Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Zwijgen in wit en grijs

door Eveline Vink, 16 januari 2009

Mijn opa zweeg, zoals zoveel opa’s, over zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. Mijn beeld van de oorlog was dus dat van Michiel van Beusekom. Van Jack, de Engelse piloot die in een hol in het bos verstopt zat en zeker doodgeschoten zou worden als hij gevonden werd. Van de drommen koude kreupele hongerige mensen die door de Vlank trokken, op weg naar boeren waar ze misschien een paar aardappels konden kopen om hun oude moedertje of tien kinderen van de hongerdood te redden. Cliché? Ja. Maar niet als je tien bent en verder niets van de oorlog weet. Voor mij was het gewoon het allerspannendste boek dat ik ooit las, niet in de laatste plaats omdat het echt gebeurd zou kunnen zijn. Ik herlees achttien jaar na dato de klassieker van Jan Terlouw uit 1972. En ik bekijk Martin Koolhovens verfilming in de bioscoop. Een dubbelrecensie.

Het boek
Michiel, zestien, beleeft de oorlog in een Veluws dorp aan de IJssel. Zijn vader is de burgemeester, zijn moeder kookt iets wat lijkt op soep en maakt drab die moet doorgaan voor koffie voor tientallen vaag-bekenden die komen overnachten tijdens hun voettochten naar het Noorden of Oosten, waar nog voedsel te krijgen is. Michiel wordt volwassen in dit boek, niet alleen omdat zijn vader door de Duitsers neergeschoten wordt, maar vooral omdat hij leert zwijgen.

Dat begint als hij van zijn buurjongen een brief krijgt met de mededeling die naar Bertus Hardhorend te brengen als hij morgen niet meer thuiskomt van een overval op een munitiekantoor. De buurjongen loopt in een hinderlaag en Bertus wordt de volgende dag opgepakt. Michiel opent de brief zelf, en krijgt zo de verantwoordelijkheid voor het leven van een ondergedoken Engelse piloot. Die verantwoordelijkheid drijft hem uiteindelijk over de grens van puber naar volwassenheid.

De plot van Oorlogswinter, een razendsnelle opeenvolging van goede en slechte gebeurtenissen, geluks- en angstmomenten, maakt het boek geweldig meeslepend. Terlouw maakt de totale onzekerheid over de betrouwbaarheid van iedereen die je kent – en vóór de oorlog nog vertrouwde – goed zichtbaar: de buurman zit in het verzet, of is NSB’er, of zit hij toch in het verzet? Een boer wiens leven werd gespaard bij de hinderlaag op het munitiedepot blijkt indirect verantwoordelijk voor de dood van Michiels vader. Net als Jack, de verborgen piloot, die samen met buurjongen Dirk de Duitse soldaat neerschoot waarvoor vijf mannen moesten boeten. Niemand is helemaal slecht, en niemand is helemaal onschuldig, wil Terlouw zeggen, en hij zegt het hardop in een reeks morele lessen die niet meer van deze tijd is.

‘“Michiel,” zei mevrouw van Beusekom, “er zijn tachtig miljoen Duitsers. En of je het nu leuk vindt of niet, daar zitten ook goeie mensen bij, mensen die ook niet blij zijn met deze oorlog. Wij houden niet van de Duitsers, jij niet en ik niet en Erica ook niet, maar deze ene Duitser zullen we dankbaar moeten zijn, hoe je het ook wendt of keert. Ik ben hem in ieder geval dankbaar.” “Misschien maakte hij ook deel uit van het executiepeloton,” zei Michiel halsstarrig.
“Dat geloof ik niet. En zélfs…, nee, dat geloof ik niet.”
“In een executiepeloton hoef je niet als je per se niet wilt,” zei Erica.
Michiel zweeg. Het was zoveel gemakkelijker om alle Duitsers te haten. En nu moest hij in zijn hart toegeven dat deze soldaat zich heel wat edelmoediger gedragen had dan al hun buren bij elkaar. Hij keek naar het olijke witte kopje van zijn broertje. Een val van tien meter hoog op de keien…
“Nou, deze éne dan,” bromde hij. “De andere negenenzeventig miljoen negenhonderdnegenennegentig duizend negenhondernegenennegentig blijven moordenaars.”’

Terlouw tracht heel expliciet het onderscheid goed-kwaad te nuanceren, maar dat lukt niet. Een vreselijk slechte Duitse soldaat die iets heroïsch doet, roept geen vragen op over wat precies goed of kwaad is, maar versterkt het zwart-wit denken. De les lijkt meer uit te draaien op ‘je kunt niet zeker weten wie er bij de goeden en de kwaden horen’ dan een nuance in de ethiek an sich.

