Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Hype! Smaak! Vete! Nuance!

door Daan Stoffelsen, 16 november 2009

Slaap! wordt nog wel eens genoemd als een van die zeldzame romans die door één recensie een succes werden. Het moment waarop Verbeke van een niemand een iemand werd, moet vrijdag 21 november 2003, in de namiddag, zijn geweest. Toen kon iedereen lezen dat Elsbeth Etty Slaap! ‘sinds Blauwe maandagen van Arnon Grunberg het meest indrukwekkende debuut in de Nederlandse letteren’ noemde. Er is nauwelijks een recensie die daarop volgt die niet refereert aan Etty’s juichende recensie, en die niet, net als die van haar, ingaat op de stijl en toon van dit debuut. Het tegengeluid kwam meestal pas op bij Verbekes tweede boek, Reus, en dan in de kantlijnen van recensies van Max Pam. Vandaag maken we de balans op. Heeft Slaap! zijn wakkere glans behouden?

Over Slaap!

Dr. Lisette, ‘...Nieuwe schaarste…’ op gwrrf.nl op 12 november 2003.
Elsbeth Etty, ‘Slaapwandelend in elkaars armen. Verbluffend debuut van Annelies Verbeke’, in NRC Handelsblad op 21 november 2003.
Judith Janssen, ‘Op zoek naar de parel tussen de eerstelingen’, in de Volkskrant, 28 november 2003.
Karel Osstyn in De Standaard op 26 december 2003 (geen gehele recensie toegankelijk).
Kees ‘t Hart, ‘Grote emoties’ in De Groene Amsterdammer op 17 januari 2004.
Peter van Vlerken, ‘Debuutroman van Annelies Verbeke weergaloze tragikomedie’ in o.a. Amersfoortse Courant en Eindhovens Dagblad op 24 januari 2004.
Walter Kraut, ‘Debuten van deze winter’, in Trouw op 14 februari 2004.
Fleur Speet, ‘Blijkbaar zoeken recensenten bij debutanten naar de Grunberg-toon. Libris Literatuur Prijs: keuze genomineerden roept vooral verbazing op’ in Het Financieele Dagblad op 24 april 2004.
Lukas Van Win, ‘Een pareltje’ op Cutting Edge op 19 mei 2004.
Bert Van Raemdonck, ‘Hype! Annelies Verbeke en de vraag van twintig euro’ in Rekto:Verso in het september – oktober 2004-nummer.
Arjen van Meijgaard op De Recensie op 19 februari 2006.
Karlijn de Winter, ‘Wakkere observaties’ op Recensieweb op 4 november 2009.

Over Reus en Groener Gras

Arjan Peters, ‘Een dikke muis op de toiletbril’ in de Volkskrant op 13 januari 2006. (N.B. De meeste reacties op Verbekes tweede volgen direct op bijna direct op de publicatie.)
Rob Schouten, ‘Jeroen Bosch in het zwembad. Geloofwaardige visioenen van Annelies Verbeke’, in Trouw op 14 januari 2006.
Theo Hakkert, ‘Bij Verbeke is elke zin een Belgische bonbon’, in De Gelderlander op 19 januari 2006.
Joep van Ruiten, ‘Verbeke verstrikt in te veel mogelijkheden’, in Dagblad van het Noorden op 20 januari 2006.
Peter van Vlerken, ‘Maffe tweede roman van Annelies Verbeke’ in (o.a.) Brabants Dagblad op 24 januari 2006.
Arjen Fortuin, ‘De Belgen zijn beter. De compromisloze energie van Verhulst, Verbeke en de andere Vlamingen’, in NRC Handelsblad op 27 januari 2006.
Reus stuurloze roman’, in De Telegraaf, op 27 januari 2006
Gerrit Komrij, ‘Reputaties’, in Vrij Nederland op 11 februari 2006.
Arjan Peters, ‘Over de onzekerheid van ons oordeel’ in De Gids, juli-augustus-septembernummer 2007.
Edith Koenders, ‘Kabouter Rutger Hauer klopt op het autoraam’, in de Volkskrant op 12 oktober 2007.
Elsbeth Etty, ‘Smaakloos proeven’, in NRC Handelsblad op 12 oktober 2007.
Max Pam, ‘Organische fanfare van fluitende lichaamsopeningen’ in HP/De Tijd van 26 oktober 2007.

