elders op recensieweb
Schaduwjury: Stilte en saaiheid in de juiste handen
opiniestuk
De prijzen en de stuurlui aan wal: een uitslag en twee aankondigingen
opiniestuk
Wat doet de kritiek met de debutant?
opiniestuk
Schaduwjury: Een zomer lang op zoek naar het beste debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Als film wordt het boek beter
opiniestuk
Schaduwjury: Porno, maatschappijkritiek en wetsartikelen in een bomvol, (over)ambitieus debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Liefde en moord door de ogen van een meisje dat nooit huilt
opiniestuk
Schaduwjury: Een echte roman? Een meesterstuk van vertelkunst
opiniestuk
Schaduwjury: het oppervlakkige tijdsvacuüm van de bus
opiniestuk
Schaduwjury: ware vertelkunst wint
opiniestuk
Longlist Academica Debutantenprijs 2009 bekend
opiniestuk
Aankondiging schaduwjury: vijf maanden debat over debuten
opiniestuk
Schaduwjury: menselijke relaties, broos als eierschalen
opiniestuk
Schaduwjury: De hele levencyclus, van bevruchting tot ontbinding, in een overvol debuut
opiniestuk
Schaduwjury: over de uitzonderlijke Vlaamsheid van een debutant
opiniestuk
opiniestuk
Slotstuk schaduwjury Academica Debutantenprijs
opiniestuk
auteur
Schaduwjury: overbeladen met ellende
door Lotte Brugman, Laurens Ham, Daan Stoffelsen en Karlijn de Winter, 27 mei 2009
Wie schreef het beste fictiedebuut van 2008? De jury van de Academica Debutantenprijs selecteerde alvast vijf titels. De keuze voor wie de prijs op 27 september 2009 uiteindelijk ontvangt ligt nu bij de lezers. Recensieweb leest mee, en heeft daarvoor een schaduwjury in het leven geroepen. In vijf afleveringen wordt daarin gediscussieerd over de genomineerde boeken. In deze eerste aflevering van mei bespreekt de schaduwjury Tania Heimans’ Hemelsleutels.
Laurens: Overvol en karikaturaal
Geloofwaardig schrijven vanuit het perspectief van een kind: het is een bijna onmogelijke opgave. In Tania Heimans’ Hemelsleutels wordt het verhaal verteld door Linde, een kind van zes. Nadat haar depressieve moeder zelfmoord heeft gepleegd ontspoort het gezin waarin ze opgroeit, bestaande uit haar dementerende oma, haar vrouwenverslindende vader, die schilder is, en een hele reeks scharrels met wie papa af en toe openlijk de liefde bedrijft. Langzaam ontstaat een klimaat waarin Linde niet meer bij haar vader terecht kan en aangewezen is op zichzelf en op haar verwarde oma. Ze creëert een veilige fantasiewereld, die het naarmate de roman vordert steeds meer van de werkelijkheid wint.
Een kind van zes dat getuige is van zelfmoord en vrije seks, dat verkracht wordt en door haar vader genegeerd: ik vind het nogal wat. Het is behoorlijk moeilijk om al deze ellende geloofwaardig in een kinderidioom te gieten, zeker als de kindverteller ook nog eens een rijke fantasie heeft. Heimans’ roman overtuigt dan ook maar zelden. De beste momenten zijn diegene waarin wrange of smerige situaties vanuit de kinderblik worden bekeken, met die mengeling van verwondering en onverschilligheid die kinderen eigen is. Daar begint de tekst prettig te wringen – of anders gezegd, daar komt het volwassen denkkader op een mooie manier in botsing met het kinderlijke denkkader:
‘Simone kent er veel die zijn gesprongen: haar buurvrouw voor de trein, een vriend uit het raam van een ziekenhuis en een kennis van een brug. Alleen die kennis leeft nog. Eerst kwam hij in de schroef van een schip. Dat is een soort gehaktmolen voor mensen, zegt Simone. Toen hebben ze die kennis weer in elkaar gezet. Nu zit hij in een rolstoel en kan hij mooi met zijn mond schilderen.’
