elders op recensieweb
Schaduwjury: Stilte en saaiheid in de juiste handen
opiniestuk
De prijzen en de stuurlui aan wal: een uitslag en twee aankondigingen
opiniestuk
Wat doet de kritiek met de debutant?
opiniestuk
Schaduwjury: Een zomer lang op zoek naar het beste debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Als film wordt het boek beter
opiniestuk
Schaduwjury: Porno, maatschappijkritiek en wetsartikelen in een bomvol, (over)ambitieus debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Liefde en moord door de ogen van een meisje dat nooit huilt
opiniestuk
Schaduwjury: Een echte roman? Een meesterstuk van vertelkunst
opiniestuk
Schaduwjury: ware vertelkunst wint
opiniestuk
Longlist Academica Debutantenprijs 2009 bekend
opiniestuk
Aankondiging schaduwjury: vijf maanden debat over debuten
opiniestuk
Schaduwjury: overbeladen met ellende
opiniestuk
Schaduwjury: menselijke relaties, broos als eierschalen
opiniestuk
Schaduwjury: De hele levencyclus, van bevruchting tot ontbinding, in een overvol debuut
opiniestuk
Schaduwjury: over de uitzonderlijke Vlaamsheid van een debutant
opiniestuk
opiniestuk
Slotstuk schaduwjury Academica Debutantenprijs
opiniestuk
auteur
Schaduwjury: het oppervlakkige tijdsvacuüm van de bus
door Julia Krul, Marleen Louter, Karlijn de Winter en Bert Zuidhof, 26 september 2008
Op 28 september 2008 wordt de Debutantenprijs 2007 uitgereikt, voor het beste literaire debuut van 2007. Recensieweb leeft naar deze uitreiking toe door deze zomer in vijf afleveringen over de genomineerde boeken te discussiëren. In deze vijfde aflevering buigen we ons over Vijf strippen van Wiegertje Postma.
Karlijn: de streekbusroman gestrand
De ondertitel van Vijf strippen klinkt veelbelovend: ‘een streekbusroman’. Deze geestige parodie op een oubollig genre riep bij mij de verwachting op van een jong, spitsvondig boek. De opzet van Vijf strippen blijkt inderdaad heel verfrissend. Drie dagen lang wordt er een groep mensen gevolgd die steeds dezelfde bus van kwart over zeven ’s morgens neemt. De reizigers leggen dagelijks dezelfde route af door de provincie en kennen elkaar toch maar heel oppervlakkig. Ze herkennen gezichten, zien dezelfde dingen onderweg, wisselen soms wat woorden met elkaar, maar daar blijft het bij. In feite leeft iedereen in zijn eigen wereldje en blijven ze allemaal steken in hun (voor)oordelen over de anderen.
In Vijf strippen komt dat verschijnsel op een heel treffende manier tot uitdrukking doordat Wiegertje Postma telkens van perspectief wisselt. Het boek bevat namelijk een groot aantal heel korte hoofdstukjes die telkens de busrit vanuit het gezichtspunt van een ander laten zien. Zo gaat het eerste over een jongen die op weg is naar zijn eerste dag op een nieuwe middelbare school, en volgen we in andere onder meer een geestelijk gehandicapte, de dorpshomo en een verminkte vrouw. Wat ik door deze opbouw heel goed naar voren vind komen is hoe sterk ieders waarnemingen en opvattingen over anderen bepaald worden door hun persoonlijke zienswijze. Dat leidt vaak tot onbegrip en miscommunicatie en daarmee tot komische situaties, zoals je bijvoorbeeld ziet bij een jongen die voor een bepaald meisje in de bus iedere week een cadeautje meeneemt. Het meisje denkt daardoor dat de jongen stapelverliefd op haar is, terwijl de jongen haar – hoe pijnlijk – verwart met zijn overleden zusje.