(Bij dit overzicht is gebruik gemaakt van de op internet en in de krantendatabase beschikbare recensies.)

Recensie één – ‘een verbluffende debuutroman’ – en twee – ‘een bijzondere auteur’

‘Haar roman Slaap [sic] werd in de pers warm onthaald – lof heeft ze dus nauwelijks meer nodig,’ schreef Walter Kraut op 14 februari 2004 in een debutenoverzicht. Daarmee is de receptie van dit debuut zo’n geval waarbij de chronologie wel degelijk relevant is. Er waren overeenkomstige oordelen, en als men het juist niet eens was, dan werd er ook verwezen naar die eerste recensie. Dus wat schreef Elsbeth Etty? Haar recensie opent en sluit juichend, en daar tussenin beschrijft ze de plot,citeert ruim en illustreert daarmee haar oordeel:

‘In het boek heersen de taal en de logica van de droom.’ En: ‘Dat [vertellen – DS] doet zij op een manier die tegelijk absurdistisch en koel is, in een setting vol verloren en dolende nachtmensen. Als ik een parallel zou moeten trekken met andere recente literatuur, dan komen de kale, trefzekere stijl, de tragiek, de humor én de personages van Marek van der Jagt in Gstaad 95-98 het meest in de buurt, maar een dergelijke vergelijking schiet altijd tekort om een talent als dat van Verbeke te typeren.’

De tweede recensie is van Judith Janssen, in een debutenoverzicht waarin verder Niels ‘t Hooft, Martijn Knol, Bart van Lierde en Rob Kappen figureren, en ze op zoek gaat naar de combinatie van ‘plotbeheersing, stijl en fantasie’. Het verschijnt te snel na Etty’s recensie om erdoor beïnvloed te zijn, of het is met lovenswaardige distantie geschreven, want de kritiek is onvergelijkbaar.

‘... een beheerste schrijfstijl – Verbekes woordkeuze verraadt een goede observatie…’ En: ‘Verbekes roman is niet subtiel; het einde is groots en enigszins onrealistisch, maar ze weet dit euvel te compenseren door het geheel een symbolische lading te geven en prachtige bewoners aan haar fictiewereld toe te voegen.’ Concluderend: ‘Verbeke is een bijzondere auteur, die ver uitstijgt boven de anekdotische verhalenverteller. Zij maakt de banaliteit van het leven tot literatuur…’

Janssen vermijdt de vergelijking, wat Etty ‘kaal, trefzeker’ noemt, noemt zij ‘beheerst’, en waar Etty de ‘logica van de droom’ prijst, noemt Janssen Slaap! ‘niet subtiel’. Stijl en absurdisme blijken de twee onderwerpen waar de volgende recensies op terugkomen.

Relativeringen

Etty wás niet de eerste. Het inmiddels ter ziele gwrrf.nl kwam al op 12 november met een recensie. ‘Slaap! is de meeslepende beschrijving van een karakter op drift in een maatschappij op drift, vol tedere scènes en oprechte verbazing. Verbeke is een interessante nieuweling.’ Een psychologische lezing – typisch voor webrecensies, naar het schijnt – maar vooral een vol lof. Tweede relativering: niet alle eerste recensies waren lovend. Kees ‘t Hart schreef in De Groene Amsterdammer van 17 januari 2004, nog voor Kraut en Van Vlerken :

‘Verbeke houdt van grote woorden en grote gedachten, ze meent dat ze daarmee grote emoties bij de lezers kan oproepen. De verte, de pijn, angst, monsters, die mensen, te laat – dit boek wil het hiervan hebben, maar het is de vraag of al die grote woorden en gebaren niet toch hoofdzakelijk bij de schrijfster ervan bleven hangen. [...] Ik zat erbij en keek ernaar, tevergeefs wachtend op details, op precisie, op een stijl die emoties verbergt achter scherpe formuleringen. [...] In sprookjes gaat het niet, net zo min als in dit verhaal, om de stijl, niet om de uitgebalanceerde typeringen, niet om het detail, maar vooral om het grote gebaar en de rake symboliek, om de zoektocht naar een prettig bestaan dat zich uiteindelijk op de laatste pagina aandient.’

Het ‘niet subtiel’ van Janssen krijgt in Van ‘t Harts kritiek uitwerking; het zal een kritiek zijn die vooral terugkomt in besprekingen van Verbekes volgende boeken.

