elders op recensieweb
Schaduwjury: Stilte en saaiheid in de juiste handen
opiniestuk
De prijzen en de stuurlui aan wal: een uitslag en twee aankondigingen
opiniestuk
Wat doet de kritiek met de debutant?
opiniestuk
Schaduwjury: Een zomer lang op zoek naar het beste debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Als film wordt het boek beter
opiniestuk
Schaduwjury: Porno, maatschappijkritiek en wetsartikelen in een bomvol, (over)ambitieus debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Liefde en moord door de ogen van een meisje dat nooit huilt
opiniestuk
Schaduwjury: Een echte roman? Een meesterstuk van vertelkunst
opiniestuk
Schaduwjury: het oppervlakkige tijdsvacuüm van de bus
opiniestuk
Schaduwjury: ware vertelkunst wint
opiniestuk
Longlist Academica Debutantenprijs 2009 bekend
opiniestuk
Aankondiging schaduwjury: vijf maanden debat over debuten
opiniestuk
Schaduwjury: overbeladen met ellende
opiniestuk
Schaduwjury: menselijke relaties, broos als eierschalen
opiniestuk
Schaduwjury: over de uitzonderlijke Vlaamsheid van een debutant
opiniestuk
opiniestuk
Slotstuk schaduwjury Academica Debutantenprijs
opiniestuk
auteur
Schaduwjury: De hele levencyclus, van bevruchting tot ontbinding, in een overvol debuut
door Lotte Brugman, Laurens Ham, Karlijn de Winter en Bert Zuidhof, 19 augustus 2009
Wie schreef het beste fictiedebuut van 2008? De jury van de Academica Debutantenprijs selecteerde alvast vijf titels. De keuze voor wie de prijs op 27 september 2009 uiteindelijk ontvangt ligt nu bij de lezers. Recensieweb leest mee, en heeft daarvoor een schaduwjury in het leven geroepen. In vijf afleveringen wordt daarin gediscussieerd over de genomineerde boeken. In deze derde aflevering bespreekt de schaduwjury Ricus van de Coeverings Sneeuweieren.
Lotte: Een opmerkelijk krantenbericht of een moderne Job?
De kaft van Sneeuweieren toont een echt Hollands plaatje: een boerderij, rust en stilte. Het oerhollandse is ook in het boek doorgedrongen: het verhaal speelt zich af in de routine van het boerderijleven, net als in Gerbrand Bakkers Boven is het stil. Sneeuweieren vertoont meer overeenkomsten met die roman van Bakker. Zo blijft tussen de hoofdpersonen veel onuitgesproken en voelt de lezer al snel dat onder het harmonieuze oppervlak de nodige spanning heerst. Betekent dit dat Ricus van de Coevering is gedebuteerd met een kopie van Boven is het stil? Nee, gelukkig niet: de plot lijkt er niet het minst op.
Sneeuweieren is grotendeels geschreven vanuit het perspectief van Olga. Ze wilde eigenlijk zangeres worden, maar die droom strandde op haar huwelijk met de Brabantse pluimveehouder Harm, op wiens boerderij zij sindsdien haar tijd doorbrengt. Bij de doodgeboorte van hun dochtertje, als gevolg van een infectie, is Olga haar baarmoeder en een eileider verloren, wat het onmogelijk maakte om nog op een natuurlijke manier kinderen te krijgen. Dat heeft Olga en Harm tot adoptie doen besluiten. Hun adoptiefzoon David zit inmiddels in de brugklas en toont zich een zeer begaafde leerling. Maar hoewel hij zeer geïnteresseerd is in de levende natuur, toont hij niet de minste interesse in het kippenbedrijf: hij gaat liever studeren en stelt zijn vader daarmee diep teleur. Op school wordt hij gepest omdat hij wat aan de dikke kant is, maar dat weerhoudt zijn moeder er niet van om repen chocola voor hem te kopen en regelmatig zijn favoriete toetje voor hem klaar te maken: sneeuweieren. Op een namiddag vindt David een zeldzame mot die, aangetrokken door het licht, rond de lamp op het erf fladdert en er uit zichzelf niet meer wegkomt. Hij vangt de mot, laat hem aan zijn moeder zien en verdwijnt naar het moeras in de buurt om het diertje vrij te laten. Olga kent het moeras te slecht om achter David aan te gaan en als hij uren later nog niet terug is, vraagt ze haar man om hem te gaan zoeken. Harm maakt zich echter meer zorgen over de vos die de omgeving van de kippenschuur onveilig maakt. Hij besluit de jacht op de vos te combineren met de zoektocht naar zijn zoon: hij zet wat klemmen, neemt er nog een paar mee om verderop te zetten, stopt zijn luchtbuks in een juten zak en vertrekt richting moeras. Daar denkt hij de vos te zien en schiet, maar wat hij raakt is zijn zoon. David overlijdt in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.
