Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

'Es-say', een interview met Gijsbert van Es

door Fred Baggen, 25 februari 2011

Na het (her)lezen van ‘s Neerlands meest monumentale roman Max Havelaar verbaasde ik me over het feit dat ik dit boek, dat in mijn jeugd verplicht op de leeslijst van de middelbare school stond, destijds zo langdradig vond, saai zelfs. Gelukkig weerhield mijn al te adolescente oordeel me er niet van het ruim vijfentwintig jaar later nog eens te proberen. Ik moet eerlijk toegeven: ik las eerst de in modern Nederlands hertaalde uitgave die vorig jaar verscheen. Toch bleef ik daarna met een halfslachtig gevoel achter. Was dit nu de vermaarde Max Havelaar? Ik besloot onmiddellijk ook de oorspronkelijke versie te lezen, en werd toen pas echt geraakt. Mijn bevindingen pende ik neer in een opiniestuk, waarin een centrale rol is weggelegd voor de vergelijking tussen de oorspronkelijke roman uit 1860 en de hertaling, specifiek gericht op de vele uitweidingen die in de nieuwe editie het veld hebben moeten ruimen. Én ik correspondeerde met hertaler Gijsbert van Es. Hij was zo welwillend om een aantal algemene en kritische vragen te beantwoorden. Hij licht de huidige stand van zaken rondom Multatuli’s meesterwerk toe.


Hertaalde en bewerkte editie (2010)

fb Beschouwt u de ruim 20.000 verkochte exemplaren van uw hertaling als een onverwacht verkoopsucces, of had u vooraf een dergelijke inschatting gemaakt? Ziet u dit succes als een bevestiging, als een bewijs dat er behoefte was aan een hertaling van Max Havelaar?
gve Echt waar: ik had werkelijk geen idee. In 2008 publiceerde ik het kinderboek Verhalen van Nederland. Van het verkoopcijfer had ik hoge verwachting; niet zozeer omdat ik hoopte op een ‘bestseller’, maar omdat ik met zoveel plezier aan het boek had gewerkt en vond dat de vormgever en illustrator er zo’n mooi boek van hadden gemaakt. Ik dacht: dat worden er 10.000 — maar het werden er 3.000. Bij Max Havelaar dacht ik vervolgens over de mogelijke verkoop: daar valt geen peil op te trekken — dus ik had er verder niet over nagedacht.


fb Bent u door deze goede verkoopcijfers geïnspireerd geraakt nog andere romans te hertalen naar modern Nederlands, en zou u dit dan op min of meer dezelfde manier aanpakken als met Multatuli’s roman?
gve Nee, ik heb geen plannen in die richting, Ik heb de Max Havelaar hertaald omdat in dit boek drie lijnen samenkomen: de historische (Nederlands-Indië, koloniale politiek), de literaire (een van de grootste romans uit de Nederlandse, zelfs Europese cultuurgeschiedenis) en activistische (Max Havelaar is ook: fair trade — ik ben vrijwilliger bij een Wereldwinkel, ik zet mij in voor fair trade). Deze combinatie van thematiek bracht mij ertoe Max Havelaar te hertalen.


fb: In het artikel ‘Opdat Max Havelaar overal zal zijn — Waarom ik Nederlands belangrijkste roman heb hertaald’ (Ode Magazine, mei 2010) zegt u:
‘Ik ben journalist en ik heb een klassieke roman hertaald in modern Nederlands, omdat ik hoop dat op een dag alle koffie, thee, suiker, rijst, soja, katoen, et cetera, et cetera op alle veilingen in de wereld een keurmerk als Max Havelaar zullen dragen.’
Dit lijkt, althans in het genoemde artikel, uw belangrijkste beweegreden te zijn geweest om Max Havelaar te hertalen. Dit klinkt heel anders dan de officiële lezing in het voorwoord van de hertaling, namelijk ‘om nieuwe (jonge) lezers te winnen voor deze klassieker’.
Was u na het doen van die uitspraak of het verschijnen van genoemde publicatie niet bang dat uw hertaling als een propaganda-instrument voor het Fair Trade / Max Havelaar-keurmerk gezien zou worden?

gve Het is voor mij geen kwestie van ‘of, of’, het is ‘en, en’. Dat is nu juist het fascinerende van Max Havelaar: de verschillende lagen in het boek en de historische component ervan (‘the book that ended colonialism… ’).


fb Uit de inleiding ‘Ruim 150 woorden vooraf’:
‘Waarom deze hertaling? Omdat de oorspronkelijke versie minder toegankelijk is dan deze editie hoopt te zijn. En dus: om nieuwe (jonge) lezers te winnen voor deze klassieker, die een onbetwist hoogtepunt is in de Nederlandse geschiedenis en literatuur.’
Uw initiatief leverde veel bijzonder venijnige reacties op, en relatief weinig vleiende. Het ‘behoudende’ kamp verweet u ‘verkrachting’, ‘literatuurmishandeling’ enzovoorts. De weinigen die daartegenover een lovende recensie publiceerden, leken alleen te staan in hun mening.
Als u terugkijkt op uw hertaling, bent u dan van mening dat het offer — snijden in Multatuli’s tekst, en het neutraliseren van zijn taalgebruik — aanvaardbaar was om het vooropgestelde doel te bereiken, namelijk jonge lezers kennis laten maken met een van de indrukwekkendste werken uit de Nederlandse literatuur?

