Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Geboeid tegen wil en dank (NS Publieksprijscorrespondentie: Het laatste offer)

door Nicole Bauritius en Daan Stoffelsen, 1 oktober 2007

NS Publieksprijs-kernjurylid Daan Stoffelsen verdrijft de eenzaamheid met correspondenties en gesprekken over de genomineerde boeken. Wat vinden publieksjuryleden van de boeken? Nicole Bauritius was eerder laaiend enthousiast over Simone van der Vlugts Schaduwzuster en las nu ook Het laatste offer. De mailcorrespondentie komt al snel in mineur.

Daan,

Ik weet niet of het verstandig is dat ik je schrijf, maar ik heb iets ontdekt… Ik ben een geheim genootschap van schrijvers op het spoor. Dit genootschap heeft zich ten doel gesteld om de mensheid via zogenaamd fictieve boeken langzaam klaar te maken voor een grote omslag in het historische denken. Na de geschiedenis van de winnaars, die de wetenschap eeuwenlang naar hun hand gezet hebben, is het nu tijd voor de geschiedenis van de verliezers. De vergeten verhalen, de weggehoonde hypothesen, die moeten in deze eeuw een plek gaan krijgen om zo de antwoorden op onopgeloste mysteries te hervinden. Ik heb Harry Mulisch kunnen identificeren als grootmeester, en Dan Brown en Simone van der Vlugt als leden. Uit geheime geschriften blijkt dat het genootschap zich het Sint Antoniusgenootschap noemt. Weet je waarbij de katholieken vroeger Sint Antonius te hulp riepen? Voor het vinden van zoekgeraakte spullen! Mulisch localiseerde de stenten tafelen, Brown de Heilige Graal en Van der Vlugt nu de Ark des Verbonds. Wist je dat op de plek van de Oosterkerk in haar geboorteplaats Hoorn tot 1483 een houten kapel gestaan heeft? Deze kapel was gebouwd ter verering van, precies, de heilige Sint Antonius… Enkeltje Hoorn dan maar?

Ofwel: ik was nogal teleurgesteld, zeker na jouw opmerking dat Van der Vlugt zelf zo blij is met het boek. Van der Vlugt heeft zichzelf zeker overtroffen qua research, maar waar Schaduwzuster zich afspeelde in een herkenbaar nu (een VMBO-school in Rotterdam), bestaat dit boek uit een wilde rondreis van land naar land. In Schaduwzuster vergrootte ze kleine, alledaagse angsten uit (bijvoorbeeld het onprettige gevoel dat je kunt hebben als je alleen in een donker huis bent), in Het Laatste Offer worden hoofdpersonen Birgit en Jef als een dolle achterna gezeten door een gemene achtervolger.

Steeds weten ze hem net op tijd af te schudden, maar altijd weet hij hen weer te vinden. Een normaal mens zou naar de politie stappen of de vermeende boef (in ruim gezelschap) vragen wat zijn bedoeling is, maar niets daarvan. De nuchterheid is geheel verdwenen uit dit boek.

Onderhoudend boek wel hoor, daar niet van. Wat vind jij?

Groet, Nicole.

Ha Nicole,

Laten we naar Hoorn gaan! Tja, Het laatste offer is inderdaad meer een avonturenroman dan een psychologische thriller, en elke alledaagsheid wordt opzij geschoven voor de spanning. Er is wel een verschil, vind ik overigens, met de queesten van Mulisch’ Quinten en Browns Langdon. Jef en Birgit zijn niet op zoek naar de ark. Jef wil zijn vader, de archeoloog die op zoek naar de ark was, vinden, en Birgit heeft nog nooit gevlogen en heeft toch wat dagen vrij. En ze worstelt met haar relatie met haar familie. De hele complottheorie vinden ze wel spannend, maar eigenlijk is het maar bijzaak.

Op die manier zet Van der Vlugt haar medeleden van het Sint Antoniusgezelschap wel een beetje in de kou. Eigenlijk is het heel Nederlands, zoals Birgit niet denkt aan de schatten die ze zullen vinden, maar aan het feit dat ze haar adem niet lang kan inhouden onder water, of hoe ze kan genieten van een douche. En tegelijk is dat ook wat teleurstelt aan deze variant van de queeste: de hoofdpersonen geloven er niet in. Hoe moet je dat als lezer dan nog doen?