Man doodt zoon. Dat is een tragisch gegeven, maar niet veel meer dan dat. Er is hooguit sprake van ernstige roekeloosheid, onzorgvuldigheid, misschien zelfs onoplettendheid. Het is iets om als ouder je leven lang van wakker te liggen, maar als kern van een verhaal brengt het weinig spanning met zich mee: alle vragen zijn direct beantwoord. Of laat het hoofdstuk waarin Harm op jacht gaat voldoende ruimte om te kunnen vermoeden dat hij zijn zoon vermoord heeft? Harm verdenkt David wel van wat sabotage, David heeft eerder zijn aansteker gestolen en de vogelverschrikker van de buurman in brand gestoken. Daarnaast komen Davids toekomstige studie en zijn desinteresse voor de kippenboerderij bijzonder ongelegen, aangezien Harm alleen maar aan de gezondheid van zijn bedrijf lijkt te denken. Maar of dat voldoende is om te vermoeden dat Harm zijn zoon opzettelijk om het leven heeft gebracht? Ik denk het niet.
In de maanden na het ongeval raakt de boerderij in verregaande staat van verval. De nieuwe kuikens, die vlak na het ongeluk geleverd zijn, krijgen slecht te eten. Een groot deel ervan sterft van de honger of wordt opgegeten door de inmiddels ronduit brutale vos. Als Olga de ren in stapt, kraken de botjes onder haar voeten; een deel van de kippen is uit de schuur gebroken en legt her en der eieren. Harm krijgt wegens dood door schuld een gevangenisstraf van negen maanden opgelegd en Olga stort zich als een waanzinnige op haar geloof, maar vindt daarin uiteindelijk geen zin om door te leven. Wanneer op de boerderij na de moeilijke maanden ook nog brand uitbreekt, gaat ze boven op bed liggen en wacht biddend op het vuur.
Het lijkt haast een moderne versie van het Bijbelboek Job: de zeer gelovige man wiens geloof door God wordt getest door hem alles af te nemen dat hij heeft: zijn huis, zijn vee, zijn kinderen, zijn vrouw. Zelfs als hij niets meer heeft, weigert hij zijn geloof te laten vallen of zelfmoord te plegen. Olga heeft wel iets van Job: haar beide kinderen, haar man, haar bron van inkomsten (de boerderij) en uiteindelijk ook haar huis verliest ze, maar ze verliest haar geloof niet, ze vindt er juist troost in. Maar de brand aan het eind van het boek komt voor Olga als een welkome verlossing, waarin ze graag berust – daar houdt de vergelijking met Job dan ook op.
