elders op recensieweb
Schaduwjury: Stilte en saaiheid in de juiste handen
opiniestuk
De prijzen en de stuurlui aan wal: een uitslag en twee aankondigingen
opiniestuk
Wat doet de kritiek met de debutant?
opiniestuk
Schaduwjury: Een zomer lang op zoek naar het beste debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Als film wordt het boek beter
opiniestuk
Schaduwjury: Porno, maatschappijkritiek en wetsartikelen in een bomvol, (over)ambitieus debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Liefde en moord door de ogen van een meisje dat nooit huilt
opiniestuk
Schaduwjury: het oppervlakkige tijdsvacuüm van de bus
opiniestuk
Schaduwjury: ware vertelkunst wint
opiniestuk
Longlist Academica Debutantenprijs 2009 bekend
opiniestuk
Aankondiging schaduwjury: vijf maanden debat over debuten
opiniestuk
Schaduwjury: overbeladen met ellende
opiniestuk
Schaduwjury: menselijke relaties, broos als eierschalen
opiniestuk
Schaduwjury: De hele levencyclus, van bevruchting tot ontbinding, in een overvol debuut
opiniestuk
Schaduwjury: over de uitzonderlijke Vlaamsheid van een debutant
opiniestuk
opiniestuk
Slotstuk schaduwjury Academica Debutantenprijs
opiniestuk
auteur
Schaduwjury: Een echte roman? Een meesterstuk van vertelkunst
door Julia Krul, Marleen Louter, Karlijn de Winter en Bert Zuidhof, 19 september 2008
Op 28 september 2008 wordt de Debutantenprijs 2007 uitgereikt, voor het beste literaire debuut van 2007. Recensieweb leeft naar deze uitreiking toe door deze zomer in vijf afleveringen over de genomineerde boeken te discussiëren. In deze vierde aflevering buigen we ons over Zondagsgeld van Philip Snijder.
Bert: Gemiste kansen in een fabuleus beschreven volkswijk
Elf jaar oud, een jeugd op het Bickerseiland in Amsterdam. Een wereld waar vrouwen leunend op kussentjes uit de ramen hangen, mannen op de hoek roken en lanterfanten en kinderen hun kans afwachten om als eerste een ‘dempie’ (een afvaleilandje in de gracht) te bedwingen. En je steeds bewuster worden van de groeiende afstand tussen jezelf en dit van familieverbanden aan elkaar hangende buurtje. Dit is het uitgangspunt van Zondagsgeld van Philip Snijder: het opgroeien van een jongen in een naar binnen gekeerde Amsterdamse volkswijk.
Het beeld dat Snijder schetst van het Bickerseiland is erg sprekend. Hij omschrijft de sfeer in de wijk treffend: ‘Beweging was ons onbekend. Wij zaten vastgeklonken aan ons eiland, waren ermee vergroeid tot één log wezen dat de tijd apathisch langs zich heen liet glijden.’ De beschrijving van de dagelijkse bezigheden zeggen wat dit betreft genoeg: familieleden lopen steevast na het avondeten de deur plat bij elkaar, zonder iets nieuws te bespreken; elke zondag opnieuw zitten de kinderen bij oom en tante op de bank, voor een uurtje, om daarna wat geld te krijgen, keer op keer begeleid door dezelfde flauwe grap van oomlief. Hoogtepunt van Snijders vertelkunst is een koperen bruiloftsfeest: in een lange stoet vertrekken ooms, tantes, neven en nichten naar een zaaltje waar de accordeonist oom Freek de avond muzikaal omlijst, met een repertoire dat zo vastgeroest is als de Bickereilanders dat aan hun eiland zijn. Snijder toont zich hier een meesterobservator, en met subtiele details voert hij de stemmingen op die tijdens die avond langskomen: van aanvankelijke gêne tot aangeschoten aanhankelijkheid en familiaire uitbundigheid.
Te midden van dit subcultuurtje groeit de hoofdpersoon op, en al snel wordt duidelijk dat hij een buitenbeentje is. Hij zal gaan ‘doorleren’, wat weinig anderen is gegeven, en met dat brandmerk doemt er eenzelfde toekomst voor hem op als voor zijn vader is weggelegd:
‘“Jopie is anders als ons.” Zo had ik mijn vaders positie in de Bickerseilander samenleving eens horen verwoorden door mijn tante Mijntje. En ik was dus door hem besmet. Ook ik bleek geen natuurlijke plaats te hebben tussen die “ons”, ook ik was anders.’
