Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Het korte verhaal, hoe lang nog? Het gesprek

door Marleen Louter, 16 juli 2010

Binnen de Nederlandse literatuur lijkt het korte verhaal nog altijd een ondergeschoven kindje. Ondanks gelauwerde auteurs als Sanneke van Hassel heeft het genre nog altijd niet dezelfde populariteit als de roman. Op woensdag 29 mei gingen vier korteverhalenkenners – schrijfster Sanneke van Hassel (IJsregen, Witte Veder), critica Fleur Speet (Het Financieele Dagblad), schrijver Ton Rozeman (Intiemer dan Seks en Misschien maar beter ook, initiatiefnemer ShortStory.nu) en redacteur Peter Verstegen (KortVerhaal) – in academisch-cultureel centrum Spui25 (Amsterdam) met elkaar in gesprek over de toekomst van het korte verhaal. Een verslag van hun gesprek.

Stelling 1 Niemand leest nog korte verhalen in boekvorm.
Daan Stoffelsen: Sanneke, slaat dat ergens op?
Sanneke van Hassel: Het hangt ervan af waarmee je het vergelijkt en wat je ervan verwacht. Er is wel meer aandacht voor het genre; de bloemlezing De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 korte verhalen door Joost Zwagerman heeft het bijvoorbeeld ontzettend goed gedaan, er is aandacht door cursussen, en de Volkskrant verkocht onlangs korte verhalen in een reeks. Toen ik debuteerde kreeg ik van veel uitgeverijen te horen dat korte verhalen niet bij hen konden verschijnen, tegenwoordig zijn er meer debuten. Ik heb geen statistieken, maar heb dus juist het idee dat er een stijgende lijn in zit.
Fleur Speet: Ik heb eens geturfd, dat geeft een kleine indicatie; bij alle debuten die in het komende seizoen verschijnen is één verhalenbundel. Bij De Arbeiderspers verschijnen postuum de verhalen van John Updike. bij Atlas verschijnt Tobias Woolf, Hier begint het verhaal. De Bezige Bij spant de kroon met drie bundels; van Remco Campert, Andrew Porter en de novellen van Hermans. Querido doet niet aan verhalenbundels, Anthos ook niet. Contact komt met een debutant uit Amerika, een ambitieuze keuze. Het is een meesterlijke verhalenbundel, en knap dat een uitgeverij dat ook ziet en vindt. Maar je moet toch tot de conclusie komen dat er meer poëzie verschijnt dan korte verhalenbundels.
SH Het is ook wel fijn dat er niet te veel op de markt is, er wordt gekozen voor kwaliteit. Maar het viel me ook op bij een belrondje in de aanloop naar Hotel van Hassel: Amerikaanse verhalenbundels verschijnen nog wel, maar uit de rest van Europa is het aanbod bedroevend. Bundels krijgen soms ook gewoonweg geen kans, bijvoorbeeld die van Claire Castillon, en van Pettina Gappah.
Ton Rozeman: Fleur, jij schrijft voor het FD relatief vaak over verhalenbundels.
FS Dat is eigenlijk toeval. Eerst deed ik de Nederlandse literatuur, toen lette ik er wel op ook met regelmaat verhalenbundels te bespreken. Nu kan dat minder, omdat het aanbod veel groter is. Maar de afgelopen maanden heb ik er toch vijf besproken, heel gek eigenlijk.
TR Op shortstory.nu staat een lijst van wat er te verschijnen staat, en ik ben eigenlijk wel positief. Ik ben ook docent op een vakschool, en studenten worden zo enthousiast van korte verhalen, ze raken erdoor geïnspireerd. Sommigen hebben een deel van hun boekenkast voor verhalen ingeruimd. Er komen ook verhalenschrijvers van die opleiding: Sanneke en ikzelf bijvoorbeeld, maar ook Bianca Boer en Elke Geurts.
SH Ik denk dat je de interesse voor het genre eigenlijk al op de middelbare school zou moeten wekken; ik heb het vroeger bijvoorbeeld nooit aangereikt gekregen.
TR Het enige wat mijn dochter op de havo meekrijgt is dat in korte verhalen alleen flat characters voorkomen. Ik denk inderdaad dat daar veel te winnen is, alleen al om het plezier dat je eraan kunt beleven. Bijvoorbeeld aan de verhalen van Roald Dahl.
FS Het komt ook door kranten die er geen aandacht aan besteden.
DS Het lijkt de schuld van iedereen, maar is het niet gewoon een moeilijk genre?
Peter Verstegen: Nee, het lijkt me juist niet moeilijk, het kost de lezer namelijk veel minder tijd. In deze tijd wordt er alom geklaagd dat we geen tijd hebben, je zou verwachten dat men de roman links laat liggen ten gunste van het korte verhaal.
FS Ik ben ook positief gestemd, maar acht jaar geleden dacht ik juist voor FD korte verhalen te bespreken; de doelgroep bestaat nu eenmaal uit zakenmannen, voor wie tijd spaarzaam is. Maar daar kwamen geen goede reacties op. Dikke romans verkopen juist heel goed; mensen willen gewoon een boek als een warm bad. Romans die makkelijk in elkaar steken worden het best verkocht, zelfs aan mensen die het heel druk hebben.
TR Het is wel leuk, want van tevoren zeiden we dat we het niet zouden bespreken, maar ik heb hetzelfde argument. Het lezen van korte verhalen is gewoonweg harder werken voor de lezer: om erin te komen, om gaten te vullen, en ga zo maar door.