Dat Olga het aan het eind van het boek niet erg meer vindt om dood te gaan is heel invoelbaar, maar verder is het moeilijk om je in haar gedachtewereld in te leven, omdat die niet erg wordt uitgediept. Van de Coevering beschrijft welke religieuze rituelen ze uitvoert, hoe ze een altaartje bouwt bij de wiegjes van de overleden kinderen en dat ze een bepaald boek steeds opnieuw leest, maar daarmee toont hij alleen de buitenkant van Olga’s geloof – het blijft gissen naar wat ze er nu eigenlijk van denkt. Haar overtuiging had, bijvoorbeeld in een dialoog, veel concreter getoond kunnen worden dan nu gebeurt. Maar behalve Harm spreekt Olga na Davids dood maar één persoon, die haastig vertrekt als ze hem meer over David wil vertellen.
Om die reden is niet al het handelen van Olga geloofwaardig: het optuigen van haar bruidsjurk met kippenveren om vervolgens een lied te zingen in de bijna lege, van kippenbotjes vergeven kippenren, is weliswaar een mooi beeld, maar de handeling op zich is uiterst vreemd en wordt bovendien niet door gedachten of woorden van Olga toegelicht.
Zou het kunnen dat Van de Coevering te grote thema’s heeft gekozen voor zijn debuutroman? Dat hij zijn personages teveel wensen, dromen en gedachten heeft toegedicht en daarom te weinig heeft kunnen uitdiepen, zodat het verhaal zijn geloofwaardigheid verliest? Mij valt in ieder geval op dat juist waar Bakker in Boven is het stil ervoor kiest om zijn thema’s bescheidener te houden, dat boek aan kracht wint, terwijl Sneeuweieren zijn geloofwaardigheid verliest op die momenten waarop de Grote Thema’s (liefde, toekomst, dood, geloof, hoop) worden aangesneden. Het lijkt wel of Van de Coevering ze met tegenzin behandelt, uit plichtsbesef. Hij stipt ze aan, maar diept ze niet uit. Sneeuweieren is een aardige roman, maar het verhaal laat zich probleemloos destilleren tot een (opmerkelijk) krantenbericht: man doodt per ongeluk eigen kind. Het is schokkend, je staat er een moment bij stil, maar je kunt je er moeilijk mee identificeren.
Karlijn: verbijsterend maar niet inzichtelijk
Die vergelijking met een (weliswaar opmerkelijk) krantenbericht die je hierboven maakt, Lotte, vind ik heel terecht. Het geeft precies weer hoe Sneeuweieren in mijn hoofd zal achterblijven: als een tragisch nieuwsfeit, een ontwrichtend gezinsdrama, waarover je zegt ‘wat erg!’ maar waarin je als buitenstaander niet kan binnendringen. In zijn roman haalt Van de Coevering ook daadwerkelijk twee berichtjes aan uit de krant, waarin de gebeurtenissen zijn weergegeven. Het eerste luidt zo:
‘Man schiet zoon dood tijdens jachtAmpel – De politie heeft vrijdagavond een 39-jarige man uit Ampel aangehouden. Hij wordt ervan verdacht zijn zoon te hebben gedood. Naar verluidt was de man aan het stropen, toen hij de jongen voor een vos aanzag. Het slachtoffer, een 12-jarige jongen, overleed enkele uren later in het ziekenhuis. Het stoffelijk overschot is naar het Nederlands Forensisch Instituut overgebracht voor onderzoek.’
Dit zijn de belangrijkste feiten uit het verhaal op een rij. Natuurlijk kent het verhaal ook nog wat zijsporen (Olga’s droom zangeres te worden, haar ontmoeting met Harm, hun huwelijk, de doodgeboorte van hun dochtertje Inge, het adoptieverleden van David, de rol van het geloof en ga zo door), maar het enige wat echt stof tot nadenken geeft is de vraag of het nu ging om een noodlottige vergissing of een weloverwogen moord. En die ligt ook al in dit korte krantenberichtje besloten.
