elders op recensieweb
Schaduwjury: Stilte en saaiheid in de juiste handen
opiniestuk
De prijzen en de stuurlui aan wal: een uitslag en twee aankondigingen
opiniestuk
Wat doet de kritiek met de debutant?
opiniestuk
Schaduwjury: Een zomer lang op zoek naar het beste debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Als film wordt het boek beter
opiniestuk
Schaduwjury: Porno, maatschappijkritiek en wetsartikelen in een bomvol, (over)ambitieus debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Liefde en moord door de ogen van een meisje dat nooit huilt
opiniestuk
Schaduwjury: Een echte roman? Een meesterstuk van vertelkunst
opiniestuk
Schaduwjury: het oppervlakkige tijdsvacuüm van de bus
opiniestuk
Longlist Academica Debutantenprijs 2009 bekend
opiniestuk
Aankondiging schaduwjury: vijf maanden debat over debuten
opiniestuk
Schaduwjury: overbeladen met ellende
opiniestuk
Schaduwjury: menselijke relaties, broos als eierschalen
opiniestuk
Schaduwjury: De hele levencyclus, van bevruchting tot ontbinding, in een overvol debuut
opiniestuk
Schaduwjury: over de uitzonderlijke Vlaamsheid van een debutant
opiniestuk
opiniestuk
Slotstuk schaduwjury Academica Debutantenprijs
opiniestuk
auteur
Schaduwjury: ware vertelkunst wint
door Julia Krul, Marleen Louter, Karlijn de Winter en Bert Zuidhof, 27 september 2008
Op zondag 28 september werd de Debutantenprijs 2007-2008 uitgereikt aan Marieke van der Pols Bruidsvlucht. Dat boek uit de vijf door een professionele jury genomineerde boeken: Bruidsvlucht (Marieke van der Pol), Art 285b. (Christiaan Weijts), De steniging (Frénk van der Linden), Zondagsgeld (Philip Snijder) of Vijf strippen (Wiegertje Postma). De afgelopen zomer las de schaduwjury deze boeken mee en presenteert in dit artikel, na een lange beraadslaging, zijn eigen keus.
Aan dit ‘moment des oordeels’ gingen maanden van discussiëren vooraf. Wij hebben als schaduwjury schaduwjury de vijf genomineerde titels afzonderlijk besproken op de opiniepagina in de vorm van een onderlinge dialoog. Die vorm nodigde uit tot een grondige analyse van de boeken waarbij we ze van meerdere kanten konden bekijken en beoordelen. We konden stilstaan bij de unieke kwaliteiten en de minder geslaagde aspecten van ieder debuut, zonder dat we ze als in een soort literaire prijzenslag meteen allemaal tegen elkaar af hoefden te zetten. We kregen boven alles oog voor de waarde die ieder van de genomineerde romans op zichzelf heeft.
Maar om niets af te doen aan onze titel van schaduwjury leggen we de vijf boeken aan het einde van de rit nu toch bijeen om er straks maar één over te houden. We herbekijken de stukken die we de afgelopen maanden schreven, en moeten concluderen dat Bruidsvlucht als eerste afvalt. Marieke van der Pol schreef weliswaar een goed opgebouwd emigrantenepos waar de spanning van begin tot eind in blijft, maar de stereotiepe personages en clichématige formuleringen storen ons te veel. Ook Vijf strippen haalt voor ons de eindstreep niet. De aandoenlijke figuren en geestige voorvallen waarmee Wiegertje Postma haar ‘streekbusroman’ heeft gevuld wekken dan wel de lachlust op, maar tegelijk ontnemen ze je de mogelijkheid de roman ook maar een moment echt serieus te nemen.
Over Art 285b. zijn we minder snel uitgepraat. Christiaan Weijts heeft waarschijnlijk het meest ambitieuze debuut geschreven, vol klassieke muziek, seks en jongeren, waarin hij hoge en lage cultuur en verschillende taalregisters allemaal met elkaar weet te verbinden. Maar ambitie moet niet per definitie beloond worden, besluiten we, want daarvoor zijn er te veel bezwaren. Dit debuut mag dan een intellectuele prestatie van formaat zijn, als vertelling blijkt hij onvoldoende te overtuigen, vooral omdat hij bij de lezer te weinig betrokkenheid oproept.
Dan blijven er nog twee boeken over. Ze zijn allebei bijzonder geslaagd, maar ontlenen hun kracht aan heel verschillende facetten. De steniging van Frénk van der Linden, om mee te beginnen, heeft ons vooral overdonderd als portret van het innerlijk van een bepaald gestoorde jonge vrouw in de vorm van een evenwichtig geconstrueerde roman. Als personage komt ze, hoe onwaarschijnlijk haar denkbeelden en gedrag ook mogen lijken, opvallend realistisch uit de verf. Haar zeggingskracht ontleent ze onder meer aan alle goed gekozen, sprekende details, zoals de geordende schriftjes waarin haar obsessie met bloed een uitweg vindt.
Details spelen ook in Zondagsgeld, Philip Snijders debuut over een opgroeiende jongen in een Amsterdamse volksbuurt, een allesbepalende rol. Ogenschijnlijk banale momenten als wanneer de hoofdpersoon stiekem een blootblaadje inkijkt als hij bij zijn oom en tante op visite is, verlenen het een grote intensiteit. We zijn er erg van onder de indruk hoe Snijder het voor elkaar krijgt om met weinig middelen, met subtiele beschrijvingen van kleine voorvallen, een heel suggestief verhaal te scheppen.
Frénk van der Linden, daar zijn we het over eens, heeft echter op zijn manier ook een heel intense roman geschreven. Bovendien heeft zijn De steniging op Zondagsgeld voor dat de structuur uitgebalanceerder is. Beide debuten hebben duidelijk hun merites, en het duurt even voor het ons lukt de knoop door te hakken. Wat de doorslag geeft is het inzicht dat De steniging meer ‘nodig heeft’ om de lezer in zijn greep te krijgen. Het zijn vooral alle gruwelijkheden die erin aan bod komen die zorgen voor de zo beklijvende leeservaring. Zondagsgeld bevat daarentegen helemaal geen shockerende gebeurtenissen, en bereikt zelfs al met beschrijvingen van de meest onbenullige zaken een sterk effect op de lezer. Daarom is Zondagsgeld voor ons het voorbeeld van ware vertelkunst, en verdient hij de Debutantenprijs 2007-2008.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



