elders op recensieweb
Schaduwjury: Stilte en saaiheid in de juiste handen
opiniestuk
De prijzen en de stuurlui aan wal: een uitslag en twee aankondigingen
opiniestuk
Wat doet de kritiek met de debutant?
opiniestuk
Schaduwjury: Een zomer lang op zoek naar het beste debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Als film wordt het boek beter
opiniestuk
Schaduwjury: Porno, maatschappijkritiek en wetsartikelen in een bomvol, (over)ambitieus debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Een echte roman? Een meesterstuk van vertelkunst
opiniestuk
Schaduwjury: het oppervlakkige tijdsvacuüm van de bus
opiniestuk
Schaduwjury: ware vertelkunst wint
opiniestuk
Longlist Academica Debutantenprijs 2009 bekend
opiniestuk
Aankondiging schaduwjury: vijf maanden debat over debuten
opiniestuk
Schaduwjury: overbeladen met ellende
opiniestuk
Schaduwjury: menselijke relaties, broos als eierschalen
opiniestuk
Schaduwjury: De hele levencyclus, van bevruchting tot ontbinding, in een overvol debuut
opiniestuk
Schaduwjury: over de uitzonderlijke Vlaamsheid van een debutant
opiniestuk
opiniestuk
Slotstuk schaduwjury Academica Debutantenprijs
opiniestuk
auteur
Schaduwjury: Liefde en moord door de ogen van een meisje dat nooit huilt
door Julia Krul, Marleen Louter, Karlijn de Winter en Bert Zuidhof, 28 augustus 2008
Op 28 september 2008 wordt de Debutantenprijs 2007 uitgereikt, voor het beste literaire debuut van 2007. Recensieweb leeft naar deze uitreiking toe door deze zomer in vijf afleveringen over de genomineerde boeken te discussiëren. In deze tweede aflevering buigen we ons over De steniging van Frénk van der Linden.
Karlijn: de innerlijke wereld van een ‘geschifte chick’
Waar loopt een roman op uit die aanvangt met een wrede moord op een zachtaardige Marokkaanse student? In het geval van De steniging in elk geval niet op het al zo uitgemolken genre van de literaire thriller. We komen aan het eind weliswaar te weten wie de dader is, maar de zoektocht om die te achterhalen vormt niet de leidraad van het boek.
Evenmin hebben we hier te maken met een maatschappijkritische ‘multiculti’-roman. Het feit dat zo’n vriendelijke, intelligente en charmante jongen, perfect geïntegreerd maar met een Marokkaans uiterlijk, op zo’n grove manier om het leven wordt gebracht lijkt misschien voort te zijn gekomen uit de xenofobe houding van zijn Nederlandse dorpsgenoten. In het geheel genomen ligt de nadruk in De steniging echter niet zozeer op de relatie tussen verschillende bevolkingsgroepen, maar vooral tussen twee individuele personen, namelijk deze student (Karim geheten) en Priscilla, zijn 22-jarige vriendin.
In de roman bleek het tot mijn blijde verrassing dan ook voor het belangrijkste deel te draaien om de psychologische toestand van de hoofdpersoon, Priscilla. Allereerst worden we geconfronteerd met haar reactie op de moord op haar vriend, maar daarna komen we via allerlei flashbacks te weten dat ze meer zware trauma’s met zich meedraagt. Al lezend ervaar je de verschillende moeilijke, soms zelfs shockerende momenten uit haar leven met haar mee.
