elders op recensieweb
Graphic novels voor dummies (?)
opiniestuk
Nominate Legendres beeldroman terecht?
opiniestuk
Nostalgie voert de boventoon in 100 Stripklassiekers
opiniestuk
opiniestuk
De nadelen van naar jezelf kijken
opiniestuk
opiniestuk
Een Wikipedia-artikel met plaatjes
opiniestuk
Een man alleen, alleen een woord... en een beeld
opiniestuk
opiniestuk
Absurde avonturen van een beer en een soort aap-vogel
opiniestuk
opiniestuk
Een gelaagd eerbetoon aan een duivelse oplichter
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
Panorama van een gezichtsloze massa
opiniestuk
Een frisse kijk op een conservatief milieu
opiniestuk
Een roadtrip met twee Grunbergs
opiniestuk
David Lynch in de Egyptische woestijn
opiniestuk
Verslag van een ruimtereis blijft aan de grond
opiniestuk
opiniestuk
Als een videoclip, maar dan beter
opiniestuk
auteur
elders op internet
Radio Nederland Wereldomroep
Woest en ledig
Occamsrazorlibrary
Strips om in te wonen
door Remco Wetzels, 22 december 2009
‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen’, schreef Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936) ooit. Het zou de dichter waarschijnlijk hoogst verbaasd hebben om zijn woningen verbouwd te zien worden tot stripverhalen. Maar de manier waarop dat is gebeurd in het meest recente deel van Verbeelde gedichten zou hem wellicht niet hebben tegengestaan. Verbeelde gedichten is een reeks in stripvorm gegoten gedichten waarin Charles Baudelaire en Victor Hugo de Nederlander voorgingen. Het idee om gedichten in stripvorm te verbeelden is een relatief onbekend gegeven. We zijn nu allemaal bekend met vaak zeer letterlijke bewerkingen van literaire romans dankzij het werk van Dick Matena. Maar het spannende van poëzie is dat het in de regel veel minder strikt beschrijft, veel meer aan de verbeelding van de lezer, en dus ook veel meer aan de verbeelding van de stripbewerker overlaat.
En die verbeelding wordt hier ruimschoots gebruikt, ook al wordt in vrijwel alle bijdragen de oorspronkelijke tekst, die voorafgaand aan elk stripgedicht is afgedrukt, letterlijk gevolgd. Een goed voorbeeld hiervan is de bijdrage van Judith Vanistendeal: ‘De ochtendzon’ beschrijft het ontluiken van een Afrikaanse ochtend waarin het ontwaken van een jonge vrouw, Dolores, het sluitstuk en hoogtepunt is. Hoewel Vanistendael als een van de weinigen volledig afwijkt van het ritme van het oorspronkelijke gedicht – ze deelt drie strofen van vier regels op in vijf pagina’s van drie kaders – en er zelfs tekst aan toevoegt weet ze de geest van Slauerhoffs woorden erg treffend weer te geven. Haar zeer fraaie zwart-wittekeningen, vertraagd als een filmcamera die langzaam langs de setting glijdt, weten de sfeerschets van Slauerhoff bijzonder goed te behouden. Die sfeer wordt zelfs niet verpest door het feit dat ze Dolores, het middelpunt van het gedicht en in Slauerhoffs woorden misschien wel een belangrijker natuurverschijnsel dan de ochtendzon die alleen in de titel genoemd wordt, uitbeeldt . Het feit dat het meisje dat ‘haar haren in den ochtend doet stroomen’ gestalte krijgt haalt weliswaar een gedeelte weg van de suggestie en het mysterie van deze jonge vrouw en het gedicht, maar Vanistendael zet er iets voor in de plaats; ze maakt haar menselijk. In het op een na laatste kader wordt Dolores door een fluisterende jongen geroepen, waarop zij antwoordt: ‘Ssst…Ik Kom.’ Het laatste woord is daarmee niet van Slauerhoff maar van Vanistendael die een romance toevoegt die in de woorden van Slauerhoff niet aanwezig is en daarmee het beeld van het jonge meisje als mysterieus natuurverschijnsel vervangt door een jong meisje dat niets anders is dan dat, een jong meisje.

