Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Bedrieglijke eenvoud

door Nico Voskamp, 17 september 2010

Is Misschien een engel een waargebeurd sprookje? Of een realistisch verhaal met sprookjeselementen? Hoe dan ook, Sebastiaan Leenaert schopt tegen je schenen met een ongewenste zwangerschap, een moeder die haar kinderen achterlaat, een monsterlijke siamees. Tegelijk vergeet hij de prins op het witte paard niet. Met schijnbare eenvoud blaast hij het aloude verhaal tussen ‘Er was eens…’ en ‘Ze leefden nog lang en gelukkig’ nieuw leven in.

Het begint met het meisje die door haar vader wordt weggebracht uit het dorp omdat ze daar niet meer welkom is. Vroeger speelde ze gewoon met de jongens, en toen ze ouder werd vonden de jongens haar op een andere manier interessant. Zeker als ze als prinses op een hoge stapel matrassen kon liggen, maar voor ze het wist was ze zwanger. Haar laatste zin: ‘En ik verdween in de vouwen en kieren van het land.’

De dorpelingen blijken ook eenvoudig – van geest. Ze veroordelen het meisje omdat ze iets ter wereld heeft gebracht dat men gemakshalve aanduidt als ‘het gedrocht’. Twee meisjes zijn het, een Siamese tweeling, ze noemen elkaar ‘zus’. Ze moeten leven, overleven eigenlijk, in de kleinzielige dorpsgemeenschap.

Het beklemmende dorp, de achterdochtige dorpelingen, de tweeling en zelfs de prins die opduikt, Leenaert tekent het allemaal waarheidsgetrouw op. Je gaat meeleven met de arme tweeling en je bent blij als hun situatie verbetert.
Een groot hulpmiddel om de lezer betrokken te maken bij de personages is Leenaerts taal. Nergens rechtstreeks, altijd wat omfloerst, beschrijft hij bijvoorbeeld het volwassen worden van de tweeling: ‘We worden groter en breder, zoals alle kinderen. We krijgen andere vormen, die lijken op die van de volwassenen. Op die van juf, op die van vrouwen met lange kuiten en getuite lippen.’

Leenaerts brengt de binnenwereld van de personages ongemerkt tot leven met zijn indirecte benadering. Hij bouwt subtiel de gedachtegang op, zet daar het contrast van de harde buitenwereld tegenover en laat alles vervolgens botsen. In het hoofdstuk waarin de prins in een vol café de tweeling voor het eerst ontmoet maakt hij schitterend gebruik van dit procédé.

‘De dauphin kijkt om zich heen, alle lachende, uitlachende gezichten kijkt hij aan. Hij heeft wel een prinsenhart. Kijk dan!
“Dan gaan jullie toch alle twee mee.”
En hij heft zijn glas opnieuw en drinkt het leeg, in één teug, glimlacht zijn onberispelijke tanden bloot, smakt het glas op een tafel. Het dorp verstomt. Ontgoocheling. De wreedheid ontgoocheld. Geen voldoening.
“Kom.”’

Als het boek al een zwakte heeft, dan is dat tegelijk de sterkte. Leenaerts voert het sprookjesverhaal consequent door. Dat wordt op sommige punten voorspelbaar omdat we het sprookje immers kennen. Toch winnen de barokke elementen en de verrassing het van de routine. De vraag of het allemaal goed afloopt is daarbij niet eens het belangrijkst: de weg naar de ontknoping is de mooiste ervaring.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.