Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Jongerenliteratuurprijs 2011 - magische sprookjes en zinderende seks

door Linda Ackermans, 16 mei 2011

Komende dinsdag, 17 mei, wordt voor de tweede keer de Jongerenliteratuurprijs uitgereikt (officieel de Dioraphte Jongerenliteratuurprijs genoemd, aangezien stichting Dioraphte dit jaar het prijzengeld ter beschikking stelt). Maar liefst zeven organisatoren zijn bij de uitreiking betrokken: Stichting Lezen Nederland én Vlaanderen, CJP Nederland én Vlaanderen, het Nederlands Letterenfonds, boek.be en de CPNB. De organisatie van de prijs weerspiegelt de toestand waarin het genre jongerenliteratuur – Young Adult literatuur – zich momenteel (nog steeds) bevindt: een chaotische die naarstig wacht op duidelijkheid.

Young Adult literatuur kent in Nederland nog geen lang leven. Hoewel er al decennialang boeken voor jongeren bestaan (denk aan Gebr. van Ted van Lieshout of aan De dagen van de bluegrassliefde van Edward van de Vendel), stierven pogingen van uitgevers om jongeren met ludieke marketingtrucs aan het lezen te krijgen een zachte dood. De In Between-reeks van Lemniscaat bijvoorbeeld, die een brug moest slaan tussen jeugdliteratuur en literatuur voor volwassenen. Geweldig initiatief, maar boekhandelaren hadden geen idee wat ze met de boeken aan moesten: waar krijgt literatuur voor jongeren een plek? Ze hoort niet meer bij de jeudliteratuur en toch ook niet echt in de kasten met volwassenenromans.

Met de introductie van de Young Adult kast in het najaar van 2009 kreeg literatuur gericht op en geschikt voor jongeren een gezicht. Een herkenbare plek in de boekhandel, opdat vijftien- tot vijfentwintigjarigen gemakkelijker hun weg in boekenland zouden kunnen vinden. Jongeren verliezen namelijk vaak hun interesse en plezier in lezen zodra ze (gedwongen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs) de overstap van jeugdboeken naar romans voor volwassenen moeten maken. In dat gat wil de Young Adult literatuur springen. Bijna twee jaar later is er vooruitgang geboekt en zijn er stappen ondernomen om de bekendheid van het YA genre te vergroten: steeds meer boekhandelaren ruimen plek in voor een jongerenafdeling, critici pakken het genre op, uitgevers volgen elkaar en komen masaal met een ‘jongerenimprint’ en voor de tweede keer wordt dinsdag de in 2010 in het leven geroepen Jongerenliteratuurprijs uitgereikt.

Tegelijkertijd is de discussie over welke boeken wel en welke boeken niet tot het genre behoren of over welke criteria voor YA literatuur zou moeten gelden nog altijd volop gaande. Het genre moet zich nog uitkristalliseren, zoals de Jongerenliteratuurprijs zich dat als jonge prijs ook nog moet. Het genre is zoekende en de literaire acties die op touw worden gezet om het genre vaster te omlijnen laten dat zien: ook daarin is er sprake van een zoektocht naar de juiste aanpak. Maar terwijl een duidelijk beleid voor een literaire prijs onontbeerlijk is, hoeft dat voor een genre niet zo te zijn. Young Adultliteratuur kent nog vragen te over en misschien is dat maar goed ook. Literatuur moet niet te vast in hokjes worden gestopt.

Leesplezier en leescompetentie
En toch: het gebrek aan duidelijkheid over wat jongerenliteratuur is, kent gevaren. Gevaren waar we minder blij mee mogen zijn en waarvoor moet worden gewaakt. De aandacht voor het genre heeft namelijk ook een trend opgeroepen waarbinnen auteurs en uitgevers zich bewust aan jongeren aanpassen en naar hun leefwereld toewerken, daarbij voorbijgaand aan de literaire kwaliteiten die boeken voor deze leeftijdscategorie zouden moeten hebben. Met als gevolg dat vervlakking op de loer ligt, boeken verworden tot toegankelijke soaps en de overgang van jeugd- naar volwassenenliteratuur níet vergemakkelijkt wordt. Jongeren aan het lezen krijgen (of houden) moet een kwestie zijn van het vergroten van zowel het leesplezier als de leescompetentie. Een boek mag tegemoetkomen aan de verwachting van jongeren en moet inderdaad op een bepaalde manier aansluiten bij hun leefwereld – in die zin dat de lezer zich kan herkennen in en identificeren met de personages, opdat het boek een betekenis krijgt die voor de lezer zinvol is – maar het moet ook eisen stellen aan inhoud en vorm, aan literariteit en complexiteit.

