Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Hoe het wél ging?

door Remco Wetzels, 29 augustus 2010

Ik, God en mijn oma is het stripdebuut van Edith Kuyvenhoven, een 102 pagina’s tellende autobiografische graphic novel die, zoals de titel al aangeeft, over de auteur en haar oma gaat, en een heel klein beetje over God. Evenals vele andere autobiografische stripmakers kiest ze voor een naïeve, kinderlijke tekenstijl en ook in haar onderwerpskeuze lijkt ze zich volledig aan de normen van het genre te conformeren. Voor de oplettende lezer is er achter de alledaagse anekdotes echter iets meer te ontdekken, vooral wanneer we kijken naar wat de auteur allemaal niét zegt.

Het boek beschrijft een aantal bezoeken van de auteur/verteller aan haar grootmoeder, een zeer gelovige weduwe van in de tachtig. Het laat zich lezen als een hulde aan die oma, niet in de zin van verheerlijking maar vooral van een liefhebbend portret door een kleindochter die zich amuseert over de idiosyncrasieën van de oude vrouw: haar krenterigheid, haar ouderwetse opvattingen over seksualiteit of het onwetende racisme dat we in een generatiegenoot zouden afkeuren maar vergoelijken bij onze grootouders omdat die nou eenmaal uit en andere tijd komen. Daarnaast gaat het, zoals het een autobiografische strip betaamt, natuurlijk vooral ook over de auteur zelf. De gesprekken met haar oma vormen de springplank voor flashbacks naar haar jeugd en bespiegelingen over de verschillen in opvatting tussen de verteller en haar grootmoeder. Dit alles wordt weergegeven in een primitivistische tekenstijl die aan kindertekeningen doet denken, hetgeen mooi aansluit bij de jeugdherinneringen. De beelden zijn verder niet echt opmerkelijk, maar ze doen hun werk: ze vertellen een verhaal.

Seksualiteit is een belangrijk thema in dit boek. Enerzijds in de beleving van de oma, die er vooral niks van wil weten en al gruwt wanneer twee mensen op tv elkaar zoenen, en anderzijds de ontdekking van seksualiteit door een kind. Het is dat laatste dat de meest bijzondere momenten in het boek oplevert, zoals bovenstaande scene waarin de verteller door haar vader, een dominee, wordt betrapt wanneer ze redelijk onschuldig experimenteert met haar buurjongen. Het is niet alleen een interessante scène omdat het om seksualiteit en de bestraffing daarvan gaat, door een religieuze patriarch nog wel, maar het is ook om een andere reden een sleutelscène.

Wanneer de vader per ongeluk binnenkomt en de verteller en haar buurjongen in staat van ontkleding ontdekt, zien we hem allereerst een goed gesprek met de kinderen aanknopen. We kunnen zelfs in zijn hoofd meekijken terwijl hij denkt: ‘waar ben ik aan begonnen…’. Deze scène wordt echter onderbroken door een klein kadertje met de tekst ‘En nu hoe het wèl ging’, waarna we de vader boos de buurjongen zien wegsturen en zijn dochter een pak slaag geven. Blijkbaar is het eerste gedeelte van deze scène, de begripvolle vader die een goed gesprek wil, niet echt gebeurd, het was wishful thinking. Opmerkelijk is dat dit nergens expliciet gemaakt wordt, alleen dat kleine tekstkadertje geeft aan dat de auteur welbewust iets anders heeft gepresenteerd dan wat ‘echt gebeurd’ is.

Er wordt in dit boek eveneens veel niét verteld: de vader van de verteller is inmiddels overleden, maar hierover wordt met geen woord gerept – er wordt enkel en passant verwezen naar het feit dat hij er niet meer is. De rest van het gezin is al even afwezig. De verteller heeft twee broers en twee zussen die weliswaar voorkomen in de jeugdherinneringen, maar in het verhaal van de volwassene zijn ze, op één zus na, nergens te vinden. Er wordt geen woord aan hen gewijd. Er zijn dus zaken die deze verteller ons niet meedeelt, er is pijn die verzwegen wordt. Het feit dat Kuyvenhoven deze voor ons achterhoudt siert haar. De suggestie dat er meer aan de hand is dan alleen de banale weergave van de werkelijkheid geeft de tekst iets broeierigs. Die suggestie is zeldzaam in dit genre.

Helaas blijft het bij die suggestie. Met de onbetrouwbaarheid van het geheugen en van de verteller, een vruchtbaar thema in een genre dat grossiert in persoonlijke herinneringen, wordt verder weinig gedaan. Het boek hangt vooral aan elkaar van alledaagse gebeurtenissen: tv kijken, mens erger-je-niet, de dood van een huisdier, en dit alles op een alledaagse manier verteld. Nergens wordt het dramatisch of spannend, en ook de filosofische overpeinzingen van de verteller blinken niet uit in originaliteit:

‘Ik snap het eigenlijk helemaal niet, zelfs als ik goed nadenk. Eerst bedenk je zelf een God, vervolgens doe je alsof hij jóu heeft bedacht. Dan bedenk je dat hij vindt dat je slecht en zondig wordt geboren. Om niet gek te worden van die gedachte ga je je in allerlei bochten wringen om goed te leven, wat dat ook is…dat is de truc. Het zal wel bedacht zijn om mensen heel wat denkwerk te besparen in hun leven.’

Door dit soort gemeenplaatsen overstijgt Kuyvenhoven nauwelijks het niveau van haar collega autobiografen. Jammer, want dat is hard nodig. De Nederlandse graphic novel wordt momenteel gedomineerd door autobiografie, en dan meestal van de gemakzuchtige soort waarbij elk detail van de auteur, hoe triviaal dan ook, met de lezer wordt gedeeld. Een soort Facebook, maar dan getekend. Nu is dit op zich geen probleem, maar wel als we deze boeken graphic novels, grafische romans of zelfs literaire strips gaan noemen. Het gebruik van zulke termen suggereert dat deze strips qua leeservaring, complexiteit, gelaagdheid of ambitie in de buurt komen van een literaire roman, en dat is simpelweg niet het geval. Niet bij Kuyvenhoven, maar ook niet bij het gros van de andere autobiografische titels die in deze rubriek behandeld zijn. Toegegeven, Kuyvenhoven plaatst zich boven veel van haar collega’s in die zin dat zij het niet nodig acht om alles aan haar lezers voor te leggen: er is in ieder geval de suggestie van een diepere betekenislaag. Maar Ik, God en mijn oma mist diepgang en complexiteit, het is te vrijblijvend. Het debuut belooft wel meer, maar het is de vraag of Kuyvenhoven in staat is om de belofte die de term graphic novel suggereert in te lossen.

Edith Kuyvenhoven
Ik, God en mijn oma
101 pagina’s
€ 11,95
2010
Uitgeverij Catullus

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.