elders op recensieweb
opiniestuk
auteur
auteur
auteur
auteur
Streetwise, grof, absurd en rustgevend: juryrapport BNG Nieuwe Literatuurprijs 2010
door Linda Ackermans, Wouter Bok en Bob Hopman, 10 februari 2011
Debutanten kunnen zich verheugen op een aantal prijzen, en ook voor literaire oeuvres bestaan aparte prijzen. Tussen het debuut en het Verzameld Werk zit echter nog een belangrijke fase: de opbouw van een oeuvre, iets wat evengoed aandacht verdient. Om die oeuvres-in-opbouw te bekronen, is er de BNG Nieuwe Literatuurprijs, voor schrijvers onder de veertig die nog niet zijn doorgebroken. Recensieweb prijst dit initiatief en liet een schaduwjury alle genomineerde boeken lezen. Wie schreef het beste boek; van wie durven wij nog een meesterwerk te verwachten?
N.B. Zojuist, 10 februari om 17.45, is de winnaar van de BNG Nieuwe Literatuurprijs bekend gemaakt: Gustaaf Peek met Ik was Amerika.
Voordat wij de genomineerden bespreken is een kleine opmerking op zijn plaats. Eén boek werd van de shortlist geschrapt op verzoek van de auteur, die vond dat zijn naam al voldoende gevestigd was en hij de aandacht dus niet nodig had. Dit verzoek vindt de schaduwjury juist een vorm van aandachttrekkerij. Bovendien is het niet aan de auteur om te beoordelen of zijn literatuur ‘nieuw’ is, maar aan de lezers en de literaire kritiek. Dit gezegd hebbende schakelen we over naar de resterende vier genomineerden.
Alex Boogers
We beginnen met een boek over de benauwende sleur van het burgermansleven. Copywriter Robert Borghart, hoofdpersoon uit De tijger en de kolibrie, de vijfde roman van Alex Boogers (1970), voelt zich beklemd door zijn kantoorbaan, huwelijk en vaderschap. Hij gaat onder het credo ‘Groots en meeslepend wil ik leven’ (Hendrik Marsman) op zoek naar avontuur. Zwaargewond wordt hij aan het begin van de roman wakker in het ziekenhuis. Wat is er gebeurd, en waarom komen zijn vrouw Marscha en zoontje Tomas toch niet op bezoek? Naarmate hij langer in het ziekenhuis ligt, kan Robert zich steeds beter herinneren wat er is gebeurd, en dat krijgt de lezer in verschillende tijd- en verhaallijnen te lezen: zijn buitenechtelijke verhouding, zijn vriendschap met de getroebleerde bokser Jerry en hun criminele drugshandel. Boogers schildert meedogenloos Roberts afglijden naar de gebeurtenis die tot zijn ziekenhuisopname leidt. De jury waardeert de agressieve, streetwise stijl die goed past bij het verhaal: het houdt het tempo hoog, en wekt de indruk dat deze auteur weet hoe de onderwereld werkt. Een voorbeeld van Boogers’ straattaal:
Je kent die gasten niet, Roberto. Beter dat je ze niet kent. Jij hebt het relax man, met je gezin en zo. Hou dat zo. Ik hoorde van een maatje dat ze allang weten dat Jerry ript, snap je? Ik heb geen zin in gezeik. Ik hou me rustig. Later kunnen we misschien weer wat doen, snap je?
Boogers lijkt haast een eigen genre te hebben geschapen (de vechtsportroman), want ook in voorganger Het waanzinnige van sneeuw speelt boksen een grote rol. Hoewel Boogers vergeleken met andere auteurs vrij eigen is in stijl en setting, is zijn laatste roman niet heel origineel: De tijger en de kolibrie is eigenlijk net Het waanzinnige van sneeuw, maar dan onder andere omstandigheden. Ook wat de climax had moeten zijn viel ons erg tegen; voorspelbaar en niet heel goed uitgewerkt, waardoor de lezer niet wordt geraakt en onverschillig blijft. Daarnaast ligt de thematiek er te dik bovenop: de sleurgevoelens waar Robert mee kampt worden te zeer geëxpliciteerd. De tijger en de kolibrie is al met al een typisch stoerejongensboek dat makkelijk wegleest, maar op bepaalde punten niet literair genoeg is.
