elders op recensieweb
Literaire kritiek online: selectie, interactiviteit en een springplank voor kwaliteit
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
'Burgerrecensenten' voegen zeker iets toe
opiniestuk
Pijnlijk dat een schrijver zo over zijn lezers spreekt
opiniestuk
opiniestuk
Eén, nee twee boeken, acht recensies elders, heel veel Russen en meningen
opiniestuk
De kritiek moet de concurrentie, maar vooral zichzelf serieus gaan nemen
opiniestuk
Ondertussen in de kerkzaal... ('Wiens gezag?')
opiniestuk
Faint Praise en online recensies
opiniestuk
Mulisch’ vrouwen in 1975. De literaire kritiek destijds
opiniestuk
opiniestuk
Literair overleven met een behang van boeken
opiniestuk
Boekenbijlage Cicero verdwijnt...
opiniestuk
21 april: De ontdekking van de recensent
opiniestuk
opiniestuk
opiniestuk
Recensieweb-avond 19 mei - ’t Korte verhaal. Hoe lang nog?
opiniestuk
opiniestuk
Een meesterwerk in drie bedrijven van literaire kritiek
opiniestuk
Ik geloof het niet: Het online democratisch appèl-congres
opiniestuk
De tien geboden van de kritiek en andere discussiepunten
opiniestuk
5 april: Recensieweb live over literaire kritiek online
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 1: De duiding gaat verloren
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 2: de variëteit aan oordelen is groter
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 3: de fulltime criticus en de hobbyist
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 4: met of zonder potlood lezen
opiniestuk
De vlakte en de vrijheid 5: de vragen voor vanavond
opiniestuk
auteur
auteur
elders op internet
Videoregistratie van de avond (YouTube)
Andere reacties op de avond:
Boekman
Rein Swart
Folia
Discussieer mee op LinkedIn:
Moeten recensiesites zich meer onderscheiden van papieren media?
De vlakte en de vrijheid: literaire kritiek online
door Wouter Bok, 25 mei 2011
Op dinsdagavond 5 april organiseerde Recensieweb in een goed gevuld Spui25 een avond over online literaire kritiek: De vlakte en de vrijheid. Er vond een levendige en enerverende discussie plaats tussen Fabian Stolk (docent Moderne Nederlandse letterkunde, Universiteit Utrecht), Lidewijde Paris (uitgever van Ailantus), Joost de Vries (recensent van De Groene Amsterdammer en auteur) en Arjen van Veelen (essayist en auteur). De deelnemers bediscussieerden – ook met het publiek – de voors en tegens van literaire kritiek op het internet en het verschil met de traditionele ‘papieren’ kritiek. De avond werd gemodereerd door Daan Stoffelsen van Recensieweb.
De krant is een meneer en een mevrouw
Stolk trapt de avond af met zijn lezing 20 inch, one size fits all: over i-kritiek. Hij toont met een paar voorbeelden op welke punten i-kritiek nogal eens tekortschiet: broddelwerk, oppervlakkigheid, vooringenomenheid en slechte argumentatie. Zo was een ‘stuitend stupide’ geval een ‘bespreking’ van The Shallows (Nicolas Carr) op weblog de Bibliotheek; de recensent gaf ruiterlijk toe het boek niet te hebben gelezen. ‘Wie zit daar nou op te wachten, op een culturele poortwachter die achter z’n toetsenbord in slaap is gesukkeld?’
Stolks indruk is dat de kwaliteit van literaire kritiek hard achteruitgaat, zowel online als op papier. Bovendien begint de papieren kritiek steeds meer op i-kritiek te lijken: one size fits all:
’Ik word tureluurs van de sterretjes, bolletjes, kadertjes, kleurtjes, rubriekjes, themaatjes, niches, top tiennetjes, hitlijstjes, signalementjes. Weinig recensies zie ik nog. Het is alsof de krant steeds meer de opmaak en de reikwijdte heeft gekregen die eigen is aan het internet zoals Nicholas Carr dat schetst in The Shallows: iedere pagina staat vol korte, kleurige dingetjes die je aandacht afleiden en doorverbinden naar iets anders.’