Ik denk dat Jona’s Handleiding voor een bestseller te laat is gekomen voor Het laatste offer. Ja, Van der Vlugt verwerkt een feministisch element (Jona’s regel 5), door van de hoofdpersoon een vrouw te maken, maar tja, als dat dan meteen de sufferd is (regel 8)?
Nu ja, er zijn wel meer regels waartegen Van der Vlugt ingaat, maar het is ook een lastig genre waar ze zich in waagt: het onbekende (mysterie) en het vertrouwde (cliché), het complexe en het simpele moeten samen kunnen gaan.

Iets geheel anders: ik heb me bijzonder zitten ergeren aan het feit dat er constant een onvoltooid tegenwoordige tijd gebruikt werd, dat hijgerige, dat niet-retrospectieve. Zat dat ook in Schaduwzuster? Zou het bij het genre horen? En hoe heet dat genre dan? Toch niet de literaire thriller?

Hartelijke groet,
Daan.

Hoi Daan,

Jona’s to-do-lijst voor een bestseller doornemend kom ik op veel punten die Het laatste offer niet heeft, ik heb zelf punt 11 erg gemist: meerdere plotlijnen en een wisselend perspectief. Het wisselende perspectief zorgde in de Da Vinci code (én in Schaduwzuster) juist voor spanning. Maar goed, dat geeft maar aan dat het toch echt een ánder boek is dan dat van Brown. Een aantal punten die mij, los van dat soort vergelijkingen, opgevallen zijn, zijn Birgits zorgenloosheid over haar baan en geld. De zeer beschermd opgevoede Birgit maakt zich geen moment meer druk over haar baan op het makelaarskantoor en het feit dat ze sleutels achterover gedrukt heeft. Deze sleutels verdwijnen ook in het boek; bij thuiskomst wordt er met geen woord meer over gerept. Verder kan het natuurlijk heel goed dat Birgit toevallig veel geld heeft, maar voor iemand die plotseling voor het eerst op reis gaat wordt het geld wel gedachteloos uitgeven. Er wordt vrijuit gewinkeld op Schiphol, er wordt eens een nachtje Hilton geboekt, en een aansluitende vlucht naar Frankrijk. Deze zorgeloosheid past niet bij het personage dat Birgit verder is.

Ik heb me niet bewust geërgerd aan het gebruik van onvoltooid tegenwoordige tijd. En is het een literaire thriller? Bestaat dat genre wel? Je wees me ter voorbereiding van deze correspondentie op een discussie over hoe literair een literaire roman is, en of een uitgever maar alles op de kaft kan zetten. Ik merk dat in mijn recensies die al dan niet juiste omschrijving op het omslag van het boek wel een stokpaardje begint te worden. Het zou niet uit moeten maken, het gaat immers om de inhoud, maar het omslag kan wel verkeerde verwachtingen wekken. Is het erg als er ‘psychologische thriller’ op het omslag staat, terwijl het ‘romantisch drama’ had moeten zijn? JA, want als het boek daardoor veel gekocht wordt door absolute thrillerfans, zullen zij het teleurgesteld wegleggen en negatief beoordelen. De korte-termijnwinst (hogere verkoop van een populair genre) leidt zo tot een slechte naam voor de schrijver. Het is toch ook niet fijn als je in de supermarkt een blik lichtgebonden tomatensoep denkt te kopen, maar bij opening rijkgevulde erwtensoep aantreft?

Hoe meer ik over het boek nadenk hoe meer ik mij er aan kan ergeren. Ik werd ook helemaal niet meegesleept door het ‘liefdesverhaal’ in het boek. Leuk voor Jef en Birgit, maar verder niet echt boeiend. Daarom (naast het tijdgebruik) alvast een volgende vraag: wat vinden we wél goed aan dit boek?

Nicole

p.s. Nog iets wat mij te binnen schoot over dat Jef en Birgit er zelf niet in geloven:als iemand hen op een gegeven moment uitlegt wat de theorie van Nicolaas is, dan is hun reactie ongeloof en scepsis, ‘maar nou ja, als hij dat geloofde moeten we er maar achteraan’. Nou ja!

