elders op recensieweb
Jeugdliteratuur is ook volwassen
opiniestuk
De brief voor de koning: een instant filmklassieker?
opiniestuk
opiniestuk
Mijn jeugdboek: waarom valt herlezen me zo zwaar?
opiniestuk
Libris en Gouden Uil 2009: drie schaduwjury's van start
opiniestuk
Prachtige verhalen doordrenkt van onderbuikgevoelens
opiniestuk
De Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs: elk boek zijn eigen troon
opiniestuk
Jeugdliteratuur: Drie smaken spanning
opiniestuk
Schaduwjury De Gouden Lijst: Drama en subtiliteit
opiniestuk
Skeelerend langs Shakespeare en Dostojevski
opiniestuk
De Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 2010: Mooie platen en eigenzinnige verhalen
opiniestuk
Gij zult saai schrijven voor jonge lezers
opiniestuk
Wat bijzonder is, wil iedereen hebben
opiniestuk
opiniestuk
Schrijnender dan menig oorlogsroman voor volwassenen
opiniestuk
Een kleurrijke familiegeschiedenis
opiniestuk
opiniestuk
Schaduwjury: Grote Jongerenliteratuur Prijs
opiniestuk
Jongerenliteratuurprijs 2011 - magische sprookjes en zinderende seks
opiniestuk
Heerlijk verdriet om je suf te genieten
opiniestuk
opiniestuk
auteur
Dun in alle opzichten
door Linda Ackermans, 19 december 2010
Het is een veelgehoorde noodkreet: in de puberteit verliezen veel jongeren hun interesse in boeken en literatuur. Reden voor auteur Edward van de Vendel om in samenwerking met uitgeverij Querido de Slashreeks te initiëren. Zijn idee was om jongeren via de werkelijkheid en via hun eigen leefwereld dichter bij de literatuur te brengen. Zo ontstond de formule om een schrijver te koppelen aan een jongere met een heftig, waargebeurd levensverhaal. Schrijver en jongere zijn vervolgens samen verantwoordelijk voor het Slashboek. De Vlaamse auteur Jan Simoen, vooral bekend van zijn geprezen jeugdboek Slecht, maakte samen met Alice Dupont Ik ben Alice, het achtste boek uit de reeks. Een boek over de eetstoornis anorexia, waarvan je je kunt afvragen of Van de Vendels doelstelling ermee wordt bereikt.
Alice heeft ogenschijnlijk een perfect leventje: ze zit in het eindexamenjaar van de middelbare school, heeft geweldige vriendinnen, een vriendje dat DVD heet en ze fuift ‘als de beesten’, zoals ze het zelf zegt. Toch gaat het slecht. ‘Eetgedoe’, noemt ze haar probleem. Haar diëtiste en therapeut hebben er een ander woord voor: anorexia. Een echte reden om te gaan lijnen had Alice niet, zo blijkt uit een terugblik:
‘Ik wilde gewoon “gewoon” zijn. Gewoon normaal. Normaal eten en normaal mager zijn. Normaal, snap je? Niet dat ik ineens begon te walgen van eten of zo, of dat ik een ziekelijk skeletachtig schoonheidsideaal nastreefde – god nee: in die tijd wist ik niet eens dat zoiets bestond! En ik wist nog minder van die beruchte anorexiasites, mijn god, ik wist niet eens hoe je “anorexia” moest spellen op google! (…) Maar – typisch Alice – waarschijnlijk heb ik dat allemaal een tikje te radicaal aangepakt, en in plaats van een beetje minder begon ik ineens waanzinnig veel minder te eten, en voor ik het wist zat ik met een gigantisch probleem.’
Alice kotst haar eten uit, menstrueert niet meer en haar haren vallen uit. Ze neemt haar moeder in vertrouwen en moet vervolgens naar een diëtiste (‘een stom wijf’) en een therapeut (‘een eikel’). Dat zij haar willen helpen, beseft Alice niet. Ze ziet niets meer positief, ook zichzelf niet: ze is dom en lelijk en weet zeker dat het haar nooit gaat lukken om te studeren. Alice is dyslectisch en heeft een laag zelfbeeld. Daarnaast is ze een ontzettende control freak: dingen die ze doet pakt ze radicaal aan, want alles moet in haar ogen perfect gebeuren.
