elders op recensieweb
opiniestuk
Schaduwjury: Constistent gebrachte complexiteit
opiniestuk
opiniestuk
Schaduwjury: Los van deze tijd
opiniestuk
Opvallende shortlist om op te vallen?
opiniestuk
Nominate Legendres beeldroman terecht?
opiniestuk
Schaduwjury: de ambities, de idealen, en één meesterwerkje
opiniestuk
Libris en Gouden Uil 2009: drie schaduwjury's van start
opiniestuk
Schaduwjury Libris 2010 van start
opiniestuk
Literatuur van formaat in een klein speelveld
opiniestuk
Klein leed en menselijkheid troef: de Libris Literatuurprijs schaduwjury 2011
opiniestuk
auteur
auteur
auteur
auteur
auteur
auteur
elders op internet
Schaduwjury: Niet engagement, maar gelaagdheid
door Bob Hopman, Judith Mulder en Daan Stoffelsen, 9 mei 2009
Update: Dimitri Verhulst won de Libris Literatuurprijs. Zie voor verdere berichtgeving: De Papieren Man.
De shortlist van de Libris Literatuurprijs 2008 deed veel stof opwaaien wegens de opname van een graphic novel en de buitensporige politieke correctheid van de lijst. Daarbij afgemeten is de shortlist van 2009 bijzonder degelijk. Zes romans, waarvan een geschreven door een debutant, en op zijn minst vier door schrijvers die hun sporen al hebben verdiend. Het is veilig, het is degelijk, maar is het misschien ook niet een beetje saai? Judith Mulder, Daan Stoffelsen en Bob Hopman traden op als schaduwjury, lazen de zes titels, volgens de Librisjury de beste van 2008, en kwamen parallel aan het voorgaande jaar vooral veel maatschappelijk engagement tegen.
Debutant Robert Vuijsje, die met Alleen maar nette mensen de Gouden Uil 2009 al wist te winnen, is daar een goed voorbeeld van. Een in Oud-Zuid opgegroeide Joodse jongeman die door iedereen voor Marokkaan wordt aangezien, zoekt zijn droomprinses, een mooie gevulde negerin. Vuijsje brengt de lezer van Amsterdam Zuidoost naar de Zuidelijke Verenigde Staten, en schetst soms op humoristische, soms op zeer scherpe wijze rassendiscriminatie en het snoeiharde leven onder zwarte minderheidsculturen.
Met Visser geeft Rob van Essen, sinds 4 mei 2009 de enige onbekroonde schrijver op deze shortlist, een beeld van precies de andere kant van de maatschappij. Hoofdpersoon Visser, docent op het middelbaar onderwijs, doet enkele omstreden uitspraken over het kampbeulen, wordt geschorst en wordt vervolgens bejubeld en als leider ontvangen door een jonge groep neonazi’s. Van Essen toont hoe eenvoudig het in Nederland is om, onder invloed van een foute omgeving, af dwalen van een gebaande levensweg, en tot een immoreel schepsel te verworden.
Minder immoreel, maar toch zeker ook politiek extremistisch, ‘fout’ en dwalende is de hoofdpersoon van Charlotte Mutsaers’ Koetsier Herfst. Via een jonge vrouw komt hij in contact met het kreeftenbevrijdingsfront, waarmee hij in Oostende een tijd optrekt en zelfs deelneemt aan ‘terroristische’ bevrijdingsacties. Maar Mutsaers voegt aan het beeld van de dwalende mens ook dat van de liefhebbende mens toe: irrationele liefde voor het materiële enerzijds, en voor het immateriële en onbereikbare, een ongrijpbare vrouw, een kreeft, Osama Bin Laden anderzijds. Bij vlagen is de liefde krankzinnig, soms juist verrassend herkenbaar.