Toch ziet Stolk bij alle overeenkomsten ook de nodige verschillen, en prefereert hij papier boven internet:
‘Omdat ik ongeveer weet wat ik van dat papier kan verwachten, omdat ik ongeveer weet welke opinies erin worden uitgedragen. Dat hoeven niet precies de mijne te zijn, maar het zijn wel de opinies waaraan ik de mijne wil scherpen. En ik weet dat die krantenlui niet zomaar iets schrijven. De krant is een meneer en een mevrouw.’
En daarin schuilt, aldus Stolk, nu het manco van online literaire kritiek: die schrijft grotendeels wél zomaar iets. Internetkritiek heeft dan ook behoefte aan
‘een strenge breidel van het geouwehoer, het getweet, de pop-ups. Een goede redactie weet een discussie zo in banen te leiden dat ze geen oeverloze chatsessie wordt. Dat eindeloze geleuter is een heel vervelende invulling en een verkeerde vertaling van the long tail. […] Niet al het proza hoeft besproken te worden. Een goede, kritische en niet te vergeten: elitaire selectie en begeleiding van de literatuurproductie leidt tot groei van het kritisch besef in het literaire veld.’
Op deze manier kunnen oude en nieuwe media naar elkaar toegroeien, wat de diversiteit ten goede komt. ‘En dan geldt: het is schiften of geschift worden.’
Inhoud versus vorm
Na Stolks lezing reageert Paris. Ze vindt ook dat het niet goed gaat met de literatuurkritiek:
‘Ik vind dat kranten het schandalig af laten weten. Je moet je kunnen ijken ten opzichte van een criticus; hij moet zijn criteria duidelijk maken en daarin kun je hem volgen of niet. Dat ontbreekt nu in kranten en tijdschriften.’
Het gesprek komt vervolgens op Elsbeth Etty’s boeksignalementen in NRC Handelsblad. Paris: ‘Soms signaleert ze boeken van ons in klinkklare onzin, de basale feiten kloppen dan al niet!’ Van Veelen ziet juist wel wat in die ‘signalementen’: ‘Het gaat hier om een nieuwe manier van boeken bespreken, een nieuwe wijze waarop boeken rondzoemen.’ Stolk: ‘Maar wat voor nut heeft het om een boek zo snel mogelijk te recenseren?’ Volgens Paris ligt dat aan de omloopsnelheid van boeken: tegenwoordig ligt een boek maximaal drie maanden in de winkel. In die tijd moet het dus media-aandacht krijgen, desnoods met zo’n oppervlakkig signalement. ‘Ondanks mijn bezwaren tegen de oppervlakkigheid van internet (níét lezen, wél oordelen), vind ik het leuke aan internet dat je meningen hoort die je anders niet zou horen. De mening van “amateurs” vind ik minstens zo interessant als die van professionals.’ Stolk: ‘Voor jou als uitgever gaat dat misschien op, maar mij als lezer doet het niets.’ Al die dubieuze meninkjes hoeven volgens Stolk niet; waarom komen ze alsnog online? Waar blijft de kritische redactie? Paris: ‘Je hoeft niet alles naar dezelfde maatstaven te meten. Veel bloggers schrijven volgens mij anders dan ze eigenlijk doen omdat ze willen voldoen aan “de eisen van het vak”. De authenticiteit gaat daarmee verloren.’
De autoriteit van de muisklik
Stoffelsen vraagt Van Veelen naar zijn opinie over social media. ‘Het mooie van Facebook zijn de links naar doorwrochte online artikelen. Als lezer heb je meer dan ooit beschikbaarheid over (inter)nationale kranten. Je wordt continu getipt via vrienden; dan heb je al bijna de krant niet meer nodig. Vroeger besprak een recensent een boek en op basis daarvan besliste je of je het kocht. Nu is het veel meer op maat gesneden: je kent je vrienden, hebt gemeenschappelijke interesses. Facebook heeft een duidelijke gidsfunctie.’’