De drie Nederlandstalige boeken die op de shortlist voor de Jongerenliteratuurprijs 2011 staan (behalve de prijs voor het beste Nederlandstalige boek wordt een publieksprijs en een prijs voor het beste vertaalde boek uitgereikt), voldoen aan beide voorwaarden. Vogels die vlees eten van Thijs de Boer, De hemel van Heivisj van Benny Lindelauf en Spiegeljongen van Floortje Zwigtman: ze slagen er alledrie in jongeren niet alleen aan te spreken, maar tegelijkertijd bij te dragen aan hun leesontwikkeling. Terwijl ze allemaal ook in meer of mindere mate een element in zich dragen dat de mogelijkheid tot herkenning voor de gemiddelde jongere lastig maakt. Floortje Zwigtman plaatst haar zeshonderd paginalange verhaal in het Londen en Parijs van de negentiende eeuw, daarbij wisselend tussen het milieu van de rijke high-society en dat van de hoerenjongens in de goot. De hemel van Heivisj kenmerkt zich door het Zuid-Limburgse dialectgebruik en beschrijvingen van de omgeving van Sittard rond 1938. En Vogels die vlees eten is een zowel absurde als abstracte verhalenbundel over mensen die de zwaarte van het leven maar nauwelijks aankunnen. Twee keer nadeel voor Thijs de Boer dus: zijn geschetste werelden liggen ver van die van de lezer en hij moet de lezer ook nog telkens opnieuw een kort verhaal in laten kruipen.

Verre, rauwe werelden
Thijs de Boer staat ten opzichte van de andere twee kanshebbers – gelauwerde, prijswinnende, grote namen in de jeugdliteratuur – op een flinke achterstand. Zowel qua inhoud als qua stijl valt Vogels die vlees eten in het niet bij de werken van Lindelauf en Zwigtman. De verhalen van De Boer zijn rauw, bondig en absurd: twee drugsverslaafde broers vergokken het graf van hun moeder, een overspelige man zoekt ware liefde maar verschuilt zich achter bindingsangst en een ik-figuur schrijft grafredes aan zijn levende vader. Situaties en werelden die zogezegd ver van de lezer afstaan. De Boer weet met dat nadeel om te gaan door een beroep te doen op de humor van zijn lezers. Wie het niet kan begrijpen, lacht er maar om. Zo krijgt de ik-figuur van zijn vader de grafredes terug met een Post-it erop: ‘Deze vind ik het beste. Succes, Papa.’

De tien verhalen in Vogels die vlees eten hebben genoeg elementen die jongeren interessant zullen vinden. Seks bijvoorbeeld: veel van de verhalen bevatten één of meerdere vrij expliciete vrijages. Na het lezen van de hele bundel zijn het dan ook vooral de seksueel getinte passages die blijven hangen. Gelukkig brengt De Boer hier weer dan wel humor in:

‘De vrouw van mijn dromen, de enige echte liefde van mijn leven – ik denk dat, als ze al bestaat, ze nu toch wel volwassen zou moeten zijn. En nu, waarschijnlijk, ligt ze met een of andere vent in bed. Misschien zit hij wel ín haar. Zonder condoom. En komt hij bijna in haar klaar. Misschien heeft ze al een bastaardkind van hem gekregen. Misschien denkt ze zelfs dat ze van hem houdt. Ze heeft niet eens op me gewacht.’

Een ander element dat jongeren wellicht waarderen is de bondigheid. Van jongeren wordt beweerd dat ze alleen dunne boekjes willen lezen. Vogels die vlees eten is zo’n boekje. De Boer vertelt niet meer dan nodig is. Het gevaar waar jongeren met goede, dunne boekjes vaak tegenaanlopen is echter dat de boodschap in die werken tussen de regels ligt. Zo ook bij De Boer. Hij wil schuren, aan het denken zetten en levert geen recht-toe-recht-aan verhaaltjes.

Groot nadeel blijft toch het gebrek aan mogelijkheden tot herkenning en identificatie. De Boer schept een aantal werelden, die stuk voor stuk op afstand blijven. De lezer kan niet meevoelen met de personages, kan zich niet inleven, kan zich soms zelfs maar met moeite een voorstelling van de gebeurtenissen maken. Humor is De Boers grootste troef om de lezer desalniettemin te raken, maar dat is eigenlijk te weinig.