Waar komt het door dat Sneeuweieren niet méér losmaakt dan die ene vraag, waar je met behulp van wat beknopte aanwijzingen zelf een antwoord op mag fabriceren (want – gelukkig – geeft het boek geen echt uitsluitsel)? Inderdaad kan de oorzaak te zoeken zijn bij de (te) grote thema’s die Van de Coevering heeft willen opnemen. De hele levenscyclus, van kinderwens tot rouw, van bevruchting tot aftakeling en ontbinding, komt aan de orde, en het is geen peulenschil om die in 176 pagina’s overtuigend te bespreken.
De symboliek die Van de Coevering gebruikt, ogenschijnlijk om de thematiek kracht bij te zetten, komt daardoor te geforceerd over. De twee lege wiegjes in de kelder; de duizenden eieren van de kippen in de kunstmatig verlichte ren; de levensboom boven de voordeur die, net als die in het raam van de dorpskerk, het zonlicht filtert; de witte bruidsjurk versierd met kippenveren; de gevangenisstraf die negen maanden duurt; het toetje, sneeuweieren, spierwitte ovalen bollen van eiwit en suiker op een nestje van vanillevla: het ligt er te dik op dat alles draait rond licht-donker en vooral vruchtbaar-onvruchtbaar, oftewel het ontstaan van alle leven.
Het is te veel symboliek voor één roman. Het aansnijden van grootse, veelomvattende thema’s, gesteund door genoemde symboliek zoals Van de Coevering dat doet, laat weinig ruimte voor subtiliteit. Het is daardoor dat Sneeuweieren bij mij nauwelijks verdere gedachten en gevoelens opriep. Geboorte en sterfte, hoop en verwachtingen worden allemaal aangestipt, maar wat moeten we er verder mee? Olga bijvoorbeeld, die heeft duidelijk haar heil gevonden in het geloof, en dat geeft haar gedrag iets bevreemdends. Wat is het precies, dat haar naar die onvoorwaardelijke overgave aan God drijft? Een intrigerende vraag, maar Sneeuweieren bevat niet de aanknopingspunten om daar op een genuanceerde, meerduidige manier over na te denken. Of hebben jullie er wél meer uit kunnen halen?
Een goede roman zet zijn lezer aan om zich in te leven in de personages, hun gedrag proberen te begrijpen en zo – ook door parallellen te zien met situaties in het ‘echte’ leven – meer inzicht te krijgen in mensen. Omdat Sneeuweieren je in de positie houdt van een buitenstaander die met opgetrokken wenkbrauwen toekijkt, staat hij dat niet toe. Dat wil niet zeggen dat ik hem hiermee als totaal mislukte roman afschrijf – het heeft wel degelijk kwaliteiten, waaronder mooie beelden (zoals die jij noemt, Lotte) en een uitgedachte compositie – maar voor een literaire prijs heeft een boek meer sterke kanten nodig.
Laurens: trauma inzichtelijk gemaakt?
Het is interessant dat je de radicale keuze van Olga voor het geloof niet geloofwaardig noemt, Karlijn. Die opmerking sluit aan bij Lottes uitspraak dat niet de hoofdpersoon, maar Het Lot of God de belangrijkste keuzes maakt. Olga ‘kiest’ er na de dood van David voor om de logica achter te laten, de logica waarmee ze zoveel letters van haar naam gemeen heeft. (Maar laat ik die observatie maar niet verder uitwerken om Hineininterpretierung te voorkomen.) Of haar radicale geloofsomslag, die ook door haar omgeving wordt opgemerkt, inderdaad een welbewuste keuze is of eerder een reflex is niet duidelijk. In elk geval laat het boek zien wat het effect kan zijn van een trauma op het leven van een mens. Dat de roman in deel II steeds meer begint te zwalken en dat realiteit en fictie door elkaar beginnen te lopen, is volgens mij geen zwakte van Van de Coevering geweest, maar een strategie om de effecten van onbegrijpelijk leed inzichtelijk te maken.
