elders op recensieweb
Literaire kritiek online: selectie, interactiviteit en een springplank voor kwaliteit
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
'Burgerrecensenten' voegen zeker iets toe
opiniestuk
Pijnlijk dat een schrijver zo over zijn lezers spreekt
opiniestuk
opiniestuk
Eén, nee twee boeken, acht recensies elders, heel veel Russen en meningen
opiniestuk
De kritiek moet de concurrentie, maar vooral zichzelf serieus gaan nemen
opiniestuk
Ondertussen in de kerkzaal... ('Wiens gezag?')
opiniestuk
Faint Praise en online recensies
opiniestuk
opiniestuk
Literair overleven met een behang van boeken
opiniestuk
Boekenbijlage Cicero verdwijnt...
opiniestuk
21 april: De ontdekking van de recensent
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
auteur
Mulisch’ vrouwen in 1975. De literaire kritiek destijds
door Bert Zuidhof, 9 september 2008
In 1975 sneert een recensent van Het Nederlands Dagblad lichtelijk, naar aanleiding van de publicatie van Twee vrouwen: ‘Harry Mulisch is, hoe men ook over het ethische aspect van zijn werk mag denken, een auteur die de pen kan hanteren en een boek kan componeren…]. In zijn nieuwe roman heeft hij een minder ingewikkelde compositie gekozen, ik denk mede om zijn boek leesbaarder te maken voor een groter publiek.’ Het CPNB verzilvert dit potentieel dit najaar nogmaals met een druk in een oplage van liefst een miljoen. Dat niet elke criticus eenzelfde mening is toegedaan, blijkt als de kritieken van destijds naast elkaar worden gelegd. Hoe wordt deze roman, de eerste na een romanstilte van tien jaar, ontvangen? Over de toenmalige opinies over lesbische relaties, het (al dan niet ‘te’) eenvoudige verhaal, en de vraag of Mulisch eigenlijk wel over de vrouwelijke psyche kan schrijven.
Vertelseltje
Zonder uitzondering is de betrekkelijke eenvoud van Twee vrouwen dé belangrijkste ontdekking van de kritiek van destijds. Men is gewend aan een Mulisch die veel bespiegelt, en ietwat ‘duister’ is; Willem Bulten verwijst bijvoorbeeld naar het onbegrijpelijke De verteller: ‘Mulisch en vazal [Jan Hein] Donner hebben allebei een boek aan De Verteller moeten wijden om ‘m uit te leggen, respectievelijk De Verteller verteld (1971) en Jacht op de inktvis (net uit).’ De eenvoud zit ‘m vooral in het plot: Twee vrouwen is een ‘vertelseltje’ (Geerts, De Nieuwe); en ‘zelden heeft Mulisch een eenvoudiger boekje geschreven dan dit.’ (Bulter, Tubantia). Terecht komt echter al snel de bekendere Mulisch naar voren, die symboliek en gelaagdheid in zijn werk verwerkt: ‘Twee vrouwen zit dan ook vol met de bekende diepzinnigheden, raadsels en symboliek.’ (Mulder, NRC) De ‘virtuositeit’ waarmee hij het verhaal vertelt wordt door het grootste deel van de critici opgemerkt.
Wat Mulisch wel wordt aangerekend, is de summiere uitwerking van de motivaties van de personages. Voorbeelden hiervan zijn de reden waarom Laura afstapt op Sylvia (‘Mulisch besteedt er heel wat woorden aan maar duidelijk wordt het niet’, Mulder, NRC) of de reden waarom Alfred Sylvia vermoordt. Aad Nuis wijst er echter op dat Mulisch dit laatste schijnbaar met reden doet: ‘Zekerheid in deze krijg je niet, omdat Mulisch bewust vele interpretaties toelaat. Hij vertelt alleen de gebeurtenissen en zijn lezers mogen de lijnen trekken.’ En Nies voegt hieraan toe: ‘Waarom ze op het meisje, waarvan ze gezien het leeftijdsverschil de moeder had kunnen zijn, verliefd is geworden weet ze niet. Wel is ze er zich van bewust, dat het niet louter een lichamelijke liefde is. Voor de rest heeft ze enkele verklaringen, waarmee ze slechts een paar facetten van de niet rationeel te grijpen liefde kan doorgronden.’ (Nies, Het Binnenhof). De verdienste van Mulisch is dat hij in het eenvoudige verhaal niet met eenvoudige antwoorden aankomt: hij laat zien dat makkelijke vragen niet tot een makkelijke uitleg hoeft te leiden. De motieven van de personages zijn niet altijd uitgewerkt, omdat de motieven – vooral voor de karakters zelf – niet altijd helder zijn. Zo werken mensen niet.