Al die perspectiefwisselingen hebben dus een geslaagd effect en maken het boek bovendien levendig, maar ze leveren ook moeilijkheden op. Ten eerste dwingen ze Postma een groot aantal stemmen te gebruiken. Op zich geeft ze ieder personage inderdaad consequent een eigen typerend stemgeluid mee, maar toch overtuigt ze me daarmee meestal niet. Dat komt voornamelijk doordat er veel overdrijving in zit. De wannabe hooggewaardeerde literaire schrijver toont wel erg veel dedain voor zijn medepassagiers, de gehandicapte man heeft een wel heel hartstochtelijke verliefdheid opgelopen. Dat maakt het allemaal grappig, maar niet erg geloofwaardig of diepgaand.
Een ander probleem zie ik in de verhaallijn die, juist door dat constante switchen tussen de (misschien iets té veel) verschillende personages, wel wat langzaam op gang komt. Gedurende iets te lange tijd leer je telkens weer nieuwe personages kennen en wordt er gewoon wat afgebabbeld zonder dat er iets van een ontwikkeling valt te ontwaren. En zodra de vaart erin is gekomen, je iets als een plot begint te ontwaren, neemt dat meteen wel heel onwaarschijnlijke wendingen. Om alle gebeurtenissen kan ik (soms ook in al hun tragiek) wel lachen, maar meer dan vermakelijk zijn ze ook niet te noemen. Het is net iets te veel over the top. En wanneer ik dan bij de laatste pagina aanbeland, en daar lees hoe het met de (belangrijkste) personages verder is gegaan na de drie beschreven dagen, ligt mijn oordeel vast. Dit had Postma beter niet kunnen schrijven, hier had ik liever zelf mijn eigen gedachten de vrije loop over laten gaan.
Hoe hebben jullie het boek ervaren? Voor mij blijft Vijf strippen een creatieve roman die voortkomt uit een origineel idee, maar waarin het ontbreekt aan de subtiliteit waar bijvoorbeeld Philip Snijders Zondagsgeld in uitblinkt.
Julia: oppervlakkig en onaf
Je noemt precies die dingen die mij ook aan Vijf strippen opvielen. Er valt veel of weinig over te zeggen dat Postma nog zo jong was toen ze het boek schreef, maar al haar personages zijn een beetje zielig en belachelijk en dat is, denk ik, toch niet helemaal toeval. Literatuur schrijven is je blootgeven, een van de engste dingen die er bestaan. Postma heeft geprobeerd die hindernis te omzeilen en tegelijkertijd wereldwijs te klinken door iedereen in de bus als bang, gefrustreerd, pervers, verwaand, obsessief of ronduit gestoord af te schilderen.
Jij gaf al een paar voorbeelden: het jongetje dat naar de brugklas gaat en van de zenuwen overgeeft in zijn gymtas; de simpele ziel die zo bezeten is van een mooie blonde jongen dat hij die onbeschaamd elke ochtend gaat zitten aanstaren; de blonde jongen zelf, die zich door zijn literaire roeping beter waant dan iedereen, maar geen letter op papier krijgt omdat hij nog geen grootse en meeslepende dingen heeft meegemaakt. Grappig en aandoenlijk zijn ze allemaal, maar we mogen hun problemen geen moment serieus nemen. Dan zouden we ons namelijk af kunnen vragen of Postma iets van haar eigen gevoelens in haar werk heeft gelegd. Zo lang we alleen maar moeten lachen, blijft zij veilig buiten schot. Jammer genoeg komt ook de beste humor voort uit zelfinzicht, dus zelfs op dat gebied blijft Vijf strippen flauwtjes en oppervlakkig.
Je hebt ook gelijk dat het boek een samenraapsel van fragmenten is waar nauwelijks een rode draad in te bespeuren valt. Een aantal personages komt maar één keer aan het woord, waardoor je je afvraagt wat zij toe te voegen hebben aan het geheel. Omgekeerd komt er een paar keer een soort verhaaltje op gang – de kotsende jongen wordt meegenomen door een kinderlokker, een kinderloze oude dame ontfermt zich over een drukke peuter – dat geen ontknoping krijgt, behalve in de epiloog. Dat is rijkelijk aan de late kant. Alleen tussen de jongen die cadeautjes meebrengt en het meisje aan wie hij ze geeft, komt het tijdens de vertelde drie dagen tot een ommekeer in de relatie. Dat is leuk, dat had iedere keer gekund – nee, gemoeten.