Stelling 2. Het korte verhaal is een genre, tussen poëzie en roman, voor erbij.
PV Ik zie daar geen waarheid in. Het zou hoogstens betrekking kunnen hebben op de lengte. Een kort verhaal heeft doorgaans niets te maken met poëzie, en het kan veel te maken hebben met een roman. Als er een verhouding bestaat tussen het korte verhaal en de roman is het die van het lyrische gedicht tegenover het epos.
DS En als je kijkt naar de actieve vorm van lezerschap die in beide genres wordt gevraagd?
PV Dat kun je niet volhouden als je bijvoorbeeld kijkt naar Tsjechov, maar misschien geldt het voor moderne verhalen iets meer.
TR Ik denk er juist heel anders over: bij de vergelijking met een roman kan ik me niks voorstellen, maar bij poëzie nog wel.
PV Dan bedoel je het al te elitaire korte verhaal.
TR Nee, dan heb ik het meer over korte verhalen in de vorm van gedichten zoals die voorkomen in het werk van Bukowski, Carver en John Updike. En er is nog een andere overeenkomst: bij korte verhalen ben je steeds aan het uitsnijden, aan het verdichten. Daarin zit het tegen poëzie aan. Maar toch ben je bezig met het vertellen van een verhaal, met thematiseren.
FS Maar dat gebeurt toch ook in romans?
TR Nee, ik bedoel niet dat het gaat over een schrijver. Ik geloof dat je een verhaal kunt vertellen dat lijkt te gaan over alledaagse gebeurtenissen, maar waarin tegelijkertijd speelt: wat herinner ik mij? wat zit er in mijn blik? En dat het dan uiteindelijk toch gaat over vertellen van een verhaal.
FS Een onbetrouwbare verteller dus eigenlijk; Zwagerman noemt dat in zijn inleiding ook als veelvoorkomend in korte verhalen.
DS: Moeten we misschien ook de novelle in de discussie betrekken?
SH, PV Dat is ook al een rekbaar begrip; je zou er eigenlijk vanaf willen die genres. Wat zou het verduidelijken?
FS Ik moet dan denken aan Ilja Leonard Pfeijffer, die in een boek stukjes van een halve pagina schrijft. Het is tekenend dat hij dat 100 romans noemde. Poëzie is een zoveel grotere wereld dan alleen de tekst, eigenlijk is het een verhaal op zich. En dat geldt ook voor het korte verhaal. Maar een roman wordt nog steeds gezien als het grote ding waar je naartoe moet werken, ook voor schrijvers zelf.
SH Toevallig ben ik nu bezig met een roman, maar ik vind verhalen schrijven wel veel leuker. Die kun je in een roes schrijven; bij een roman moet je veel meer lengte maken, je moet er veel meer over nadenken. Als je langer met een bepaalde thematiek bezig bent, wordt dat zwaarder. Thomas Verbogt schrijft overigens juist daarom liever romans, zodat hij langer met zijn personages kan optrekken.
DS Dus korte verhalen schrijven heeft ook met een bepaalde thriller seek te maken?
SH Bij een roman heb je meer second life in je verhaal, en sommige schrijvers willen dat graag. Maar aan de andere kant: op Hotel van Hassel konden schrijvers tijdens een voorleessessie vaak een heel verhaal voorlezen; het genre biedt de mogelijkheid om in korte tijd een compleet kunstwerk tot je te nemen.

