Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Omissies en miskleunen op toplijst AKO Literatuurprijs

door Marga Akerboom, Myrthe Blokpoel, Nelienke van Eijsden, Hannah Ester, Anne Flint, Joan Gebraad, Bob Hopman, Joost Karsten, Lars Kroon, Marleen Louter, Mabel Mauritz, Mia Oosthuizen, Jaroslav Paták, Jana Poláková, Liesbeth Schulpé, Bram Vingerling, Maaike Van de Voorde en Inna Yoo, 22 oktober 2007

De studenten literaire kritiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam hebben voor het derde achtereenvolgende jaar als schaduwjury voor de AKO-literatuurprijs gefungeerd. Onder leiding van Elsbeth Etty recenseerden zij 21 van de 25 titels die door de echte jury op de ‘tiplijst’ werden geplaatst. Wegens gebrek aan menskracht zijn Benno Barnards essaybundel Dichters van het avondland, Slagschaduw van David Reybroeck en In het huis van de herinnering van de historicus H.W. von der Dunk niet beoordeeld. De roman De veilingmeester van Walter van den Broeck is wel gelezen en bediscussieerd maar niet gerecenseerd.

Kort nadat de AKO-jury op 28 augustus haar ‘tiplijst’ publiceerde zijn wij de daarop geplaatste titels (ons gratis ter beschikking gesteld door de uitgevers – waarvoor dank) gaan lezen. We hebben de boeken gerecenseerd en bediscussieerd. Op basis van deze recensies en discussies zijn we tot een kritische beoordeling van de tiplijst gekomen en hebben we uit de 25 titels onze ideale ‘toplijst’ van zes boeken gedestilleerd. Ten slotte hebben we gepoogd te voorspellen wie de winnaar wordt, zonder daarover overigens unanimiteit te bereiken.

Een tiplijst van kanonnen
Dat de tiplijst het maximale aantal van 25 titels van fictie- en non-fictieboeken bevatte verbaasde ons niet, gezien het overweldigende literaire aanbod. Alle ‘kanonnen’ die het afgelopen jaar een literair werk hebben gepubliceerd waren vertegenwoordigd, zoals Adriaan van Dis, Marjolijn Februari, Arnon Grunberg, Hella S. Haasse, Mensje van Keulen, Tom Lanoye, Willem G. van Maanen, Marcel Möring, Erwin Mortier, Leo Pleysier, Connie Palmen en de vorig jaar ook al genomineerde Vlaming Dimitri Verhulst. Van de minder bekende auteurs op deze lijst, zoals Willem van den Brink en Patricia de Groot, hebben we de boeken (in de hoop op nieuwe ontdekkingen) met grote belangstelling gelezen, maar te licht bevonden voor de toplijst.
Aan de vijf non-fictietitels (zes, als we Atte Jongstra’s De avonturen van Henry II Fix ook tot dit genre rekenen) viel ons op dat ze niet allemaal voldoen aan het criterium ‘literaire non-fictie’, dat wil zeggen dat een boek niet alleen inhoudelijk interessant moet zijn, maar dat de auteur ervan gebruik maakt van literaire taal en technieken. Met name het lezenswaardige populair-wetenschappelijke werk over hersenziektes, Ontregelde geesten, van Douwe Draaisma, voldeed niet aan deze vereisten.