Over Postma’s stijl heb je nog niets gezegd. Gelukkig kan zij prima met het Nederlands omgaan, haar zinnen lopen uitstekend. Dat is meer dan je van veel auteurs kunt zeggen wier werk toch gewoon gepubliceerd wordt, al zou het natuurlijk vanzelf moeten spreken. Toch is er één vreselijk lelijke stijlfiguur die ze steeds maar weer hanteert: de te wijdlopige en volstrekt misplaatste vergelijking. Alle hoofdpersonen drukken zich zo uit:
‘Ik voelde hoe haar blik in mijn ziel priemde. Hoe hij met de zwierige nonchalance van Jamie Oliver zout strooide in alle rottende wonden die mijn geweten rijk was.’
‘Die stem. Exact hoe een misthoorn zou klinken als het een verwend ventje rond sinterklaastijd zou zijn.’
‘Het geluid van de kabel die naar zijn doel suisde sneed door de nacht als een geslepen slagersmes door een nietsvermoedend kalfje.’
Enzovoort. Alweer niet serieus en na twee keer niet lollig meer, maar potsierlijk en vermoeiend. Opnieuw een manier, lijkt het, om van haar werk een grap te maken, om niet te hoeven laten zien wat ze als schrijver echt mooi en belangrijk vindt.
Het gedeelte van Vijf strippen dat ik met de meeste plezier heb gelezen is, het zal niemand meer verbazen, een parodie. Een van de hoofdpersonen, ook gewoon reiziger in de streekbus van 7:17 uur, lijkt er een nachtelijk dubbelleven op na te houden waarin hij als geheim agent bommen in Rusland uitschakelt, op het nippertje aan de dood ontsnapt en daaraan schoon doch gevaarlijk vrouwelijk gezelschap overhoudt. De James Bond-sfeer is volmaakt getroffen en de avonturen zijn werkelijk spannend. Ze brengen bovendien een surreël element in het verhaal aan. Fantaseert de man maar wat? Maar wie zijn dan die enge kerels in pakken die de bus instappen om hem te halen? Er lijkt ineens toch iets bijzonders, iets magisch mogelijk in de wereld. Dat is een van de weinige momenten waarop Vijf strippen doet denken aan een echt verhaal.
Marleen: origineel concept, ondoordachte uitwerking
Dat is ook toevallig: laat mij nu net dat moment opgevallen zijn als het dieptepunt van Vijf strippen. Wanneer de mysterieuze ‘geheim agent’ de bus wordt uitgesleurd door mannen in zwarte pakken met zonnebrillen is het boek van Wiegertje Postma, vind ik, helemaal niet meer te vatten. Het afgesloten wereldje van de bus dat het verhaal namelijk, hoe zwak ook op sommige punten, toch in zekere zin sympathiek en origineel maakt, wordt daar ineens verbonden met de buitenwereld in een volstrekt ongeloofwaardige en onzinnige scène.
Maar verder kan ik me zeker in jullie besprekingen vinden. Postma heeft met deze ‘streekbusroman’ een leuk idee gehad en kan inderdaad ook goed schrijven, maar schiet tekort in de uitwerking ervan. Het resultaat is een boek waarin slechts af en toe een grappige observatie te ontdekken valt en dat als geheel een zeer ondoordachte indruk maakt.
Het voornaamste bezwaar dat kan worden gemaakt is dat de schrijfster heeft gekozen voor het snelle effect, zowel in stijl (bijvoorbeeld de breedsprakige metaforen waar jij het al over had, Julia) als in opbouw.
