elders op recensieweb
Schaduwjury: Stilte en saaiheid in de juiste handen
opiniestuk
De prijzen en de stuurlui aan wal: een uitslag en twee aankondigingen
opiniestuk
Wat doet de kritiek met de debutant?
opiniestuk
Schaduwjury: Een zomer lang op zoek naar het beste debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Als film wordt het boek beter
opiniestuk
Schaduwjury: Liefde en moord door de ogen van een meisje dat nooit huilt
opiniestuk
Schaduwjury: Een echte roman? Een meesterstuk van vertelkunst
opiniestuk
Schaduwjury: het oppervlakkige tijdsvacuüm van de bus
opiniestuk
Schaduwjury: ware vertelkunst wint
opiniestuk
Longlist Academica Debutantenprijs 2009 bekend
opiniestuk
Aankondiging schaduwjury: vijf maanden debat over debuten
opiniestuk
Schaduwjury: overbeladen met ellende
opiniestuk
Schaduwjury: menselijke relaties, broos als eierschalen
opiniestuk
Schaduwjury: De hele levencyclus, van bevruchting tot ontbinding, in een overvol debuut
opiniestuk
Schaduwjury: over de uitzonderlijke Vlaamsheid van een debutant
opiniestuk
opiniestuk
Slotstuk schaduwjury Academica Debutantenprijs
opiniestuk
auteur
Schaduwjury: Porno, maatschappijkritiek en wetsartikelen in een bomvol, (over)ambitieus debuut
door Julia Krul, Marleen Louter, Karlijn de Winter en Bert Zuidhof, 27 juli 2008
Op 28 september 2008 wordt de Debutantenprijs 2007 uitgereikt, voor het beste literaire debuut van 2007. Recensieweb leeft naar deze uitreiking toe door deze zomer in vijf afleveringen over de genomineerde boeken te discussiëren. In deze tweede aflevering buigen we ons over Art. 285b van Christiaan Weijts.
Bert: zedenschets van dit decennium, in brallerige toonzetting
Wanneer gaat het niet-kunnen-loslaten-van-een-ex over in hinderlijk lastigvallen? Wanneer verandert het hebben van interesse in iemands doen en laten in stalking? Sinds het begin van de 21ste eeuw is het ‘wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op eens anders persoonlijke levenssfeer’ volgens de wet in ieder geval strafbaar geworden en Christiaan Weijts gebruikt dit wetsartikel, Art. 285b, als vertrekpunt voor zijn roman. Hoofdpersoon Sebastiaan wordt door Victoria, met wie hij een op zijn minst problematische verhouding heeft, aangeklaagd wegens stalking. Aanleiding voor hem om die relatiegeschiedenis te reconstrueren en zo ontspint zich een verhaal van dubbellevens, Sebastiaans relaties met Victoria, zijn pianoleerlinge Rosa én de muziek van de Italiaanse componist Scarlatti.
Veel hedendaagse romans bevatten een grote hoeveelheid seksuele passages, en niet altijd is dat even succesvol. De passages zijn slecht beschreven – gelukkig is er de Slechte Seks Prijs – of vervullen geen functie in het verhaal. Art. 285b bevat ook veel seks, maar in deze roman is het voor de verandering goed gebruikt: Weijts voert het thema op als de spil tussen zijn personages. De beschrijving van de heersende seksuele moraal, aangevuld met recente gebeurtenissen – Pim Fortuyn, de Euro, 9-11 – maken dat het verhaal onze tijd weergeeft op een manier die ik niet veel vaker heb gezien. Moderne thema’s, niet om makkelijk de aansluiting bij het publiek te vinden, maar om met recht een zedenschets van dit decennium te maken. Sex sells, maar Art. 285b heeft andere verkoopargumenten.
Niet alleen de onderwerpskeuze, maar ook de manier waarop deze onderwerpen in het gelaagde verhaal zijn verwerkt, verdient respect. De driehoeksverhouding tussen Sebastiaan, muziek, en vrouwen komt op meerdere plaatsen naar voren; de vraag wie bespeelt en wat wordt bespeeld loopt op de achtergrond mee. Ik ben benieuwd naar jullie mening over het bouwwerk dat deze roman is.
Wat ik, na herhaalde lezing, storend blijf vinden aan Weijts’ stijl, is de soort melige, studentikoze humor die erin overheerst. (‘De masburel deed het er goed bij. Zo verbluffend goed zelfs dat er die avond twee flessen doorheen gingen tijdens de maaltijd, en een daarna.’ ‘Het kassameisje: de bezemwagen van de automatisering zou haar weldra van het wereldtoneel vegen.’) De personages richten zich tot elkaar of tot de wereld op een semi-grappige manier die het hele boek blijft hangen. (‘“Ik leef nogal rotzooierig, daar kan ik ook niets aan doen hoor.” “Ach, je zou het bij mij eens moeten zien,” zei hij. “Uitnodiging aanvaard.”’) In korte columnachtige passages weidt Weijts uit over studentenfeestjes, mobieltjes en deurbellen (‘Bij de eerste bel, stelde hij zich voor, werden alle bewoners in staat van paraatheid gebracht, waarna er bij elke volgende eentje, ontspannen dan wel teleurgesteld, achterover kon leunen.’). Dat is allemaal erg herkenbaar voor de huidige twintiger/dertiger, maar blijft daarom ook brallerig. Die toon is niet altijd gepast, en beperkt het boek.
