Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Wat bijzonder is, wil iedereen hebben

door Rachel Levy, 9 juni 2010

Warre vindt op een goede dag iets wat tegelijkertijd vogel én een meisje is, maar geen van beide helemaal. Samen met zijn vrouw Tine besluit Warre het vogelmeisje te houden, op te voeden en Viegeltje te noemen. Voor de buitenwereld houden ze geheim dat het meisje ook een vogel is, want, zo redeneren ze, wat bijzonder is wil iedereen hebben.

Maar als Viegeltje groter wordt, wil ze haar eigen weg gaan – één die zowel bij meisjes als bij vogeltjes hoort. Op een goede dag vliegt ze weg en komt terecht bij het meisje Loetje. Net als Warre en Tine wil ook Loetje haar houden, net als Warre en Tiene wordt ze uiteindelijk door Viegeltje verlaten. Warre, zelf vogelkenner, vertelt zijn vrouw Tine waarom: alle vogels vliegen op een goede dag weg.

Met Iep!, dat voor het eerst in 1996 verscheen, geeft Joke van Leeuwen de lezer een prachtig stuk gelaagde literatuur. Het verhaal van Warre en Tine die in Viegeltje hun nooit gekregen eigen kind zien en eerst met zijn tweeën, maar later samen met Loetje naar haar op zoek gaan, is er één dat kinderen vanaf een jaar of zes aanspreekt.

Wie het boek leest realiseert zich dat het uiteindelijk niet gaat over een echtpaar en een wonderlijk vogelmeisje, maar over de Grote Dingen in het leven waar literatuur over moet gaan. Van Leeuwen schrijft over anders zijn en je naasten anders láten zijn. Over accepteren dat niet iedereen in een hokje past, of dat sommigen in heel veel hokjes tegelijk passen, maar nergens helemaal. Iep! gaat over houden van en los laten (Warre en Tine hun relatie met Viegeltje), over snakken naar liefde en geborgenheid (Loetje in haar relatie met Viegeltje), de roep van de mens om erkenning (de redder, de man die tot twee keer aan toe in het verhaal Viegeltje moet behoeden van de ondergang) en ieders recht om zelf zijn levenspad te bepalen (Viegeltje)

Van Leeuwen toont zich, zoals altijd, een meester in absurdisme, kleine en uitermate sterke dialogen, humoristische taalspelletje en opmerkingen, vaak verstopt in een bijzin of maximaal drie woorden. Op deze manier zet Van Leeuwen ook op schijnbaar eenvoudige wijze de relatie tussen Warre en Tine heel realistisch neer:

‘Ze probeerden een heleboel namen. Ze spraken de namen uit terwijl ze naar de mand keken, om te zien of ze wel pasten. Vliegje, zeiden ze, en Vleugje, en Fietsbel (‘Waar slaat dat nou op?’ ‘Ik probeerde het’). Piepertje, probeerden ze, en Fladdertje en Flappertje en Piepje en Juliana. Maar uit eindelijk noemden ze haar Vogeltje. En daar waren ze allebei tevreden over. (‘Of toch Piepertje?’) (‘Nee, nee.’) (‘Nou goed dan’)’

En omdat Vogeltje de ‘o’ klank niet uit kan spreken, wordt ze later Viegeltje. De lezer van Iep! weet het zeker: het wordt moeilijk van een boek met dit soort stilistische speelsheid een goede filmadaptatie te maken. Het verhaal op zich kun je immers wel in een film vertellen, maar juist het taalspel dat Van Leeuwens werk zo typeert, valt simpelweg niet te om te zetten in een bewegend beeld. Toch slagen de filmmakers er in om een prachtige prestatie neer te zetten.

Iep! de film ademt ontegenzeggelijk de sfeer van het boek – wellicht door de sobere setting van de film, die opgenomen lijkt ze zijn in een Oost-Europees land waar reclameborden de publieke ruimte (nog) niet bevuilen. De twintig jaar oude auto’s, het grauwige dorpje, de groene heuvels, en de ouderwetse kleding helpen om de kijker in één keer in die andere wereld neer te zetten die Van Leeuwen normaliter op papier schetst. Het ingehouden spel van de acteurs, en het feit dat het scenario heel direct rust op de originele tekst dragen daar in belangrijke mate aan bij.

Sommige scènes zijn onvoldoende uitgewerkt en lijken daardoor hun functie te hebben verloren in het verhaal. Vooral in de tweede helft van de film sneuvelt de uitwerking van een aantal situaties en personages.Daardoor steunt de film te veel op de verhaallijn van het wonderlijke vogelmeisje, terwijl de maatschappijkritische en dubbelgelaagde elementen op zijn best nog maar oppervlakkig aanwezig zijn. De filmkijker die het boek niet kent, denkt een modern en nietszeggend sprookje te zien.

Dat is jammer, want in boekvorm confronteert Iep! de lezer juist zeer treffend met de maatschappelijke realiteit van de jaren negentig waarin het oorspronkelijk verscheen.
De vervlakking lijkt het gevolg van het besluit van producent Lemming Film, om de film met vijftien minuten te bekorten, om een ‘echte kinderfilm’ op de markt te brengen die een groot publiek zou trekken. Het siert regisseur Rita Horst en de hoofdrolspelers dat zij zich uit protest hiertegen enkele maanden geleden terugtrokken uit de productie.

Joke van Leeuwen, Iep!, Amsterdam, Querido, 1996, 150 pag.
Bekroond met de Woutertje Pieterse Prijs 1997, Gouden Uil 1997 en Zilveren Griffel 1997

Filmtitel: Iep!
Scenario: Mieke de Jong
Productie: Lemming Film, e.a.
Regisseur: Rita Horst, Ellen Smit
Premiere: februari 2010

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.