Zo stelt de schrijver de antwoorden die het geloof op levensgrote problemen en kwesties geeft (alles ligt in Gods hand, is voorbestemd en heeft daarmee een bedoeling) nadrukkelijk tegenover de speculaties van rationeler ingestelde personages. De rechtbank bijvoorbeeld beslist dat er sprake is geweest van ‘roekeloos gedrag’ met een ‘noodlottig ongeluk’ als gevolg, terwijl veel van de dorpsbewoners denken dat het niet om een ongeluk ging, maar om een bewuste actie van Harm. Had die immers geen hekel aan zijn zoon? En had een van de bewoners niet gezien dat David met blauwe plekken rondliep? Door verschillende verklaringen naast elkaar te leggen, visies die rationeel en ‘irrationeel’ zijn, visies die het toeval of het Lot voorop stellen en visies die het op een doelbewuste actie houden, stelt Van de Coevering grote kwesties over de menselijke verantwoordelijkheid en de plek van het geloof in de wereld aan de orde. Dat gebeurt niet altijd even overtuigend, vooral niet omdat de roman bij het teruglezen wel wat erg nadrukkelijk blijkt te zijn opgebouwd. Van de Coevering heeft het nodig gevonden om motieven expliciet uit te leggen en toe te lichten en dat doet een roman zelden goed. Ook stilistisch vind ik de roman nogal vlak: het is in een soort schrijfcursustaaltje geschreven waar vaak kraak noch smaak aan is.
Interessanter dan de nogal expliciet uitgewerkte metaforen – jij noemt er al een paar, Karlijn – vind ik de thema’s en interteksten die meer terloops ter sprake komen. Ik denk dat jouw observatie over het Bijbelboek Job heel boeiend is, Lotte. Een andere interessante bijbelse intertekst is die van het offer, met name de passage uit Genesis waarin Abraham gevraagd wordt om zijn zoon Isaak te doden. Ook Harm is bereid zijn zoon te offeren, maar dan niet voor het geloof maar voor zijn bedrijf dat vóór alles gaat. Anders dan bij het bijbelverhaal is er niet een God aanwezig die het rampzalige offer kan behoeden, maar vindt het offer daadwerkelijk plaats. Dit cynische gegeven kan verbonden worden met mijn eerdere opmerkingen over de verhouding geloof en ratio: Van de Coevering laat in feite zien wat er gebeurt wanneer de mens niet gelooft dat zijn leven en lot in handen van een godheid zijn. In het geval van Harm wordt daar een radicaal geloof in de westerse vooruitgangsideologie voor in de plaats gesteld, want ook hij heeft houvast nodig. Betekent dat dat Sneeuweieren een religieus statement is: wie het kapitalisme als nieuw geloof omarmt, kan rekenen op problemen? Er lijkt weinig reden te zijn om dat aan te nemen, want nergens oefent Sneeuweieren expliciete kritiek uit op het vooruitgangsdenken. De twee manieren van denken staan onnadrukkelijk tegenover elkaar. Die subtiliteit compenseert de soms storende explicietheid van andere thematische lijnen weer een beetje.
Kortom: Sneeuweieren mag dan geen perfect boek zijn, zeker niet voor de liefhebbers van duistere metaforen en een zwierige stijl, maar het stelt zeker boeiende kwesties aan de orde.
Bert: een tragisch ‘nu’, zonder verleden en geen zicht op een toekomst
De kleine roman, novelle misschien zelfs, zit zoals uit jullie opmerkingen blijkt bomvol met thematiek, metaforiek en intertekstualiteit, al dan niet Bijbels. Wat jij terecht aangeeft, Karlijn, is dat het volledige verhaal opgehangen wordt aan de tragische dood – laat ik het op deze manier formuleren, om de moord/doodslag-vraag achterwege te laten – van David. Jij vindt het iets te geconstrueerd, Laurens, maar ik vind het geheel wel in balans: de eerste paar hoofdstukken als opmaat, met het schetsen van het platteland, de introductie van de would-be-zangeres Olga, de geadopteerde Ghanees David, de in zichzelf gekeerde pluimveehouder Harm, en het aanroeren van de problematische Toekomst van David en het bedrijf. Dan volgt het keerpunt, en de rasse neergang, steeds heviger, tot het eindigt in het vuur.