De volgende recensies: januari en februari

Aanwijzingen voor de ontvangst in Vlaanderen hebben we niet of nauwelijks, al schijnt Jeroen de Preter in De Morgen geschreven te hebben dat het ‘geen roman [is] die je wereldbeeld doet kantelen’ – een standpunt dat in de volgende paragraaf uitwerking krijgt -, en begint Karel Osstyn in De Standaard zijn recensie met de mededeling dat het ‘een donker, kaleidoscopisch portret ‘ is.

De eerste verwijzing naar Etty’s recensie volgt eind januari in de recensie van Peter van Klerken voor de GPD-kranten. In de vergelijking ‘in een andere krant’ tussen Grunberg en Verbekes debuten ziet hij ook vooral hun ‘voorkeur voor bizarre, niet zelden pikzwarte humor’. Hij volstaat wat de stijl betreft met het oordeel dat ‘Verbeke kan schrijven’, wat al ‘blijkt al uit bovenstaande citaten’, maar rekent Slaap! ‘... tot de beste boeken die ik de laatste jaren heb gelezen’.

In februari volgt Kraut dus. Het voorwerk was al gedaan (uit het beschikbare materiaal blijkt niet hoe Het Parool en de tijdschriften hadden gereageerd, maar het lijkt erop dat ze Slaap! niet, of op gelijke wijze bespraken), en Kraut kan volstaan met bovenstaande opmerking: ‘lof heeft ze niet meer nodig’. Maar net als Judith Janssen in haar Volkskrant-stuk verbindt hij zijn summiere lof aan een poëticale opmerking: ‘Verbeke’s debuut laat juist zien dat het een het ander niet uitsluit, een goed plot kan prima samengaan met poëtisch taalgebruik.’ Niet alleen gaat Kraut niet in op de fantastische, absurdistische, en naar smaak humoristische en tragische elementen, hij noemt de stijl ‘poëtisch’ – iets wat zonder nadere illustratie of kwalificatie toch een heel ander oordeel is dan ‘kaal’, ‘sober’ en ‘beheerst’.

In deze eerste besprekingen springt die van Etty eruit in de uitgebreidheid van haar beschrijving, het brede scala aan aspecten dat ze aan bod laat komen – plot, verhouding tot de werkelijkheid, stijl, positie ten opzichte van andere boeken –, en in de toon. Behalve Vlerken is niemand zo uitbundig lovend.

De prijzen

Op de kritiek van Van ‘t Hart na, mag Verbeke zich dat eerste jaar verheugen in uitsluitend positieve geluiden, die nog eens bijval krijgen van de jury’s van de literaire prijzen. Slaap! belandde in 2004 op de longlists van de Libris- en AKO Literatuurprijs . De Libris Literatuurprijs noemde Slaap! ‘een echte aanrader’ in haar verantwoording van de shortlist, maar nam het niet op. Onterecht, betoogde Fleur Speet in Het Financieele Dagblad:

‘Als we uitgaan van het feit dat literaire jury’s een neus hebben voor dat wat van blijvende waarde is en wordt bijgeschreven in de literaire canon, had deze jury Slaap! van Annelies Verbeke moeten nomineren. Dit Vlaamse debuut schittert aan alle kanten van perfectie en literaire gekte. Als er op dit moment een veelbelovend talent is, dan is zij dat wel. De plot is doodsimpel: de hoofdpersoon kan niet slapen en ontmoet iemand die dat evenmin kan. Maar het boek is evenwichtig, heeft een dreigende spanningsboog, veroorzaakt verwarring, zit vol spitsvondige humor, is een lofzang op het guitige taalspel. Kortom: alles wat goede literatuur moet zijn.’

Mooie woorden, maar de jury kon niet meer terug en liet Arthur Japin dat jaar winnen. Verbeke won wel de Vrouw Kultuur Debuutprijs, de Vlaamse Debuutprijs en het Gouden Ezelsoor (2005, voor het bestverkopende literaire debuut). Helaas ontbreken online toegankelijke, integrale juryrapporten, maar in de reconstructie zegt de Vlaamse Debuutprijsjury:

‘Beide personages worden erg geloofwaardig neergezet, maar tegelijk zijn er interessante raakvlakken met het groteske en het surrealistische, met name in de lange gesprekken tussen Benoit en een potvis.’ En: ‘Zij schrijft heel economisch en schetst als het ware haar verhaal. Het verhaal is goed gestructureerd, er zit een prettige montage in de hoofdstukken. De informatie wordt goed opgespaard en telkens op het juiste moment vrijgegeven.’