Heeft literatuurkritiek nog wel autoriteit? Er verschijnen elke week tegenovergestelde opinies over eenzelfde boek. Vaak ontbreekt daarbij ook nog eens de argumentatie – het zijn, in de woorden van Paris, ‘veredelde samenvattingen’. De Vries: ‘Misschien klopt dat, maar als je een recensie moet schrijven van 1000 woorden let je ook op andere dingen dan wanneer het er maar 150 mogen zijn.’ Maar aan die 150 woorden kun je volgens Paris best autoriteit geven, door ze dat stuk van 1000 woorden te laten suggereren.
Pluriformiteit
Dan volgt een vraag uit het publiek over bestsellers, die door zowel professionals als door het grote publiek omarmd worden. Leiden die vele meningen van amateurs niet tot een pluriformiteit van de literatuurkritiek? Stolk: ‘Ik ben totaal niet geïnteresseerd in die “meningen”. Ik wil gewoon een criticus die een gedegen oordeel geeft.’ Wat is de visie van Paris op bestsellers? ‘Op basis waarvan besluit iemand een boek te kopen, hoe wordt een boek een bestseller? Daar ben ik na al die jaren in het vak nog niet achter – anders had ik alleen maar bestsellers uitgegeven. Het is gewoon niet te bevatten hoe en waarom een boek een bestseller wordt. Wel hebben recensies invloed op de verkoop. Uit onderzoek blijkt: ben je niet beroemd, dan bevordert een negatieve ontvangst van je boek de verkoop; ben je beroemd, dan werkt het juist omgekeerd. Men zegt wel eens dat het erom gaat dat je boek aandacht krijgt, om het even positief of negatief, maar dat maakt dus wel degelijk verschil. Waarmee uiteraard niet gezegd is dat een boek per definitie goed is omdat iedereen het leest.’
Vervlakking
Al eerder werd vastgesteld: de online recensies lijken in hun vorm en stijl erg op krantenrecensies. Moet online kritiek zich meer gaan onderscheiden? Van Veelen: ‘Ik denk dat de klassieke vorm van een recensie, met begin en eind, zou kunnen worden vervangen door snippets en connecties met andere mensen; dat soort internetsites zijn echt in opkomst. Dat klinkt misschien nog vaag, maar je ziet het al wel in andere sectoren. In de muziekwereld knagen de online bloggers aan bladen als OOR. Ook bij films en mode zie je zoiets.’ Paris: ‘Maar bij iets visueels kun je ook veel sneller oordelen dan bij literatuur.’ De Vries: ‘Het heeft inderdaad met snelheid te maken.’
Leidt die hang naar snelheid niet tot vervlakking? Stolk: ‘Het is niet tegen te houden dat er een bepaalde vervlakking in de literatuurkritiek optreedt: de rustige leesstoelaandacht voor literatuur verdwijnt.’ Paris stelt voor dat Stolk hierin de handschoen oppakt en namens zijn universiteit een online platform voor literatuurkritiek opzet. Stolk staat er weifelend tegenover, maar ‘het is een idee’.
Vervolgens een opmerking van Simone van Saarloos, een van onze recensenten, over de intentie van literaire kritiek online. ‘Wil de online literatuurkritiek zich redden, dan moet ze niet meer achter de papieren media aanlopen, maar een eigen identiteit ontwikkelen. Als die twee zich meer scheiden, ontstaat er meer pluriformiteit. Nu is er juist sprake van homogeniteit, omdat ze naar elkaar toetrekken. Ze moeten elkaar aanvullen, niet hetzelfde doen. Online kritiek kan bijvoorbeeld de snelheid en de mogelijkheid tot discussie meer uitbuiten. In de krant wil ik daarentegen langere stukken lezen, wat op een beeldscherm minder makkelijk gaat. Je kunt kijken naar de beperkingen van online kritiek, maar ook naar de mogelijkheden ervan.’