Helaas overheerst er een oersaaie kinderachtige vertelstem. Dat sommige van de personages zo karikaturaal zijn – zo is er de crimineel Grote Henk, die een Suske-en-Wiske-achtig boeventaaltje spreekt – maakt het geheel er niet vlotter op. Wél geslaagd is overigens de figuur van Lindes oma. Het is wonderlijk hoe Heimans van een zo starre geest als van een dementerende vrouw zo’n dynamische persoon heeft weten te maken.
Die dynamiek blijkt dan ook voor een belangrijk deel in Lindes hoofd te zitten. Hoewel meteen duidelijk is dat de lezer, gebonden aan Lindes onbetrouwbare perspectief, een mengeling van fantasie en werkelijkheid te verwerken krijgt, is het einde toch nog een verrassing. Daarin wordt onthuld dat de lezer bijna de helft van het boek door Lindes fantasieën in de maling is genomen. Het is deze laatste speldenprik die me toch even deed opveren. Is de roman dan minder slecht dan hij lijkt?
Lotte: drie jaar lang acht
Je hebt gelijk Laurens, het vertelperspectief van Linde overtuigt niet direct. Maar voor mij geldt dat vooral voor het begin van het boek, als ze nog maar zes jaar oud is. In tegenstelling tot Linde zelf wordt namelijk de manier waarop ze de wereld om zich heen beziet niet volwassener. En dat is goed, want de vertelstem die Heimans gekozen heeft, past veel beter bij een acht- dan bij een zesjarig kind. Het is natuurlijk moeilijk in te schatten, vooral omdat kinderen die (zoals Linde) geen al te gemakkelijk leven hebben en veel verantwoordelijkheid voelen, zich vaak wat ouwelijker uitdrukken, maar de zesjarige Linde praat wel erg volwassen (al roept ze gelukkig wel te pas en te onpas: ‘Grrrote brrrruine drrrrrol!’).
Soms, vooral in het begin van het boek, is die vertelstem van Linde inderdaad een beetje saai , maar naarmate het verhaal vordert, vind ik dat eigenlijk wel meevallen. Heimans zet levendig neer hoe Linde voor iedere al dan niet bizarre gebeurtenis een eenvoudige maar logische verklaring weet te vinden. Zoals wanneer Lindes grootouders op bezoek komen op een moment waarop haar vader nog niet helemaal wakker is:
‘Papa en ik komen tegelijk de gang op. Ik in mijn broekpak met wijde pijpen dat ik pas van Simone gekregen heb en papa in zijn blootje. Zijn piemel staat als een richtingaanwijzer recht vooruit. Zoals hij wel vaker heeft als hij net wakker is.
“Godverdomme!” roept oma Kroos en ze pakt opa Kroos vast, alsof ze ieder moment om kan vallen. “Genoeg!” roept opa Kroos. “Zo is het genoeg!” Hij pakt oma Kroos bij haar hand en loopt met haar de trap af.
Ik kan me voorstellen dat opa Kroos boos is op oma Kroos. Anders roept ze nooit van die dingen. Zeker niet met god erin, want volgens hen mag je absoluut niet vloeken.’
Wat ik waardeer aan Hemelsleutels is dat je wel begrijpt waarom Linde zoveel verzint: niet alleen de twee demoontjes Habbekrats en Wobberik in de hal langs de trap, maar later ook veel meer. Het dagelijks leven is voor Linde zó hard, dat daarin voor een kind bijna niet te overleven valt. Dat komt deels doordat Linde en haar vader amper spreken over bijvoorbeeld de dementie van haar oma. Het feit dat er zoveel onuitgesproken blijft, maakt dat Linde met een gigantisch schuldgevoel over de dood van haar moeder rondloopt en met een haast nog ondraaglijker verantwoordelijkheidsgevoel voor het welzijn van haar vader. Ik vind het dan ook niet zo vreemd en overigens ook niet ongeloofwaardig dat ze een complete wereld voor zichzelf creëert.