Het is keurig gecomponeerd, maar door de geringe omvang is het boek enerzijds te vol, terwijl ik aan de andere kant juist de geschiedenis, achtergrond mis. Ja, van Olga weten we iets van haar jeugdige ambities, we kennen Davids unheimische gevoelens en eenzelvige aard, en ook van Harm lezen we hoe de vroege dood van zijn vader hem dwingt tot een leven waarin er slechts plaats is voor kippen en de dorpsvereniging Rendabel Ampel. Waar Olga een ontwikkeling doormaakt in het verhaal, daar blijven Harm en David plat: interessante personages, met hun eigen interne conflicten, en een eenzelvigheid die ze verbindt en tegelijkertijd uit elkaar drijft, maar geen groei, verandering. Eis ik te veel van deze wat korte tekst? Misschien, maar een groter verhaal, met meer aandacht voor de vader en zoon had het boek wat mij betreft goed gedaan.
Wat aan de grondslag zou kunnen liggen van de platheid van David en Harm, is misschien wel de stilstand in hun leven, en in de roman. Er zit namelijk geen vooruitgang in: Olga is na de dood van haar eerste, eigen dochtertje in een moedeloos terugblikken vervallen, Harm is sinds de opvolging van zijn vader met niets anders bezig dan hem proberen te evenaren, en David beweegt heen en weer langs de lijn van het grafiekje naast zijn bed, die hij zelf tekent om de ontwikkeling van zijn gemoedstoestand inzichtelijk te maken. De stilstand is eigenlijk samengevat in een scène:
‘Inmiddels lag de zendeling in een glazen kistje in het museumpje van Ampel opgebaard. Olga was eens met David gaan kijken. David had gefascineerd naar het lijk van de man gestaard, waarvan de huid verschrompeld en gedroogd was als de afgeworpen huid van een slang. David zei dat hij niet begreep waarom de man zijn geloof was blijven verdedigen. Waarom had hij niet gezegd dat God niet bestond? En dat het verhaal over de hemel een grap was? Dan had hij de volgende ochtend naar een dorp verderop kunnen lopen om te zien of ze hem daar wél geloofden. Olga antwoordde kalm en geduldig dat het geloof geen grap is. Als je echt in de hemel gelooft, met hart en ziel, ga je nog liever op een brandstapel staan dan dat je moet doen alsof de hemel niet bestaat.’
De karakters zijn niet in staat om een andere weg in te slaan, te breken met hun heden als ze merken dat daar geen succes te behalen is. Ze hebben er de mogelijkheid niet toe: David wil wel weglopen, maar is nog te jong om zijn kinderlijke ambities waar te maken; Harm beweegt zich in een neerwaartse spiraal waarin hij niet kan reflecteren op zijn bedrijf, omdat hij alleen kan denken aan de dagelijkse legrecords, en Olga is gestrand op de boerderij en wordt steeds apathischer. En dit maakt Sneeuweieren tot de momentopname die het is: de onwrikbare levens worden opgeschud, uit balans gebracht, maar er volgt geen toekomst. Wat er volgt is een definitieve stop.
Van de Coevering weet wat goede ingrediënten voor een verhaal zijn, weet hoe hij spanning kan creëren door de juiste personages bij elkaar te brengen, en weet hoe hij de omgeving kan gebruiken om motieven in het verhaal te verweven. Nu is het erg opeengepakt, samengebald, en lijkt het soms op een lijstje dat moet worden afgewerkt. Van de Coevering laat in mijn ogen zien dat hij weet wat de minimumeisen van een goed verhaal zijn: een probleem, een omschrijving die meer is dan decor, en een plot die wordt ondersteund door de afzonderlijke passages. Maar het is jammer dat dit grootse verhaal niet in dit kleine boek past.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



