Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Debutant zoekt lezers

door Eveline Vink, 10 december 2007

Twee kleine tafeltjes met daarachter zes van die ongemakkelijke houten kroegstoeltjes. Eén microfoon die bij sommige sprekers toch niet echt nodig was, één discussieleider, en ongeveer 35 man publiek. In Café De Doffer vond donderdagavond 29 november een debat plaats over debutanten en literaire kritiek. Debutanten waren er, en kritiek was er ook.

De zes stoeltjes werden bezet door (vlnr) Daan Stoffelsen, Elsbeth Etty, Christiaan Weijts, Aliefka Bijlsma, Paul Sebes en Pauline Slot. Slot zit dit jaar in de jury van de Debutantenprijs en reageert als eerste op de stelling ‘De Debutantenprijs is overbodig’: ‘De Debutantenprijs is niet overbodig. Er komt ongelofelijk veel uit, in de ongeveer vijftien maanden die deze debutantenprijs bestreek kwamen er zo’n 170 debuten uit. Daar zitten titels tussen als Tieske, een minkukeltje uit de Peel of 38 1/2, 1 man & 2 minnaars, boeken waarin iemand zijn leven opschrijft. Dat is leuk voor die persoon en zijn omgeving, maar geen literatuur die iedereen moet lezen. Het is dus fijn dat iemand een selectie maakt.’
Etty heeft als jurylid en hoogleraar Literaire kritiek ook ervaring met de prijs: ‘Ik heb mijn studenten de Debutantenprijs laten schaduwjureren, maar het jaar erop, toen ik ook in de jury van de AKO Literatuurprijs kwam, liet ik ze met genoegen de twintig beste boeken lezen Als ze moeten leren recenseren is het wel fijn dat ze eerst wat goeds te bespreken krijgen, bij de debutantenlonglist had ik soms wel medelijden met ze.’

Selectie wordt niet alleen door de Debutantenprijs gemaakt, maar ook door bijvoorbeeld de kranten, die lang niet alle debuten bespreken. Etty: ‘Als een boek heel goed is, wil je erover schrijven. Als een boek van een gevestigde auteur heel slecht is, moet je erover schrijven. Maar als er een debuut van een totaal onbekend persoon is, en je schrijft er een hele slechte recensie over, is niemand daar bij gebaat. De lezer niet, maar die beginnende auteur ook niet!’
Bijlsma is het daar niet mee eens. ‘Niets is erger dan genegeerd worden. In elk boek kun je wel iets goeds en iets slechts vinden. Waarom kunnen kranten niet een piepklein kadertje reserveren om eens in de week een paar debuten te noemen? Een debutant heeft nog geen lezers, maar voor elk boek is een publiek.’ De kritiek zou meer haar best moeten doen om de goede dingen uit elk debuut naar voren te brengen, zodat het zijn weg naar de juiste lezer kan vinden.

Weijts lijkt dat niet zo nodig. ‘Als het een goed boek is, komt het vanzelf wel, toch?’ Er komen, wat hem betreft, veel te veel debuten uit. ‘Er zijn gewoon een heleboel mensen die niet willen schrijven, maar die schrijver willen zijn. Hip en beroemd worden, wat je vroeger deed door in een gitaarbandje te gaan, doe je nu door schrijver te zijn. Maar de echte schrijvers, die liggen ’s nachts wakker omdat die bepaalde zin maar niet perfect wil worden, die hebben toch niks te maken met al die toestanden eromheen?’

Bijlsma windt zich wél op over de toestanden eromheen (‘Maar ik lig ook ’s nachts wakker hoor!’), zoals bijvoorbeeld online recensies. ‘Vaak beseft de recensent niet dat als je een boek googelt, die recensies altijd bovenaan de lijst komen te staan, ook jaren later nog, voor altijd blijft jouw oordeel te lezen. Dat is een hele grote verantwoordelijkheid, het is belangrijk dat online recensenten zich dat wel realiseren.’

Recensieweb streeft ernaar om, in tegenstelling tot de kranten, wel alle nieuwe Nederlandse literatuur te bespreken. Is dat dan positief, want iedereen krijgt minimaal een recensie, of negatief, want als die negatief is, kan iedereen hem voor altijd op internet vinden? Bijlsma: ‘Als schrijver kijk je natuurlijk wie de recensie geschreven heeft. Dan blijkt dat misschien een jonge student te zijn die net z’n allereerste recensie heeft geschreven. Dan weet je dat. Maar de lezer die naar jouw boek zoekt, die ziet dat niet. En die recensie staat er dan wel, voor altijd.’
Stoffelsen: ‘De ervaring van de recensent hoeft natuurlijk niet alles te zeggen, maar als je echt ontevreden bent, kun je aandringen op een second opinion. Of de traditionele media aansporen hun eigen recensies online te zetten, dan valt er tenminste wat te vergelijken.’

