Korte verhalen: volpension in Hotel van Hassel (16, 17 en 18 april)
door Karlijn de Winter, 21 april 2010
Afgelopen weekend ontpopte politiek-cultureel debatcentrum De balie in Amsterdam zich tot het walhalla van korte verhalen. Je waande je er in een heus literair hotel, ware het niet dat het enige dat je er niet kon, slapen was – aldus de hostess,schrijfster en organisatrice Sanneke van Hassel. Tijdens het evenement liepen ook redactieleden van Recensieweb rond door de verschillende suites, zalen en salons, in de geur van versgebakken appeltaart. We ondergingen hier een kleine tour d’horizon van het hedendaagse korte verhaal. Hieronder enkele van onze indrukken.
Korte verhalen nodigen uit tot fijnproeverij
Het interview met de Servische Aaron Blumm, één van de vele internationale gasten in Hotel van Hassel, was nog maar net op dreef of hem werd al gevraagd naar iets heel specifieks in zijn woordgebruik. Waarom zijn verhalen zo vaak ‘maar’ en ‘echter’ bevatten, wilde interviewer Gerard van Emmerik weten. Dit zie je vaak wanneer er over korte verhalen gesproken wordt: lezers gaan al gauw in op details, op kleine wetmatigheden die hen opvallen in de tekst.
Het korte verhaal nodigt blijkbaar uit tot een nauwkeurige ‘close reading’. Waar je bij het bespreken van een roman al snel vervalt in algemene uitspraken over sfeer of thematiek, zit je een verhaal dichter op de huid. Zijn kleine omvang laat je als lezer toe om heel specifieke kenmerken van de stijl met de vinger aan te wijzen, en daar betekenis uit te halen. Want die woordjes ‘maar’ en ‘echter’, die staan niet zonder reden zo vaak in de verhalen van Blumm. Het is een middel om bij de lezer twijfel te zaaien, legt de auteur uit: er wordt iets beweerd, wat daarna weer wordt ontkracht of genuanceerd, en dat iedere keer opnieuw.
Korte verhalen zijn booming
Fijnproeverij ten spijt liggen korte verhalen nog altijd niet goed in de markt. Judith Hermann uitte haar onvrede daarover. Dez Duitse schrijfster heeft sinds haar debuut Sommerhaus. Später in 1998 alleen maar verhalenbundels gepubliceerd. In een interview ging ze in op de onvolwaardige status die het korte verhaal geniet bij het publiek en de literaire journalistiek:
‘Mensen vragen mij steeds weer: wanneer komt er nu een roman? Ze zien het korte verhaal als een etude, als een klein verhaal dat altijd voorafgaat aan een groter verhaal.’
Toch was Hotel van Hassel naast een reddingsactie van het korte verhaal vooral ook een eerste teken aan de wand van een grote (her)opleving, als we Annelies Verbeke mogen geloven. De Vlaamse schrijfster opende Hotel van Hassel met een even bevlogen als erudiete toespraak:
‘Er is hoop voor de positie van het korte verhaal. Het genre past bij deze tijd. Inhoudelijk, (...) [m]aar mogelijk ook omdat kortere leeservaringen passen bij drukkere levens. En omdat het korte verhaal nog nooit zo veel mogelijke verspreidingsvormen kreeg.’
Verbeke verwees hierbij naar het internet als verhalenplatform (met indrukwekkende sites als ShortStory.nu), naar het nieuwe tijdschrift KortVerhaal en naar het stijgende aanbod van verhalen in audiovorm, bijvoorbeeld als cd maar ook als Radioboek. In Hotel van Hassel, waar korte verhalen (live of met koptelefoon) te beluisteren en filmadaptaties te bekijken waren, werd de multimediale verspreidingsvorm ten volle benut.
Korte verhalen laten veel open
D. Hooijer, die twee jaar geleden de Libris Literatuurprijs won met haar verhalenbundel Sleur is een roofdier (2008), was één van de bekendste nationale genodigden in Hotel van Hassel. Haar verhalen kennen, volgens Van Emmerik, steeds weer verrassende wendingen. Niets wordt afgerond of opgelost. Dat lijkt haar werk gemeen te hebben met verhalen van veel andere auteurs: ze hebben veel losse eindjes.
Dat is ook wat liefhebbers juist zo in korte verhalen lijkt aan te spreken. Hermann verwoordde het als volgt: ‘Ik houd van de lege ruimtes die verhalen openlaten.’ In haar toespraak zspecificeerde Annelies Verbeke het als volgt:
‘Hun kracht schuilt vaak in wat wordt weggelaten. Biografische informatie ontbreekt, maar beelden – vaak heel banale: een kleerhanger, een oorbel, een prei – en de associaties die ze oproepen, openbaren de emotionele essentie van een personage.’
Net als de korte verhalen die dit weekend ten gehore werden gebracht, riep Hotel van Hassel zelf ook vooral veel associaties, ideeën en vooral: nieuwe vragen op. Waarom wordt het korte verhaal nog steeds gezien als een ‘underdog in het literaire landschap’ (Verbeke)? Wat maakt het korte verhaal zo bijzonder dat het niet alleen een trouwe schare fans, maar nog een veel breder publiek verdient? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het korte verhaal meer in de lift komt te zitten?
Het laatste woord over het korte verhaal is nog niet gezegd. Hotel van Hassel heeft de motor in gang gezet. Laten we verder praten op woensdag 19 mei. Je bent van harte uitgenodigd!
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



