Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Een man alleen, alleen een woord... en een beeld

door Remco Wetzels, 8 oktober 2009

In 1980 presenteerde Freek de Jonge zijn eerste soloprogramma, De Komiek, een toentertijd baanbrekende voorstelling omdat het geen verzameling van korte stukjes was maar een consistent geheel met een begin en een eind en een duidelijk thema. De Komiek was niet altijd om te lachen, het was veel meer een poëtische monoloog over een identiteitscrisis. Daarmee introduceerde De Jonge het soort cabaret dat we tegenwoordig met Freek de Jonge associëren. Bijna dertig jaar later is deze theatervoorstelling, ter ere van De Jonges vijfenzestigste verjaardag, bewerkt tot een strip door Dick Matena, de man wiens naam inmiddels synoniem is aan het concept stripbewerking.

‘Een man alleen, alleen een woord’ is, een regelmatig terugkerende zin in de eerste akte van deze voorstelling. Hiermee vat De Jonge niet alleen het concept van de one man show maar vooral ook de situatie waarin De Jonge zich zelf bevond na zo’n tien jaar lang vergezeld te zijn door Bram Vermeulen in het duo Neerlands Hoop.

De Komiek is een voorstelling in vier akten waarin De Jonge de rol van de Komiek en diens vader speelde. De eerste akte introduceert De Komiek als een ietwat behaagzieke neuroot die zich afvraagt waarom iets nou wel of niet grappig is en er niet voor terugschrikt een flauwe grap op te dissen als hij er een lach mee kan scoren. In de tweede akte spreekt de vader van de komiek, die het publieksvermaak van zijn zoon afkeurt en hem verwijt geen idealen te hebben. Hij vindt het cabaret van zijn zoon, kortom, te weinig geëngageerd.

Wanneer de vader overlijdt komt als eerste de behaagzieke kant van de Komiek naar voren, hij probeert zijn verdriet te verbergen achter een stortvloed van veelal goedkope grappen. Als het publiek maar lacht is alles goed, lijkt hij te denken. De flauwigheden slaan om in een maatschappijkritische tirade, het sociale engagement dat zijn vader graag had gewild en dat misschien even gemakkelijk en goedkoop is als zijn eerdere platte grappen. De Komiek realiseert zich dit op tijd en eindigt met een meer menselijke en oprechte vorm van humor.

Daarmee is De Komiek vooral een bespiegeling over komedie en de komiek, over de drijfveren van de grappenmaker, hoe ver hij wil gaan om zijn publiek aan het lachen te krijgen en hoe veel hij bereid is van zijn eigen leven op te offeren voor dit doel. Niet in de laatste plaats is De Komiek ook het manifest waarin De Jonge zijn eigen identiteit als cabaretier vastlegde.

Het is dus niet de minste voorstelling die Matena gevraagd is te verbeelden. Maar vooral dat het hier om een theatermonoloog in plaats van proza gaat maakt dit een uniek fenomeen, en een opmerkelijke uitzondering in Matena’s recente oeuvre. Matena’s bewerkingen van literaire romans worden gekenmerkt door het feit dat hij de integrale tekst overneemt. Dit houdt in dat alle beschrijvingen van omgeving, uiterlijk of sfeer, aspecten die ook al in het beeld te zien zijn en dus niet meer verwoord hoeven te worden, eveneens in tekstkaders te lezen zijn. Dit maakt zijn andere stripbewerkingen tot ietwat curieuze hybriden van strip en boekillustratie, een mengvorm die, mijns inziens, niet altijd even geslaagd is.

Een theatertekst kent daarentegen nauwelijks beschrijvingen, althans niet op een manier die vergelijkbaar is met de roman. Er is alleen een spreker en de tekst die hij spreekt; een man alleen, alleen een woord. Dit houdt in dat Matena niet alleen vrij is van de beschrijvingen die zijn andere werk belemmeren maar dat hij ook aanzienlijk vrijer in zijn interpretaties kan zijn.

Desondanks wordt Matena nergens te uitleggerig of te letterlijk. De setting, een combinatie van een schaakbord, een theater met constant veranderend publiek en Alice in Wonderland, illustreert dat. Dit hallucinante brouwsel vormt een goede achtergrond voor de schijnbare waanzin van de verteller. Matena doorspekt de tekst bovendien met seksuele en religieuze beelden, waarmee hij de broeierige subtekst sfeer van het stuk goed accentueert.

Vrolijk is de oorspronkelijke tekst al niet en Matena’s pennenstreek is dat evenmin. Luchtigheid lijkt de tekenaar sowieso vreemd. Of hij nu de meer realistische geschilderde stijl van zijn literaire bewerking hanteert, zoals De Avonden, of de meer karikaturale stijl van dit werk, hij lijkt zijn wereld bijna steevast onder te dompelen in een melancholische grijsheid. Hiermee wordt een theatervoorstelling die al meer weg had van een ontleding van het concept Komiek dan dat er daadwerkelijk veel te lachen viel, getransformeerd tot een bij vlagen deprimerende psychologische roman over de tragiek van de Komiek. De Jonges existentiële crisis vindt zo een bijzonder geschikte visuele evenknie in de inktpot van Matena.

Freek de Jonge en Dick Matena
De Komiek
Uitgeverij Augustus
ISBN: 978 90 457 0269 8 € 24,90

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.