Voor de lezer blijven feit en fictie overigens wel te scheiden, ook al zit de werkelijkheid van Linde inderdaad vol met wat karikaturale types. Lindes zelfverzonnen wereld illustreert duidelijk hoe eenzaam, ongelukkig en verwaarloosd ze is. Het leidt er zelfs toe dat je op een gegeven moment gaat verlangen naar het moment dat de kinderbescherming Linde daadwerkelijk uit huis zal plaatsen en je het bijna hardop uitschreeuwt als Linde de kinderpsychiater in het ziekenhuis weigert te vertellen wat er echt aan de hand is.
Het boek zit zo vol met vreemde gebeurtenissen en pure ellende, dat het bijna te veel wordt.
Het is dan ook een opluchting dat Heimans een Yvonne Keuls-achtig sentiment weet te vermijden, voor een groot deel dankzij het gekozen naďeve en fantastische perspectief. Dat perspectief stelt haar tevens in de gelegenheid om het ongemakkelijke gevoel van de lezer over Linde’s situatie goed op te bouwen. Wel had ze het verhaal naar mijn idee nog wat meer kunnen stroomlijnen, door er bijvoorbeeld wat herhalingen en overbodige uitweidingen uit te halen en het wellicht wat in te korten. Misschien had ze ook meer ontwikkeling kunnen aanbrengen in de vertelstem van Linde, al lijkt me dat buitengewoon moeilijk indien je het verhaal per se wil laten beginnen als Linde zes is. Dit had Heimans overigens ook anders kunnen oplossen, bijvoorbeeld door middel van flashbacks. Het is natuurlijk niet noodzakelijk om alle relevante gebeurtenissen ook in de verteltijd te laten plaatsvinden.
Al met al vind ik het bewonderenswaardig en dapper wat Heimans heeft gedaan. Ze geeft blijk van een rijke fantasie en een goed gevoel voor (gruwelijke) details. Hemelsleutels is daarom mijns inziens bepaald geen slecht debuut.
Karlijn: zonder geloofwaardigheid mist het zijn uitwerking
Hoewel jullie een aantal positieve kwaliteiten van het boek benoemen, ontbreekt in jullie reacties toch het enthousiasme om Hemelsleutels als winnaar van de Debutantenprijs te verkiezen. Ook mijn voorkeur heeft deze roman niet. Sterker nog, ik vind zijn plaats op de shortlist niet verdiend.
Een boek dat meedingt voor een literaire prijs moet, vind ik, in de eerste plaats iets met mij als lezer doen. Het moet me verrassen, verwarren (in positieve zin), ontroeren of inspireren. Bij mij bereikte Hemelsleutels niets van dit alles, het maakte niets bij me los. Als ik bij mezelf te rade ga wat de oorzaak daarvan kan zijn denk ik dat het de al door jou, Laurens, aangevoerde ongeloofwaardigheid is. Behalve in de al te grote opeenstapeling van traumatische ervaringen en de veelal eendimensionale personages, zit die in de naďeve en tegelijk te betweterige vertelstem van Linde.
Dat Linde voor iedere lastige situatie een eenvoudige verklaring paraat heeft, zoals je terecht opmerkt Lotte, vind ik in plaats van verrijkend dan ook gewoon irritant. Opmerkingen als ‘Grote Henk is een boef’, of ‘Dat Grote Henk van seks met kinderen houdt, liegt ze vast. Kinderen doen die vieze dingen niet’, klinken veel te simplistisch voor zo’n vroegwijs kind, en tegelijk te zelfverzekerd. Nuance zit er weinig in haar uitspraken, zoals in haar reactie op het verjaardagscadeau van haar vader, een van zijn naakten (van haar moeder?): ‘Ik weet waarom papa mij dit schilderij geeft zodat ik nooit vergeet dat het mijn schuld is dat mama sprong.’ Dit soort vlakke commentaren ontneemt meteen de zin van iedere tegenwerping of zelfs maar voorzichtige twijfel, ze maken aan iedere verdere gedachtegang direct een einde.