Stolk: ‘Je zou bijvoorbeeld kunnen werken met links, wat nu minder gebeurt. Denk aan Begeerte heeft ons aangeraakt van Bert Natter: het wemelt daarin van de verwijzingen naar muziek en kunst. Het zou een heel aparte recensie opleveren als je daarnaar kunt linken.’ Paris: ‘Waarom doen kranten het bijvoorbeeld niet zo dat ze op papier een kort stuk van 300 woorden zetten; ben je abonnee, dan surf je naar de website en daar kun je dan een langere bespreking lezen. Je verdient er geld mee én je bezit autoriteit. Het verbaast me dat dat niet eerder op gang is gekomen.’
Ieder zijn eigen elite
Maarten Doorman (bijzonder hoogleraar Journalistieke kritiek aan de UvA en journalist bij de Volkskrant): ‘Fabian Stolk stelde terecht: het is schiften of geschift worden. Binnen die enorme berg boeken die verschijnt, moet je onderscheid maken, met kwaliteit als belangrijkste criterium. Facebook tipt je weliswaar met boeken, maar het heeft een nadeel dat Andrew Keene al in The Cult of the Amateur aanstipte. Een krant heeft een bepaald gezag, maar er staan ook recensies in over onderwerpen of boeken die je nooit zou lezen. Die kunnen je verrijken, en dat gezag heeft internet niet.’
Van Veelen: ‘Ik ervaar het probleem van de schifting steeds minder. Het is niet een brij van tweets, maar er zit een bepaalde ordening in zoals trending topics en de ‘Vind-ik-leuk’-knop op Facebook; de filtering werkt misschien nog niet optimaal, maar hij is er wel. De schifting van vroeger was een schijnschifting; dat waren de boeken die je gelezen moest hebben. Internet kan een goede aanvulling zijn op de krant omdat je zo geattendeerd wordt op boeken waar je anders niet van zou weten.’ De Vries: ‘En in Facebookgroepen zijn er altijd wel mensen wier oordeel je vertrouwt bij het kopen van een boek.’ Paris: ‘Maar dat was vroeger toch al zo?’ De Vries: ‘Ja, dat hele liken is eigenlijk het digitale equivalent van mond-op-mondreclame.’ Paris: ‘Voor ieder is er zijn eigen elite: wat voor jou gezaghebbend is, hoeft dat niet voor mij te zijn. Het mooie van internet is dat iedereen er informatie kan vinden waar hij zelf wat aan heeft.’
Kees Fens 2.0
Literatuurkritiek straalt in het online tijdperk nauwelijks nog autoriteit uit. Zou een Kees Fens in deze tijden nog wel overleven? En welke mediastrategie moet Fens 2.0 dan hanteren? Stolk: ‘Kees Fens kon een boek echt maken of breken, dat zie ik in deze pluriforme tijden echt niet meer gebeuren! Waarom je oordeel nog baseren op dat van één recensent? De maatschappij is veranderd, maar de cultuurconsument ook.’ Van Veelen: ‘Ik zou hem adviseren een literaire roddelsite te beginnen met smeuïge verslagen over feestjes, en af en toe lange doorwrochte stukken over bijvoorbeeld obscure poëzie.’ Paris: ‘Die roddels werken alleen als ze ergens op gebaseerd zijn, anders ondermijn je je geloofwaardigheid. Ik zou gewoon goede stukken schrijven, en daarbij de touwtjes zelf goed in handen houden. Kees Fens had een duidelijke én consistente literatuuropvatting, zoals goede critici die hebben. Als criticus moet je je normen zichtbaar maken en vooral: je daaraan houden. Dat is de enige manier om autoriteit op te bouwen, en helaas ook waar het veel recensenten nu aan ontbreekt.’
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.



