kan ergeren in een mate die je beoordeling van het personage beïnvloedt.

Ik kan die grappen wel waarderen.

Ik wil er overigens wel bij aantekenen dat je je kunt afvragen in hoeverre ons beeld van wie dan ook, fictief of niet, niet bestaat uit een verzameling van grappen, grillen en al dan niet correct toegekende eigenschappen. Maar dat is een geheel ander verhaal.

Concluderend: Tirza is geen gedroomde winnaar wat jou betreft. Maar naar welk boek gaat jouw gunst dan?

EV: Hofmeester irriteert me, zoveel lijkt me inmiddels duidelijk. Op zich is dat inderdaad
een plus voor Grunberg, want hij doet iets met me. Hofmeesters karakter irriteert (ik zat ‘Man, doe wat!’ te snauwen met het boek op schoot, onschuldige huisgenoten maakten zich uit de voeten), niet zozeer de karaktertekening. Karikatuur? Ik denk niet dat het gat tussen Jörgens destructieve handelingen en zijn persoonlijkheid zoals zich dat in mijn hoofd gevormd heeft, betekent dat die vorming volledig mis is.

Een boek met een irritante hoofdpersoon kan twee kanten uit. Publieke werken van Rosenboom biedt twee voorbeelden van waarlijk tergende karakters, zonder dat het verhaal tergend werd. Knielen op een bed violen van Jan Siebelink is, recenter, nog zo’n voorbeeld. De hoofdpersoon was vreselijk, maar het boek verrukkelijk. Bij Tirza irriteert Hofmeester, maar Grunberg ook. Hij beleert, tergt, en kijkt uit de hoogte toe of zijn lezers hem wel allemaal begrijpen. Grunberg zou zijn publiek wat meer credit moeten geven.

Tirza is dus niet mijn winnaar, mijn keuze zou gaan tussen Het zijn net mensen en De Wandelaar.
Maar, eerlijkheidshalve, ik heb niet alles gelezen. Misschien is Close-up wel een
meesterwerkje. Succes met de keuze!

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.