De dromenverkoper die met alles een bedoeling heeft
Als we aankomen bij de andere twee genomineerden, zijn we dan ook heel wat treden verder. De hemel van Heivisj van Benny Lindelauf en Spiegeljongen van Floortje Zwigtman zijn aan elkaar gewaagd. Beide auteurs weten de lezer mee te slepen in een magische wereld vol met de kleinste details waarin gedegen onderzoek zich kenbaar maakt. De meeslepende vertelstijl doet je als lezer echter vergeten dat dergelijk onderzoek nodig is voor verhalen als deze. Het andere punt waarop beide boeken excelleren is de manier waarop ze erin slagen de lezer een enorme liefde te laten voelen voor het hoofdpersonage, dat bovendien een geweldige psychologische ontwikkeling doormaakt. Zowel de roekeloze, hartstochtelijke Adrian Mayfield uit Spiegeljongen als de rustige, oppassende, zorgzame Fing zijn onvergetelijke personages, die je nooit wil verliezen en in je hart sluit.

Ten eerste De hemel van Heivisj: het zelfstandig te lezen vervolg op Negen Open Armen, waarin het leven van de zusjes Fing, Jes en Muulke en hun tot de verbeelding sprekende gezin op zijn kop wordt gezet door de dreigende oorlog. Boeken over de Tweede Wereldoorlog zijn er zat. Boeken over de Tweede Wereldoorlog zoals Lindelauf ze schrijft zijn een te koesteren zeldzaamheid. Met schijnbaar terloopse beschrijvingen weet Lindelauf precies de vinger op de zere plek te leggen. Fing, de verstandige, zorgzame, oudste zus, ziet haar kansen om lerares te worden stukje bij beetje in rook opgaan. Ze leert dat het leven niet te plannen is, maar wordt bepaald door toevalligheden én ze leert dat iets slechts toch iets goeds kan zijn.

Hoe ingewikkeld het schemergebied tussen goed en kwaad is, laat Lindelauf de lezer zelf uitzoeken, zoals ook Fing dat moet. Naarmate je als lezer vordert in het boek, verandert je beeld van de personages. Nieuwe inzichten, nieuwe ontdekkingen (van Fing? Van de lezer?) zorgen daarvoor. De initiatie van Fing loopt gelijk met het escaleren van de oorlogsdreiging. Lindelauf weet die twee ontwikkelingen magistraal met elkaar te verweven. Het kinderlijke paradijs maakt plaats voor de harde waarheid, die soms onbegrijpelijk en vol waanzin is:

‘Ons bed was gekrompen. Ooit hadden we er met gemak ingepast. Maar dat was niet de enige verandering. We vlochten onze voeten niet meer in elkaar. En we zeiden Sjar en Nienevee geen goedenacht meer. In een wereld waar ze oude sjpenseleverkopers in elkaar sloegen, waar Judde steeds meer in het nauw gedreven werden en waar zogenaamd bevriende landen onze steden bombardeerden, was er geen plaats meer voor huisgeesten.’

Lindelauf is een groot stilist, die moeiteloos Limburgse woorden, uitspraken en gebruiken in zijn tekst een plaats geeft en zo de sprookjesachtige wereld van de Limburgse zusjes nog een extra magische dimensie geeft. Bovendien is niets bij Lindelauf toeval. ‘Ik zeg nooit niks’ is bij deze schrijver niet zomaar een dubbele ontkenning, maar exact wat wordt bedoeld. Maar natuurlijk ontdek je pas later in de roman dat hij gelijk heeft.

De hemel van Heivisj is geen boek dat een prachtig verhaal vertelt: het is een boek dat je een prachtig verhaal laat beleven, laat voelen, laat meemaken. En dat is een groot verschil. Je wil leven in de uit elkaar vallende, donkere wereld van Fing en haar zusjes, want hoe somber die ook mag zijn, de hoop overheerst altijd. ‘Dromenverkoper’ noemen de meisjes hun vader wel. In feite is Lindelauf de echte dromenverkoper: de grote schepper van wondere werelden die toch niet rooskleurig zijn.

Couperus in een moderne jas
Dan Floortje Zwigtman, de grand dame van de historische jeugdliteratuur, die met Spiegeljongen haar groene bloemtrilogie afsluit. Het boek bezit alles wat bij veel jongeren hun afkeer van lezen zal versterken: zeshonderdpagina’s lange gedetailleerde, wijdlopige beschrijvingen van hevige gevoelens in een stijl die doet denken aan Couperus en dat alles in een historische setting, nota bene het Londen van 1895 waarin homoliefde levensgevaarlijk is. Knappe docent die dat boek durft aan te dragen aan zijn bovenbouwleerlingen. En toch, docenten: doe het! Want Floortje Zwigtman creërt in haar boek een sfeer die broeit en zindert. Ze heeft het lef om voor het onconventionele in de jongerenliteratuur te kiezen en geeft de lezer die het aandurft een onvergetelijke kijk in een wereld die echt niet zo ver van hem afstaat als het lijkt, maar waarin juist een onderwerp dat in de puberteit tot de verbeelding spreekt – homoseksualiteit – wordt belicht.