Vrouwen en vrouwenliefde
Zo werken mensen niet. Een andere vraag dan: hoe werken vrouwen? De meningen of Mulisch erin slaagt de vrouwelijke psyche geloofwaardig neer te zetten lopen sterk uiteen. In De Gooi- en Eemlander heet het dat Mulisch, ‘door en door mannelijk auteur, zijn vrouwen gedachten op, beelden in de mond [legt], die niet met hun (al is het dan lesbische) vrouwelijke natuur parallel lopen’ (helaas is de recensent, en daarmee diens sexe, niet bekend); in Tubantia beweert Bulter dat ‘Mulisch…] met twee vrouwen een roman [heeft] geschreven die getuigt van een groot inlevingsvermogen in de vrouwelijke psyche. Met name de gevoelens van Laura worden heel zuiver vertolkt.’ Het merendeel van critici laat zich overtuigen door Mulisch, en schaart zich in het tweede kamp. Maar Bulter raakt in zijn kritiek aan een diepere laag van Twee vrouwen, namelijk aan het feit dat Mulisch juist de geslachtelijke rolpatronen doorbreekt (bijvoorbeeld door middel van de travestie in het toneelstuk, of Laura die door Sylvia ‘vader’ wordt genoemd als ze naar de vrucht in haar buik luistert). Niet ‘hoe werken vrouwen’, maar ‘wat is een vrouw’? En wat is een man?
Mulisch doorbreekt niet alleen traditionele rolpatronen, maar ook opvattingen over homoseksualiteit. Over het thema van de lesbische relatie wordt ook zeer uiteenlopend gereageerd (‘Mulisch slaat geen slaatje uit het handelsartikel lesbische liefde’ (Bulter), tegenover ‘[Mulisch] voelde zich blijkbaar geroepen een boek te maken, dat gebaseerd zou zijn op een modieus [...] thema. Wellicht boekt hij er in bepaalde milieus toch succes mee en dat zal dan wel de enige bedoeling geweest zijn.’ (Schouwenaars, Nieuwe Gazet)). Maar Mulisch heeft het niet slechts over het vraagstuk van homofilie. In Twee vrouwen speelt het straatrumoer omtrent homofilie (en -fobie) wel op de achtergrond, maar meer dan achtergrondruis wordt het niet. Mulisch geeft dit onderwerp een duw in de richting van de problematiek omtrent ouder-kind relaties, naar de vraag over de precieze inhoud van liefde, juist ook als deze niet lichamelijk is. Het boek draait per slot van rekening over twee vrouwen; niet over twee lesbiennes, en de vleselijke details van hun relatie.
Mulisch en de kritiek
‘Het is heel wat makkelijker een reeks ingewikkelde literaire brandkastjes te ontmantelen dan antwoord te geven op zo’n simpele vraag [wat maakt de gedichten van Bloem goed?]; maar zonder poging tot het beantwoorden van zulke simpele vragen is literaire kritiek een nauwelijks veredelde variant van het oplossen van kruiswoordraadsels.’ Wijze, algemener geldende woorden van Nuis als reactie op het bestaande vermoeden, dat Twee vrouwen vanwege de betrekkelijke eenvoudigheid geen commentaar behoeft. Ook spreekt Nuis zich hiermee uit over Jan Hein Donner, vriend, exegeet en ‘vazal’ van Mulisch, die in twee ‘uitlegboeken’ ( Mulisch, naar ik veronderstel en Jacht op de inktvis ) vooral in die duistere, onheldere kant van Mulisch licht wil brengen, waardoor de balans volgens Nuis omslaat. Onnodig, getuige _Twee vrouwen_s helderheid. En misleidend, want de belangrijke vragen zitten hier niet weggestopt onder lagen mythologie, of vergrendeld met raadselachtige cijfersloten; de vragen die er toe doen zijn simpel, en eeuwenoud: wat doet liefde met een mens?