Een personage dat zulke opmerkingen maakt kan mij daarom niet voor zich innemen, en geloof ik evenmin. De verwarring tussen fantasie en werkelijkheid die ze schept – op zich wel een begrijpelijke reflex van haar, inderdaad – komt daarom ook helemaal niet over. Wat betekent de grens tussen echtheid en verbeelding nog, en wat is de waarde van de onthulling aan het eind dat je op dat punt nog meer dan je al dacht in de maling genomen bent, als je toch alles al even onwaarachtig toescheen?
Geen van Heimans’ originele, creatieve of geestige vondsten, zoals de oma die zo graag snoephartjes eet en hallucinaties heeft over zebra’s in nood, of de gęnante scčne op de begraafplaats, verandert er helaas iets aan dat Hemelsleutels me over het geheel genomen onverschillig laat.
Daan: gemakslectuur
Er is misschien nog een reden voor die onverschilligheid : het onderwerp boeit niet.
Nu weten jullie uit mijn eerdere bespreking al wat mijn oordeel was over Hemelsleutels. En de kritiek die jullie hebben geformuleerd over het boek onderschrijf ik. Hemelsleutels heeft geloofwaardigheids-issues. Maar eigenlijk vind ik niet dat de roman, maar de literaire kritiek issues zou moeten hebben met geloofwaardigheid. Want geloofwaardigheid, psychologische eenheid, herkenbaarheid passen in een schema waarin de schijn van realisme stand moet houden, de lezer bij de les, in spanning gehouden moet worden: doelen die meer passen bij plotgedreven gemaksliteratuur, de polderthriller, de jongemeisjesroman, het waargebeurdrelaas.
Is Hemelsleutels gemaksliteratuur? Correctie: wil het gemaksliteratuur zijn? Ik haak even in op de laatste alinea van jouw openingsbetoog, Laurens: het spel met fantasie en werkelijkheid duidt op een hogere ambitie dan een simpele, enkellagige coming-of-age-roman. In zo’n aanpak is geloofwaardigheid veel minder belangrijk, en zijn andere aspecten van groter belang: karaktertekening (in Hemelsleutels veelal schematisch, met als uitzondering oma, en een inconsequente vertelstem), stijl (overwegend vlak), intertekstualiteit (geen aanwijzingen voor), thematiek.
Thematiek dus. Waar gaat Hemelsleutels echt over? Ik ben in mijn recensie wat kort door de bocht gegaan door te beweren dat dit een typisch boek over iets is (‘over verwaarlozing’, ‘over een beroerde jeugd’, misschien ‘over mooie dementie’), en vervolgens te zeggen dat ik daar een hekel aan heb. Misschien is een betere uitleg op z’n plaats. Ik heb er een hekel aan omdat bij een dergelijk duidelijk onderwerp ook bijna altijd sprake is van een moralistische, eenduidige kijk op dat onderwerp; bijvoeglijke naamwoorden als ‘beroerd’ of ‘mooi’ zijn in bovenstaande voorbeelden al bijna niet te vermijden. Zeker als het niet ‘over paardenverzorging’ of ‘over naaktschilderijen’ gaat, maar over het leven zelf, over dat van mevrouw Heimans en dat van ons.
Mij boeit moraal en engagement niet zo, en opgroei-ellende evenmin. (Tenzij het een prachtig boek oplevert, zoals Dimitri Verhulsts De helaasheid der dingen.) Ik zal de eerste zijn om te erkennen dat dit ongeďnteresseerd, lichtelijk immoreel aandoet, maar ik geloof dat er ook rationele gronden zijn om Hemelsleutels af te wijzen. Het appčl dat het doet op mijn moraal en medeleven loopt, net als het beroep dat het doet op overtuiging en herkenning, via schematische kanalen en doet af aan de meerlagigheid die dit boek zou kunnen hebben. Ondanks de ambities ervan ben ik dit boek gaan lezen als gemaksliteratuur.
Ditmaal reageerde niet schaduwjurylid Bert Zuidhof, omdat hij sinds enkele weken werkt bij de uitgeverij van Tania Heimans, en dat zou zijn analyse, positief of negatief, in een gek daglicht stellen. We zijn bij Recensieweb van mening dat iedere recensent een mening moet kunnen formuleren over elk boek, tenzij hij of zij de schijn van bevooroordeeldheid niet kan vermijden.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