Joost Vandecasteele
Waar Alex Boogers een eigen genre schept, geeft Joost Vandecasteele (1979) in zijn eerste roman Opnieuw en opnieuw en opnieuw een geheel eigen invulling aan twee aloude literaire genres: het epos en de tragedie. Deze ‘Neo-Spartaanse hard-boiled liefdestragedie’ draait om twee aartsvijanden en voormalige minnaars: de tot rebellenleidster opgeklommen ex-hoer Penny en de harde, cynische politie-inspecteur Alex. Hun relatie bereikt de climax in een afgelegen hotelkamer, en dan verdwijnt Penny van het toneel. Als een moderne Odysseus doorkruist Alex vervolgens Neo-Sparta om Penny – zijn ‘Penelopeia’ – te vinden, waarbij hij in contact komt met de onderwereld van Neo-Sparta. Vandecasteele roept een grijs en grauw beeld op van een onpersoonlijke gemeenschap, en suggereert een dystopia. Helaas wordt het verhaal van Alex en Penny, en dat van Neo-Sparta niet goed genoeg uitgewerkt en raakt het ondergesneeuwd door de vele platte en grove scènes over feestjes, orgieën en scheldpartijen. Vandecasteeles vlotte en humoristische stijl herkent men uit zijn verhalenbundel Hoe de wereld perfect functioneert zonder mij. Maar waar dit in een kort verhaal nog werkt, is het iets té veel en te druk voor in een roman:
Ik heb onlangs een mongooltje verkracht, maar zo’n echt mongooltje, zo’n mongooltje waarvan je denkt: wurg dat even, om die ouders een plezier te doen, wurg dat gewoon, wat niet simpel is, want die hebben enorme nekken, kun je evengoed een nijlpaard wurgen, en ik kwam klaar met van dat spettersperma, je kent dat wel, dat soort sperma dat een rolstoel nodig heeft om in de eicel te geraken, maar ik vond haar wel geil omdat ze een strak T-shirtje aanhad met het opschrift SEXY LADY en ik dacht: yes, eindelijk een mongool met gevoel voor humor.Het steeds weer terugvallen in deze stijl zorgt voor een slepend langzaam tempo, en maakt van Opnieuw en opnieuw en opnieuw (zoals de titel al aangeeft) een langdradig geheel met veel herhalingen die voor het verhaal onnodig zijn. Ook in karaktertekening mankeert aan deze roman wel wat. Dat de personages niet sympathiek zijn is zo erg nog niet – dat past wel in de setting -, maar dat de lezer geen goed beeld van ze krijgt door gebrek aan psychologische diepgang is wel een zwaktepunt. Zowel Alex als Penny blijven ‘flat characters’. Vandecasteeles navolging van het epos is zeker oorspronkelijk; op vernufte wijze weet hij het science-fictiongenre in zijn ‘epos’ te verweven, maar het boek mist naar ons idee zowel de diepgang als de leesbaarheid om echt van een geslaagde roman te kunnen spreken; het is eenvoudigweg te gekunsteld.
Elke Geurts
Van het harde en botte over naar het suggestieve. In Lastmens, de tweede verhalenbundel van Elke Geurts (1972), staan drie verhalen over mensen die aan hun leven een nieuwe wending willen geven. Een vleesgeworden desperate housewive is voortaan niet meer moeder maar slechts au pair van haar lastige kind; een brave politieman belet zijn avontuurlijk aangelegde vrouw voor het grote leven te kiezen; een vrouw keert naar haar bergland terug om zich daar te wreken op haar oom. Elke Geurts weet een heel beklijvende, haast absurde en ook lugubere sfeer op te roepen die ergens toch heel normaal lijkt. Kilheid en humor komen samen in haar verhalen.
Het geheugen van mijn vrouw werd gewist bij te veel spanning, te weinig slaap en als gevolg van discolichten. ’s Nachts probeerde ik dit uit te lokken door ons staande bedlampje vlak voor haar oogleden aan en uit te knippen. Aan, uit, aan, uit. Maar het triggerde niets. Ja, na een half uur was ze wakker geworden, ze zag mij met die lamp in mijn handen voor haar gezicht en vroeg wat de bedoeling was.
Geurts slaagt erin een onbestemd gevoel te geven, haar verhalen bevatten een dreiging die je als lezer alert maakt voor wat komen gaat – en wat er komt, weet de lezer evenmin als de hoofdpersoon. Het is allemaal schijnbaar zo achteloos opgeschreven, maar intussen laat Geurts je ontzettend ongemakkelijk voelen. Wel moet gezegd dat de eerste twee verhalen goed gelukt zijn en het meer experimentele slotverhaal, dat nogal wat tijdsprongen bevat, minder overtuigt en beklijft. Een ander bezwaar van de jury is, dat Lastmens op genoemde punten veel gelijkenissen vertoont met de verhalen uit Geurts’ debuut Het besluit van Dora Korstjens. Wij zetten dan ook vraagtekens bij haar originaliteit, temeer daar Geurts’ personages ook aangetroffen kunnen worden bij vergelijkbare auteurs als D. Hooijer (de frustraties over het moederschap) en Vincent Overeem (in wiens Novembermeisjes ook veel geesteszieken en sadisten rondwaren).