Typische juryrapporttaal, iets te analytisch om daadwerkelijk te enthousiasmeren, maar met ‘economisch’ is de stijl nog eens geduid, en deze jury wijst nu ook op de succesvolle timing. De Vrouw en Kultuur-jury vervolgens noemde de ‘onderkoelde, lakonieke schrijfstijl’.

Een mooie voorbeschouwing op de Debuutprijs kwam in september 2004 van Bert Van Raemdonck in Rekto:Verso. Hij duikt in de psychologie van de personages, gaat in op de verteltechnieken, doet wat aannames over de verhouding tussen fictie en werkelijkheid die Verbeke voorstaat, analyseert de thematiek, noemt de stijl ‘flitsend, gebald , scherp en vooral komisch’. En concludeert dat enthousiasme over dit boek terecht is, maar dat je het wel in verhouding moet zien: ‘Slaap! is geen meesterwerk en zal niet in de volgende encyclopedie van de wereldliteratuur worden opgenomen, maar oogst terecht applaus vanwege de vertelvaart, de stilistische bravoure en de humoristische kracht die duidelijk aanwezig zijn.’

Reus, Groener gras en het tegengeluid

Pas bij de tweede en derde romans kwam de harde kritiek los, en een verklaring daarvoor geeft Max Pam in zijn bespreking van Groener gras in 2007:

Slaap!, het debuut van Annelies Verbeke, heb ik indertijd onbesproken gelaten. De reden: ik vond er geen klap aan. Bovendien moet je een beginnend schrijver niet al te zeer ontmoedigen. En nog eens bovendien: de kritieken van mijn collega’s waren over het algemeen juichend. Misschien ligt het aan mij, dacht ik nog, en moet ik de volgende keer beter opletten.’

Lief zijn voor debutanten, valse bescheidenheid, het zijn heel prijzenswaardige vertoningen. Maar vervolgens neemt Pam de gelegenheid kritiek te leveren op verkleinwoordjes en absurditeiten. Arjan Peters brengt het bij zijn bespreking van Reus in 2006 minder bescheiden: ‘Haar niet van hysterie verstoken personages tastten, alsof er een toverstaf in het spel was, het beoordelingsvermogen van de dikwijls merkbaar verhitte recensenten aan.’ Later lijkt Peters overigens, in een bijdrage in literair tijdschrift De Gids, met name op Etty te duiden, die hij buitenliteraire motieven verwijt voor de grote, positieve bespreking van Slaap!.

Zijn kritiek op Reus vat Peters samen als ‘pure aanstellerij die met een glimlach wordt gepresenteerd’, en over Verbekes stijl: ‘Grunberg ratelt zichzelf naar een zwart gat toe waar de ironie geen soelaas meer biedt. Dat is iets heel anders dan de koude drukte van Annelies Verbeke, die de vertelster Hannah vooral stoerheden in de mond legt, hopend daarmee te verbloemen dat er bij haar van enige diepgang geen sprake is.’

Om terug te komen op Pams motieven voor zijn verlate kritiek: sympathie voor de nieuwkomer is een eigenaardig motief om de hype – want zo karakteriseren Pam en Peters de lof voor Slaap! in feite – op het moment zelf onweersproken te laten. Pam en Peters deelden niet de sensatie van hun collega’s, die de luxe niet hadden om de wekelijkse productie met de afstand van jaren en een opgebouwd oeuvre te bekijken, en die zich konden verheugen in iets fris, iets nieuws – en iets goeds. Enkele jaren na dato is het makkelijk oordelen, en nog makkelijker om de ‘hype’ niet te weerspreken, maar een tweede en derde boek af te branden.

‘Een boek kan haast niet positiever ontvangen worden, na alle loftuitingen móet haar tweede roman wel tegenvallen. En voor je het weet wordt de jonge Vlaamse schrijfster dan achteloos weggezet als een hype. Dat zou toch wel zonde zijn, want talent heeft ze zeker,’ schreef Joep van Ruiten trefzeker in Dagblad van het Noorden, een week na Peters’ stuk. En het is waar: Van Ruiten en vele anderen delen de kritieken van Pam en Peters, maar niemand nam tegelijk zijn of haar mooie woorden over haar debuut terug, of onthield zich, als het een eerste blik op Verbekes oeuvre was, van positieve inzichten.