Ha Nicole,

Inderdaad, wat vinden we er wel goed aan? Ik heb me dus regelmatig geërgerd aan de stijl, aan de vlakke karaktertekening en de eigenaardige bejegening van wetenschap (‘De afwezigheid van bewijs is nog geen bewijs van afwezigheid,’ zegt een ‘archeologe’ om het gebruik van supergeleiders bij de vroege Egyptenaren als feit te presenteren), maar even vaak las ik eroverheen, wilde ik weten wat er nu zou gebeuren, liet ik me toch meeslepen, las het boek ineens als een trein. Wat is dat toch?

Misschien is het het heen-en-weer-gereis, het jachtige ingaan op elke mogelijke aanwijzing (en elk spoor blijkt direct het juiste, nog zo’n onrealistisch element aan Het laatste offer) en daar dan weer levensgevaar lopen, elk moment kan het rustige leventje van Birgit en Jef (wat, laten we eerlijk zijn, eigenlijk alleen uit vrijen, douchen en eten zou bestaan als Jefs vader niet kwijt was en ze geen moordenaar achter zich aan hadden) weer ontsporen. Komt die fictieve adrenaline van de pagina’s af? Word ik zelf ook nieuwsgierig?

Ik vind het lastig te duiden; als ik het probeer te analyseren zie ik alleen de gebreken van het boek, en niet de oorzaken van deze positieve beweging. Het is een soort geboeidheid tegen wil en dank. Misschien moet ik meer spannende boeken lezen om het te begrijpen. Wat is jouw verklaring? Of werd jij helemaal niet gegrepen door het boek?

Tot wedermails, groet,
Daan.

Hoi Daan!

Ik had dat inderdaad ook, het boek bleef onweerstaanbaar trekken tot het uit was. Maar waarom inderdaad… Die hele vermissing van Nicolaas heeft mij geen moment kunnen boeien. Rot voor Jef, maar ik had toch niet verwacht dat Nicolaas nog boven water zou komen; het personage leefde vanaf het begin af aan niet voor mij. Ik denk dat het toch de historische raadselen waren die mij boeiden: als het in drie pagina’s in de Kijk had gestaan had ik het met zeker zoveel interesse gelezen.
Doordat de informatie zo verspreid is over een heel boek, moest ik nu toch alles lezen.
Dan helpt het juist ook wel dat Jef en Birgit zo oppervlakkig zijn neergezet: ze storen niet en lezen makkelijk weg tot het volgende historische weetje. Zo beschouwd blijft er weinig van het boek over: het verspreiden van spannende, historische informatie is dan alleen maar een trucje dat het doorlezen bevordert.

Ik begin wat uitgepraat te raken over het boek: ik heb de neiging om te blijven hangen in het opdissen van nog meer ergenisjes.

Groetjes, Nicole

Ha Nicole,

Analyse doet Het laatste offer inderdaad weinig goed, laten we ons daarom maar beperken tot de vaststelling dat we lekker hebben gelezen en ons lekker hebben geërgerd en voortgaan. Wie moet dan de NS Publieksprijs winnen? Wat zou jij stemmen als jij in mijn schoenen stond?

Ik ben benieuwd,
Groet,
Daan.

Hoi!

Wie moet er winnen? Ik heb even gekeken naar de genomineerden en ik heb verder alleen Tirza en Het zijn net mensen gelezen van het rijtje. Tirza is een goed boek, maar om Grunberg nou nogmaals te belonen voor een kunstje dat we al eerder gezien hebben lijkt mij niet nodig. Ik vond het ook geen leuk boek, waarmee ik bedoel dat ik er geen plezier aan had om het te lezen. (De ruzies waren mij bijvoorbeeld te indringend, wat des te meer aangeeft hoe goed en beeldend het beschreven was.) Het zijn net mensen is geen roman, maar een ooggetuigenverslag en een analyse; een beetje een vreemde eend in de bijt. Als ik tussen de drie boeken die ik gelezen heb moet kiezen, dan ga ik zonder meer voor Luyendijk. Het is vlot geschreven met humor en zelfspot, en het is een boek met een boodschap. Het laat zien hoe media ‘frameworks’ vormen, denkkaders, en hoe wij daar ons beeld door laten beïnvloeden. Het boek daagt je uit om uit die denkkaders te stappen. Hoe meer mensen dit boek lezen, hoe beter!

Nicole

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.