Priscilla blijkt dan ook geenszins psychologisch stabiel te zijn. De opeenstapeling van problemen waar ze mee te kampen heeft gehad doet haar uiteindelijk zelfs in een psychiatrische inrichting belanden, de Geestgrond. Een geestestoestand zoals die van haar moet aartsmoeilijk te schetsen zijn, en hoe Frénk van der Linden dat heeft aangepakt vind ik bewonderenswaardig. Neem bijvoorbeeld Priscilla’s vreemde obsessie met bloed. Ze verzamelt krantenknipsels waar dat woord in voorkomt, en plakt die ordelijk in schriftjes. En door haar hoofd blijft het maar malen: pro-erytroblasten, basofiele erytroblasten, polychromatofiele erytroblasten, orthochromatische erytoblasten, reticulocyten, erytrocyten… Te pas en te onpas, vaak genoeg om een treffend effect te hebben, niet zo vaak dat het overdreven overkomt, zien we die termen in haar hoofd opborrelen.
Juist omdat Van der Lindens toon, en daarmee Priscilla’s stem, onverstoorbaar koel en hard blijft heeft hij overtuigingskracht:
‘Geschifte chick? Oneens. Het had weleens minder gerommeld in haar bovenkamer, maar ze wist nog heel goed wat ze deed, wie ze was, waar het om ging. Kijk maar, zei ze tegen zichzelf: dit is je linkerhand (27 botjes, 28 spieren, drie zenuwen), zeepaardjes hebben een broedzak, op de muur zit latexverf, 16 augustus is de sterfdag van Elvis en de geboortedag van Madonna, reticulocyten komen vóór erytrocyten. Feiten.’
Ik zou me kunnen voorstellen dat jullie de stijl onnatuurlijk of gemaakt vinden, maar wat mij betreft komt Priscilla als personage daarmee op een intrigerende manier tot uitdrukking. De wat steriele stijl onderstreept juist haar kille houding jegens anderen, haar moeilijk te peilen innerlijk.
Met De steniging heeft Frénk van der Linden een geslaagd debuut geschreven. Wanneer ik hem naast de andere debuten leg, mis ik echter wel het bredere perspectief (dat van een groep mensen, of zelfs een hele generatie) dat een roman zoveel panoramischer kan maken. In De steniging is er slechts één individu dat optimaal uit de verf komt, is mijn stelling.
Bert: isolement en breder perspectief
Ik denk dat je gelijk hebt, Karlijn, door te zeggen dat alleen Priscilla als personage volledig tot wasdom komt. Maar juist door de onnatuurlijke stijl is het bijna onmogelijk om naast Priscilla op een geloofwaardige manier nog een persoon verder uit te werken. Het feit dat Van der Linden zijn schrijfstijl consequent volhoudt maakt dat er naast Priscilla geen plaats meer overblijft. Ze is een construct – jij noemt het steriel –: er zijn gevoelens, keuzes, trekken die herkenbaar zijn – verliefdheid, puberale onzekerheid – maar naarmate het verhaal vordert en haar problemen steeds duidelijker een vorm krijgen, verwijdert ze zich van de lezer. Haar fascinatie met bloed, haar trauma’s sluiten haar op in zichzelf en voor de lezer wordt ze een mengvorm van subject en object. Dit afstandelijke maakt haar echter niet minder fascinerend of overtuigend.
En wat je andere stellingbetreft: dat je het bredere perspectief mist is enerzijds terecht – zoals ik zelf al zeg, het isolement van Priscilla bepaalt het hele verhaal – maar anderzijds is juist het opvoeren van de familie Idrissi, Karim, maar ook zijn ouders, iets wat het boek opentrekt. De steniging gaat niet in de eerste plaats over integratieproblematiek, maar dat de Idrissi’s geïntegreerd zijn, een Ikea-bemeubelde bungalow bezitten, liever naar het NOS-journaal kijken dan naar Marokaanse zender en dat Karim de Nederlandse literaire canon van buiten kent, is een fris element in het verhaal. Én het vergroot het contrast met de gebeurtenissen waar het mee eindigt. Die laten zien dat opvattingen over bepaalde zaken – seksualiteit, maagdelijkheid – los kunnen staan van de mate van iemands integratie; de ontwikkelingen in dit slot liggen niet in de lijn der verwachting en ontlopen de clichés die er bestaan over een steniging. Door deze thematiek biedt het boek meer dan alleen de kille binnenwereld van de hoofdfiguur. En wordt een breder perspectief bereikt, al lijkt de familie Idrissi zijn figurantenrol toch niet te overstijgen.