De bijzondere omgeving van de bus, die bij vrijwel iedere lezer tot de verbeelding spreekt, is in deze roman voor Postma verworden tot een excuus om een grote hoeveelheid personages op te kunnen voeren. In amper 160 pagina’s leren we van maar liefst acht buspassagiers (misschien waren het er zelfs meer, maar kon ik ze niet van elkaar onderscheiden) de gedachtewereld en dagelijkse beslommeringen kennen. Geen wonder dus dat die personages als stereotypen worden neergezet, want voor een gedegen uitwerking is geen ruimte.
Nu kan worden tegengeworpen dat Postma vooral de onderlinge relaties wil laten zien tussen de verschillende passagiers, die elkaar elke dag tegenkomen en zich een beeld van elkaar vormen terwijl ze elkaar natuurlijk ten diepste niet kennen, en dat er in die zin wel iets voor haar aanpak te zeggen is. Maar in dat licht is de ‘spionnenscene’ aan het eind van het boek bijvoorbeeld al helemaal onbegrijpelijk. Bovendien had ze dat doel ook kunnen bereiken met de helft van het aantal personages, of zelfs met een tweetal goed doordachte hoofdpersonen.
Het concept van Vijf strippen, hoe origineel ook, houdt dus geen stand. Op de laatste pagina’s bevestigt Postma dat inderdaad zelf nog eens met de stukjes waarin ze vertelt hoe het verder is gegaan met de verschillende buspassagiers. Dat gaat compleet in tegen het uitgangspunt van de roman, namelijk dat het verleden en de toekomst van een individuele reiziger er niets toe doen op het moment dat hij of zij de bus in stapt. De medepassagier, en dus ook de lezer, kan alleen maar gissen naar de ware identiteit van degene die elke ochtend naast hem of haar in het bankje schuift. Dat voor velen herkenbare gevoel was een prachtige basis geweest voor een vernieuwende roman, maar verder dan dat is Postma in Vijf strippen niet gekomen.
Bert: zwakke echo’s van de verteller, uitdijing in de breedte
Dat ben ik helemaal met je eens Marleen, die kritiek op het doorbreken van dat tijdsvacuüm zonder verleden of toekomst. Ook had ik moeite met het onderscheiden van de verschillende personages, door het ontbreken van een echt eigen perspectief, of zoals jij al aangaf, Karlijn, omdat er bij de meeste personages zoveel overdrijving inzit. De stem van Postma klinkt nog teveel door: meerdere karakters ‘piepen’, ‘kirren’ en ‘pruttelen’. En de jonge kotsende scholier heeft volgens zijn medereiziger een ‘snaveltje’. Geen eigen stem, maar allemaal een echo van die van de verteller.
Wat mij verder tegenviel is het feit dat de gebruikte perspectiefwisselingen eigenlijk helemaal geen diepte, maar veeleer breedte in het verhaal aanbrengen. Bijvoorbeeld de verhaallijn van de miskleun van een moeder, het onhoudbare brutale kind en de te hulp schietende oude vrouw. Eerst krijgen we te weten dat de moeder het moeilijk vindt om het kind op te voeden en blij verrast is door de reactie van haar medepassagier, en wordt het wangedrag van het kind beschreven – prullenbakjes leeggooien, kauwgum op de rug van buschauffeur smeren, dat soort grappen. In deel twee van deze episode zien we precies dezelfde situatie, maar dan door de ogen van de medepassagier. Het enige dat aan het verhaal wordt toegevoegd is de wens van de vrouw om tegenover haar vriendinnen te laten zien dat ze heus wel een goede moeder is (al heeft ze dat door haar kinderloosheid nooit kunnen bewijzen). Maar deze extra informatie voegt weinig toe aan de gelaagdheid van het verhaal. Waarom niet een groter verschil in de waarneming van het kind door moeder en wannabe-moeder? Waarom geen specifiekere, karakteriserende stem voor beide vrouwen? Postma’s techniek brengt een verbreding van haar onderwerp, zonder aan de fundering te werken; alsof je in plaats van een wijnkelder een bijkeukentje bij je huis krijgt.
De mogelijkheden die het concept van streekbusroman biedt herkennen we geloof ik alle vier. En volgens mij wachten wij ook alle vier op de auteur die écht interessante haltes aandoet.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



