elders op recensieweb
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
auteur
auteur
auteur
auteur
auteur
auteur
auteur
2008
door Bob Hopman, 26 augustus 2010
Als criticus van Recensieweb word ik nog altijd veelvuldig met dezelfde vraag bestookt: verdienen werkelijk alle Nederlandstalige romans een literaire bespreking? Vaak stel ik hem mijzelf en vaak is het antwoord: nee, dat doen ze niet. Niet alleen is immers de ruimte die aan een boek wordt besteed – een belangrijk probleem van gedrukte media – een kostenpost, ook kost elk boek mankracht en tijd. Hoe kan ik het redacteurschap verantwoorden van een site die volledigheid, overvloedigheid, overbodigheid als groot goed beschouwd?
Allereerst is de claim dat wij niet aan schifting doen, (volgens Gail Pool een argument om ons niet als literaire critici te beschouwen) in mijn ogen onterecht. Elk literair werk dat door de mangel van de uitgeverij is gekomen, verdient a priori ons respect. Er mag uiteraard worden geschift, er mag binnen ons literaire kader worden afgekeurd, maar wij doen dat graag voorzien van argumenten – binnen recensies. Over Een dag in Gent, de toen nieuwste roman van Brusselmans, schrijft Joris van der Meer:
‘Het nadeel is […], zoals bij meerdere boeken van Brusselmans (waaronder bijvoorbeeld Toos, ook op Recensieweb besproken), dat de grappen zich niet in een mooi plot bevinden. [Ze] staan helemaal op zichzelf. Het boek kent een complete afwezigheid van een spanningsboog.’
Het boek krijgt weliswaar niet meer dan één ster, maar er schrijft hier duidelijk een behoudende recensent, die zijn oordeel respectvol onderlegt, en die de toch bekwame Brusselmans uitdaagt: ‘Zoals gebruikelijk kan de lezer genieten van Brusselmans’ eigenzinnige proza.’ Maar toch ‘zou hij wel eens de uitdaging mogen aangaan om echt over een verhaallijn na te denken’.
Hetzelfde respectvolle afkeuren doet Daan Stoffelsen na lezing van Een man met mooie benen. Wat op het eerste gezicht een damesroman lijkt, blijkt interessante elementen te bevatten, en dan toch: ‘_Een man met mooie benen_ had door deze motieven zoveel interessanter kunnen zijn, maar het blijkt toch wat het aanvankelijk leek.’ Dat is nog zachtmoedig gezegd. Feller is Eveline Vink over Sophie van der Staps Een blauwe vlinder zegt gedag: ‘Het lezen van ruim tweehonderd pagina’s pseudo-aforismen is een lijdensweg.’ Om Van der Stap vervolgens een schrijfcursus aan te raden.
Toch heeft Vink gelijk: de minder goede boeken zijn soms bijzonder vervelend. Maar als zowel zij als Stoffelsen de chicklits in een volwaardige kritiek afkeuren, wordt wel duidelijk waar voor ons de dunne lijn loopt die literatuur van pseudoliteratuur onderscheidt. Juist aan de hand van de afgewezen boeken krijgen onze poëticale gedachten vorm.
Meestal is de kwalificatie ‘niet goed genoeg’ voldoende om een boek met rust te laten. Een van de opvallendste afkeurende recensies van dit jaar was Rachel Levy’s recensie van Over de Liefde, door Doeschka meijsing. Levy: ‘Het wel aantippen maar niet uitdiepen van wat de meest originele, vernieuwende en gedurfde kwesties over liefde zijn, is de grootste teleurstelling van Over de liefde.’ Vervolgens won het boek wel de AKO-Literatuurprijs 2008 en net daarvoor gaf Dinie Schoorlemmer nog een tegengeluid – ook die ruimte biedt een website:
’Er is een tweede laag in het boek die doet denken aan Montaigne’s essay Over de vriendschap waarin ook hij eigen ervaringen onderzocht. Zo vraagt Meijsing zich af waar het bij heteroseksuele liefde om gaat en wat homoseksuele liefde eraan toe- of afdoet. Burrie en Pip deelden een platonische, maar desondanks ‘allesverorberende’ jeugdliefde, die geheim moest blijven omdat er een taboe op rustte. Dat tabóé veroorzaakte de schaamte en niet de verliefdheid, of het nu een homo- of heterogerichte jeugdliefde was.’
De Libris Literatuurprijs van hetzelfde jaar dwong ons via de shortlist tot serieuze reflectie op werken als Marc Legendres Verder, een beeldroman en Louise O. Fresco’s De Utopisten, een roman die, zonder de uitverkiezing voor een toplijst, nooit voor bijzondere aandacht was voorbestemd. We waren afkeurend: ‘De utopisten resulteert in een doelloze oppervlakkigheid die pijnlijk contrasteert met de felheid van een vergelijkbare roman als Thoméses Vladiwostok!’
Volledigheid dient in bovenstaande gevallen steeds een doel, al hoefde een volgende Libris Literatuurprijs niet meer met dit soort rare titels aan te komen. Men zal nooit weten of de kritiek heeft geholpen, of dat de volgende Librisjury zelf tot de ontdekking is gekomen dat de shortlist 2008 maar van weinig smaak en te veel vraag om publiciteit getuigde. In het jaar erop haalden onder andere Mutsaers, Verhulst en Anna Enquist de laatste zes. Enquist was een jaar eerder al op Recensieweb besproken door Marleen Louter: ‘De metafoor van het muziekstuk heeft voor Enquist de distantie gecreëerd die zij nodig had om haar verdriet om te kunnen zetten in een grootse roman, en in literatuur van de alleroorspronkelijkste soort.’ Een terechte keus voor de shortlist.
Volledigheid betekent dat een groot aantal romans afgekeurd wordt, maar dat is een bijeffect. We willen dat ene juweeltje ontdekken dat door zo velen werd gemist: die ene debuterende auteur groot maken. Misschien wel Recensiewebs interessantste ontdekking van 2008 was debutant Bert Natter met zijn Begeerte heeft ons aangeraakt. Stoffelsen roemde het, en schrijft: ‘Als deze recensent debutantenprijzen uit mocht delen, dan wist hij het wel.’ Helaas mocht deze recensent dat niet, en op de Selexyz Debutantenprijs na, miste deze grootse roman alle prijzen. Een andere mooie ontdekking dit jaar was de eerste roman van Vincent Overeem: Misfit. Eerder roemde Pieter Wybenga zijn verhalenbundel Novembermeisjes, nu deed Vink hetzelfde met zijn tweede werk:
‘Het stoerdoenerige taalgebruik, relevant maar weinig bekorend, is […] niet de grootste kwaliteit. Dat zijn Overeems personages. Ze zijn maar met weinig, maar subtiel vormgegeven in prettige puzzels van ongrijpbaarheid. Krijn geeft zich niet makkelijk gewonnen, zijn moeder biedt zich niet hapklaar aan. Ze zijn dichtbij. Soms wil ik ze graag in het echt kennen, soms wil ik een van hen zijn. Ze verleiden tot een medemenselijkheid die mensen in de echte wereld niet altijd opwekken: altijd wil ik mijn best doen ze te begrijpen.’
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



