Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

2007

door Bert Zuidhof, 25 augustus 2010

Vandaag de dag weten we dat Grunberg de belangrijkste roman van het eerste decennium van de twintigste eeuw voort zou brengen. Althans, volgens het grootste deel van de stemmers dat deelnam aan de enquęte van De Groene Amsterdammer, kwam die eer toe aan zijn Tirza. In de recensie van Maartje Kunnen wordt de roman Grunbergs sterkste tot nog toe genoemd:

‘Zijn hoofdpersonen hebben altijd een dubbelzinnige relatie met de werkelijkheid gehad, maar in Tirza komt dit weer op een geheel nieuwe wijze tot uitdrukking. Zo kenden we Grunberg nog niet: uiteindelijk blijft alleen de onkenbaarheid van de ander overeind.’

Maar in een discussie tussen Daan Stoffelsen en Eveline Vink over hetzelfde boek, in de aanloop naar de uitreiking van de NS Publieksprijs, klinkt een ander geluid door. Vink: ‘Hofmeester irriteert me, zoveel lijkt me inmiddels duidelijk. Op zich is dat inderdaad een plus voor Grunberg, want hij doet iets met me. Hofmeesters karakter irriteert (ik zat “Man, doe wat!” te snauwen met het boek op schoot, onschuldige huisgenoten maakten zich uit de voeten), niet zozeer de karaktertekening.’ Die ruimte voor discussie is er, het schept een panorama aan meningen over een boek waar je niet omheen kunt.

Aandacht voor de onvermijdelijke aandachtstrekkers is een ding. Maar obscure schrijvers, uitgegeven door kleine zelfstandige uitgeverijen voor het voetlicht brengen; als je die vindt en het bevalt je, ja, dan laat je dat ook weten. Bijvoorbeeld Onderlangs van Paul Bogaers, een hoogst experimentele roman, en volgens Laurens Ham zeer geslaagd in dat experiment: ‘Inderdaad zijn hier alleen bestaande zinnen gebruikt, maar de experimentele roman die eruit ontstaan is, is uniek.’ Kwantitatief beduidend minder bewierrookt, maar die aandacht verdient het wel.

En als je een boek dat je treft in handen hebt, dan wil je graag schrijven over de reden waarom je het goed vindt, waarom het opvalt, sterk is. Hoe Bart Koubaa in Het gebied van Nevski het absurdisme en de meligheid weet omzeilen, en een roman op ingenieuze wijze construeert, en het schrijverschap zelf aftast (Daan Stoffelsen: ‘Dinges is een wezenlijke drijfveer, Koubaa wees ons er al op. En dinges is in Het gebied van Nevski het aftasten van de mogelijkheden van de taal, van het schrijverschap.’). Of West, van Walter van den Berg. De minimalistische aanpak die ruimte laat voor de lezer greep Eveline Vink. Ze beval West direct aan aan vrienden, nee, dwong ze bijna de roman zelf te kopen. En ze zocht de man achter het boek op, de schrijver die vindt dat hij een ‘vet goed boek heeft geschreven’. En die mening namen we graag over.

Maar er is meer plezier dan alleen plezier in het lezen; ook het plezier in het schrijven van recensies is aanwezig. Het is geen verrassing dat recensenten zowel van boeken als van het erover schrijven houden, en in sommige recensies is dat te zien. Zoals Het grote uitstel van Marc Reugebrink: het amuseerde de lezer niet alleen, het dreef hem ook tot eenzelfde ‘aarzelende… nee, stotterende’ formulering. En uiteindelijk het toegeven dat Reugebrink zijn pen meer dan vaardig hanteert. Plezier, ontroering, herkenning; en erover mogen schrijven.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.