Deze bewustwording heeft een langzame transformatie tot gevolg, die typerend is voor de adolescentie: wie ben ik, en hoe verhoud ik me tot mijn omgeving. En in het bijzonder: behoor ik nu wel of niet tot deze ‘als konijnen in een holenstelsel’ doorgefokte familie.
De beschrijving van het Bickerseiland en de groeiende distantie van de hoofdpersoon zijn mooie verdiensten van de roman. Er zijn echter twee minpunten waardoor de verandering van de hoofdpersoon minder goed uit de verf komt. De vader speelt een sleutelrol, en een van de belangrijkste momenten uit het boek vindt plaats als hij zich met zijn zoon in een kano midden op het water bevindt. Wat jammer is, is dat Snijder pas ná dit moment meer vertelt over de geschiedenis van de vader, zijn herkomst, zijn eerste jaren op het Bickerseiland. Die historie geeft het verhaal meer diepte, juist door de voorafspiegeling van de ontwikkeling van de jongen. Nu wordt de verhaallijn van de vader pas op het laatste moment geïntroduceerd, waardoor de vaart – die lang niet echt in het verhaal komt – plotseling wel bijzonder hals over kop toeneemt; om daarna ook meteen tot een slot te komen.
Een ander nadeel is de toon. Snijder kan schrijven, en sterk beschrijven, maar de gedachten van de hoofdpersoon zijn vaak veel te intellectueel voor hem, hoe veelbelovend hij ook mag zijn. ‘Ik kon hier dit volslagen nieuwe fenomeen, dit deel hebben aan de zielsgemeenschap van een feest met mijn familie, ongestoord en ten volle beleven’; of ‘Zijn frêle schooltaal zou kapotslaan tegen hun granieten Bickerseilands.’ Deze zinnen ze te mooi, en verbreken de illusie van een nog-net-niet-helemaal-bewuste jongen van elf. Snijder weet zijn pen te hanteren, maar schaadt er zijn hoofdpersoon mee.
Of blijft het Bickerseilandse verhaal bij jullie wel intact? Mijn stelling is namelijk dat de potentie ervan niet ten volle wordt benut.
Marleen: Liefdevolle jeugdschets chiet net tekort
Volgens mij sla je hier de spijker op zijn kop, Bert. Snijder toont zich in Zondagsgeld een meester van de observatie, en het zijn inderdaad de details die jij beschrijft die het boek zo boeiend maken. Ik weet niet hoe het jullie verging tijdens het lezen, maar ik waande me zonder al te veel verbeeldingskracht midden in het Amsterdam dat Snijder in zijn boek oproept. Knap is ook dat de hoofdpersoon, tevens verteller, geen karikatuur maakt van zijn familie om zich tegen hen af te zetten, maar juist een hele liefdevolle schets geeft van het familieleven op het eiland, en van de situaties die hem het gevoel geven dat hij op de een of andere manier apart staat van de rest. De sfeervolle beschrijving, de rake typeringen en het oog voor detail, dat zijn de elementen waar dit boek op drijft en waar het zijn kwaliteit aan ontleent.
Snijder blinkt op die onderdelen dus uit, maar heeft met Zondagsgeld de ambitie gehad een roman te schrijven. En dus moet deze ook als zodanig worden beoordeeld. De voornaamste verhaallijn die we dan vinden is de relatie tussen de hoofdpersoon en zijn vader, die beide het vermogen hebben de beperkte wereld waarin zij leven van een gepaste afstand te bekijken. De schitterende sleutelscène in die verhaallijn waaraan ook Bert al refereerde, namelijk de kanotocht van vader en zoon, heeft een grote zeggingskracht. Maar inderdaad, waarom niet eerder? Wanneer dit bijvoorbeeld de openingsscène van de roman was geweest, dan was het thema vanaf het begin duidelijk geweest. Nu blijft dit een hele tijd in de lucht hangen en de opbouw van een spanningsboog blijft erg lang uit.
Een verklaring zou kunnen liggen in de ontstaansgeschiedenis van Zondagsgeld. Op zijn eigen weblog publiceerde Snijder in 2004 en 2005 stukken over zijn deels gefictionaliseerde jeugd op het Bickerseiland . Die stukken werden vervolgens omgevormd en gebundeld tot acht verhalen en die verhalen weer tot de roman Zondagsgeld. Het resultaat is een prettig leesbaar boek van een getalenteerd auteur waarin veel te genieten valt, vooral van de schrijfstijl en de prachtige beschrijvingen van personages, gevoelens, omgeving en situaties. Als verhaal schiet het naar mijn mening echter tekort voor de hoofdprijs. Wat jullie?
