elders op recensieweb
Jeugdliteratuur is ook volwassen
opiniestuk
De brief voor de koning: een instant filmklassieker?
opiniestuk
opiniestuk
Mijn jeugdboek: waarom valt herlezen me zo zwaar?
opiniestuk
Libris en Gouden Uil 2009: drie schaduwjury's van start
opiniestuk
Prachtige verhalen doordrenkt van onderbuikgevoelens
opiniestuk
De Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs: elk boek zijn eigen troon
opiniestuk
Schaduwjury De Gouden Lijst: Drama en subtiliteit
opiniestuk
Skeelerend langs Shakespeare en Dostojevski
opiniestuk
De Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 2010: Mooie platen en eigenzinnige verhalen
opiniestuk
Gij zult saai schrijven voor jonge lezers
opiniestuk
Wat bijzonder is, wil iedereen hebben
opiniestuk
opiniestuk
Schrijnender dan menig oorlogsroman voor volwassenen
opiniestuk
Een kleurrijke familiegeschiedenis
opiniestuk
opiniestuk
Schaduwjury: Grote Jongerenliteratuur Prijs
opiniestuk
opiniestuk
Jongerenliteratuurprijs 2011 - magische sprookjes en zinderende seks
opiniestuk
Heerlijk verdriet om je suf te genieten
opiniestuk
opiniestuk
Jeugdliteratuur: Drie smaken spanning
door Nico Voskamp, 8 juli 2009
Drie jeugdboeken van gerenommeerde schrijfsters. Met de thermometer in ons eigen gevoelsleven gestoken, lezen we ze achter elkaar uit. Welk boek laat ons naar adem happend achter? Welke van de doorwrochte verhalen heeft het hoogste spanningsgehalte – wat is dat trouwens, een spannend boek?
Dit zegt de Van Dale:
Spannend – De volle aandacht in beslag nemend.
Spanning – Toestand dat iemands zenuwen, aandacht, verwachtingen gespannen zijn.
Boy 7
Mirjam Mous schreef met Boy 7 een superspannende thriller. Een jongen komt bij in een snikhete, kale grasvlakte. Hij weet niks meer, niet eens hoe hij heet. Op zijn pet ziet hij BOY7 staan – dat is blijkbaar zijn naam. Hij gaat op zoek naar zijn eigen leven en komt voor heel onprettige verrassingen te staan. Mous sleept je mee zijn wereld in. Bij elk nieuw hoofdstuk kom je wat meer te weten over zijn verleden, en omdat ook Boy 7 zelf niet weet hoe het allemaal zo kwam, beleef je helemaal mee hoe hij stukje bij beetje de afschuwelijke waarheid ontdekt.
Het verhaal speelt zich af in Amerika. Boy 7 is bovendien geschreven in een op Amerikaanse detectives en thrillers gebaseerde stijl. De zinnen zijn kort, scherp en krachtig, de personen spreken bijna in oneliners. En aan het eind van elk hoofdstuk zorgt een cliffhanger ervoor dat je meteen aan het volgende hoofdstuk begint. Langzaam komt er duidelijkheid over de achtergrond van Boy 7. Mirjam Mous doseert de informatie handig en geeft steeds net voldoende weg om je nieuwsgierig te houden.
Zo begint Boy 7: ‘Zonder parachute uit een vliegtuig geduwd worden. Met een rotvaart in aan auto rondscheuren, die je met geen mogelijkheid kunt besturen. In het diepe gegooid worden, terwijl je nooit zwemmen hebt geleerd. In een vreemde stad verdwalen en aan niemand de weg kunnen vragen omdat iedereen Japans spreekt.
Zo voelde het. Maar dat dan allemaal tegelijk.’
Vanaf zin één word je als lezer bij de lurven gepakt en meegesleurd. Samen met Boy 7 zit je in een grasvlakte, met barstende koppijn, en verder niets. Of toch, aan het eind van het hoofdstuk vindt de hoofdpersoon een groene rugzak:
‘Er zat iets hards in het voorvak!
Mijn kwaadheid verdween even abrupt als ze gekomen was. Ik hijgde van inspanning. Het lipje sneed in mijn vinger. Na drie keer trekken gaf de rits eindelijk mee. De rijen tanden grijnsden me toe als een opengesperde muil. Ik wurmde mijn hand naar binnen en…
Zodra ik de omtrekken van een telefoon voelde, begon ik hysterisch te lachen. Ik kon niet meer stoppen, mijn hele lijf werd slap en ik rolde schaterend door het gras. Lang leve de moderne techniek. Ik was gered!