Wat denken jullie hiervan? Karlijn?
Karlijn: ingenieus en overdonderend
Om te beginnen, Bert, wil ik meteen iets tegen jouw statement inbrengen dat de ‘studentikoze’ stijl in Art. 285b overheerst. Het viel mij namelijk juist op dat Weijts heel verschillende soorten taalgebruik met elkaar weet te combineren en daar heb ik grote bewondering voor. Behalve de jongerentaal, die vooral opduikt in de gedeeltes met Sebastiaans Amsterdamse geliefde, de hippe stripteasedanseres Victoria, bevat het boek namelijk ook veel stijvere, soms zelfs ambtelijk aandoende passages. Die leken voornamelijk de overhand te hebben in de uiteenzettingen over Scarlatti en Liszt en in de stukken over de rechtszaak. Dat stoort me niet, integendeel, het zorgt juist voor een goed evenwicht met het melige gebazel.
Niet alleen verschillende stijlen komen in Art. 285b samen, ook – je zei het al, Bert – verschillende onderwerpen. De puberale perikelen van de van oorsprong Italiaanse Rosa, Sebastiaans Leidse geliefde, de heftige passie voor het pianospelen, de losbandige omgangsvormen van jongeren nu, de vaste procedures die ons openbare leven beheersen, de meest uiteenlopende kwesties weet Weijts op een overtuigende manier met elkaar te verbinden.
Daarmee geeft hij bovendien een confronterend beeld van de moderne maatschappij, dat me steeds weer aan het denken bleef zetten. Niet alleen omdat ik zelf ook een twintiger ben en de manier van doen van de personages voor mij dus wel herkenbaar is, maar ook omdat het hier volgens mij om wezenlijke veranderingen in onze cultuur gaat. Wat Weijts kort gezegd laat zien is dat iedereen steeds vrijblijvender met elkaar omgaat (je had het al over de seksuele moraal), maar dat tegelijk veel mensen zoals Sebastiaan in alle eenzaamheid, zonder dat de buitenwereld er iets van merkt, blijven worstelen met hun innerlijke complexen.
Julia: knap opgebouwd, maar weinig prikkelend
Ik ben het met je eens, Karlijn, dat het Weijts juist lukt om een universum rondom zijn hoofdpersoon te creëren met veel verschillende facetten. Victoria’s hippe kennissenkring is daar maar één van. Bovendien laat Weijts er geen twijfel over bestaan dat Sebastiaan in die wereld een buitenstaander is en altijd zal blijven. Met zijn rokkostuum nog aan hangt hij rond in disco’s, maar hij krijgt geen contact met de begeerde tienermeisjes. Victoria leert hij – hoe symbolisch – kennen door haar vanuit een hokje op de Wallen te begluren en hij mag weliswaar na lange tijd en veel aanhouden haar lichaam bezitten, maar tot haar geest dringt hij nooit door. Op taalniveau gebeurt naar mijn idee hetzelfde: hij maakt zich haar manier van praten nooit eigen, behalve met de ironie van de intellectueel.
Wat ik dan ook erg jammer vind is dat Sebastiaan de twee omgevingen waarin hij leeft maar op één manier van elkaar kan onderscheiden: door ze als volstrekte stereotypen te benaderen. Leiden, waar hij pianoles geeft en Rosa leert kennen, is een gezapig provinciestadje, terwijl in Amsterdam alles en iedereen voortdurend is ondergedompeld in een roes van drank, drugs en erotiek. Rosa’s verhuizing naar de hoofdstad verandert haar spontaan van lieve Rosetta in ‘sexy Zetty’, compleet met boa en netkousen. Dat is niet alleen flauwekul, maar bovendien een volkomen oninteressant perspectief. Geef mij maar het Amsterdam van Philip Snijder – veel minder opsmuk, veel meer karakter en net zo herkenbaar.
Sebastiaans weinig inspirerende persoonlijkheid zorgt er verder voor dat hij mij juist als onsympathieke hoofdpersoon totaal niet overtuigt. Een personage met een verwerpelijke levensstijl kan heerlijk spannend zijn om over te lezen, zolang hij je tenminste in zijn psyche uitnodigt en zichtbaar maakt wat hem voortdrijft. Dat Sebastiaan een lul is die het doet met een heel jong meisje en haar vervolgens bedriegt met een ander, hoeft natuurlijk geen probleem te zijn, maar je moet als lezer wel met hem mee kunnen leven. Daartoe biedt Art. 285b echter geen enkel aanknopingspunt.