Stelling 3: De toekomst van het korte verhaal ligt online en in de publiekstijdschriften.
TR Het korte verhaal moet leven op internet, dat is ook een advies aan het tijdschrift KortVerhaal. Het genre heeft zo’n forum juist nodig. Tijdschriften als Lava bestaan bijvoorbeeld voor een groot deel online, zo kunnen ze een groot publiek bereiken, ook omdat bezoekers makkelijk even doorklikken. Recensies uit kranten worden vaak afgeschermd. Op Recensieweb kun je ook altijd terecht, ik neem aan dat dat heel veel bekeken wordt en dat uitgeverijen er graag hun boeken naar sturen door het grote publiek dat je daarmee bereikt. Hollands Maandblad doet bijvoorbeeld ook veel met verhalen, maar het beste wat je op hun website vindt is een inhoudsopgave. Daar red je het niet mee. Tirade heeft bijvoorbeeld een blogger van de maand, petje af daarvoor. Mensen reageren daarop, het trekt publiek.
PV De vraag is: hoe verdien je daar geld mee. Dat is altijd de discussie met internet.
TR Dat doet Tirade ook niet. Ze trekken bezoekers met het blog, maar het volledige tijdschrift is te verkrijgen via een betaald abonnement. Een mooie tussenvorm.
DS Of neem Lava, waarvan het archief gratis toegankelijk is.
TR En The New Yorker. Ik vind dat enorm spannend: met regelmaat vragen zij een schrijver om uit het grote archief een verhaal te kiezen en uit te leggen waarom dit verhaal zo goed is, wat er in gebeurt. Je kunt dit als podcast downloaden. Het zorgt voor een heel groot publiek, dat op die manier wel geïnteresseerd blijft in het tijdschrift. Misschien is dat een idee voor het korte verhaal?
DS Fleur, is het iets voor FD?
FS Ik vind het inderdaad jammer dat niemand mijn stukken kan lezen, daarvoor moet je abonnee zijn. Dat maakt het bereik klein. Het is wel een goed idee, omdat je je oude stukken daarmee weer interessant kunt maken, een mooie manier om te zorgen dat je archief actueler wordt. Je maakt het heel erg sprankelend.
SH Op Hotel van Hassel vertelde Aaf bijvoorbeeld over Koolhaas. Dat werkte heel erg mooi.
FS En je kunt ook onverwachte namen zoals Katja Schuurman en Carice van Houten over poëzie laten lezen.
SH Er kleeft wel een nadeel aan internet, namelijk de afwezigheid van thematische lijnen, zoals in een verhalenbundel. Je hebt niet het grotere geheel van de denkwereld van een schrijver tot je beschikking.
DS Maar moet het korte verhaal niet meer aanwezig zijn in de gedrukte media?
FS Er wordt op dit moment in media op alle fronten gesneden in kunst en cultuur. De concurrentie is vele malen groter. In de pers heerst altijd het idee dat je de eerste moet zijn; zodra een boek twee maanden oud is, is de aandacht weer verdwenen. Dat maakt het heel erg moeilijk om ruimte te maken voor verhalen.
TR En het leuke van internet is dat daar ook tweerichtingsverkeer kan plaatsvinden.
DS Wat vind je bijvoorbeeld van de website pulpfictie.nl?
SH Ik lees daar meer een soort gimmicks, het lijkt ook allemaal een beetje op elkaar; alles is snel en gevat.
FS Gaat daar nog redactie aan vooraf?
DS Nee, maar er wordt wel gefilterd.
TR En er is een ratingsysteem, het publiek kan er sterretjes aan geven. Ik ben er eerlijk gezegd niet helemaal vies van; sommige bundels worden er door opgemerkt.
FS Maar moet je een verhaal niet gewoon op papier lezen? Ik heb zelf moeite met lezen van het scherm.
TR Daar kan een e-reader uitkomst bieden.
SH Het kan ook andersom werken: dat er eerst liefhebbers zijn, en er daarna meer aandacht komt.
TR Cees Nooteboom, een grote schrijver, levert met ’s Nachts komen de vossen weer een verhalenbundel af. Het kan dus wel.
SH Sommige auteurs zien het schrijven van een kort verhaal als een vingeroefening, voor anderen is het een volwaardig genre.

Stelling 4: Goede critici van het korte verhaal sterven uit.
FS Dat is koffiedik kijken, ik heb geen idee. Het is wel zo dat redacties niet zo happig zijn op korte verhalen, omdat er vaak weinig ruimte is. Daardoor sterft de recensent van de verhalenbundel vanzelf uit. Ter illustratie heb ik een recensie meegenomen die aanstaande zaterdag in het FD wordt gepubliceerd. Het toont aan hoe moeilijk het is een korte verhalenbundel in zo weinig ruimte te beschrijven; misschien is dat wel de reden voor het uitsterven van de recensent van het korte verhaal.