Julia: ongeëvenaarde vertelintensiteit Onzin. Snijder verdient de hoofdprijs dubbel en dwars. Niet alleen om die verrukkelijke manier van vertellen, maar ook om zijn verhaal. Toegegeven, wanneer je wacht op een ontwikkeling in de relatie tussen de hoofdpersoon en zijn vader moet je veel geduld hebben. Maar volgens mij gaat Zondagsgeld dan ook over iets anders, dat Bert al met een passend citaat illustreerde: over een jongen van elf bij wie langzaam het besef groeit dat hij door zijn intelligentie van zijn leefomgeving vervreemdt. Dat thema keert wel degelijk in ieder hoofdstuk terug. Het is weliswaar niet altijd op de voorgrond aanwezig, maar zo’n geleidelijk groeiproces hoeft ook niet met ‘grootse’ gebeurtenissen gedemonstreerd te worden. Het is juist mooi dat Snijder zijn onderwerp zo subtiel behandelt dat de verschillende anekdotes ook op zichzelf charmant en sprekend zijn.Inderdaad speelt de vader van de elfjarige jongen een belangrijke rol in zijn leven, want dat is Jopie, die ook ‘anders is’; zijn zoon vindt steun bij hem en is tegelijk bang dat vader op een dag weg zal willen. Toch krijgt de ontluikende puberteit van de kleine ‘Philip’ ook andere vormen, zoals Snijder bijvoorbeeld subliem laat zien in het hoofdstuk waarnaar het boek vernoemd is. Het bezoekje aan oom en tante voor het extra zakcentje op zondag was altijd een gênante verplichting, maar wordt een uiterst spannend en opwindend moment wanneer onze hoofdpersoon ontdekt dat hun leesmap ook een tijdschrift met blote borsten bevat. Hij wacht af tot de zijn oom diep genoeg in zijn eigen lectuur verzonken is:
‘Zijn rechterknie begon op en neer te bewegen. Eerst even langzaam, maar kort daarna in een hoog tempo. Zijn hiel kwam daarbij iets omhoog van de vloer, zodat zijn voorvoet de reflexmatige trilling op gang kon houden. Ik wist dat er nu vijf minuten lang niets anders zou bewegen in het kamertje dan die knie. [...] Zolang die knie daar, los van mijn ooms wil, alle energie naar zich toe trok en vermaalde, leken wij drieën, verstard in onze leeshoudingen, ons vijf minuten buiten tijd en ruimte te bevinden.’
Het lukt hem om onopgemerkt het blootblaadje van tafel te pakken:
‘De eerste twee glanzende borsten verwelkomden mij juichend en deden diepe dankbaarheid en geluk in mij oplaaien. In het traanvocht van mijn linkeroog was mijn ooms knie, deze geluidloze motor van ons gezamenlijk moment van onthechting, een continu brandende lichtvlek.’
In die paar stille momenten, waarin alleen de knie van oom beweegt en ‘Philip’ koortsachtig probeert zo veel mogelijk vrouwelijk schoon in zich op te nemen, ligt een intensiteit die geen van de andere genomineerde auteurs weet te bereiken. Hetzelfde geldt voor het laatste hoofdstuk, waarin de borst van de jongen ‘zwelt’ door de klassieke muziek die hij op school heeft gehoord. Snijder heeft maar een paar woorden nodig om de sfeer van Grieg’s ‘Morgenstemming’ voelbaar te maken op een manier die Weijts met zijn Scarlatti niet voor elkaar krijgt.
Zondagsgeld heeft als roman geen traditionele structuur en ik ben het met jullie eens dat de volgorde van de laatste hoofdstukken een verwarrende indruk maakt. Eerst hebben de jongen en zijn vader in de kano een gesprek waardoor lijkt of hun leven voorgoed anders zal worden, maar in het verhaal daarop is alles weer bij het oude. Ik vind dat niet zo’n bezwaar, want het benadrukt juist het feit dat niet de vader, maar de zoon centraal staat in het boek. Doordat Snijder op het laatst de chronologie doorbreekt, wordt voor mijn gevoel duidelijk dat Zondagsgeld uiteindelijk een vrijwel statische situatie beschrijft: het tijdloze leven op Bickerseiland. De subtiele verandering die de hoofdpersoon ondergaat, vormt daarmee een contrast, maar wat dat voor gevolgen zal hebben blijft aan de lezer om te raden. Een verhaal dat nauwelijks meer is dan een sfeervolle momentopname: in de film is het heel gewoon.
