Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Skeelerend langs Shakespeare en Dostojevski

door Gemma Venhuizen, 14 december 2009

Soms lijkt het alsof overal al eens over geschreven is: van romantiek, oorlog en avontuur tot pratende dieren en geheime koninkrijken. Als schrijver zou je bij de pakken neer kunnen gaan zitten als je leest wat je voorgangers al gepubliceerd hebben. Waarom nog proberen om Shakespeare, Tolkien of Dostojevski naar de kroon te steken?
Peter van Olmen, schrijver van De kleine Odessa heeft van de nood een deugd gemaakt – hij is de verhalen van beroemde auteurs niet uit de weg gegaan, maar heeft ze in zijn avonturenroman geïntegreerd.

In het jeugdboek reist de twaalfjarige Odessa samen met de pratende kanarie Lodewijck Aquila – Lode A. voor intimi – naar de schrijversstad Scribopolis om daar haar ontvoerde moeder, een muze, te zoeken. Ook hoopt ze in de stad te ontdekken wie haar vader eigenlijk is; dat heeft haar moeder namelijk nooit willen vertellen.
In Scribopolis aangekomen, ontdekt Odessa dat het lot van de schrijversstad in haar handen ligt. Ze blijkt ‘de Ware’ te zijn, een uitverkoren kind dat de kwaadaardige schrijver Mabarak van zijn snode plannen moet afhouden.

Maar voor het zover is, ontmoet ze allerlei beroemde auteurs: van de Fjodor Dostojevski en William Shakespeare tot Franz Kafka en de gezusters Brontë. Een mooie vondst van Van Olmen, want zo komen de beroemde schrijvers en hun meesterwerken niet alleen tot leven voor Odessa maar ook voor iedereen die het boek leest.
Op een gegeven moment krijgen zelfs de karakters uit de boeken een eigen stem:
‘“Shakespeare heeft ons alleen maar gemaakt om ons te laten sterven!” riep Shylock. “Wij zijn verwaarloosbaar. Wij zijn de schurken die hij nodig heeft om zijn helden te laten schitteren (…).”’

Als lezer word je door zulke citaten vanzelf aangespoord om de klassiekers uit de wereldliteratuur te gaan lezen. Wie dat al gedaan heeft, kan zijn hart ophalen aan alle verwijzingen in De kleine Odessa, vooral naar het werk van Tolkien. Niet verwonderlijk, want Odessa raakt zelf in de ban van haar vader. De gnorks die Scribopolis onveilig maken, doen denken aan de orks uit In de ban van de ring. En dat Odessa ‘de Ware’ blijkt te zijn, geeft haar enige gelijkenis met de hobbit Frodo, zeker omdat ze een magische pen in handen krijgt die haar onzichtbaar maakt. Het feit dat zij de enige is die de pen uit een stuk steen kan bevrijden, doet juist weer denken aan de boeken over koning Arthur.
In ieder ander boek zouden zulke overeenkomsten op plagiaat lijken, maar juist omdat de verwijzingen in De kleine Odessa effectief en openlijk in het verhaal worden ingepast, is het eerder een pastiche – een literair werk dat fragmenten uit andere boeken bevat. Dankzij deze aanpak is De kleine Odessa origineel van opzet; alleen het plot is door de parallellen met andere avonturenverhalen nogal voorspelbaar. En bij het verwijzen naar een eigentijdse klassieker gaat de auteur even de mist in. Hij schrijft dat de Hongaarse Hoornstaart uit Harry Potter en de gevangene van Azkaban afkomstig is, maar de draak komt namelijk pas een boek later voor, in Harry Potter en de vuurbeker.

Van Olmen weet de dode schrijvers goed tot leven te wekken. De kleine Odessa zou dan ook een prima introductie in letterkunde kunnen zijn voor brugklassers. Wel is daarbij het gevaar aanwezig dat niemand Flaubert, Kafka of Dostojevski zal willen lezen – die worden namelijk behoorlijk negatief beschreven. Voor de werken van Shakespeare en die van de Brontë’s vormt het boek juist prima propaganda. ‘Hou van woeste hoogten, gierende winden, terwijl de regen in je gezicht slaat en je heerlijk ongelukkig bent, en de bliksem de wereld open doet barsten…!’, prijst het personage Emily Brontë indirect haar meesterwerk Woeste hoogten aan.

Naast literaire klassiekers komen ook de echte klassieken aan bod in De kleine Odessa. Zo maakt Odessa kennis met Orpheus en verdwijnt ze op een gegeven moment in een passage uit De Odyssee, waarin Odysseus net in de grot van de cycloop gevangen zit. Zulke klassieke onderwerpen vormen een groot contrast met de hoofdpersonen: de grofgebekte, sigarenrokende Lode A. en de eigentijdse Odessa, die zich op skeelers door Scribopolis verplaatst. Waarschijnlijk heeft Van Olmen op die manier het boek een modern tintje willen geven, maar zinnen als ‘Hij spuwde een fluim op de grond’ en ‘Hij rochelde en spuwde weer op de grond’ vallen wel wat uit de toon bij de rest van de tekst en doen afbreuk aan de romantiek van het avonturenverhaal.

De kleine Odessa haalt nog niet het niveau van In de ban van de ring of Hamlet bereiken, maar als Van Olmen zo doorgaat kan hij voorzichtig beginnen te dromen van een eigen huis in Scribopolis!

De kleine Odessa – Het levende boek, Peter van Olmen, Uitgeverij Van Goor, ISBN 9789047508502

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.