Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Een Wikipedia-artikel met plaatjes

door Remco Wetzels, 9 september 2009

Als strips literair kunnen zijn en literatuur verstript kan worden, dan is een biografie in stripvorm van een literaire auteur een gegarandeerd succes, moet men gedacht hebben bij de uitgave van Een dolende hond van vader. Deze samenwerking tussen scenarist Kamiel Vanhole en tekenaar Dirk Geets stamt uit 1983. Zij maakten de biografie van Willem Elsschot, in stripvorm, destijds voor een tentoonstelling over de auteur. Hier hingen de pagina’s aan de muur, als decoratieve aanvulling op de foto’s en documenten die er getoond werden, maar gepubliceerd is deze biografie nooit. Tot nu dan.

Elsschot werd in 1882 geboren als Alfons Jozef De Ridder. Hij verdiende de kost als zaken- en reclameman; zijn literaire productie, onder het pseudoniem Elsschot, is relatief gering. Het feit dat veel van zijn werk ook handelt over de zaken- of reclamewereld schept een beeld van een zondagsschrijver, en bovendien een die het alleen over zijn eigen leven lijkt te kunnen hebben. Dit beeld wordt bevestigd door Elsschot zelf die ooit zei dat niets in zijn boeken verzonnen was omdat hij geen fantasie zou hebben. Wanneer je Elsschots werk echter leest wordt het beeld van een fantasieloze hobbyschrijver vrij snel ontkracht en ontdek je een zeer begenadigd stilist met een scherpe blik en een subtiel en venijnig gevoel voor humor. Het is dit gevoel voor humor waaruit Elsschots opmerking dat hij geen fantasie zou hebben voortkomt en het is dit gevoel voor humor dat scenarist Vanhole volledig over het hoofd lijkt te zien.

De Elsschot die wij in deze stripbiografie zien is een humorloos, oninteressant figuur, iemand van wie we alleen de droge biografische feiten voorgeschoteld krijgen, zoals welke baantjes hij heeft gehad, hoe lang hij daar werkte en hoe hij aan die baan kwam en die – ergens en passant – nog een boek geschreven heeft. ‘Waaraan zit je dan te denken?’, vraagt een collega aan Elsschot die antwoordt:

‘Mmm..een meisje uit Parijs dat ik…dat… Och, ik heb nogal vreemde avonturen beleefd in dat pension waar ik toen logeerde. Dat blijft maar door mijn hoofd spelen. Misschien…als ik er een boek over schreef… Maar jij bent onderwijzeres geweest…zou jij er dan de fouten willen uitkammen?’

Zo ontstond, aldus Vanhole, Elsschots debuutroman Villa des Roses, als een veredeld dagboek dat je achteloos uitpoept omdat je even niks beters te doen hebt. Dit is symptomatisch voor de rest van dit boek: het schrijverschap van Willem Elsschot wordt behandeld als een voetnoot in het leven van Alfons de Ridder. We zien hem nergens schrijven, we weten niet waarom hij schrijft, wat hij schrijft of wat daar boeiend aan zou kunnen zijn. De puur biografische feiten worden weliswaar afgewisseld met verstripte passages uit Elsschots werk – zo staat De Ridder naar de etalage van een kaaswinkel te kijken terwijl naast hem een stel een stuk tekst uit zijn boek Kaas verkondigt – maar deze tactiek versterkt vooral het idee van de fantasieloze auteur die, wanneer hij al schrijft, enkel uit het alledaagse kan putten.

Deze prozaïsche grijsheid wordt weerspiegeld in het tekenwerk dat al even levenloos is, hoewel dat ook zeker zijn goede kanten heeft. Geets weet zwart, wit en grijs kundig te balanceren en zijn trefzekere arcering wekken de suggestie dat het geheel geëtst is. Daarnaast is hij zich bewust van de esthetische waarde van een goede pagina-indeling. Zo speelt hij met een symmetrische paginaopbouw en herhaalt gedurende lange tijd hetzelfde beeld. Minder fraai zijn echter de personages die deze pagina’s bevolken. De gedrongen onnatuurlijke gestalten met hun houterige poses lopen door dit verhaal als waren ze zombies. Deze indruk wordt versterkt door de volstrekt inwisselbare gezichtsuitdrukkingen van Geets’ personages – de veertiger Elsschot die boos wordt op een conducteur in de trein heeft exact hetzelfde gezicht als wanneer hij als tachtiger op zijn sterfbed ligt. Soms werkt dit, zoals in de onderstaande scène waarin de rigide pagina-indeling en de onnatuurlijk stijve houdingen van de personages het liefdeloze huwelijk van De Ridder treffend weergeven, maar over het algemeen gaan Geets’ beelden, net zoals het scenario waaruit ze voortkomen, snel vervelen.

Al met al is Een dolende hond van een vader vooral een ‘en-toen-en-toen-en-toen’-opsomming van feitjes en biografisch geachte passages uit Elsschots werk, zonder enige thematiek of motivatie van het personage zelf. Natuurlijk worden Elsschots romans getypeerd door een zakelijke stijl waardoor zijn werk wel oppervlakkig genoemd is. Maar wat Elsschot niet letterlijk zegt, en dat is veel, is wel onder de oppervlakte aanwezig en het kost niet al te veel moeite om daarin genadeloze satires te vinden op het zakenleven en op de onbeholpenheid van zijn personages en misschien ook van zichzelf. Vanhole en Geets lijken iets vergelijkbaars te willen doen, de diepte wordt angstvallig vermeden, maar waar Elsschot met humor en zelfspot een rijkdom aan gedachten en emoties achter die façade weet te suggereren is het daarnaar in Een dolende hond van een vader lang zoeken. Er is niets onder het oppervlak en er valt zeker niets te lachen. Het is een plat, zielloos document, niet informatiever of vermakelijker dan een Wikipedia-artikel. Leuk als wandbekleding waarbij Elsschotfans kunnen raden welke passage uit welk boek komt, maar voor de rest van de wereld niet de moeite waard.

Kamiel Vanhole en Dirk Geets
Een dolende hond van een vader
€19,95
Uitgeverij Atlas

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.