Ook Anna Enquist schrijft over liefde, maar vooral over verwerking en verdriet. Die liefde is er voor de muziek Johann Sebastiaan Bach, maar vooral voor de overleden dochter van de hoofdpersoon. Zij wil door Bachs Goldbergvariaties te herspelen en analyseren een rouwproces in gang zetten. Contrapunt, dat ook verkrijgbaar is met muziek-cd van Bach, is soms in muziekbeschrijving erg, misschien iets té technisch, maar in terugblik zeer gevoelig, en in deze twee aspecten mooi uitgebalanceerd. Juist door zich te concentreren op het muziekstuk, schept zij een stilte die monumentaal is.
Arnon Grunberg toont ons op geheel authentieke wijze volslagen liefdeloosheid in een Zuidamerikaans land. Cynisch, maar ook wat moralistisch voor Grunbergs doen schetst Onze Oom de zoektocht van een oude majoor en een jong meisje in armoede en oorlog, naar onvindbaar geluk, geborgenheid en rechtvaardigheid.
Liefdeloos ook, en keihard, is Dimitri Verhulsts Godverdomse dagen op een godverdomse bol. De mensheid, aangeduid als ‘’t’, beleeft de evolutie van eencellig dier tot twintigste-eeuwse westerling, waarbij het vooral bezig is zichzelf te bevuilen en perverteren. Het is een typisch Verhulst-boek: origineel, eigenzinnig, en op cynische wijze getuigend van een haast ongezond negatief mensbeeld.
Gaan wij voor het engagement?
Als maatschappelijke zingeving werkelijk het belangrijkste doel van literatuur was, dan hadden wij hier misschien werkelijk de zes beste titels van 2008 op een rij. Maar naar de mening van onze schaduwjury volstaat engagement alleen niet voor goede literatuur, en het boek van Van Essen toont dat aan. Visser toont de slechtheid van de hedendaagse mens, maar door het ontbreken van een aanwijsbare historisch overeenkomst, een intertekstuele parallel, en de ongeloofwaardigheid van de ontwikkeling van de hoofdpersoon blijft het boek te eendimensionaal.. Voor Vuijsje gaat hetzelfde op: Alleen maar nette mensen is eenduidig en eenvoudig. Hij schrijft vol humor en maakt zijn personages wel degelijk geloofwaardig, maar het hoofdthema – man zoekt vrouw en ontdekt dat hij eigenlijk zichzelf zoekt – is te simpel. In tegenstelling tot de Gouden Uil jury vonden wij dit niet het beste boek van 2008.
Grunberg en Verhulst schreven beiden een goed boek, maar wel met aanwijsbare zwaktes. Waar Verhulst stilistisch misschien wel de sterkste van de zes auteurs is, verliest hij zich in te veel snelheid, te veel wild taalgebruik. Zijn roman is wat kort, de spanningsboog is te doorzichtig, en waar hij blijft bij de grote lijnen is de samenvatting van de geschiedenis die hij biedt te kleinschalig, niet het ‘magnum opus’ dat het zou moeten zijn om hier te winnen. Voor Grunberg geldt het tegenovergestelde: Onze oom is te lang, te traag en te vol.
Wie moet de prijs dan winnen? Die discussie ging voor ons vooral om Mutsaers en Enquist. Beide boeken zijn verzorgd, gelaagd en literaire kunststukjes. Vooral Contrapunt excelleert als zuiver literair kunstwerk, het treedt buiten de grenzen van het geschrevene, Enquist toont zich een waar multidisciplinair kunstkenner, en weeft verdriet en verwerking op subtiele wijze door die kunst, zonder ooit sentimenteel te worden.
Het moge duidelijk zijn, als wij kiezen moeten tussen engagement en – desnoods meer autonomistische – literaire kunst, gaan we voor het laatste. De echte jury zal wellicht een voorkeur voor Mutsaers of Verhulst hebben, de Libris LiteratuurPrijs 2009 hoort in onze ogen Anna Enquist toe.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