De boeken, alfabetisch
Bernlef heeft met Op slot weer een mooie, maar misschien wat al te ‘sluitende’ roman over eenzaamheid afgeleverd. Een boek met een boodschap, maar het verhaal beklijft niet omdat het ‘te gewoon’ is en urgentie mist. Willem Brinkmans Dagen op aarde over een onderzoeker die een Godsbewijs wil vinden, begint veelbelovend. Helaas slaagt de enige debutant op de tiplijst er niet in de lezer tot het einde toe te boeien. De empathie die je aan het begin voelt met de hoofdpersoon verdampt te snel. De veilingmeester van Walter van den Broeck is beslist niet slecht maar komt door het weinig overtuigende verhaal en het geforceerde taalgebruik van de personages niet in aanmerking voor een nominatie.
De wandelaar waarin Adriaan van Dis opnieuw zijn schrijverstalent bewijst, ontleent zijn charme aan de herkenbaarheid van de zich machteloos voelende hoofdpersoon Mulder (het alter ego van de schrijver) die als rijke weldoener in Parijs illegalen probeert te helpen. Vooral de zintuiglijke stijl van Van Dis roept bewondering op. Een vergelijkbaar engagement als dat van Van Dis spreekt uit De literaire kring van Marjolijn Februari. Op het eerste gezicht lijk je een clichématige damesroman in handen te hebben tot het verhaal over een stel dorpsnotabelen zich ontpopt als een veelzijdige roman vol serieuze maatschappijkritiek en goed gedoseerde humor. Bijzonder is dat deze in een tamelijk traditionele stijl geschreven roman gebaseerd is op een waar gebeurd ‘schandaal in Holland’. Vooral in de monologen van journalist Victor schemeren de meningen van de columniste, die Februari ook is, door.
Van een geheel andere orde is de experimentele roman Derde, het derde literaire werk van Patricia de Groot, een speels boek dat meer ruimte biedt aan fris taalgebruik dan aan de brandende vragen die het oproept. Te oppervlakkig om voor een nominatie in aanmerking te komen. Oppervlakkigheid is een eigenschap die Arnon Grunberg niet valt te verwijten. Zijn Tirza werd al bekroond met de Gouden Uil en de Libris Literatuurprijs, wat volgens ons geen reden is om dit meesterwerk de AKO-literatuurprijs te laten ontgaan. In Tirza legt Grunberg ongegeneerd bloot wat er met de westerse maatschappij mis is. De kracht van het boek is vooral dat het zich niet beperkt tot het beschrijven van ‘de ziekte van de blanke middenklasse’ maar er ook de gevolgen van toont.
Het tuinhuis, een bundel verhalen van Hella S. Haasse leek ons aanvankelijk niet voor een nominatie in aanmerking te komen. Niet alleen omdat het hier voor een groot deel ‘oud’, namelijk eerder gepubliceerd werk, betreft, maar vooral omdat de zeven verhalen op het eerste gezicht een weinig vernieuwende indruk maakten. Grondige lezing van Het tuinhuis deed ons van gedachten veranderen. Uit deze bundeling blijkt dat Haasses korte verhalen in menig opzicht haar romans overtreffen. Stuk voor stuk zijn het knappe staaltjes van structuur, taalgebruik en verteltechniek. Het schervengericht, onderdeel van A.F.Th. van der Heijdens romancyclus Homo Duplex was met zijn ruim duizend pagina’s een hele kluif voor de jury die niettemin oordeelde dat het hier om een prettig leesbare en interessante roman gaat waarbij de omvang geen belemmering vormt. Het schervengericht geeft een geloofwaardig inzicht in de mogelijke motieven die zich onder de opvattingen van de hippie goeroe Charles Manson bevinden en in het verdriet van Remo, een personage dat is geënt op filmregisseur Roman Polanski. De roman biedt stof tot nadenken over thema’s als identiteit en toeval.
Over De avonturen van Henry II Fix van Atte Jongstra, een verhaal over een fictieve tijdgenoot van Rhijnvis Feith (die ook in het boek figureert) konden wij moeilijk tot een oordeel komen. Kort na de publicatie van de tiplijst werd bekend dat Jongstra grote delen van zijn roman heeft overgenomen uit achttiende- en negentiende-eeuwse geschriften, wat ons deed belanden in discussies over de grenzen van originaliteit en plagiaat. Te omstreden, dit boek, voor een nominatie, volgens ons.
De laatste gasten van Mensje van Keulen is een knappe roman waarin de onderhuidse spanningen die zich ophopen in een gezelschap kunstenaar boeiend worden beschreven. Vooral in sfeertekening en karakterisering van personages is Van Keulen sterk, maar vergeleken bij andere titels op de tiplijst schiet De laatste gasten tekort in originaliteit en lef.
Lef en originaliteit kunnen de Vlaamse auteur Tom Lanoye niet worden ontzegd. Zijn roman Het derde huwelijk over de ontslagen locatiescout Maarten Seebregs die een schijnhuwelijk aangaat met een Afrikaanse asielzoekster is een filmische roman die een geslaagde mix bevat van eenvoud, ontroering en humor.
De grote verrassing op de tiplijst was de roman Heb lief en zie niet om van de bij ons relatief onbekende Willem G. van Maanen. Dit in de Tweede Wereldoorlog spelende ingenieus gecomponeerde tweeluik over ‘schuld’ is niet minder dan een taalkunstwerk. Daarbij vergeleken viel de als ‘meesterproef’ bedoelde roman Dis waar Marcel Möring tien jaar aan werkte, zwaar tegen. Het boek is één en al verwijzing naar andere boeken en stijlen, van de Bijbel tot Dantes Inferno, en van Joyce’s Ulysses tot Van Ostaijens modernistische poëzie, maar het verhaal over de stad Assen, die vergeleken wordt met de hel overtuigt niet.
Erwin Mortiers Avonden op het landgoed over de ontmoetingen van deze Vlaamse schrijver met Gerard Reve vonden wij wegens gebrek aan gewicht niet op de tiplijst thuishoren en met de sleutelroman Lucifer van Connie Palmen hadden wij eveneens moeite. Weliswaar was er waardering voor de stilistische kwaliteiten van deze fictieve documentaire gebaseerd op het leven van de componist Peter Schat, maar voor lezers die niet zijn ingevoerd in het beschreven kunstenaarsmilieu biedt Lucifer weinig houvast. Ook over Leo Pleysiers De Latino’s was ons oordeel negatief. De opzet van de auteur om de lezer te laten lachen om zijn leedvermaak ten aanzien van naïeve idealisten slaagt niet. Zijn mix van cynisme, sarcasme en ironie is niet scherp genoeg. De Latino’s raakt de lezer nauwelijks. Dat laatste kan weer niet gezegd worden van de gevoelige novelle Mevrouw Verona daalt de heuvel af van Dimitri Verhulst, die vooral in de anekdotiek en het typeren van personen bij vlagen prachtig is. Voor een nominatie komt dit boek echter niet in aanmerking, daarvoor ontbreekt te veel de samenhang tussen de verschillende miniatuurtjes die Verhulst schetst – hij is vergeten ze samen te smeden tot één groot kunstwerk.
De tiplijst eindigt met drie onvergelijkbare non-fictiewerken, waarvan Van alle dingen los, de voortreffelijke biografie van de dichter J.C. Bloem door Bart Slijper er uit sprong. Als wij een non-fictieboek zouden nomineren, dan kwam dit levensverhaal van de dichter van het doodsverlangen als eerste in aanmerking. Frank Westermans Ararat waardeerden we om zijn inhoud (religie, wetenschap en twijfel tijdens een tocht over de heilige berg Ararat), maar bevat ook veel zwakke kanten. Voor Joost Zwagermans Transito ten slotte hadden wij weinig goede woorden over. Bij de keuze van zijn onderwerpen is willekeur troef, inhoudelijk bevredigen de essays niet en Zwagermans stijl is meer populair columnistisch dan essayistisch te noemen.