Dacht ik.’
Intrigerend, nietwaar? Maar een gevaar van dit soort verhalen is dat de opgewekte verwachting aan spanning niet tegemoet komt aan de werkelijkheid. Dat de clou simpelweg tegenvalt. Een voorbeeld daarvan is de Kippenvel reeks van R.L. Stine. In zijn horrorverhalen past Stine ook de truc van de cliffhanger toe, maar te vaak zonder noodzaak, zodat je steeds teleurgesteld wordt als er weer iets heftigs gesuggereerd wordt en het op de volgende bladzijde een grapje, een windvlaag, of een schaduw blijkt te zijn, en je op een gegeven moment niet meer echt zenuwachtig wordt van zo’n suggestie.
Dat is bij Boy 7 niet het geval. Mous neemt de lezer serieus en bouwt het verhaal en de spanning goed op. Over dat verhaal kunnen we niet teveel zeggen om de clou niet weg te geven, maar het zorgt voor vele verrassingen. Toch ontkomt ook Boy 7 niet volledig aan het effect van de teleurgestelde spanning. Ondanks de goede opbouw en de cliffhangers is het verhaal behoorlijk vergezocht; daarnaast geeft het nawoord het boek een beetje een suffe toekomstwaarschuwing mee. Dat samen doet afbreuk aan de spanning.
Tien dagen in een gestolen auto
Dan Anna Woltz. Zij schreef met Tien dagen in een gestolen auto een avonturenroman en reisverhaal in één. Hoofdpersoon Camilla is niet blij: ze wordt door haar moeder naar Zweden gestuurd om te gaan logeren bij familie. Haar moeder wil haar even niet thuis hebben omdat er een halfzusje aankomt. Aan logeren komt Camilla niet toe. In Zweden wordt ze opgewacht door de twee jongens waar ze zou gaan logeren, die een Saab 96 cabriolet en een baby bij zich hebben. Hun vader is ontvoerd en de jongens gaan dwars door Zweden, hem bevrijden. Camilla heeft geen andere keus dan mee te gaan. Oh ja, en die baby naast haar op de achterbank? Die hebben ze gevonden.
‘Biby, de baby waar we zo’n geluk mee hadden. Ik durfde haar geen trol meer te noemen, want de jongens keken me nog steeds boos aan. Maar man, wat had ik deze dag graag verschrikkelijke namen voor haar willen bedenken. Baby pissebed. Zure haring. Dwergmonster. Ze was erger dan ooit.’
Woltz hanteert een bijzondere stijl. Haar personen gebruiken spreektaal die springerig, origineel en heel beeldend is. Het verhaal wordt door Camilla’s ogen verteld. Je kijkt als lezer mee in een soms boos, dan weer ongeduldig en soms ook verwonderd puberbrein. ‘Ben zei weinig, en schreeuwde niet. Man, wat een kalme jongen is dat. Jammer dat hij later schilder wil worden, want hij zou een heel geloofwaardig rotsblok zijn.’
Een mooi moment in het boek is als Camilla langzaam over haar boosheid heen begint te groeien. ‘Ik zag mijn wereld opeens alsof hij bedekt was met een web van gevoelens. Een doolhof, met steeds weer kruispunten en onbekende weggetjes. Allemaal mogelijkheden. En elke keer dat er iets gebeurde, moest je kiezen welk weggetje je nam. Wat je wilde voelen.’
Tien dagen in een gestolen auto doet denken aan de Bob Evers boeken van Willy van der Heide die ik vroeger las. In deze reeks beleven drie jongens ergens in de jaren 50, 60 de wildste avonturen. Ze rossen in allerlei soorten auto’s, treinen of schepen door het land, waarbij ze onvermijdelijk op een schurk stuiten, die ze vervolgens in de val laten lopen, onschadelijk maken en aan de politie overhandigen. De avontuurdichtheid van die boeken is vergelijkbaar met die in Tien dagen in een gestolen auto, maar de inhoud niet.
Waar Bob Evers en zijn vrienden in elk deel opnieuw tijdens het eten van ontelbare broodjes rosbief steeds dezelfde ruzies krijgen omdat hun karakters nou eenmaal in steen zijn gebeiteld, laat Woltz de hoofdpersoon een flinke ontwikkeling doormaken. Camilla is in het begin een opstandig, puberaal meisje dat de gevonden baby het liefst zou dumpen. Aan het eind van het boek heeft ze geleerd dat je ook van een baby kunt houden. Onder andere.
