elders op recensieweb
Graphic novels voor dummies (?)
opiniestuk
Nominate Legendres beeldroman terecht?
opiniestuk
Nostalgie voert de boventoon in 100 Stripklassiekers
opiniestuk
De nadelen van naar jezelf kijken
opiniestuk
opiniestuk
Een Wikipedia-artikel met plaatjes
opiniestuk
Een man alleen, alleen een woord... en een beeld
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
Absurde avonturen van een beer en een soort aap-vogel
opiniestuk
opiniestuk
Een gelaagd eerbetoon aan een duivelse oplichter
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
Panorama van een gezichtsloze massa
opiniestuk
Een frisse kijk op een conservatief milieu
opiniestuk
Een roadtrip met twee Grunbergs
opiniestuk
David Lynch in de Egyptische woestijn
opiniestuk
Verslag van een ruimtereis blijft aan de grond
opiniestuk
opiniestuk
Als een videoclip, maar dan beter
opiniestuk
elders op internet
De website van het tijdschrift
De recensie van NRC Handelsblad
EISNER belooft en maakt waar
door Remco Wetzels, 6 december 2008
‘“Strips zeggen we niet meer!! Bij ‘STRIPS’ denken mensen alleen aan Suske & Wiske, Asterix en Lucky Luke!”’ De Zwart, het Amsterdamse literaire café, een van de redactieleden van EISNER valt woedend uit naar nieuwsgierige literatoren. Als een ander redactielid uitlegt dat beeldverhalen niet per definitie verstrippingen van literatuur zijn maar dat strips van zichzelf ‘literair’ kunnen zijn springt een derde op en schreeuwt ‘STRIPPERAIR!!’. Dan: geschrokken, kijkt om zich heen: ‘“Sorry. Ik liet mij even gaan.”’ Het inleidende verhaal van redactielid en Fokke en Sukketekenaar Jean-Marc van Tol geeft een aardig mission statement af voor EISNER: het richt zich op strips die voor een volwassen publiek bedoeld zijn maar gebruikt termen als ‘literair’ vooral tussen aanhalingstekens en met een duidelijke knipoog. EISNER wil serieus genomen worden, maar ook weer niet te serieus.

uit ‘Café De Zwart’ van Jean-Marc van Tol
Het blad, vernoemd naar Will Eisner, strippionier en bedenker van de term ‘graphic novel’, verschijnt op een gunstig tijdstip. Het idee dat strips ook geschikt zouden kunnen zijn voor volwassenen, niet onder je bed verstopt hoeven te worden of misschien zelfs literaire kwaliteiten zouden kunnen hebben begint langzaam maar zeker breder gedragen te worden. ‘Graphic novels zijn booming!’ aldus uitgever Joost Nijssen in ‘Café de Zwart’, maar hoe bekend het concept momenteel ook aan ’t worden is, mening lezer is nog grotendeels onbekend met individuele auteurs en titels. EISNER poogt daar verandering in te brengen en, volgens het persbericht, een staalkaart te bieden van de ontwikkelingen in het genre en de weg te verbreden voor de graphic novel in Nederland en Vlaanderen. Dat belooft wat.
Veelzijdig is EISNER in elk geval. Van een beeldgedicht van Leo Vroman, een herdruk van een van Milt Gross’ woordloze boekrecensies uit 1939 tot Jeroen de Leijers absurdistische verhaal over een crimineel die een buikspreekpop word, EISNER schotelt ons een divers beeld voor van het beeldverhaal. Zo is er ook een vertaling van Daniel Clowes’ ‘Art School Confidential’, een bijzonder amusant relaas over de stompzinnigheid van kunstacademies. Het is een van Clowes’ betere korte verhalen en het sluit thematisch mooi aan op het gesprek tussen redactieleden en literaire types in ‘Café De Zwart’: de strip en de hogere kunsten hebben een ietwat moeizame relatie.
Waar Clowes’ bijdrage een vertaling van eerder uitgebracht verhaal is bevat EISNER ook een aantal exclusieve bijdragen. Zo is er Peter Pontiacs ‘Overpeinzingen van een tatta’ een betoog over ‘het Marokkanenprobleem’. Hoewel ‘betoog’ niet helemaal de correcte term is, het is een verzameling van anekdotes en persoonlijke ervaringen met Marokkanen, zowel positief als negatief:.Tegenover het Marokkaanse rotjochie dat de dochter van de verteller slaat, staat het werk van Hafid Boauzza waar hij veel waardering voor heeft. Dit wordt begeleid door een kakofonie aan beelden die zijn betoog van ironie voorzien of op andere manieren non-verbaal versterken, Pontiacs illustratie van een Christenhond met een kaaskop is wat dat betreft het vermelden waard. Het maakt ‘Overpeinzingen van een tatta’ tot een hallucinant, maar wel zeer persoonlijk geheel. Het is misschien een ietwat simpele benadering van een veelbesproken thema maar juist die volstrekt persoonlijke, anekdotische vertelwijze, die geen enkel argument of conclusie bevat komt dichterbij de werkelijkheid dan de betogen die ons in de media om de oren vliegen en is daarop een welkome afwisseling.
Robert van Raffes ‘verstripping’ van Ogden Nash’ gedicht ‘A drink with something in it’ is helaas een beetje flauw. Van Raffe neemt de volledige tekst van het gedicht, over een Martini, over, maar voorziet het van nogal lullige, clichématige beelden, zo bestelt de drinker uit het gedicht zijn Martini ‘shaken, not stirred’, is de olijf in het drankje het stripfiguur Olijfje en wordt een optater van Popeye in een Martiniglas aangewend om het effect van de drank te verbeelden. Van Raffes bijdrage leidt aan hetzelfde euvel waar veel stripadaptaties van bestaande literatuur last van hebben, het beeld voegt eigenlijk niets toe aan het bestaande gedicht en maakt het daarmee overbodig.

uit ‘Een drankje met iets erin’ van Robert van Raffe
De samenwerking tussen dichter Ingmar Heytze en animator Hisko Hulsing werkt op dat punt juist weer wel heel goed. ‘Verdwaald’ is een horrorachtige sfeertekening van iemand die in een trein zit en langzaam in een psychose geraakt waarbij woord en beeld elkaar nooit voor de voeten lopen maar gezamenlijk een zeer fraaie beklemmende sfeer weten op te roepen. Dit soort samenwerkingen tussen schrijvers en beeldend kunstenaars zal een vast onderdeel van EISNER worden, wat benieuwd maakt naar volgende nummers.
Met deze eclectische verzameling van verschillende genres, grafische stijlen en vertelvormen maakt het eerste nummer van EISNER zijn belofte meer dan waar. Niet alleen biedt het grote diversiteit maar de bijdragen zijn over het algemeen ook nog eens van van verrassend hoge kwaliteit. Een indrukwekkend eerste nummer, voor onder je bed én op je koffietafel.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