Figuur 1 Uit ‘De Ochtendzon’ door Judith Vanistendael
Vanistendaels bijdrage staat in schril contrast met die van Flos Vingerhoets die ‘Fuego’ in beeld brengt, een gedicht dat eveneens draait om de vrouw als femme fatale . Vingerhoets’ expressionistische graffitibeelden zijn zeker niet lelijk maar waar Vanistendael erin slaagt om uit te beelden zonder iets van de suggestie van de woorden weg te nemen is het resultaat van Vingerhoets vooral plat. Slauerhoffs gedicht is eigenlijk alleen maar een vier strofen durende beschrijving van een verleidelijke dansende vrouw; door die dan maar meteen uit te beelden haal je dus een groot gedeelte van de charme van het gedicht weg. Vingerhoets probeert dit op te vangen door er een verhaaltje van te maken: de vrouw staat in een disco te dansen, verleidt daar een man maar blijkt aan het einde van de strip een vampier te zijn. Slauerhoffs broeierige lustgedicht wordt hiermee een flauw stripje – best fraai getekend, maar erg gemakkelijk.
Beduidend minder prozaïsch is ‘Voor de verre prinses’, een gedicht over het gemis van een geliefde die in een ver land verblijft, dat door Marc Legendre wordt geherinterpreteerd tot een verhaal over een verre geliefde die is omgekomen in de tsunami. De steeds vervormende beelden van de man die rouwt om zijn geliefde, afgewisseld met beelden van haar, het natuurgeweld en haar begrafenis (of zijn fantasie van het natuurgeweld en haar begrafenis) leveren een zeer geslaagde bewerking op. Legendre gebruikt fotomanipulaties en schilderingen en combineert deze soms tot bijna abstracte beelden die even suggestief zijn als de woorden die hem inspireren. Daardoor zijn de beide lagen, woord en beeld, minstens even poëtisch en staan ze zeer harmonieus naast elkaar.

Figuur 2. Uit ‘Voor de verre prinses’ door Marc Legendre
Minstens even geslaagd is de bijdrage van Gerolf van de Perre, ‘Lo Yang, de gezegende’, een gedicht over een fictieve Chinese stad, die wellicht prachtig en groot is maar een even verrotte onderlaag heeft. Van de Perre transformeert het sarcasme van het oorspronkelijke gedicht in een regelrechte aanklacht tegen het moderne China. Hij gebruikt overgeschilderde foto’s van politieke executies, armoede, vervuiling en de recente Chinese flirt met het kapitalisme in een bedroevende collage. Door de tekst weer te geven in het kille lettertype van een oude printer wordt het geheel nog naargeestiger. Het venijn zit vooral in de combinatie van Slauerhoffs ironisch bedoelde woorden met zeer realistische, verontrustende beelden. Door die combinatie verdwijnt de ironie weliswaar maar het wordt vervangen door een meer actueel politiek statement dat het origineel op z’n minst evenaart.

Figuur 3. Uit ‘Lo Yang, de gezegende’ door Gerolf van de Perre
De samenstellers hebben gekozen voor een zeer uiteenlopende groep stripmakers die elk met hun geheel eigen stem Slauerhoffs woorden verkondigen. Dat maakt dit tot een verrassend diverse verzameling, waarbij zelfs de mindere bijdragen in ieder geval nog hun unieke visie en tekenstijl aan de gedichten toevoegen. Al met al zijn deze verbeelde gedichten een geslaagd experiment. De verbouwing van Slauerhoffs werk, soms zeer rigoureus en soms alleen maar een likje verf, opent interessante nieuwe deuren naar het oeuvre van de dichter .
J.J. Slauerhoff
Verbeelde gedichten
(2009)
Atlas
72 pagina’s
€ 18.50
ISBN 9789045000923
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



