Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Heerlijk verdriet om je suf te genieten

door Linda Ackermans, 6 november 2011

Van Theo Thijssen-prijswinnaar Peter van Gestel is een nieuw boek verschenen: Al dat heerlijke verdriet. Een boek dat perfect aansluit bij de naoorlogse sfeer die in Winterijs (2001) en Kleine Felix (2008) hangt. Een sfeer waarin de dagen stervenskoud zijn, waarin mensen op zoek moeten naar een nieuw houvast en naar nieuw geluk en waarin onwetende kinderen zich vermaken met spelletjes kwartet en het gooien van tennisballen.

Wat is het heerlijk om dit boek binnen te stappen en meteen de vertrouwde sfeer te proeven, de kenmerkende Van Gestel-taal tot je te nemen en al op de derde bladzijde de eerste grinnikjes en glimlachjes te voelen opkomen die de straatschoffies, want dat zijn de protagonisten in de wereld van Van Gestel, bij de lezer losmaken.

‘Het was koud, overal en de hele dag. Papa hakte een oude keukenstoel in stukken, nu kon de potkachel weer een halfuurtje branden. Ik viel in slaap bij de zalige warmte van het knetterende hout. Toen ik wakker schrok brandde de kachel niet meer, en was het weer ijskoud in de kamer. Ik was kwaad dat niemand mij wakker had gemaakt toen de kachel nog wel brandde. Wanneer je slaapt geniet je minder van een brandende kachel dan wanneer je wakker bent. Dat wisten ze toch.’

Hoofdpersoon in Al dat heerlijke verdriet – volgens uitgever Querido geschikt voor lezers vanaf een jaar of tien – is Jasper, die bijna acht is als er aan de Tweede Wereldoorlog een einde komt. Zijn vader is een schooier – niet geschikt voor het burgerbestaan en wars van alle conventies binnen de maatschappij. Hij verdwijnt soms wekenlang zonder iets van zich te laten horen, steelt van zijn rijke zus en trekt zich niets aan van het gevit van zijn vrouw, die zelf ook geen lieverdje is. Zij kan erop los schelden, is niet bang een flinke opvoedkundige tik uit te delen en duldt haar man en kinderen niet altijd om zich heen. Jasper mag haar niet zo, is misschien wel bang voor haar. Op zijn vader is hij des te doller. Met hem kan hij ‘op z’n dooie akkertje’ over straat lopen en door de regenplassen stampen.

Maar Jaspers vader wordt ziek, begint steeds erger te hoesten en wordt op een dag dood gevonden op een bankje in het plantsoen vlakbij huis. Jasper, inmiddels tien, weet van woede en verdriet niet wat hij moet doen. ‘Niemand mocht mij aanraken. Niemand raakte mij aan. Ik dacht nergens aan.’ Bij zijn moeder vindt Jasper (uiteraard) geen troost. Met zijn oudere zus Reni, die hem Jasje noemt, heeft hij een haat-liefdeverhouding. Uiteindelijk leert Jasper dat zelfs in een wereld die van ellende op zijn kop staat nog iets moois te vinden is. Een traan gaat bij Van Gestel altijd samen met een lach.

Thomas Vrij en Felix Wonder uit Winterijs en Kleine Felix hadden dat al ontdekt. Jasper vertoont grote gelijkenis met hen: net als zij is Jasper een jochie dat de wereld (nog) niet begrijpt. De grote mensen nemen een dubbelzinnige positie in: aan de ene kant dienen ze de jongetjes als de sodemieter alles uit te leggen wat zij niet snappen (‘De hele wereld is één groot complot, alle mensen hebben afgesproken dat ze me niks vertellen.’ – Thomas Vrij in Winterijs), aan de andere kant zijn de volwassenen dom, omdat ze de simpelste dingen die voor kinderen logisch zijn niet (willen) begrijpen.

Ondanks het feit dat de wereld voor Thomas, Felix en Jasper nog veel geheimen kent, zijn het drie brutale, bijdehante kereltjes. De jonge lezer zal met plezier ideeën opdoen uit de rake, geestige opmerkingen van de eigenwijze jochies, terwijl die bij de volwassen lezer een teder gevoel losmaken dat bij velen wellicht gepaard gaat met een gevoel van onmacht. Want waar de jonge lezer nog (ongeveer) even onbevangen en onwetend is als de protagonisten van Van Gestel, weet de volwassen lezer – zich ten volle bewust van de naoorlogse situatie waarin de protagonisten zich bevinden – hoe hachelijk en wreed het leven kan zijn en hoezeer de jongens zich groot houden.

Achter hun stoere, nonchalante façade ligt een verlangen dat niet wordt uitgesproken: een verlangen naar liefde, naar een dikke knuffel, naar iemand die ze vertelt dat ze bijzonder zijn. Als Jasper ’s avonds laat vanuit zijn bed iemand op straat lelijk hoort hoesten en het zijn vader blijkt te zijn, merkt de volwassen lezer aan Jaspers woorden direct hoe schrijnend de situatie is:

‘Het is nu geen tijd om buiten te spelen, jongen, dacht ik. Verdomme, hij was mijn zoontje toch niet. Ik wilde naar hem toe gaan, maar dat kon natuurlijk niet nu ik dat malle hemd droeg. Jammer, want ik wou dat hij me optilde en zei: “Jongen, wat ben je zwaar geworden.” Zoiets.’

Maar hoe zit het met de lezer van een jaar of tien? Beseft die de lading van een dergelijk citaat al? Per se nodig is dat natuurlijk niet; er zijn genoeg boeken waarbij de diepere lading kinderen ontgaat, maar waarbij zij genieten van een aardig ‘eerste laag’-verhaal. Voor de oudere lezer, die in staat is verbanden te leggen, te interpreteren en tussen de regels door te lezen , is er meer te winnen in Van Gestels boeken. Van Gestel legt de vinger precies op de plek tussen liefde en pijn, tussen hoop en verdriet, tussen lachen en huilen, en dat maakt dat zijn boeken niet alleen een jeugdig publiek verdienen en bekoren.

Al dat heerlijke verdriet is fijn vertrouwd en typisch Van Gestel, hoewel er tegelijkertijd veel nieuws te beleven valt. Iedere keer verwonder ik me over de enorme zeggingskracht van de weinige woorden van Van Gestel, geniet ik van vondsten als ‘Ik rilde van genoegen’, ‘Ik geeuwde van geluk’ of ‘Ik genoot me suf’, verbaas ik me over hoe een schrijnende situatie als die waarin zijn hoofdpersonages verkeren zó prachtig en geestig kan zijn en sta ik ervan versteld hoe de personages steeds weer een weg vinden recht naar mijn hart.

Tegelijkertijd vraag ik me elke keer weer af: had dit boek me als tienjarige lezer ook zo geraakt? En: waarom staan boeken als Al dat heerlijke verdriet of Winterijs alleen in de kasten voor de jeugd? Boeken die zo sterk emotioneel geladen zijn, zo rijk zijn, en die de volwassen lezer door zijn kennis van de wereld zo diep raken – dat zijn niet slechts jeugdboeken. Dat zijn de boeken die tot de literatuur horen, dat zijn de boeken die een plek in meerdere kasten verdienen en dat zijn de boeken die geen beoogde leeftijd (zouden moeten) kennen . Ook voor ons volwassenen zit de wereld soms vol onbegrijpelijkheden. Jaspers vader verwoordt dat goed: ‘Je weet het allemaal niet zo precies als je een kind bent, maar je weet het nog minder als je geen kind meer bent.’

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.