Daarbij toont voorgaand citaat nog een ander euvel: het taalgebruik. Zijn we in een boekje van W.G. van der Hulst terecht gekomen? Ja, dit boek werd in 1972 geschreven, maar dat werd De torens van februari van Tonke Dragt ook, en Paul Biegels De kleine kapitein is nog ouder. Ouderdom houdt niet automatisch oubolligheid in. Terlouw neemt in zijn omschrijvingen een vaderlijk standpunt in, met ouwelijke taal, paternalistische mopjes en liefdevol hoofdschudden.

Vanuit deze belerende positie neemt hij zijn lezers bovendien in bescherming tegen te veel oorlogsgruwelen. Toeval wil de rechtvaardigen nog wel eens helpen, waar in werkelijkheid mensen het lot in eigen hand namen of moesten nemen. Zo komt een verrader die probeert te vluchten om wanneer er een munitiewagen in zijn buurt ontploft. Maar wat zou er zijn gebeurd zonder die explosie?

En tóch vallen deze minpunten me pas in wanneer ik op papier ga zetten wat ik van dit boek vind. Tijdens het lezen was daar geen tijd voor, Michiel sleepte me van het geheime hol van Jack met een geleend paard en wagen rakelings langs een vijandelijke dorpsgenoot, bijna recht in de armen van Duitse soldaten, via een heldhaftige oude barones en een paar goedhartige boeren met twee vermomde joden over het veer en regelrecht naar het eind van de oorlog. One wild ride. Wild genoeg om helemaal niet te merken dat de wagen waarin je zit wel een lik verf kan gebruiken, of dat het wiel een beetje aanloopt.

De film
Martin Koolhovens film Oorlogswinter volgt de gedachte van Terlouws klassieker, maar niet de letter. Veel details zijn gewijzigd. Zelfs de politieke kleur van Michiels vader, burgemeester van Beusekom, is ambiguer; in het boek wordt hij beschreven als een integere, dappere man, bij wie veel vluchtelingen aan durven kloppen, maar in de film neemt hij ten opzichte van de Duitsers een vriendschappelijke houding aan, om ongeschonden de oorlog door te komen. Mensen gaan net wel of net niet dood, zijn wel of geen NSB’er en worden in afzondering of in de openbaarheid neergeschoten. Koolhoven heeft gekozen voor een vrije interpretatie.

De meeste van deze wijzigingen hebben een duidelijk doel. Terlouw had de neiging de lezer een beetje te beschermen. In de film moet Michiel toezien hoe zijn vader gefusilleerd wordt, en houdt hij zelf zijn handen ook niet schoon. Het toeval dat hem op de allerkritiekste momenten in het boek te hulp schiet, blijft in de realistischere film achterwege. Daarnaast is de vlucht van Jack, de verborgen piloot, uitgebreider belicht. Dat wil zeggen: in het boek wordt die met een tijdssprong overgeslagen, in de film speelt hij een belangrijke rol in de ontknoping.

Een interessanter contrast biedt de ontwikkeling van het personage Michiel. Terlouw rapporteert veel gedachten letterlijk en heeft bijvoorbeeld opmerkingen van zijn moeder nodig om Michiels coming of age neer te zetten. In de film ontbreekt elke expliciete verwijzing naar zijn ontwikkeling. In zwijgen en gezichtsuitdrukkingen wordt de hortende en stotende groei naar volwassenheid neergezet. Subtiel, geloofwaardig en fantastisch geacteerd door hoofdrolspeler Martijn Lakemeier, die in Oorlogswinter zijn speelfilmdebuut maakt.

De rest van de cast versterkt Lakemeiers prestatie. Yorick van Wageningen als oom Ben en Anneke Blok als moeder geven hun personages net zoveel Veluwse eenzelvigheid mee. Schitterende beelden in wit en grijs geven door associatie met de zwart-wit televisie het gevoel dat dit verhaal historie heeft – en niet alleen omdat het vijfenzestig jaar geleden speelt. Dat is dan ook het enige dat ons eraan herinnert dat Terlouws verhaal al zevenendertig jaar oud is.

In Koolhovens Oorlogswinter is niets terug te vinden van de te zware moraal en gedateerd aandoende overbescherming van de lezer. Slechts de plot nam hij over. Gecombineerd met het geniale spel van de acteurs en de magnifieke poldersfeer in strakke kale beelden maakt deze film een nog grotere klassieker dan het boek. Koolhoven zet Terlouws boek hiermee niet in de schaduw, maar op een voetstuk. Ga dit lezen, maar ga dit vooral zien.

www.oorlogswinterdefilm.nl

Oorlogswinter, Jan Terlouw, Uitgeverij Lemniscaat, ISBN 9789047701170, € 12,50

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.