Ondanks de onevenwichtigheid van Donners kritiek, ziet Nuis in hem een van de betere critici van zijn tijd. ‘De gewone kritiek door journalistieke beroepslezers lijdt inderdaad aan het door Donner gehekelde euvel dat zij te gehaast wordt beoefend en daardoor vaak veel over het hoofd ziet. De academische kritiek is zo voorzichtig dat zij zich bij voorkeur verliest in de hogere acrobatiek der onpersoonlijke nietszeggendheid, voorzover zij zich al met eigentijdse auteurs inlaat. Ertussen in is weinig te vinden.’ Is dit ‘tussenin’ een gebied dat we kunnen aanduiden als ‘burgerkritiek’? Is dit het lezerspubliek dat het CPNB voor ogen heeft met ‘Nederland leest’?
Twee vrouwen is dankzij haar helderheid in ieder geval uitermate geschikt als begin van een discussie. De voor interpretatie openstaande motieven, de door Mulisch opengelaten ruimtes, ze zingen zich los van de roman. We kunnen het hebben over Laura en Sylvia, en de – mogelijke – redenen voor hun relatie, maar we kunnen ons ook afvragen hoe mensen in het algemeen reageren op een rationeel ongrijpbare liefde. Op een kinderwens. Op rolpatronen, want wie is de vrouw, de man, de moeder, het kind? Mulisch geeft geen sluitende antwoorden, en biedt daarmee een vertrekpunt voor lezend Nederland. Twee vrouwen zou een gesprek kunnen inleiden, dat niet alleen gaat over een roman uit 1975. Verdieping ontstaat als er over het persoonlijke wordt gepraat dat door een roman wordt aangeboord, niet door onpersoonlijke, oversymbolische kritiek, of door alleen bij het boek te blijven.
Geraadpleegde recensies
- Willem Bulter, ‘Nieuwe roman van Harry Mulisch, twee vrouwen, een verrassing’, in: Tubantia, 25.11.1975
- Pierre H. Dubois, ‘Viermaal Harry Mulisch’, in: Het Vaderland, 06.12.1975
- Leo Geerts, ‘Harry Mulisch over twee vrouwen’, in: De Nieuwe, 12.12.1975
- Alfred Kossman, ‘Virtuoze draak van Harry Mulisch, in: Het Vrije Volk, 15.11.1975
- Reinjan Mulder, ‘Drie vrouwen en een man’, in: NRC, 14.11.1975
- Jan Nies, ‘Mulisch’ “Twee vrouwen” soms sterk, zelden geloofwaardig’, in: Het Binnenhof, 26.11.1975
- Aad Nuis, ´Vuurwerk van het meest spectaculaire soort : Boeken: Mulisch en Donner´, in: Haagse Post, 15.11. 1975
- [onbekend], ‘Mulisch’ “Twee vrouwen” soms sterk, zelden geloofwaardig’, in: De Gooi- en Eemlander, 27.12.1975
- [onbekend], ‘Nieuwe roman van Mulisch op de oude toer’, in: Nederlands Dagblad, 10.04.1976
- Clem Schouwenaars, ‘Harry Mulisch: twee vrouwen’, in: De Nieuwe Gazet, 14.11.1975
- Hans van Straten, ‘Harry Mulisch levert een stuk superieur maakwerk’, in: Utrechts Nieuwsblad, 20.12.1975
- Fred de Swert, ‘Nieuwe roman van Harry Mulisch, twee vrouwen, een verrassing’, in: Het Volk, 20.12.1975
- Ab Visser, ‘Harry Mulisch mist de boot niet’, in: Leeuwarder Courant, 13.12.1975
- Johan van der Woude, ‘De terugkeer in zichzelf van Harry Mulisch’, in: Nieuwsblad van het Noorden, 21.11.1975
Genoemde literatuur
- J.H. Donner (1971), Mulisch, naar ik veronderstel, Amsterdam: De Bezige Bij
- J.H. Donner (1975), Jacht op de inktvis, Amsterdam: De Arbeiderspers
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