Julia: goede aandacht voor details, minder voor originaliteit
Het valt mij op dat jullie het allebei noodzakelijk voor een goede roman lijken te vinden dat hij een – origineel, treffend, leerzaam – beeld schetst van de samenleving als geheel. Zelf vind ik het juist prachtig om tijdens het lezen volledig ondergedompeld te worden in de gedachtewereld van één individu, om alles daarbuiten alleen nog maar door zijn of haar troebele blik te kunnen zien. De steniging is juist het soort boek dat je zo’n reis in een vreemde, verontrustende geest verschaft. Wat mij betreft heeft dat helemaal geen verdere maatschappelijke inkadering nodig. Wel moet er aan die geest natuurlijk genoeg te beleven zijn; je moet het gevoel hebben dat je met een echt iemand te maken hebt. Het lukt Van der Linden om dat gevoel op te wekken, omdat hij aan de details van Priscilla’s leven een bewonderenswaardige hoeveelheid zorg en aandacht heeft besteed.
Alleen al de bloedschriften zijn inderdaad een geweldige vondst. Ze zijn precies zo idioot en origineel als alleen de werkelijkheid kan zijn, maar tegelijkertijd zo toepasselijk dat ze voor een duidelijke eenheid in het verhaal kunnen zorgen. Neem verder het feit dat Priscilla haar vader niet Pappa, maar Tumpa noemt, omdat hij ooit met een vrachtlading tumtums thuiskwam. Zoiets maakt van een romanpersonage een mens. Overigens heeft Van der Linden zich in die toewijding niet tot zijn hoofdpersoon beperkt; een van de hoofdstukken die mij het meeste raakten was het bezoek van Priscilla en Karim aan het graf van Karims opa, Mohammed Ben Idrissi, die in de oorlog voor de Fransen vocht. Misschien geeft zijn levensverhaal Karims karakter niet veel extra diepgang, maar het maakt hem wel meer dan zomaar een Marokkaanse knul in een droevige liefdesgeschiedenis. Het maakt hem Karim Idrissi.
Waarin Van der Linden naar mijn idee wel tekortschiet, is het vermijden van bepaalde clichés. Natuurlijk is het tot op zekere hoogte verfrissend dat Priscilla weinig opleiding heeft genoten en Karim juist erudiet en beschaafd is. Maar kan een Marokkaanse jongen alleen een echte intellectueel zijn wanneer hij Nederlands studeert en Kaas het mooiste boek vindt dat er bestaat? Ik zou hem veel interessanter hebben gevonden wanneer hij razend enthousiast was geweest over Arabische literatuur. Ook is het niet erg vernieuwend dat hij dan toch nog ineens moeilijk blijkt te doen over maagdelijkheid. Ongetwijfeld kunnen die dingen, zoals jij zegt, Bert, bij sommige mensen los van elkaar staan, maar literair is het inmiddels een oud thema. Wat dat betreft was ik prettiger getroffen door de onverwachte gender-dubbelzinnigheid tussen Priscilla en Karim:
‘“Zal ik je eens wat vertellen? Ik…” Het was te belachelijk voor woorden, maar ze kreeg het eruit. “Weet je, ik… ik denk weleens: ik ben de enige man die ik ken.”
Karim was niet in lachen uitgebarsten. Hij kneep in haar kin en drukte zijn onderlichaam tegen haar aan.
“En ik dan?”
Hij had iets zachts, iets vrouwelijks, maar kon ze dat wel zeggen?’