De rode wolf
De rode wolf van Simone van der Vlugt is een solide historische roman. In de traditie van Thea Beckman schreef Van der Vlugt al een aantal van dit soort jeugdboeken, die vaak een historische figuur in een bepaalde tijd centraal hebben staan. Dit keer zijn we in de Romeinse tijd. In 55 voor Christus trekt Julius Caesar met zijn leger het immense Germaanse gebied in. Hij wil de Germaanse stammen onderwerpen, maar dat is niet zo makkelijk. De Romeinse verkenner Rufus wordt door de Germanen gevangengenomen, doch bij wijze van uitzondering niet vermoord omdat hij Germaans spreekt, en nu moet hij informatie geven aan de Germaanse leider. Hij moet zien te overleven in veel primitievere omstandigheden dan hij ooit in het luxe Rome gewend was. En hij moet kiezen. Verraadt hij zijn eigen volk of zijn nieuwe vrienden?
Van der Vlugts stijl is er één in de beste traditie van Beckman en Dragt, bijna ouderwets degelijk. Dat past ook goed bij het milieu waarin het boek is gesitueerd (beurtelings in het Romeinse leger en bij een Germaanse stam). Een harde, no-nonsense manier van leven waar al te frivole taal niet op zijn plek is. Het verhaal wordt rechttoe rechtaan verteld in goede dialogen. Zo brengt ook Van der Vlugt de binnenwereld van haar personages goed over. Rufus, als hij gevangen zit in een kooi in het dorp van de Germanen:
‘Rufus brengt zijn gezicht wat dichter bij de tralies. “Weet jij misschien wat ze met me van plan zijn?”’
De vraag brandt in zijn ziel, houdt hem iedere hartslag bezig.’
Er heerst angst in het dorp voor het Rode Leger van Caesar: ‘“Ja, Caesar.” Met deze Latijnse klanken heeft Gunhild meer moeite dan met Rufus’ naam. Hoopvol kijkt ze hem aan. “Weet je dat? Hoe we de Rode Wolf kunnen tegenhouden, bedoel ik.”
“Misschien…”
“Wil je dat aan ons stamhoofd vertellen? Alsjeblieft?”
De smeekbede in haar stem treft Rufus en een diep gevoel van medelijden welt in hem op. Om zo’n jaar of tien oud te zijn en bedreigd te worden door een doodsvijand die geen genade kent…’
Stukjes historische informatie worden naadloos in het verhaal verweven om het geheel kleur te geven: ‘De akkers sluiten aaneen als een lappendeken van velden, omgeven door walletjes, waarover je van het ene naar het andere stuk land kunt lopen zonder de gewassen te beschadigen. Grafheuvels van vorige generaties zijn gewoon in de akkers opgenomen en worden omgeven door het opschietende graan.’
Simone van der Vlugt zet de lijnen vakkundig uit. De spanning wordt langzaam, bijna tussen de regels door, opgebouwd. Tegelijk krijg je goed inzicht in het hoofd van Rufus en leef je mee met de mensen om hem heen. Het verhaal ontrolt zich op een natuurlijke manier en wordt steeds een beetje dreigender. Dat zorgt er voor dat je wilt weten wat er gebeurt als Rufus als gevangene in de harde Germaanse wereld terechtkomt en door zijn slimheid zijn leven weet te verlengen. De beste cliffhanger is vreselijke keus die als een zwaard van Damocles boven Rufus’ hoofd hangt: verraadt hij de Germanen of de Romeinen? Hij hoort bij beide volken.
Conclusie
Deze boeken zijn voor kinderen geschreven, maar behalve dat hebben ze niet veel gemeen. Mous richt zich op de hardboiled complotverhaalliefhebbers – het soort boeken dat jongens graag zullen lezen – waarbij het verhaal soms wat ondergeschikt is aan zenuwverslindende spanning. Woltz lijkt meer voor de andere sekse bezig, met veel gevoelens, zijspoortjes en als hoofdpersoon natuurlijk een meisje. Van der Vlugt tenslotte zal in beide kampen goed vallen met haar robuuste, spannende maar ook gevoelige aanpak. Spanning in drie smaken dus. Van deze drie maakte Van der Vlugts De rode wolf op mij het meeste indruk.
Boy 7, Mirjam Mous, Uitgeverij Van Holkema & Warendorf, ISBN 9789047505945
Tien dagen in een gestolen auto, Anna Woltz, uitgeverij Leopold, ISBN 9789025852238
De rode wolf, Simone van der Vlugt, uitgeverij Lemniscaat, ISBN 9789047701439
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