Het licht-surrealistische sluit naadloos aan bij een contemporaine verhaaltraditie, waarin Geurts gelukkig in kwalitatieve zin wel uitblinkt. Geurts is een degelijke verhalenverteller met onberispelijk talent, maar de jury blijft de indruk houden dat ze niet heel vernieuwend te werk gaat – al twijfelen wij over ‘originaliteit’ als criterium voor de beoordeling van een roman. Lastmens is namelijk los beschouwd een knappe verhalenbundel waarvan de verhalen lang nasudderen.
Gustaaf Peek
Ten slotte Ik was Amerika, de derde roman van Gustaaf Peek. Zijn nominatie heeft iets omstredens gekregen: in de ogen van de jury is Peek meer gearriveerd en gerespecteerd dan de auteur die zich terugtrok vanwege zijn eigen vermeende grootheid. Toch hebben wij Peek als ‘nieuw talent’ benaderd.
Hoofdpersoon Dirk vecht in de Tweede Wereldoorlog voor de Duitsers, wordt gevangengenomen door de geallieerden en overgebracht naar een kamp in Texas, waar hij vriendschap sluit met de zwarte Harris en een verhouding krijgt met diens halfzus Cicely. Jaren na de oorlog keert Dirk terug naar de VS voor een laatste ontmoeting met Harris.
Met Dirks road trip om in Houston te komen als uitgangspunt, wordt een beeld van Amerika opgeroepen – van discriminatie tot drive-ins, van het boerenbedrijf tot het zakenleven, zowel in het heden als in de oorlog. Peek schuwt niet om naast het verhaal van Dirk en Harris heen en weer te springen tussen andere levensfragmenten, zoals het huwelijk van Harris en Lilly, de verhaallijn rond Jennifer, en een zijlijn over ene Amarinta. Hierdoor ontstaat een ingenieus mozaïek van personages en gebeurtenissen.
Peeks schakeringen maken Ik was Amerika tot een even bijzonder als gecompliceerd verhaal, prachtig van stijl. Peek is van alle genomineerden de beste stilist en heeft een heel eigen, authentieke schrijfwijze. Hij schrijft rustgevend, zonder haast, en vooral heel ritmisch, in een wiegende cadans, een taal die bijna klassiek aandoet:
Ze had de revolver gevonden in een van de oude kasten die de laatste bewoners hadden achtergelaten. Crenshaw had haar gevraagd om op haar vrije zondag een victoriaans huis in Pacific Heights te taxeren. Ze nam de bus naar kantoor. Daar pakte ze de sleutels voor de Honda van het rek. Op de portieren van de Honda blonk het logo van het kantoor, een foto van haar baas met een silhouet op de achtergrond. De Golden Gate en zijn wijzende vinger. YOUR HOUSE WANTS YOU. Crenshaw, de Uncle Sam van onroerend goed.
De ‘mozaïekstructuur’ is niet alleen bijzonder, maar maakt het ook soms lastig om de rode draad te volgen. Niet alle personages en verhaallijnen komen in deze roman even goed tot hun recht; zo blijven de personages Amarinta (een dochter van Harris) en Jennifer naar mening van de jury nog vrij schimmig, en ook Cicely blijft tot op het eind vrij mysterieus. Ondanks Peeks prachtige vertelstijl beklijft op de een of andere manier niet alles. Ik was Amerika is een heerlijke leeservaring, die tot herlezen noopt. Maar een belangrijk kritiekpunt blijft dat je achteraf moeite houdt met de fragmentarische opzet, met de puzzelstukjes die je in elkaar moet leggen. De jury is erover het eens dat zij iets sterks heeft gelezen, maar wat het precies is, is moeilijk te duiden: de roman bevat te veel om de vinger te kunnen leggen op de betekenis van elke afzonderlijke subplot.
Eindoordeel
De jury heeft twee boeken vrij gauw terzijde geschoven. De tijger en de kolibrie leest weliswaar lekker weg, maar niet meer dan dat; het boek is volgens de jury niet literair genoeg om de winnaar te zijn. Dat geldt ook, maar in iets mindere mate, voor Opnieuw en opnieuw en opnieuw. Het is een gedurfde roman, maar misschien juist door het experimentele karakter niet meer sterk qua opzet en uitwerking van personages. Vandecasteeles stijl is enerzijds fris en grappig, maar kan anderzijds erg irriteren.
Bij het kiezen van de winnaar uit de twee overgebleven titels, Lastmens en Ik was Amerika, was de jury intern verdeeld. Beide boeken zijn op hun manier sterk, en beide boeken hebben hun eigen zwakheden; van beide schrijvers verwachten wij in de toekomst meer mooie boeken. De moeilijke keuze viel uiteindelijk, met een heel lichte voorsprong, op Ik was Amerika van Gustaaf Peek. Peeks stilistische compleetheid gaf hierbij de doorslag.
De BNG Nieuwe Literatuurprijs wordt donderdagmiddag 10 februari 2011 uitgereikt in de Stadsschouwburg Amsterdam.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



