elders op recensieweb
Schaduwjury: Stilte en saaiheid in de juiste handen
opiniestuk
De prijzen en de stuurlui aan wal: een uitslag en twee aankondigingen
opiniestuk
Wat doet de kritiek met de debutant?
opiniestuk
Schaduwjury: Een zomer lang op zoek naar het beste debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Als film wordt het boek beter
opiniestuk
Schaduwjury: Porno, maatschappijkritiek en wetsartikelen in een bomvol, (over)ambitieus debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Liefde en moord door de ogen van een meisje dat nooit huilt
opiniestuk
Schaduwjury: Een echte roman? Een meesterstuk van vertelkunst
opiniestuk
Schaduwjury: het oppervlakkige tijdsvacuüm van de bus
opiniestuk
Schaduwjury: ware vertelkunst wint
opiniestuk
Longlist Academica Debutantenprijs 2009 bekend
opiniestuk
Aankondiging schaduwjury: vijf maanden debat over debuten
opiniestuk
Schaduwjury: overbeladen met ellende
opiniestuk
Schaduwjury: menselijke relaties, broos als eierschalen
opiniestuk
Schaduwjury: De hele levencyclus, van bevruchting tot ontbinding, in een overvol debuut
opiniestuk
Schaduwjury: over de uitzonderlijke Vlaamsheid van een debutant
opiniestuk
opiniestuk
auteur
auteur
auteur
auteur
auteur
Slotstuk schaduwjury Academica Debutantenprijs
door Lotte Brugman, Laurens Ham, Karlijn de Winter en Bert Zuidhof, 19 september 2009
Tussen old school postmodernisme en Vlaamse nostalgie
Hebben we het wel over hetzelfde als we het over goede literatuur hebben? Die vraag dringt zich op als we met de schaduwjury van de Debutantenprijs bijeenkomen voor ons eindoordeel. Het debat over boeken wordt al snel een debat over literatuuropvattingen. De belangrijkste kwestie die de jury verdeelt, is de vraag wat een roman moet doen: stof tot overdenken geven of inzicht geven in een fictieve wereld. Moet een roman in de eerste plaats belangrijke ethische kwesties aansnijden, of gaat het vooral om de manier waarop de tekst een wereld oproept en de lezer daarin een inkijkje geeft? En vooral: is het wel legitiem om die twee categorieën als afzonderlijk te zien? Het is een cliché, maar een goed boek doet allebei: het is intelligent, scherp en kritisch, maar ook een genot om te lezen.
Drie van de vijf boeken die we lazen schoten op beide gebieden tekort. Tania Heimans’ Hemelsleutels, bijvoorbeeld, mag dan een aardig en soms ontluisterend beeld geven van een vrije opvoeding in de jaren zestig, het is vooral een boek dat nogal eens karikaturaal aandoet. Heimans’ ambitie om een inzichtelijk boek over de ondergang van een familie te schrijven, komt in botsing met haar poging om de wereld vanuit een kindperspectief te bekijken. Soms legt ze het hoofdpersonage mooie inzichten in de mond, maar vaak blijft het boek nogal aan de oppervlakte, omdat het gebonden is aan de beperkte waarnemingscapaciteit van het kind.
In de verhalenbundel Ik weet hoe jongens huilen van Janneke van der Horst variëren de verhalen onderling nogal van kwaliteit. Sommige verhalen overtuigen ons door de nonchalante manier waarop grote drama’s aan de orde worden gesteld, veel hebben echter te weinig te bieden, zowel thematisch als stilistisch gezien. Ze haken aan bij de belevingswereld van jonge mensen, maar voor een bredere doelgroep zijn ze minder interessant.
Waar Van der Horst een poging doet om subtiel de dramatiek van menselijke relaties te belichten, kiest Ricus van de Coevering in Sneeuweieren voor het grote gebaar. Weliswaar kenmerkt het boek zich door een karige, vrij vlakke stijl, maar Van de Coevering verwerkt veel verwijzingen in zijn boek, vooral naar de Bijbel. Zo worden intrigerende kwesties als morele verantwoordelijkheid aan de orde gesteld, of de botsing tussen christelijke en kapitalistische levensvisies. Toch zorgt de overvloed aan allerlei allusies voor een nogal zware, bombastische roman. Niet iedereen in de jury is gecharmeerd van het slot, waarin het verhaal definitief verandert van een moderne boerenroman in een religieuze allegorie.
Nog veel ambitieuzer is Monografie van de mond van Willem Jardin, een wilde combinatie van quasi-wetenschappelijk essay, psychologische roman, familieverhaal en fotoroman. De Monografie is overvol, volstrekt niet in balans en soms zwaarwichtig. Lang niet alle scènes vallen ‘op hun plek’, niet alle thematische lijntjes worden afgemaakt en het verband tussen de twee delen in het boek is niet altijd duidelijk. En tóch vinden we dit een erg goed boek en een kanshebber voor de eerste plek. Dat heeft deels weer met ons debat over literatuuropvattingen te maken. Voor liefhebbers van evenwichtige, gedegen, beeldende romans heeft dit boek weinig te bieden. Daar staat tegenover dat Jardin de intelligentste bladzijden heeft geschreven die we in alle vijf boeken hebben aangetroffen. Zijn spel met wetenschap, zijn luchtige en ironische omgang met het essay, zijn radicale keuze om niet realistisch te schrijven: in het eerste deel van het boek leveren ze nu en dan fantastische bladzijden op. Het tweede deel doet echter afbreuk aan het geheel: daar verliest de roman veel van zijn spanning en dynamiek. Daar komt nog bij dat Jardin wel een erg old school postmodernistische roman heeft geschreven in de traditie van Nederlandse en Vlaamse postmodernisten vanaf de jaren zeventig, van Willem Brakman en Gerrit Krol tot Peter Verhelst en Charlotte Mutsaers. Ook zij schreven (en schrijven) immers boeken waarin een overvloed aan verknoopte motieven zorgt voor een verwarrende leeservaring. Jardins uitwerking laat echter soms nog te wensen over.
Zeewater is zout, zeggen ze van Simone Lenaerts vinden we om heel andere redenen een uitstekend boek. Het is een roman waarin een volgroeide vertelstem aan het woord is, die secuur de verloren wereld van de Vlaamse jaren vijftig schetst. Hoewel Lenaerts soms het vermogen mist om te variëren in haar stijl, is haar boek een overtuigende bijdrage aan de Vlaamse traditie van de familieroman. Nu is het natuurlijk mogelijk dat wij, vier Nederlandse lezers, vooral gecharmeerd zijn door dit boek omdat het zo prettig ons clichébeeld over Vlaanderen en de Vlaamse literatuur bevestigt. Dat is echter te gemakkelijk gezegd: ook zonder dat de Vlaamse traditie erbij wordt gehaald is Lenaerts’ boek meeslepend en suggestief. Het is een boek dat onnadrukkelijk kwesties over de Vlaamse politiek aan de orde stelt, terwijl het tegelijk een fraai tijdsbeeld geeft. Omdat juist bij dit boek zowel de filosoof in ons als de plezierlezer aan zijn trekken komt, vinden we dat Zeewater is zout, zeggen ze de Academica Debutantenprijs 2008-2009 verdient.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