Uit een aantal passages krijg ik de indruk dat Weijts zijn roman graag wil spiegelen aan een ander boek over erotische relaties en het overschrijden van morele grenzen: Nabokov’s Lolita. Jammer genoeg werkt die vergelijking in Weijts’ nadeel. De hoofdpersoon van Lolita, Humbert Humbert, doet nog veel verschrikkelijker dingen dan Sebastiaan ooit zou durven, maar in tegenstelling tot Sebastiaan heeft hij manieren om voor alles wat hij denkt en doet fascinatie op te wekken. Ten eerste is hij – door de hand van Nabokov, met wie het natuurlijk ook moeilijk vergelijken is – een meesterlijk verteller met een raffinement, humor en taalgevoel waarbij Sebastiaans jolige excursen en eindeloze _allegro, ma non troppo_’s volkomen verbleken. Ten tweede voelt hij hartstocht en maakt die voelbaar. Ondanks alle ironie en intellectuele geintjes gloeien de bladzijden van Lolita met een bedwelmende zinnelijkheid.
Ik geef je gelijk, Bert, dat de seks in Art. 285b functioneel en zelfs belangrijk is. Maar hij functioneert niet alleen om de verhoudingen tussen Sebastiaan, Rosa en Vicky te illustreren; hij is ook de sleutel waarmee Sebastiaans schofterige gedrag begrijpelijk en intrigerend had kunnen worden gemaakt. Eén moment van echte vervoering, één beschrijving van lichamelijke aantrekkingskracht die zelfs maar in de buurt komt van het dons op Lolita‘s gebruinde armen en ik zou bereid zijn om alles te geloven – Sebastiaans voorliefde voor pubermeisjes, de onweerstaanbare aantrekkingskracht die van Victoria uitgaat, alle twijfels en leugens. In plaats daarvan is seks in Art. 285b een ding waarmee rondgezeuld wordt. Sebastiaan deelt het bed met Rosa en kijkt daarna ‘verliefd’ naar haar. Later vrijt hij eindelijk voor het eerst met Vicky, zijn obsessie, en:
‘Verdachte deed een beroep op het internet om het orgasme dat zij hem had onthouden alsnog te kunnen consumeren.’
Art. 285b is geen liefdesroman, het is een intellectueel construct. Knap en complex, met hier en daar rake observaties over moderne jeugdcultuur, stijlvondsten en boeiende bespiegelingen over Scarlatti, maar met een verhaal dat voor mij nooit tot leven komt.
Marleen: troppo allegro
Een intellectuele constructie, dat lijkt me inderdaad een juiste typering voor Art. 285b, Julia. Het debuut van Weijts ‘klopt’ eigenlijk aan alle kanten, maar kon toch ook mij niet overtuigen. En dat terwijl ik onder de indruk ben van de manier waarop Weijts de structuur van zijn roman tot stand brengt. De verschillende omgevingen die hij rondom zijn hoofdpersoon Sebastiaan creëert, zorgen ervoor dat die in al zijn eenzaamheid wordt getoond, met aan de ene kant zijn verlangen naar geborgenheid en aan de andere kant zijn egoïsme. En die tweeledigheid wordt tegelijkertijd zichtbaar gemaakt in de tegenstelling tussen het ‘studentenstadje’ Leiden en de ‘grote stad’ Amsterdam (wat ik dus eigenlijk, ondanks het stereotype, wel een sterk punt vind) en in de tegenovergestelde karakters van Rosa en Victoria. Ook de parallel tussen seks en muziek, twee centrale motieven uitgebeeld in het bespelen van het lichaam en de piano, vind ik mooi uitgewerkt, bijvoorbeeld in de scène waarin het gezamenlijke pianospel van Sebastiaan en Rosa naadloos overloopt in een vrijpartij. Weijts beschrijft het allemaal even knap, maar ergens wringt het. Het lijkt wel of hij in zijn ijver voorbij is gegaan aan zijn lezer, met als gevolg dat die aan het eind van het verhaal nog steeds even ver van de personages af staat als aan het begin.
Misschien wil Weijts te veel, troppo allegro, was mijn gedachte al tijdens het lezen. Een intertekstuele roman waarin tegelijkertijd een complex personage wordt uitgewerkt, een actueel tijdsbeeld wordt geschetst en een boeiend verhaal moet worden verteld, en dat alles in een vorm die nog nooit eerder in de Nederlandse literatuur is gebruikt; daarmee mag Art. 285b op zijn minst een ambitieus debuut worden genoemd. Weijts heeft reden tot ambitie, dat zeker, want zijn roman is ingenieus en zijn schrijfstijl buitengewoon volwassen; de verschillende stijlen die hij schijnbaar moeiteloos hanteert (van de studentikoze, brallerige toon die Bert al noemde tot de droge ambtenarentaal van de wetsartikelen) getuigen daarvan. Maar tegelijkertijd gaat hij ten onder in zijn eigen constructie en mist hij de betrokkenheid bij zijn onderwerp en de ongepolijste frisheid die we elders bij de debutanten wel tegenkomen.
Half augustus volgt onze discussie over De steniging van Frénk van der Linden.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