De meeste lezers zullen begrijpen dat die eigenschappen meespelen bij Alice’s eetprobleem. Nergens in het boek wordt daar echter aandacht aan besteed; het is aan de lezer om tussen de regels te lezen. Dat is geen probleem wanneer een boek daadwerkelijk meerdere lagen bevat, maar die diepere lagen ontbreken in Ik ben Alice. Het verhaal blijft steken bij een simpele vertelling over anorexia en daar zijn er meer van. Bovendien is er geen sprake van reflectie: het gaat wel steeds beter met Alice, maar enig inzicht in de echte oorzaak van het probleem (het willen houden van controle) blijft uit.
Het lijkt, naarmate je als lezer verder komt in de Slashreeks, steeds verder bergafwaarts te gaan. Het eerste boek, De Gelukvinder – dat initiator Edward van de Vendel zelf schreef met Anoush Elman en dat verhaalde over een uitgeprocedeerde asielzoeker, slaagde erin de lezer te raken. Dat boek kon bovendien, vanwege de thematiek en de schrijfstijl, gelijktijdig een jeugd– en een volwassenenpubliek aanspreken. De volgende boeken (Voor jou tien anderen en Alles is weg) sloten nog redelijk bij De Gelukvinder aan, maar uit alle daarna verschenen boeken verdween de gelaagdheid. Wat overblijft zijn typische probleemboeken die duidelijk naar de beleefwereld van de jongeren geschreven zijn.
In Ik ben Alice is dat laatste duidelijk te zien aan het taalgebruik. Jan Simoen en Alice Dupont wilden wel erg ‘hip’ schrijven. Het verhaal zit vol stopwoordjes, scheldwoorden en Engelse spreektaal, zoals blijkt uit de passage waarin Alice vertelt over de feesten die ze met haar vrienden afloopt:
‘Als ik er goed over nadenk gaan we gewoon naar alle fuiven. En bijna altijd gaat het er hevig aan toe. Met alcohol, jawel, dat is toch normaal garnaal, en we hebben allemaal onze favoriete drankjes. […] Duur? Hoezo, duur? Wij zijn ongelooflijk goed in bietsen en slijmen, reken maar van yes! Ik ben er eens in geslaagd drie fuiven na elkaar geen euro uit te geven, zelfs niet aan de inkom. En toch totaal lazerus naar huis gewankeld, o ja. En zo rond twee uur staan écht alle oogjes glazig, en alle hersentjes op zweefstand, ho ho. En op een goeie nacht kunnen we zo rustig tot zes of zeven uur ’s ochtends doorgaan, no problemo.’
Al die zogenaamd hippe toevoegingen zijn nergens voor nodig en vertragen het lezen alleen maar. Het is een deuk in de reputatie van Jan Simoen, die eerder bewees dat hij goed geschreven boeken kan afleveren. Bovendien maakt het van Alice een irritant kind – en dat terwijl ze toch al niet zo’n sympathieke hoofdpersoon is.
Nergens roept Alice empathie of medelijden op en dat heeft ze volledig aan zichzelf te danken. Ze heeft een ontzettend grote mond, gedraagt zich verwend en arrogant en blaft haar moeder – die alles voor haar doet en altijd voor haar klaarstaat – af. Dat negatieve gedrag vermindert het leesplezier behoorlijk. Zeker omdat ook hier geen reflectie plaatsvindt: Alice beseft niet hoeveel mensen van haar houden en hoeveel kansen ze heeft iets van haar toekomst te maken. Bovendien is identificatie door haar houding nauwelijks mogelijk. En dat terwijl juist bij jongeren identificatie en herkenning belangrijk zijn tijdens het lezen.
Ik ben Alice is uiteindelijk niet meer dan een oppervlakkige vertelling over anorexia. Het is wel erg veel kommer en kwel zonder boodschap en zonder ontroerende antiheld. Het label ‘dun’ geldt hier helaas niet alleen voor het onderwerp voor het boek. Het is te hopen dat de volgende Slashboeken weer van betere kwaliteit zijn.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