Neem Gerrit Komrij, die in zijn rubriek ‘Reputaties’ (verondersteld werd die term aan te vullen met ‘onderuit halen’), alvorens dol en dwaas te raken van het absurdisme van deel twee van Reus, schreef: ‘Haar boek danst tenminste en is niet, zoals de romans van veel dames of van het soort heren dat dameslezers wil behagen, een ellenlange, lauwe sliert van lamentaties. Afstandelijkheid, ironie, sarcasme, gewiekste stijlbloemen, alles wat je meer verwacht is er.’

Neem Arjen Fortuin, die haar, samen met Dimitri Verhulst noemde als voorbeelden van een beter Vlaams geluid, net na verschijnen van De helaasheid der dingen en Reus: ‘Om bij Verhulst en Verbeke te blijven; de levenloze zinnen waar Nederlandse prozaïsten zo vaak bij uitkomen, zijn in hun boeken onvindbaar.’ En na het uitspreken van zijn teleurstelling over het tweede deel van Reus: ‘Want de zelfverzekerdheid en de schwung waarmee Verbeke haar personages op die in literaire zin heilloze tocht naar Australië stuurt, geeft je vooral het idee dat hier een auteur aan het werk is die precies schrijft wat ze wil schrijven en die zich aan conventies en verwachtingen niet veel gelegen laat liggen.’

Of neem Peters’ collega Edith Koenders, over Groener Gras: ‘Dat is het knappe van Groener gras: dat er weinig aan de hand lijkt met de alledaagse, ietwat zonderlinge personages, maar dat hun levens ineens een bizarre, gelukkige of desastreuze wending nemen. Annelies Verbekes trefzekere en beeldende stijl geven de verhalen een grote zeggingskracht.’

Neem ten slotte Elsbeth Etty, die over Groener Gras dan weer minder enthousiast was. ‘ ‘Sterk geschreven scènes presenteert Verbeke in deze bundel, en in hun primitiviteit aandoenlijke personages, maar als het erop aankomt weet zij zich er weinig raad mee.’

Zes jaar later: Hype!, Smaak! of Vete!?

Het is nu zes jaar na verschijning van Slaap!. Profiterend van het perspectief van die jaren kunnen we zeggen dat positieve geluiden nog steeds overheersen, onlangs nog van Karlijn de Winter elders op deze site. De mate waarin dat gebeurt – eensgezind en tegen het lyrische aan – heeft wantrouwen opgewekt. Is hier sprake van een onterechte hype, vroegen Joep van Ruiten, Bert Van Raemdonck, Pam en Peters zich af. Of misschien zelfs van een complot? Dan zijn de samenzweerders wel uit elkaar gegaan, en hebben ze ieder voor zich een ander geluid laten horen. Op die enkeling na viel niemand Verbeke af – naast kritische aantekeningen vielen positieve Reus, Groener gras en Vissen redden ten deel. Misschien nog meer dan het feit dat men positief was, is de nuance van die besprekingen relevant: dit oeuvre wordt serieus genomen. Verbeke was een belofte, en blijkt een blijvertje – inmiddels is bekend geworden dat ze een van de kanshebbers is voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs.

Het hoort een overbodige term te zijn als we het over literaire kritiek hebben, maar zijn de tegengeluiden te verklaren als een verschil in smaak? Een andere verklaring lijkt aan de orde bij een van die tegengeluiden. Arjan Peters suggereerde in De Gids dat Elsbeth Etty een vete had uit te vechten met collega’s, en vocht er daarmee één uit met Etty zelf. Het moddergooien (de term is van Jona Lendering op Frontaal Naakt) dat hij in De Gids deed, en ook de reactie van Etty, lijkt eerder een smet op de literaire kritiek dan op Verbekes blazoen te geven. Het is een saai standpunt, maar ook hier was nuance de kritiek én de literatuur ten goede gekomen.

Laten we met die literatuur verder gaan. Annelies Verbeke spreekt er 17 november over in Spui25, met Arjen Fortuin.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.