Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

alle categorieën

Verhalen uit de goot

door Remco Wetzels, 7 november 2011

De kleuren van het getto van historica Aline Sax en illustrator Caryl Strzelecki is een boek over de opstand in het Joodse getto van Warschau in 1943. De achterflap vermeldt dat het hier gaat om een graphic novel voor jongeren vanaf 15 jaar. Een cynische lezer zou hierbij kunnen denken dat het om een didactisch stripje gaat. Die lezer zou het echter mis hebben: De kleuren van het getto is niet kinderachtig, en is het eigenlijk wel een strip?

Hoofdpersoon Misja is een Joodse jongeman die zijn wereld dramatisch ziet instorten wanneer de Duitsers Polen binnenvallen. De wijk in Warschau waar hij woont wordt ommuurd en verandert in een getto waar alle Joden uit de omgeving worden opgesloten. In eerste instantie overheerst woede bij Misja, vooral ook jegens de medebewoners van het getto die de vernederingen, de terreur en de uithongering lijdzaam lijken te ondergaan. Om zijn ouders en jongere zus van voedsel te voorzien, en als daad van stil verzet, gaat hij smokkelen. Wanneer hij echter ziet hoe twee medesmokkelaars levend verbrand worden krijgt de angst die het getto teistert ook hem in zijn macht.

Pas wanneer de massale deportaties uit het getto beginnen en men begint door te krijgen dat iedereen vernietigd zal worden, weet Misja zijn angst te overwinnen. Hij sluit zich aan bij een groep opstandelingen. Het kleine groepje slecht bewapende strijders weet zelf ook wel dat ze geen schijn van kans maken, het is dan ook geen strijd om te overleven maar om eervol te sterven, ‘voor de ogen van de wereld.’ Hoewel de veldslag verrassend lang stand houdt laat de uitslag zich raden.

Aangezien we met een boek voor jongvolwassenen te maken hebben zijn er concessies gedaan aan de jeugdigheid van de lezer. Het plot is redelijk simpel: een niet heel uitgebreid gekarakteriseerde jongeman overwint zijn angst en vecht tegen een groot onrecht. Het heeft zelfs een min of meer happy end. Simplistisch is het echter niet. Misja is bepaald geen clichématige held: hij is een bange jongen, zo bang dat, wanneer zijn zusje niet terugkeert van een smokkelronde, hij niets doet. Zijn angst voor de bezetter is groter dan zijn bezorgdheid om zijn zusje. Daarnaast schuwen de auteurs er niet voor om de negatieve consequenties van het heldhaftige verzet te tonen: onschuldige burgers worden vermoord als vergelding voor de opstand. Qua ambiguïteit en complexiteit steekt dit jeugdboek menig WO II-verfilming de loef af.

Hoewel De kleuren van het getto een graphic novel genoemd wordt doet het meer denken aan een traditioneel geïllustreerd boek: tekst en beeld zijn netjes van elkaar gescheiden en de tekst is opgemaakt in een kader dat even groot is als de illustratie op de tegenoverliggende pagina. Dit heeft als resultaat dat de tekst onderbroken gepresenteerd wordt, met erg veel witruimte eromheen. Dit is niet uniek bij een geïllustreerd boek, maar wat De kleuren van het getto bijzonder maakt is het feit dat die witruimte als poëtisch instrument wordt ingezet. Een zin als ‘Nog nooit had ik me zo Joods gevoeld’ krijgt een veel sterkere dramatische impact wanneer hij eenzaam op een pagina staat.

Het meest indrukwekkende gebruik van leegte op de bladzijde is de scène waarin Misja tevergeefs wacht op de terugkeer van zijn jonge zusje. ‘Tot die dag dat ik wachtte… en wachtte… onrustig wachtte… ineengezakt tegen een gevel bleef wachten… misselijk wachtte… en niet meer durfde op te staan’ wordt uitgerekt over zeven pagina’s, slechts een daarvan met illustratie. De leegte van de bladzijde suggereert niet alleen de tijd die verstrijkt, het maakt Misja’s stijgende wanhoop pijnlijk voelbaar.

Tekst en beeld vullen elkaar wonderwel aan in dit boek. Strzelecki’s illustraties zijn smaakvol, ingetogen. Nergens wordt hij didactisch of te expliciet; de beelden voegen vooral atmosfeer toe en zorgen voor een adempauze wanneer de tekst te beklemmend wordt. Wanneer de tekst verhaalt van de gruwelijke afslachting van een moeder en haar baby toont het beeld een donkere straat met een paar silhouetten en een kinderwagen. Meer is ook niet nodig: schrijfster Sax is in haar taal al beeldend genoeg. Zinnen als ‘Als vuil water stroomden ze de mond en neusgaten van het getto binnen’ behoeven ook geen beeld.

In eerste instantie zou je denken dat ‘graphic novel’ niet de juiste term is voor dit boek: striptechnieken als tekstballonnen of sequentiële beelden ontbreken immers nagenoeg. Het maakt echter wel gebruik van een ander aspect van de strip: de witruimte tussen de stripkaders. Volgens striptheoreticus Scott McCloud is de ‘goot’ tussen twee opeenvolgende beelden een van de meest onderscheidende kenmerken van dit medium. Dit is namelijk het punt waar de lezer zelf verbanden moet leggen. Het zelf moeten overbruggen van die goot is een van de dingen die het lezen van strips een unieke ervaring maken. Sax en Strzelecki rekken deze goot op tot het allesoverheersend wordt. Het getto wordt een grote goot die de lezer dwingt tot invulling en interpretatie. De virtuoze manier waarop Sax en Strzelecki de lezer sturen, en de naadloze aansluiting van tekst en beeld maken dit niet alleen tot een graphic novel, het is ook nog eens een geslaagde graphic novel.

Aline Sax en Caryl Strzelecki
De kleuren van het getto (2011)
De Eenhoorn
176 pagina’s
€ 18,95
ISBN 978-90-5838-736-3

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.