Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Graphic novels voor dummies (?)

door Remco Wetzels, 25 augustus 2008

De nominatie van Marc Legendres Verder voor de Libris Literatuurprijs van dit jaar heeft nogal wat stof, en een hoop verwarring, doen opwaaien. Het ging hier namelijk niet om een ‘gewone’ roman maar om een ‘beeldroman’. Het belangrijkste discussiepunt was de vraag of je een ‘graphic novel’ wel kunt nomineren voor een literatuurprijs, wat de vraag deed rijzen of de ‘grafische roman’ überhaupt wel de moeite van het serieus nemen waard is. Menig lezer zal zich echter vooral hebben afgevraagd waar in vredesnaam over ging. Wat is nou eigenlijk een graphic novel, beeldroman of grafische roman en wat moeten we ermee?

Wat is een graphic novel?
Die eerste vraag is het makkelijkst te beantwoorden: een graphic novel is niets meer en niets minder dan een strip. U kent het wel, zo’n boekje met plaatjes en tekstballonnen. De term werd bedacht door de Amerikaanse stripmaker Will Eisner, die vond dat zijn boek A Contract With God (1978) meer weg had van een literaire roman dan van de Spider-Mans en Donald Ducks die de stripcultuur in zijn land domineerden. Vandaar ‘graphic novel’, in het Nederlands te vertalen als beeldroman of grafische roman.

Enigszins vreemd is het natuurlijk wel dat, wanneer we het hebben over strips met artistieke of literaire ambities, er meteen een andere, nogal pretentieuze, benaming nodig is. Natuurlijk is er een wereld van verschil tussen Art Spiegelmans Holocaustdrama Maus en Suske en Wiske, net zoals er een wereld van verschil is tussen Citizen Kane en Rambo 3, maar dat verandert niets aan het feit dat ze tot hetzelfde medium behoren en dus eigenlijk geen aparte benaming zouden moeten hebben. We noemen Citizen Kane immers ook niet ‘fotografisch drama’ of iets dergelijks.

Dit heeft alles te maken met de culturele status van de strip, die beduidend lager is dan die van de film. Hoe die culturele status zo laag komt is een vraag waaraan je flink wat academische proefschriften zou kunnen wijden maar het feit is dat vrijwel iedereen bij strips aan kleurrijk infantiel vermaak denkt, en dat ‘strips voor volwassenen’ vooral associaties oproept met het soort lectuur dat men doorgaans in een discrete papieren zak meeneemt. Dat is trouwens niet verwonderlijk: de strip is nu eenmaal de laatbloeier onder de kunsten en het wordt daarom nooit helemaal serieus genomen. En vergeleken met de hoeveelheid strips voor de jeugd is de serieuze strip een marginaal verschijnsel dat bovendien pas zo’n zestig jaar na de geboorte van het medium is opgekomen.

Dat is jammer, want de strip heeft veel te bieden. Het gaat te ver om hier alle formele kenmerken van de strip uiteen te zetten dus ik zal me beperken tot een van de meest voor de hand liggende, maar ook interessantste aspecten: de strip is uniek in de manier waarop het zich van zowel woorden als beelden bedient die je, in tegenstelling tot een film, op je eigen tempo tot je neemt. Het feit dat je tegelijkertijd leest en beelden bekijkt maakt het lezen van een strip tot een unieke leeservaring, waarbij het woord en het beeld elkaar kunnen versterken, tegenspreken of op welke manier dan ook met elkaar spelen. Het feit dat een strip een concreet object is dat je in je hand hebt opent daarnaast nog een aantal extra mogelijkheden. Of, zoals de Britse stripschrijver Alan Moore zegt:

‘You don’t have to rewind the video and then pause it, you just flick back. Easy. And so it enables the comic book writer, the inventive writer, to utilize all those advantages and come up with really clever structures that would be lost in a film, but when they’re frozen on the page where everyone can see how clever you are for all time, it works perfectly.’

Een nieuwe vorm van literatuur?
Veel belangrijker dan de specifieke technische kenmerken van de strip is echter de vraag of de strip inhoudelijk de moeite waard, of zelfs literair kan zijn. In potentie wel. Net zoals elk ander medium is de strip in staat om een veelvoud aan genres, leeftijdscategorieën en niveaus te bedienen. Ook al is het historisch gezien nog weinig gebeurd, het is zeker mogelijk om strips te maken die zich qua complexiteit en formele structuur kunnen meten met literatuur.