De beste zes: wel vrouwen, geen non-fictie
Twee dagen voordat de officiële AKO-jury op 19 september haar toplijst 2007 van zes titels publiceerde, stelden wij onze schaduwtoplijst vast, die er, in alfabetische volgorde, zo uitziet:

Marjolijn Februari, De literaire kring
Arnon Grunberg, Tirza
Hella S. Haasse, Het tuinhuis
A.F.Th. van der Heijden, Het schervengericht
Tom Lanoye, Het derde huwelijk
Willem G. van Maanen, Heb lief en zie niet om

Drie titels, Tirza, Het schervengericht en Heb lief en zie niet om figureren in onze ogen terecht op de officiële toplijst. Voor de overige drie titels van de AKO-toplijst: Dimitri Verhulsts Mevrouw Verona daalt de heuvel af, Frank Westermans Ararat en Joost Zwagermans Transito kunnen wij geen enkel begrip opbrengen. Als er dan per se nonfictie op de toplijst moest, had de Bloembiografie van Bart Slijper onze voorkeur gehad boven het matige Ararat en de ondermaatse essays van Zwagerman.
Dat De literaire kring van Marjolijn Februari en Het tuinhuis van Hella S. Haasse zijn gepasseerd, beschouwen wij als onvergeeflijke omissies. Het begint er op te lijken dat critici die klagen over discriminatie van vrouwelijke auteurs bij literaire prijzen gelijk hebben. Wij vinden niet dat Februari en Haasse een plaats op de toplijst verdienen omdat zij vrouwen zijn, maar omdat De literaire kring en Het tuinhuis zich kunnen meten met de beste boeken van manlijke auteurs die het afgelopen jaar zijn verschenen. De keuze voor de fragmentarische novelle Mevrouw Verona daalt de heuvel af boven voldragen romans als Het derde huwelijk van Tom Lanoye en De wandelaar van Adriaan van Dis is bovendien een ernstige miskleun.

Op grond van onze leeservaringen en discussies voorspellen wij dat de winnaar van de AKO-literatuurprijs 2007 iemand is die zowel op onze als op de officiële AKO-toplijst staat. De voorkeur van de meerderheid van de schaduwjury gaat uit naar Tirza van Arnon Grunberg, een aanzienlijke minderheid opteert voor Willem G. van Maanens Heb lief en zie niet om.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.