Toch wil Bijlsma er niet voor pleiten om debutanten met fluwelen handschoenen aan te pakken. Geloof in jezelf is het belangrijkst. En misschien een goede pr-machine? Hebben de pr-afdelingen van de uitgeverijen niet een deel van het werk van de kritiek overgenomen, namelijk een boek bekendmaken bij het publiek? Paul Sebes: ‘Goede pr voor een boek is heel belangrijk. Toen ik nog bij een uitgeverij werkte, merkte ik dat een deel van de mogelijkheden niet benut werd. Dat komt ook omdat daar gewoon geen mensen voor zijn, maar toen ik voor mezelf begon als literair agent, ben ik al die dingen wel gaan doen. Ik zeg tegen mijn schrijvers: je moet dingen als de Libelle en de JAN niet onderschatten, dat heeft voor je verkoop haast meer effect dan een positieve bespreking in NRC.’
Hij vindt dat pr ook een taak van de schrijver zelf is. ‘Reve wist het vroeger al: “Ik ben schrijver en ondernemer.” Je hebt ook een zaak, je moet jezelf en je werk ook verkopen. Het is geen kwestie van alleen achter je computer zitten, en als het af is ben je klaar.’

De laatste stelling is ‘Goede verkoopcijfers zijn belangrijker dan goede recensies’. Stoffelsen licht toe: ‘Wat doe je als schrijver met een recensie? Neem je sommige adviezen mee voor een volgende keer?’ Drie armen schieten naar de microfoon, Weijts, Bijlsma en Etty beginnen maar vast door elkaar te praten. Uit de antwoorden blijkt dat ze zich niets aantrekken van zogenaamde tips of adviezen van recensenten.

Etty: ‘Er kwam eens een wat oudere schrijfster naar me toe die zei dat ze de kritiek van tegenwoordig niks meer vond. “Vroeger leerde ik er nog wat van.”’ Zaal en collega’s reageren verbaasd en verontwaardigd. ‘Maar,’ gaat Elsbeth verder, ‘vroeger was de kritiek eigenlijk een monopolie van grote schrijvers zelf. De recensies werden geschreven door Menno ter Braak, Simon Vestdijk enzovoorts. Als je dan een onzeker debutantje was en de grote Vestdijk zei: doe het zus of zo, dan wilde je daar nog wel eens naar luisteren.’ Dat schrijvers tegenwoordig geen tips meer halen uit recensies, maken Bijlsma en Weijts meer dan duidelijk. ‘Daar heb ik niks mee te maken!’ roept de laatste nog maar eens.

Op een vraag uit het publiek of recensenten niet eigenlijk allemaal mislukte of wannabe schrijvers zijn, die dus niet in de beste positie zijn om anderen tips te geven, wordt nog veel verontwaardigder gereageerd. ‘Een recensent is geen schrijver, maar een lezer,’ zegt een Recensiewebrecensente uit het publiek. Elsbeth Etty legt uit dat literaire kritiek een heel ander vak is, veel journalistieker, meer korte baanwerk, en zij geen aspiraties heeft om schrijver te worden. ‘Eenmaal had ik behoefte aan wat duurzamers, een langer project. Toen ben ik gaan promoveren op de biografie van Henriëtte Roland Holst. Daarna was ik ook weer heel blij om weer met het kortebaanwerk verder te gaan.’ En de novelle Maak jezelf maar klaar, die afgelopen zomer van haar hand verscheen? ‘Die heb ik geschreven op basis van werk van Mulisch, omdat De Bezige Bij dat vroeg in het kader van het Mulisch-project [Mulisch werd 80 jaar, en ter gelegenheid daarvan werden 6 novellen door collega’s geschreven, gebaseerd op zijn werk – EV]. Ik zie dat ook niet als novelle, of literatuur, maar meer een commentaar naar aanleiding van literatuur.’

Een recensent is dus geen schrijver en een schrijver neemt geen advies aan van een recensent. Paul Sebes: ‘De recensent bedient niet de krant of de schrijver, de recensent bedient de lezer.’

Hoewel de discussie natuurlijk nog veel verder ging, besluit ik met deze mooie conclusie dit verslagje. Wil je alle ins en outs van de discussie volgen? Kom volgende keer dan zelf langs!

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.