Een goed voorbeeld hiervan is het al eerder genoemde Maus van Art Spiegelman, het verhaal van hoe Spiegelmans vader de Holocaust overleefde. Een opvallend aspect aan Maus is dat Spiegelman ervoor heeft gekozen om alle personages uit beelden als dieren, een techniek die juist associaties oproept met kinderstrips, zoals die van Disney. Deze visuele metafoor, waarbij Joden als muizen en Duisters als katten worden uitgebeeld, verandert een stereotype uit de strip, het pratende dier, in iets bijzonder grimmigs omdat het eveneens speelt met de raciale stereotypen die ten grondslag lagen aan de Nazi-ideologie. Het feit dat Spiegelman in de tekst zich hardop afvraagt of deze visuele metafoor wel toepasselijk is, maakt dat Maus, naast een aangrijpend verhaal over menselijk lijden, vooral ook een verhaal is over Spiegelman zelf: over de rol die hij als auteur speelt in het verwoorden en verbeelden van zijn ouders’ trauma’s en over de vraag hoe betrouwbaar biografische teksten zijn.


Onzekerheid over identiteit en de weergave van identiteit in Maus

Een ander, bijna even bekend voorbeeld, is het werk van Chris Ware, dat zich kenmerkt door een eindeloze experimenteerdrift. Ware maakt zeer sterk gebruik van het feit dat een strip vooral ook een object is dat je in je handen kunt houden en speelt dan ook veelvuldig met verschillende formaten, materialen en leesrichtingen: het boek wordt een kunstobject op zichzelf, wat dan ook weer zijn weerslag heeft op de inhoud. Ware’s werk is echter meer dan alleen formele spielerei, zoals zijn tot nu toe belangrijkste werk Jimmy Corrigan,The Smartest Kid On Earth bewijst.

Het verhaal over Jimmy, een contactgestoorde man met een zeer rijk, door superheldenstrips beïnvloed, fantasieleven wordt weergegeven in een kale geometrische tekenstijl van vierkanten en rechthoeken, waardoor het gevoel ontstaat dat de rechte lijnen van de strippagina binnendringen in de verhaalwereld. Dit idee wordt versterkt door het feit dat Jimmy’s verhaal regelmatig wordt onderbroken door vreemde beeldende sequenties, zoals een bouwpakket van Jimmy’s huis inclusief bouwinstructies, een stamboom van zijn familie, en flashbacks naar de jeugd van Jimmy’s opa, die een vergelijkbaar leven heeft geleid. Dit soort onderbrekingen zouden vervreemdend kunnen werken maar in Jimmy Corrigan bevestigen ze juist het beeld van een man die gevangen zit in zijn lot, of de speelbal is van een auteur zonder medelijden, en daarom zijn heil zoekt in heldhaftige fantasieën. In het allerlaatste beeld van het boek vliegt Jimmy dan ook weg als een soort Superman, een van de grootste clichés van de Amerikaanse strip.



Een typische dag in het leven van Jimmy Corrigan

Deze voorbeelden geven aan dat, ook in een medium dat doorgaans als plat vermaak voor de jeugd wordt beschouwd, het wel degelijk mogelijk is om werken af te leveren die, qua inhoudelijke complexiteit en formele kenmerken, het soort kwaliteiten bezitten die we doorgaans met literair aanduiden. Is de graphic novel daarom te vergelijken met literatuur? Eigenlijk niet: er zijn zoveel verschillen tussen het geschreven woord en een beeldend medium dat daarnaast ook geschreven woorden gebruikt dat vergelijkingen eigenlijk niet mogelijk zijn. De strip heeft evenveel raakvlakken met film of schilderkunst en kent verder zijn eigen kenmerken waarvan hierboven een aantal beschreven zijn. In dat opzicht is het eigenlijk ook onzin om een graphic novel te nomineren voor een literaire prijs. De Librisnominatie voor Legendre kan dan ook het beste worden gezien als een signaal dat de graphic novel, de beeldroman, of hoe je het ook wil noemen een fenomeen is dat interessant genoeg is om serieus genomen te worden.

Hoewel. Misschien wil de strip ook wel niet helemaal serieus genomen worden, misschien wil de strip, net zoals de popmuziek, ook wel niet helemaal volwassen worden en daar zit een gedeelte van de spanning. De strip is geen hoge kunst. Het is juist die spanning van een ‘lage’ kunstvorm die naar het hogere reikt, zoals bij het gebruik van stripclichés in het werk van Spiegelman en Ware, die de graphic novel zo interessant maakt. Het is zowel woord als beeld en het is zowel hoge als lage kunst en het is juist deze hybride die de graphic novel tot zo’n interessant verschijnsel maakt.

Remco Wetzels zal voor Recensieweb regelmatig berichten en oordelen over de wereld van de literaire strip in de rubriek Literatuur in kaders.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.