gve Ik ben het niet met u eens dat er relatief weinig vleiende reacties zijn. Ik heb ze niet geteld, maar ik zou (ook) een lange reeks positieve reacties kunnen noemen, waaronder de positieve reacties van Jos van Waterschoot (voormalig conservator Multatuli Museum) en Dik van der Meulen (Multatuli-biograaf), de lovende bespreking van Annemarie Kets (een van dé Multatuli-kenners in Nederland en zelf ‘bezorger’ van een van de recente Havelaar-edities) in Nieuw Letterkundig Magazijn en enthousiaste mailtjes die ik nog steeds vrijwel wekelijks krijg. Bijvoorbeeld van een docent Nederlands aan een universiteit in Praag die een collegereeks over Havelaar heeft gegeven met mijn hertaling als leidraad; docenten Nederlands in eigen land die mij complimenteren; mensen die ik in het alledaagse leven tegenkom (ook vijftigers en zestigers) die zeggen dat zij zich in het verleden niet door de oorspronkelijke Havelaar hadden kunnen worstelen en nu met veel plezier mijn hertaling hadden gelezen.
Wie louter vanuit literair perspectief kijkt en bekend/vertrouwd is met het oorspronkelijke werk, ervaart mijn bewerking als een pijnlijke chirurgische ingreep. Ik begrijp dat heel goed. Maar ik breng hier tegenin dat alle grote literatuur, ja alle grote kunst op zichzelf weer (inspiratie)bron is voor nieuwe scheppingen. De bewerking vervangt het oorspronkelijke werk niet; het zijn moderne visies daarop. Zo ook zie ik mijn hertaling: een hertaling en bewerking die náást het oorspronkelijke werk staat.


fb De kans dat jonge lezers na het lezen van de hertaling ook nog een keer zullen grijpen naar het origineel en dit helemaal uitlezen, lijkt vrij klein; overigens is de kans dat jongeren van nu de hertaling geheel links laten liggen ten gunste van het origineel misschien nog kleiner.
Zelfs al mocht de komende jaren blijken dat het vooropgestelde doel is bereikt, namelijk jonge lezers op school kennis laten maken met een van de indrukwekkendste werken uit de Nederlandse literatuur, zouden deze lezers dan niet een enigszins gemankeerd beeld krijgen van de rijkdom aan taal en verbeeldingskracht die in de oorspronkelijke Max Havelaar te vinden zijn, en die, met alle respect voor uw werk, in de hertaling door de vele ingrepen zijn weggevallen of misschien minder duidelijk zijn geworden?

gve Tja, wat zal ik zeggen: een glas kan tegelijkertijd half vol en half leeg zijn. Max Havelaar is niet louter een literair monument, het is ook een ongelofelijk krachtig verhaal op zichzelf (dus: méér dan een kunstwerk) en het heeft nog steeds actuele betekenis. Om op de vraag terug te komen: nee, daar ben ik helemaal niet bang voor. Ik heb tienduizenden lezers kennis laten maken met een (kunst-)historisch instituut dat zoveel méér is dan louter literaire schoonheid, ik heb er (met enkele gelijkgestemden) voor gezorgd dat er een tentoonstelling is gewijd aan ‘Max Havelaar’ die een bezoekersrecord heeft gevestigd, ik heb (opnieuw) een Havelaar-debat uitgelokt in Nederland, mijn hertaling heeft de documentairemakers Jan Fillekers en Henk van der Horst geïnspireerd tot een film over het boek die in maart 2011 wordt uitgezonden. Het alternatief was geweest: diepe stilte rondom een boek dat nog maar zelden echt werd of wordt gelezen.


fb Een veelgehoorde klacht is het tanende taalniveau van scholieren, studenten in het hoger beroepsonderwijs en zelfs aan universiteiten. Dissertaties en proefschriften wemelen van de taalfouten en getuigen vaak van stijlarmoede. De generatie die de toekomst van Nederland vormgeeft, kent haar eigen taal niet. De hertaalde Max Havelaar lijkt deze generatie precies te geven wat ze wil: ‘snel’ en ‘gemakkelijk’ verwerkbare literatuur.
Draagt het boek misschien onbedoeld bij aan een verschraling van het latente taalniveau bij de huidige jonge generatie? Had een minder ingrijpende hertaling niet juist een fantastische kans aangegrepen aandacht te vestigen op Max Havelaar in al zijn oorspronkelijke glorie, zij het in geringe(re) mate gemoderniseerd?

gve Ik zou bronnen kunnen citeren die reeds in de jaren twintig (van de twintigste eeuw), in de negentiende eeuw en nog eerder zich erom bekreunden dat scholieren steeds dommer werden en de mensen steeds lelijker en slechter gingen schrijven. De stelling dat jonge mensen hun eigen taal niet meer kennen en steeds oppervlakkiger worden, beschouw ik als een generalisatie. Enerzijds: er is beslist een grote groep jongeren die zwak spelt en schrijft, en nauwelijks leest, maar die is er, in historisch perspectief, altijd geweest. Anderzijds: elke tijd ‘baart’ z’n eigen Grunbergs, jonge schrijvers die een nieuw, jong en breed publiek weten te bereiken, via internet ontstaat een nieuwe taal en nieuwe cultuuruitingen waaruit nieuwe Multatuli’s zullen voortkomen, et cetera. U begrijpt wellicht: ik ben een cultuuroptimist.


fb Ten slotte — is er een vraag die ik niet gesteld heb, maar die u graag zou hebben beantwoord, en zo ja, welke?
gve Niet zozeer een vraag als wel een slotopmerking. Ik waardeer het zeer dat u mijn hertaling naast het oorspronkelijke werk hebt gelegd. Uw vragen zijn een gedegen bijdrage aan de lopende Havelaar-discussie, waarvoor eveneens mijn dank! Ik hoop dat ik u voldoende argumenten heb gegeven om (ook) begrip te hebben voor mijn standpunten en drijfveren.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.