Adrian Mayfield is na zijn romance met de rijke, welbespraakte Vincent Farley terug waar hij ooit begon: zwervend over straat in hoererende en zuipende kring. Zinnend op wraak en vastbesloten Vincent terug te krijgen, beleeft Adrian een confronterende periode uit zijn leven. Voor het eerst denkt hij na, écht na. Over wat hij wil en voelt. Was zijn liefde voor Vincent wel zo puur als hij dacht?

‘Het kon zijn dat ik niet van Vincent gehouden had, maar van alles wat hij vertegenwoordigde: veiligheid, zekerheid, vriendschap, luxe, magie en geld. Een Farley-verzekering voor het leven. Was dat de reden dat ik me zo verbeten aan hem had vastgeklampt? Dan had ik inderdaad niet van hém gehouden, maar van mezelf. Was het zo ook niet begonnen met Trops, met al die mannen? Dat wat doorging voor liefde, had me altijd geld opgebracht.’

Het enige jammere is dat die twijfels en het zelfinzicht pas na vierhonderd pagina’s komen. Daarvoor staat het bol van zinderende gevoelsuitstortingen en van seks en geweld, zonder overigens ergens too much of op lust te berusten. Niet alleen Zwigtmans setting past bij het fin-de-siècle, ook haar schrijfstijl is precies zoals in de naturalistische stemmingskunst van die tijd. Ze vertelt over zieleroerselen op de meest wijdlopige, sensitivistische wijze. Wil een zestienjarige dat?

In de Volkskrant schreef Pjotr van Lenteren bij het verschijnen van Spiegeljongen: ‘Zwigtman staat als jeugdromancier op eenzame hoogte.’ Dat is waar, maar misschien maakt die uitzonderlijke positie haar tegelijkertijd onbereikbaar voor veel jonge lezers, die nog niet ver genoeg zijn in hun ontwikkeling om een dergelijk boek te kunnen waarderen.

Dat leidt tot het aanstippen van een discussiepunt waar het Young Adult genre nog mee worstelt: de leeftijdsafbakening. Zijn de boeken die nu onder de noemer ‘jongerenboek’ geschaard worden echt geschikt voor de doornsee vijftien- tot vijfentwintigjarige (de meest gangbare leeftijdsaanduiding die voor het YA-genre wordt gebruikt)? Moet de focus niet veel meer liggen op de individuele leescompetentie in plaats van steeds maar weer op een leeftijdsgrens – een grens die leidt tot stempels en hokjesdenken?

De enkeling die als tiener blij wordt van de trilogie (1600 pagina’s in totaal) zal elke pagina, elke zin, elk woord tot zich willen nemen, want Zwigtman weet hoe ze een lezer bij zich moet houden. Eraan beginnen, dat is iets anders.

Knap zijn de perspectiefwisselingen in het boek, prijzenswaardig de gedegen research. Over het leven van Oscar Wilde, langs de zijlijn waarvan de romance tussen Adrian en Vincent zich afspeelt, maar ook over de geneeswijzen in de negentiende eeuw en de omgang met ziektes als de tering. Spiegeljongen is daarmee een compleet boek, dat alles in zich heeft om zowel van te genieten als om iets van op te steken, maar hoeveel jongeren zullen er zijn die dit boek openslaan?

Schaduwjuryoordeel
Twee boeken dus die ver boven de derde kandidaat op de shortlist voor Nederlandstalig werk uitsteken. Twee boeken die de prijs waardig zijn. Maar de liefde voor Fing en haar wereld is toch net iets groter dan die voor Adrian. Lindelauf spreekt nóg meer tot de verbeelding, weet in stilistisch opzicht nóg meer te verrassen en ontroert, verleidt en intrigeert nóg meer, terwijl hij tegelijkertijd in geen enkel opzicht ontoegankelijk is voor de lezer. De hemel van Heivisj is een boek dat de lezer woorden tekort geeft om het te beschrijven aan een ander. Woorden die het boek navertellen doen er geen recht aan. En daarom moet iedereen De hemel van Heivisj zelf lezen. Niet alleen de jongere, ook de lezer van dertien en de lezer van vijfentachtig jaar. Het was al gezegd: literatuur moet niet te veel in hokjes worden gestopt. Een beetje chaos is fijn.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.