‘Een ordinaire burenruzie. De ene buur ontdekt dat de perceelgrenzen net over de oprijlaan van de buren lopen, dwars door borders pachysandra, de andere buur is verbijsterd, want die dennen, die hebben wij toch jaren laten bespuiten, die zijn toch van ons? Maar de ene buur besluit een houten schutting van 1 meter 80 op te trekken. Dan rest de ander maar één ding: een persoonlijke brief schrijven. Dat is het verhaal ‘Als ik van je hield’ uit de debuutbundel van de Amerikaanse Robin Black Als ik van je hield, zou ik je dit vertellen. Die persoonlijke brief begint met een bekentenis. De schrijver ervan heeft kanker en nog maar een paar maanden te leven. Haar zoon verblijft sinds kort in een instelling voor geestelijk gestoorden, omdat hij zijn moeder bont en blauw sloeg. Elk verhaal van Robin Black begint met verlies, met het gruwelijke noodlot dat toeslaat. Een dochter die op haar zesde blind raakt doordat een spuitbus in haar gezicht ontploft. Een portretschilderes die een oude, zwijgende man schildert, terwijl ze net haar minnaar verloor aan de dood en nu overal de tijd zijn werk ziet doen, ook in de ogen van de oude man. Een 65-jarige moeder die haar attaque verborgen houdt voor haar 80-jarige echtgenoot en haar dochter. Een vader die zijn dochter na vele jaren voor het eerst weer ziet, terwijl zij net haar derde miskraam krijgt. Opgewekt zijn deze verhalen niet. Maar juist omdat ze over tragiek gaan die iedereen kan overkomen, raken ze de kern van wat leven is. Black lijkt daardoor eerder een doorgewinterde auteur dan een beginneling. Haar psychologisch inzicht is daarbij zo verfijnd en haar taal zo prachtig indirect en monter, dat vergelijkingen met Alice Munro en John Cheever bepaald niet overdreven zijn. Een overrompelend debuut.’

Er is zo veel te vertellen over deze bundel, maar je moet een overkoepelend thema kiezen. Daarmee heb ik het boek eigenlijk tekort gedaan; veel verhalen moet je overslaan. Het bespreken van een roman is wat dat betreft makkelijker.
SH Misschien zou je vaker maar een verhaal moeten bespreken.
TR Ik doe dat ook op mijn website, en Komrij deed het met gedichten.
FS Korte verhalen lenen zich ook goed voor close reading, net als poëzie.

Vraag uit publiek aan Fleur Speet: wat let je om recensies volledig online te zetten?

FS Tijd. Maar ik denk er wel over na om het bijvoorbeeld via Facebook te doen. En dan zijn we weer terug bij de eerste stelling; online is de oplossing.
DS Hebben recensenten ook niet meer met romans? Ik krijg zelf bij NRC veel verhalen te pakken doordat anderen ze niet willen doen.
SH Maarten Moll besteedt er in Het Parool veel aandacht aan, Arjan Peters ook in de Volkskrant. Elke Geurts, Thijs de Boer; het wordt allemaal wel besproken. Je moet het tussendoor ook eigenlijk even weg kunnen leggen, dat is een luxe voor een recensent.
PV Is het bespreken van één verhaal uit een bundel geen noodgreep?
TR Je kunt je afvragen waarmee je een verhalenbundel het meeste recht doet.
SH Het is inderdaad een noodgreep, maar misschien wel een goede oplossing als er zo weinig ruimte is.
DS Wat raad jij aan?
PV Er moet veel geld worden gestoken in de beloning van auteurs, de honoraria liggen behoorlijk laag. In Amerika bijvoorbeeld liggen ze veel hoger. Tijdschriften die verhalen publiceren moeten auteurs behoorlijk betalen.
TR Het kan wel; jullie eerste nummer is er een voorbeeld van.
SH Aan kranten zou ik willen zeggen dat korte verhalen bij uitstek gaan over deze tijd. Dat kan een meerwaarde zijn voor kranten. Ik was bijvoorbeeld een aantal jaar geleden in Sarajevo, en over de oorlog daar was nog geen enkele grote roman geschreven, maar wel korte verhalen.
TR Ik vind ook de vergelijking van Sanne mooi, van een kort verhaal en een spotprent. Ook dat is interessant.
FS Een aantal zomers hebben we in plaats van recensies verhalen gepubliceerd van grote schrijvers, die zij op ons verzoek hebben geschreven. Kranten staan daarvoor ook wel open, er is oog voor.

De avond werd afgesloten met enkele vragen uit het publiek.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.