elders op recensieweb
Jeugdliteratuur is ook volwassen
opiniestuk
De brief voor de koning: een instant filmklassieker?
opiniestuk
opiniestuk
Mijn jeugdboek: waarom valt herlezen me zo zwaar?
opiniestuk
Libris en Gouden Uil 2009: drie schaduwjury's van start
opiniestuk
Prachtige verhalen doordrenkt van onderbuikgevoelens
opiniestuk
De Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs: elk boek zijn eigen troon
opiniestuk
Jeugdliteratuur: Drie smaken spanning
opiniestuk
Schaduwjury De Gouden Lijst: Drama en subtiliteit
opiniestuk
Skeelerend langs Shakespeare en Dostojevski
opiniestuk
De Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 2010: Mooie platen en eigenzinnige verhalen
opiniestuk
Gij zult saai schrijven voor jonge lezers
opiniestuk
Wat bijzonder is, wil iedereen hebben
opiniestuk
opiniestuk
Een kleurrijke familiegeschiedenis
opiniestuk
opiniestuk
Schaduwjury: Grote Jongerenliteratuur Prijs
opiniestuk
opiniestuk
Jongerenliteratuurprijs 2011 - magische sprookjes en zinderende seks
opiniestuk
Heerlijk verdriet om je suf te genieten
opiniestuk
opiniestuk
auteur
elders op internet
Schrijnender dan menig oorlogsroman voor volwassenen
door Bob Hopman, 16 juli 2010
Voor de oorlog woonde Toda met haar vader ergens anders, alhoewel ze zich nooit had beseft ‘dat het daar ergens anders was.’ Ze konden er in ieder geval haar naam uitspreken, een naam met vier keer een k erin en waar iedereen ‘hier,’ – want daar woont ze nu ze haar oorlogsgeschiedenis vertelt en ze zich voor het gemak maar Toda noemt – zijn tong over breekt als hij het probeert uit te spreken. Deze beschrijving neigt naar licht absurdisme, iets wat in de boeken van schrijfster en illustrator Joke van Leeuwen (1952) wel vaker te vinden is geweest. Toch is toen mijn vader een struik werd in feite een zeer realistische oorlogsroman, alleen speelt het zich niet hier af, maar ergens anders.
Toda, die het hele verhaal in retrospectief vertelt, slaat op de vlucht als de oorlog uitbreekt tussen de enen en de anderen. Haar vader, banketbakker van beroep en in staat twintig soorten gebakjes en drie soorten taarten te maken, wordt op een dag opgeroepen voor het leger. Hij vertrekt, gewapend met het boek, Wat elke soldaat moet weten, en oma trekt bij Toda in. Oma is een stoere, vader heeft zijn boek met daarin een hoofdstuk over ‘kamoefleren’, en zo hoeft Toda zich niet al te veel zorgen te maken, want haar vader kan zich verkleden als een struik. ‘Dat deed hij vast alleen als hij in het bos was, zei [oma]. Niet midden in de stad of zo. Als je midden op straat ging zitten doen of je een struik was, dan viel je juist op.’
Ten slotte moet Toda vluchten, naar het land waar ze haar naam niet uit kunnen spreken, want de oorlog komt steeds dichterbij. Haar oma blijft achter en drukt Toda op het hart dat die niet alleen zal zijn, maar uiteraard is de jonge vluchtelinge dat al snel wel degelijk. In het gebouw voor algemeen belang, waar de bus haar brengt op de eerste dag, naar het huis van de ‘generaal in ruste’, waar ze op de tweede dag per ongeluk terecht komt, en uitgenodigd wordt om te blijven. Dochter van een soldaat zijn heeft blijkbaar zijn voordelen:
‘“Hoort je vader bij de enen of bij de anderen?” “Ik geloof bij de enen” “Goed zo. Dan horen jij en ik bij elkaar. Je vader is een goede man.” “Kent u mijn vader dan?” “In zekere zin wel, ja.” “Ik begreep niet wat hij bedoelde. In zekere zin, dan kende hij mijn vader misschien, of zeker, of had hij zeker wel zin om hem te kennen.”’
Toda voelt zich niet op haar gemak bij de generaal in ruste, al leert ze, zonder dat ze weet wat het betekent, instinctief wanneer ze woorden als ‘in zekere zin’ moet gebruiken. ’s Nachts vlucht ze het huis uit, op weg naar de grens, en verstopt zich in een schuurtje. Ze ontmoet er een gedeserteerde commandant, in een van Van Leeuwens tekeningen een bijzonder vriendelijke, wat knullig ogende man. Hij wordt gezocht omdat hij gefaald heeft in ‘moed, beleid en trouw’.
‘“Ik vroeg hoe dat kwam.” “Ik ben commandant,” zei hij. “En toen het nog geen oorlogstijd was, leek het of ik dat goed kon. Maar toen het oorlog werd, bleek ik er helemaal niets van te kunnen.” “Wat hebt u verkeerd gedaan?” vroeg ik. “Ik kon niet commanderen,” zei hij. “Toen ik moest roepen: “Open het vuur!”, toen zei ik: “Misschien moeten we nu proberen te schieten, als het niet gevaarlijk is en als jullie er geen moeite mee hebben.”’
En zo heeft hij nog enkele voorbeelden van hoe hij, als gevolg van zijn zachte aard, op de vlucht moet. Hoewel dat niet zonder humor geschreven is, en met de nodige leuke afbeeldingen, ligt in zulke scènes de moraal wel erg dicht aan de oppervlakte: oorlog is zinloos, en de goeden lijden onder de kwaden.
Die sterke boodschap is overbodig, want ook zonder is het een zeer overtuigend verhaal, met een stel bijzonder geloofwaardige karakters. Toda bijvoorbeeld, is tegelijk bang, dapper, verdrietig, leergierig, sluw en sympathiek, en geen moment wordt dat verwarrend door de korte zinnetjes, met minutieus gekozen woorden. Het zorgt ervoor dat het boek voor zeer jonge lezers leesbaar is. Maar ook voor volwassenen is het overtuigend, schrijnend en stellig vol literaire waarde. De jonge Toda is in alle opzichten een geloofwaardiger kind in oorlogstijd, dan bijvoorbeeld Lina uit Grunbergs Onze oom, haar veelgeprezen equivalent voor volwassenen.
Als zij in het gebouw van Algemeen Belang medisch wordt onderzocht, herinnert ze zich alleen: ‘Ik hield er niet van ergens mijn kleren uit te doen waar ze áán hoorden. Ik vond het net zoiets als zwemmen in een jurk of in je pyjama over straat lopen.’ En als ze water drinkt uit een bekertje, bijna ‘hier’, vertelt ze: ‘Er stonden ook plastic bekertjes met een dekseltje. Daar zat gewoon water in. Maar het waren wel mooie bekertjes, met een landschap erop. Als dit land er zo uitzag als op die bekertjes, dan was het een heel mooi land.’ En zo blijft er, ondanks dat alles anders wordt en Van Leeuwen zich niet laat verleiden tot een zuiver zoet einde, enige hoop bestaan in het boek. Hoop op een mooi land, op een vader die zich goed als struik verbergt, op een oma die zich wel weet te redden en op een of andere manier waarop Toda een thuis gaat vinden.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