Ten slotte vind ik het jammer dat pas helemaal op het laatst wordt onthuld wie de moordenaar van Karim is. Dat maakt De steniging een beetje een whodunnit; je leeft meer mee met de vraag wie het heeft gedaan dan waarom. Met die tweede kwestie blijf je na het schokeffect zitten. Van der Linden had er ook voor kunnen kiezen om de dader meteen prijs te geven, waarna de rest van het verhaal zou hebben gediend om de aanleidingen duidelijk te maken. Daarmee zou De steniging als psychologische roman veel meer tot zijn recht zijn gekomen.
Marleen: ritmische, rake zinnen in een roman die ‘klopt’
Om maar meteen ter zake te komen: De steniging is mijn favoriet. Het bredere perspectief dat jullie, Bert en Karlijn, in deze roman missen, vind ik meer dan goedgemaakt door het feit dat Van der Linden met Priscilla een zeer interessante, meerduidige (want tegelijkertijd afstotelijke en aandoenlijke) hoofdpersoon heeft opgevoerd. Belangrijk is daarbij de rol van de taal, volgens de schrijver zelf veelal ontleend ‘aan radio- en televisie-uitzendingen en internetsites’, en juist dat element bepaalt in grote mate het bijzondere karakter van het boek. Het ‘taaltje’ dat Van der Linden binnen de gedachtewereld van Priscilla heeft gecreëerd, komt nergens onnatuurlijk of gekunsteld over, zoals vaak wel het geval is wanneer er een poging wordt gedaan jongerentaal te benaderen. In deze roman ‘werkt’ het, en sommige stukken waren voor mij dan ook een genot om te lezen met ritmische, rake zinnen waar ik meer dan eens hardop om moest lachen. Natuurlijk vormt de werkwijze van de auteur voor het verhaal ook een beperking: er is immers niemand anders wiens gedachten in hetzelfde absurde taaltje beschreven kunnen worden als die van Priscilla. Maar is die wisselwerking tussen taal en verhaal niet juist een prachtig voorbeeld van hoe nieuwe literatuur tot stand kan komen?
Qua romanstructuur staat De steniging bovendien als een huis. Zonder uitzonderlijk origineel te zijn overigens; de roman begint met een gebeurtenis in het heden, waarna flashbacks en nieuwe gebeurtenissen elkaar afwisselen tot aan de uiteindelijke ontknoping. Maar Van der Linden is er mede door die structuur zeer goed in geslaagd een spanning op te bouwen die voornamelijk gebaseerd is op de grillen van zijn hoofdpersoon. Wanneer hij op de valreep tot de verrassende ontknoping komt , draaien de voorgaande gebeurtenissen als het ware een kwartslag en komen ze in een ander licht te staan. Waar jij, Julia, het nogal flauw vond dat op het laatste moment de dader van de moord op Karim nog onthuld wordt, vielen voor mij op dat moment juist alle puzzelstukjes op hun plek. De onderhuidse spanningen binnen het gebroken gezin van Priscilla (hoewel het woord ‘incest’ nergens wordt genoemd, hangt het begrip door het schuldgevoel en de schaamte van Priscilla jegens haar vader gedurende de hele roman boven het verhaal), haar obsessie met bloed en haar verhouding ten opzichte van Karim.
Waar ik me overigens wel in kan vinden, is de opmerking dat Van der Linden te veel gebruik heeft gemaakt van stereotypen. Inderdaad, Karims gezinnetje is wel erg ideaal in vergelijking met de manier waarop Priscilla met haar vader, stiefmoeder en stiefbroer samenleeft. En dat dat nog eens benadrukt wordt doordat Priscilla werkzaam is in een muziekwinkel die de ‘lage cultuur’ in ons land lijkt te vertegenwoordigen, is ook al niet erg sterk. Van der Linden is afkomstig uit de journalistiek en zal de nuances van het romanschrijven in die zin nog moeten leren beheersen. Maar vernieuwend en veelbelovend is dit debuut zonder meer. En daarmee naar mijn mening geslaagd.
In september volgt onze discussie over Zondagsgeld van Philip Snijder.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