Ten slotte, Bert, stoort het mij helemaal niet dat het taalgebruik van de verteller veel te volwassen is om de gedachten van een jongen van elf weer te geven. De verteller is voor mijn gevoel die jongen helemaal niet; hij is dezelfde persoon, inmiddels op gevorderde leeftijd, die in de vorm van anekdotische hoofdstukken de wereld van zijn jeugd tot leven roept. Er hoeft dus geen illusie in stand te worden gehouden, want er is juist iemand aan het woord die afstand neemt en interpreteert. Hij ziet, beschrijft en legt uit, op zo’n manier dat je er bovenop zit en meeleeft, maar tegelijkertijd door zijn inzicht alles in een groter verband kunt zien. Welnu, is dat niet de definitie van vertelkunst?
Karlijn: treffende details wekken verdwenen buurt weer tot leven
Net als jij, Julia, ben ik het er ook niet mee eens dat de ‘intellectuele’ spreektoon van de verteller storend werkt. Integendeel, het versterkt juist het thema van de jongen die voor zijn gevoel niet helemaal meer past in het vertrouwde maar benauwde Bickerseilandse wereldje. Niet alleen weet Snijder met zijn geraffineerde formuleringen, die een prepuber inderdaad niet had kunnen bedenken, precies de vinger te leggen op de sfeer in die volkswijk en de positie van de hoofdpersoon daarin. Daarnaast onderstreept hij daarmee ook het contrast tussen die veelbelovende jongen en de rest van zijn familie uit wiens mond hun hele leven lang alleen maar plat Amsterdams zal komen. Hijzelf heeft oog voor het mooie en subtiele in alles wat hij waarneemt, voor kunst ook. Daar is hij zich misschien nog niet zo van bewust (hij merkt het voor het eerst in die scène over de ‘Morgenstemming’, dat zijn klasgenootjes weglachen maar waarvan hij het warm krijgt van binnen), maar wij als lezer komen het zo wel te weten. Het taalgebruik mag dan dus niet altijd even realistisch zijn voor iemand van elf, het past wel bij zo’n fijngevoelige jongen.
En die kleine jongen mag dan anders zijn, voorbestemd zijn om ‘door te leren’, toch zie je nergens een spoor van arrogantie, van neerbuigendheid ten opzichte van de mensen die daar helemaal niet de ambitie toe of de capaciteiten voor hebben. Zoals jij, Marleen, ook al zei, is het hele Bickerseilandse milieu juist met opvallend veel liefde beschreven. Daardoor weet dit boek ook zo te raken. Het geeft niet alleen inzicht in (een opgroeiende jongen in) een volkswijk, maar Snijder laat er ook daadwerkelijk passie en nostalgie voor zijn onderwerp in doorklinken. Hij laat het Bickerseiland, dat inmiddels helemaal op de schop genomen is en niet meer als zodanig bestaat, voor mijn ogen weer tot leven komen.
Dat de verhaallijn niet helemaal logisch is opgebouwd is voor mij dan ook van ondergeschikt belang. De focus lijkt ook niet zozeer te liggen op de overkoepelende ontwikkeling als wel op de individuele momenten, de kleine gebeurtenissen, de karakteristieke situaties. Op het stiekem lezen in een blootblaadje, op zijn eerste klassieke muziekervaring, op het veroveren van een ‘dempie’. De verschillende hoofdstukken lezen vaak als afgezonderde fragmenten van het leven op dit eiland, waardoor ze voor mij vaak meer op korte verhalen lijken. Daarom betwijfel ik, om op jouw opmerking in te gaan Marleen, of we Zondagsgeld wel als een echte roman moeten beoordelen. Of met andere woorden, of het wel relevant is af te geven op de niet zo evenwichtige globale ontwikkeling ervan. Dit boek is voor alles gericht op typerende details van, zoals jij het al noemde Julia, het tijdloze leven op het Bickerseiland, en op de subtiele veranderingen die de hoofdpersoon doormaakt. In al dit kleine zit de grote kracht van Philip Snijders debuut besloten.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



